Meerzorg aan de Surinamerivier

suikerplantage
volksnaam "Anso" = Amsincq
beneden-suriname, rechteroever in het afvaren
volgorde bij het afvaren: Peperpot, Mopentibo,Meerzorg, Jagtlust, Dordrecht, Rust en Lust

auteur: Philip Dikland, 2002

De plantage is reeds lang verkaveld, en van de oorspronkelijke plantage-structuur is vrijwel niet over. Er is nog een hoofdkanaal met een 19e-eeuwse sluis aan de zijde van Jagtlust.
Maar het oudste gedeelte van de plantage met het bedrijfsemplacement, de watermolen, en de vaartrens, is gelegen aan de zijde van Peperpot. Het oude waterwerk en restanten van een latere stoommolen zijn er nog. Op deze plaats is thans het bestuurscentrum van Meersorg. Vijf a zes huizen verderop richting Peperpot is er nog een oud graf uit 1789:

"Hier legt begraaven
HANS THYSEN
in zijn leven directeur
en mede administrateur
der plantagie Meerzorg
overleden aan
Paramaribo
den 28 september 1789
in den ouderdom van
circa 48 jaaren....."

Hans Thyssen arriveerde in september 1769 in Suriname met het schip "Carolina", uit Amsterdam. Het is zijn enige levensteken in de Surinaamse archieven. Hij is hier niet getrouwd, en ook van kinderen is niets bekend.

Volgens de omwoners was er 30 jaar geleden nog een "directeuren"kerkhofje van 4 a 5 "kelders met deksels", de javaanse uitdrukking voor de oude bakstenen graftomben gedekt met een natuurstenen plaat. Dit kerkhofje lag dichterbij de rivier en schijnt thans verloren te zijn gegaan.

chronologie

ca. 1700 - aanleg plantage door Paul Amsincq

De naam van de plantage schijnt oorspronkelijk Sawacante te zijn geweest (v. Stipriaan, p.463).

De eerste eigenaar Paul Amsincq staat in 1692 voor het eerst in het generael kerckeboek vermeld. In dat jaar werd hij lidmaat van de kerk van Paramaribo. Het jaar daarop trad hij in het huwelijk met Anna Verboom, dochter van commandeur Laurens Verboom, die samen met gouverneur Van Sommelsdijck was vermoord.

"..... 1693 den 29 decembris van do: P: Kleij in Commewijne ondertrouwt, Paulus Amsing J:M: van Rouan met Anna Verboom wed: van Jan de Neel van Zierickzee......."

Paul Amsincq heeft de plantage Meerzorg zelf aangelegd. Waarschijnlijk was het plantage-areaal in de begintijd groter dan thans, en omvatte de huidige plantages Meerzorg, Mopentibo, Peperpot, en la Liberté. Er bestaat een zeer gedetailleerde franse kaart uit 1712, vervaardigd door de troepen van Cassard. Op deze kaart staat Amsincq's woonhuis gesitueerd op de hoek van de Pauluskreek, dus waar nu La Liberté is. Amsincq had het gedeelte nabij zijn woonhuis in cultuur gebracht, het overig deel van het enorme areaal was nog bos.

Behalve planter was Amsincq tevens Raadsheer in het hof van Politie, dat samen met de gouverneur het uitvoerend bestuur van de kolonie vormde.

1712 was een moeilijk jaar. In Juni trachtte een Franse vloot onder admiraal Cassard de kolonie binnen te dringen, hetgeen echter mislukte. Amsincq had het daarna druk met het reorganiseren van de defensie, want men was bang dat de Fransen terug zouden komen. Maar het gevaar was voorlopig geweken, en niemand wilde opdraaien voor de extra kosten. Het lukte Amsincq niet het werk te voltooien.
Op 10 october kwamen de fransen inderdaad terug. Zij volgden nu een andere strategie. Zij voeren Paramaribo voorbij en vielen de achterliggende plantages aan. Allereerst Meerzorg. Amsincq en zijn familie waren totaal onvoorbereid en konden ternauwernood in het bos ontsnappen. Zij werden vanuit Paramaribo ontzet :
".... dit gaf de gelegenheid aan een van onze sloepen om aan de landingsplaats van de plantagie Meerzorg te gaan, van waar zij den heer Amsincq met syne vrouw en oudste dochtertje naar Paramaribo bragten, werdende het jongste vermist. Deeze Heer vertelde, dat de vyanden daar met het aanbreeken van den dag geland, en hy van het bed opgeklopt met zyne vrouw en kinderen in 't bosch de vlucht genomen had ...." (Hartsinck, 1770)

Meerzorg werd ingericht als het franse hoofdkwartier. Binnen korte tijd had Cassard bijna alle plantages aan de Surinamerivier bezet. Verder verzet was nutteloos, en op 24 october gaf de kolonie zich over.
Op 27 october werd te Meerzorg de overeenkomst tussen de Franse vijand en de gedeputeerden der Surinaamse overheid getekend, t.w. door de raadsleden Paul Amsincq, Willem Pedy, Adriaan Wiltens, en Abraham Kinkhuizen. Cassard zag af van de plundering van Suriname, en ontving als dank een "contributie" van de inwoners. Deze bedroeg 15.000 oxhoofden suiker, ofwel de tegenwaarde in koopwaren en slaven. Deze "contributie" was ongeveer de opbrengst van 1 jaar productie, en was gelijk aan F 747.350,- Sur: Courant, ofwel F 622.800,- Ned: Courant. Het was een gigantisch bedrag.

Net als alle andere planters heeft Amsincq veel geld aan de contributie moeten bijdragen. Maar door hard werken kon dit worden terugverdiend. Het waren Suriname's gouden tijden, de prijs voor suiker op de wereldmarkt was hoog, en het nieuwe product koffie leek veelbelovend. Ook andere factoren waren gunstig. De lage kleigronden van Meerzorg waren veel vruchtbaarder dan de zandige grond hogerop de rivier ; er was voldoende drinkwater, want de schelpritsen die door Paramaribo lopen doorsnijden ook Meerzorg ; en er was voldoende brandhout voor het kookhuis, op het areaal was nog ruim voldoende bos aanwezig. In de jaren na 1712 breidde Meerzorg daarom gestadig uit.

Uit het huwelijk van Paul en Anna zijn 3 kinderen bekend, André (1696), Maria Anna (1700), en Rijnbrandina (1702). Paul Amsincq is omstreeks 1732 overleden, en na zijn dood werd de plantage geïnventariseerd. (R. Bijlsma, index plantageinventarissen 1713 - 1742,WIG 1921 p. 325 e.v.).
Na Paul's dood repatrieerde Anna met de kinderen naar Amsterdam, waar zij haar verdere leven rentenierde van de opbrengsten van haar plantage. Het is niet bekend, wanneer zij is overleden. Na haar dood werd de plantage gelijkelijk verdeeld tussen de drie kinderen. Maria Anna was intussen gehuwd met P: Hurgronje, en Rijnbrandina was in het huwelijk getreden met P: Changuion. Geen der kinderen woonde in Suriname, want zij worden geen van allen in de kerkregisters genoemd. De kaart van Lavaux uit 1737 noemt niet geheel correct André Amsingh als de eigenaar.
Door verdere vererving waren er in 1784 al 7 eigenaren, en in 1859 waren er 48. Deze droegen geen van allen meer de naam Amsincq, hoewel zij nog steeds werden aangeduid als de "erven Amsincq".

Anna verboom had een zoon uit haar eerste huwelijk met Jan Neel, genaamd Stephen Laurentius Neale. Deze heeft de grootschalige koffieteelt in Suriname geintroduceerd en is er schatrijk mee geworden.
Meerzorg is nauw verbonden met de opkomst van de Surinaamse koffie. Fred Oudschans-Dentz schrijft hierover:

"..... De eerste persoon, die in Suriname gekweekte koffie verscheepte was de ontvanger Nicolaas van Sandick. Deze koffie was van Meerzorg afkomstig. De eerste 50 ponden werden verzonden aan de weduwe Amsincq te Amsterdam, en bij aankomst goed van smaak bevonden....."

Nicolaas van Sandick was de zwager van Laurens Neale, en werkte met hem samen. Als gevolg van de hausse in de koffie werd Meerzorg omgeschakeld op koffieteelt.

1770-erven A: Amsing, 3194 akkers (kaart Lavaux 1770)

1793-erven Amsink, koffie (almanak 1793)

In 1793 produceerde de plantage koffie. De administratie was in handen van Jan Henke. S: Svensen was de directeur.

1821-erven Amsing, 2840 akkers, suiker (almanak 1821)

De plantage was inmiddels weer omgeschakeld op suiker. Mogelijk stamt het waterwerk dat er nu nog is uit die tijd, maar dan is het niet lang in gebruik geweest, want omstreeks 1827 werd een stoommachine aangeschaft. (v. Stipriaan, p. 177)
Maar misschien stamt het waterwerk ook uit de beginjaren van de plantage, voordat er werd omgeschakeld op koffie.
In 1821 was de directeur J: Fleischer. De plantage werd beheerd door het administratiekantoor C: L: Weissenbruch.

1843 - erven P. Amsing (almanak 1843)

De plantage produceerde suiker. De directie werd gevoerd door R. Humpreys, de administratie was in handen van de heren J. Zaal, J. F. Roux, en P. Balfour van Burleigh.

1863 - emancipatie

Ten tijde van de emancipatie telde Meersorg door steeds verdergaande vererving 64 eigenaren, allemaal nazaten van de originele eigenaar Paul Amsincq. Geen van allen droeg echter de naam Amsincq. Velen behoorden tot de Nederlandse adel. Ook de nederlandse minister van marine behoorde tot het eigenarencorps. De kleinste eigenaar had 1/9730 deel van de plantage in eigendom.
De plantage telde tijdens de emancipatie 325 slaven, en de totale "schadeloosstelling" voor de eigenaren bedroeg f 95.100,- en f 1.200,-. De kleinste eigenaar heeft hiervan f 9,90 ontvangen.

Na 1863

Vanaf 1873 werden contractarbeiders aangeworven om de plantage draaiende te houden. In totaal 996 hindustaanse contractanten en 154 javaanse arbeiders. De gezagvoerders in die tijd waren:

1873I.G.van Emden
1874I.G.van Emden / S van Lierop
1880-1896 S. van Lierop
1907Franciscus Smith, Beheerder van pl. Meerzorg
1908-1909 A.J.C. van der Feen (beheerder van pl.Meerzorg).

Na 1910 werden geen arbeiders meer aangeworven.

2003

Meerzorg is allang verkaveld en is een dorpje geworden. Sedert de opening van de Wijdenboschbrug in 2000 vindt er een snelle uitbreiding plaats.

top ^

bronnen

Philip Dikland

database oud register der burgerlijke stand van Suriname

Heinrich Helstone, Okke ten Hove

database emancipatieregisters 1863

Maurits Hassankhan e.a.

databases javaanse en hindustaanse immigratie

Fred Oudschans-Dentz

Betekenis der Surinaamsche plantagenamen, West Indische Gids

Alex van Stipriaan

Surinaams Contraxt, 1993, p. 70 e.v.

inventarisaties

1767 - ARA NOT inv. no. 226 p. 395
suiker, koffie, 277 slaven, watermolen
eigenaar / erflater : Jean Dupeyrou, gewezen administrateur der plantage Meerzorg.
overdracht der administratie aan: Van Steenberch en Saffin
directeur: Pierre de Montnord.

Over de namen die in deze inventarisatie voorkomen is het volgende bekend :

De plantageadministrateur Jean Dupeyrou werd in 1700 in Suriname geboren. Hij heeft er samen met zijn broers Pierre en Jaques zijn gehele leven doorgebracht.

In 1725 huwde Jean met Marie Couderc:

".... 1725 april 20 jai fiancé Jean Dupeijrou J: H: né a Paramaribo & Marie Couderc J: F: née a Parambo: & demeurant a Para. le 7 mai Jai benij leur mariage — David Estor ......"

Uit dit huwelijk zijn 3 kinderen bekend: Pierre (1726), Marie Anne (1728-1766), en Lucie (1729). Ongetwijfeld waren er meer kinderen, maar de doopregisters tussen 1730 en 1770 zijn verloren gegaan, zodat dit niet meer te achterhalen is.

Jean Dupeyrou was eigenaar van de plantages "Monsort" aan de Cottica, "la bonne amitié" aan de Parakreek, en "Saphir" aan de Commewijne. Eveneens in het bezit van de familie waren "Perou" aan de Cottica, en "Guadeloupe" aan de Commewijnerivier. Behalve als plantage-eigenaar trad Jean ook op als administrateur van plantages, o.a. Meerzorg. Tenslotte was hij Raadsheer van de Hoven van Suriname.

Dupeyrou overleed in 1767 en werd begraven in de Nieuwe Oranjetuin te Paramaribo. In de kerkregisters is er geen aantekening over een grafsteen, dus mogelijk is er nooit een geplaatst.

De plantagedirecteur Pierre de Montnord was in 1731 met het schip "juffrouw Elisabeth" in Suriname gearriveerd. Uiteraard was hij toen nog geen directeur, maar is onderaan de ladder begonnen als plantageopzichter en heeft zich langzaam omhoog gewerkt. Over het algemeen trouwden deze mensen niet, en hadden ook geen wettige kinderen, en zij laten daarom weinig sporen na in de archieven. Pierre overleed in 1777 op de plantage Meerzorg:

".... 1777-november 14Debet Boedel Pierre de Montnord — Aan kerkegeregtigheid voor 't bekentmaken van 't overleijden van hem zelfs op de plantagie Meerzorg door Pieter Berkhofff 9,- ( aan idem voor 't begraven op ditto plantagief 20,-)...."

Ongetwijfeld is Pierre begraven op het "directeuren"kerkhofje, maar zijn grafsteen is verloren gegaan.

restant "directeuren"kerkhofje: 1 grafsteen in de achtertuin van perceel 252 te Weg naar Peperpot, contact: fam. Kartodikoro, tel. 354280.

kappa
De grote kappa (diameter 255 cm, schaaldikte 2 cm) naast de funderingen van de stoommachine heeft de volgende inscriptie:
FALKIRK 600 Cs
N123761 - 8 - 1 - 12

top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: