Lust en Rust aan de Surinamerivier

Volksnaam "Skerpien" - Scherping
beneden-suriname, rechteroever in het afvaren
volgorde bij het afvaren: Jagtlust, Dordrecht, Rust en Lust, Belwaarde, Clevia

Het kinderhuis der EBGS voor indiaanse kinderen "Koesikwarano". Foto uit 2001

Chronologie

1744 - stichting plantage

na het gereedkomen van het fort nieuw-amsterdam werd de beneden-suriname verkaveld. De gouvernementssecretaris Ephraim Comans Scherping verkreeg 500 akkers aan de Surinamerivier, de latere plantage "Lust en Rust".
"....Bij resumtie gedelibereerd zijnde op den requeste bij den secretaris Scherping aan dese Societeit gepresenteerd, houdende versoek omme met vijfhonderd akkers lands gelegen naast het land van wijlen den raad fiscaal van Meel te werden begunstigd en onder de notulen van den 18 december 1743 breeder geextendeerd, mitsgaders in overweginge genomen het geadvisseerde van den gouverneur Mauricius in wiens hande dese requeste was gesteld, bij sijn missive aan dese societeit in dato den 20 junij deses jaars ; is goed gevonden ende verstaan aan Ephraim Comans Scherping Secretaris in de colonie van Suriname te vergunnen en te concedeeren om in allodialen eijgendom te mogen op nemen en erffelijk te besitten drie honderd akkers land gelegen in de rivier van Suriname in het opvaren aan de linkerhand met een face van 18 kettingen langs de rivier, zijn begin nemende met de beneden scheidlijn van het land voorheen toebehoord hebbende aan wijlen den raad fiscaal van Meel en zo nederwaarts gaande...."

Ephraim Comans Scherping, was in 1730 in de kolonie gearriveerd met het schip "Concordia". Hij was secretaris van het Hof van politie sedert 1737. Later was hij tevens Raadsheer van Politie.
Naast zijn gouvernementsloopbaan, investeerde Scherping in de aanleg van plantages. Hij was eigenaar en aanlegger van de plantages Lust en Rust aan de Surinamerivier en van Paracouba aan de Pauluskreek. (FOD, plantagenamen, WIG XXVI p.176).
Scherping bewoonde het grote huis Waterkant 30 te Paramaribo.

Het huis Waterkant 30. Het is op de oude funderingen herbouwd na de stadsbrand van 1821

Scherping was gehuwd met Suzanne Nutty (1701 - 1761, O.O.T.). Zij was weduwe van Abraham Schedyn en daarna van Adriaan van der Beets. Haar voorkinderen groeiden op in het huis van Scherpingh. Ook uit het huwelijk met Scherping werden kinderen geboren, maar het aantal is niet bekend ; de betreffende geboorteregisters zijn verloren gegaan. Suzanne Nutty overleed in 1761:
"....1761-december 30 Debet E: C: Scherpingh — A kerkegeregtigh: voor 't begraven van zijn Ed: beminde Suzanne Nuty (zegge) Nuty f 50,- / boete voor 't begraven in de oud oranje thuijn f 600,- ...."

Scherpingh overleed in 1763. Hij werd naast zijn vrouw begraven in de oude oranjetuin. Zijn grafsteen is verloren gegaan.

1793 - boedel N. R. van Hout, boedel E. C. Scherping, D. Pichot (almanak 1793).

De twee plantages Lust en Rust, en Paracoubo, waren via vererving verdeeld over drie groepen eigenaren.

Maria Catharina Scherping, waarschijnlijk een zus van Ephraim Scherping, was in Nederland getrouwd met ene Van Hout. Twee hunner kinderen — dat is althans het vermoeden — kwamen naar Suriname, waar zij onder de hoede stonden van Scherping. Dit waren N: R: van Hout, en Ferdinanda Hendrika van Hout. Scherping trad o.a. op als getuige bij het huwelijk van Ferdinanda. Na het overlijden van Scherping verzorgde N: R: van Hout regelmatig openbare aankondigingen betreffende de familie Scherping. N: R: van Hout overleed in 1786 en werd begraven in de Nieuwe Oranje Tuin.
Het is niet bekend of N: R: van Hout was getrouwd. Hij leefde in concubinaat met de vrije mulattin Sybille, waarschijnlijk een slavin die hij heeft vrijgekocht. Zij draagt althans de familienaam Van Hout. In 1786, een maand na het overlijden van Van Hout, werd hun zoontje geboren. Het kind werd gedoopt in de gereformeerde kerk, maar omdat Van Hout en Sybille niet officieel gehuwd waren, staat in het doopboek de naam van de vader niet vermeld. De zoon kreeg dezelfde voornamen als de vader:
".......1787 januari 20 is door mij ondergesch: na de voorm: predicatie voor de volle gemeente gedoopt ..... Nicolaas Rubertus mustice geb: 11 december 1786. Moeder de vrije mulattin Sibelle van Hout. getuijgen en Peet J: van Poederooij ....... Q:T: (w:g:) A: van Groeneveld V:D:M: ......"

Tot de erfgenamen van Scherping behoorden tevens Amadeus Constantius Valencijn, en na diens overlijden, zijn dochters Catharina Maria en Martina Maria. Dit blijkt uit een inventarisatie van de plantage uit 1767, opgemaakt na Valencijn's overlijden. Hij was gehuwd met Anna Margaretha Blomkolk, de weduwe van Leonardus van der Beets, een zoon van Susanna Nutty.

Tenslotte behoorde Jan Willem Pichot tot de erfgenamen. Hij was getrouwd met Marianne van der Beets, dochter van Susanne Nutty.

De almanak van 1793 vermeldt dat de plantage Lust en Rust koffie produceerde. De plantage werd geadministreerd door de grote administrateurs de Graaff en Wolff.

1821 - D. M. Meurs, wed. G. A. de Graaff, H. L. Perret-Gentil prive et nom. ux. 13/24;

erv. Cronstein 5/24; erv. J. B. van Hout 5/24; boedel N. R. van Hout 7/24

De plantage had in die tijd een oppervlakte van 800 akkers en produceerde koffie. Via verdere vererving of verkoop was een sterk versnipperde eigendomsituatie ontstaan, en dat zal het beheer van de plantage niet ten goede zijn gekomen. In 1830 bezocht Teenstra de plantage om gegevens te verzamelen voor zijn boek. De plantage telde toen 104 slaven.

1843 - J. B. Evertz. (almanak 1943)

Evertz was tevens directeur en administrateur. De koffieplantage telde slechts 34 slaven.

1863 - emancipatie ; Johan Dietrich Horst

Op plantage Lust en Rust werden 109 slaven vrijverklaard. De eigenaar, Johan Dietrich Horst, woonachtig op de plantage, ontving een "tegemoetkoming" van f 19.800,-

1863-2000 onbekend

2000 - verkaveld ; "Koesikwarano" kinderhuis voor indiaanse kinderen.

De plantage is allang verkaveld in kleinlandbouwpercelen. Op het voorland bevindt zich al vele jaren het EBG kinderhuis voor indiaanse kinderen. Er is nog een 19e eeuwse waterbak naast het meisjeshuis. Maar op de huidige plantage zijn geen restanten gevonden van het oude 18e eeuwse emplacement. Vermoedelijk lag dit meer aan de rivierzijde, en werd door het uitschurende water weggespoeld, of — veel logischer — voordien verplaatst.

19e eeuwse waterbak, foto uit 2001

top ^

Bronnen

top ^

inventarisaties:

ARA NOT inv. no. 210 p. 263 - jaar 1762
gegevens: 800 akkers, koffie & cacao, 157 slaven, NF 209.010,-
eigenaar: echtpaar Scherping — Nutty

ARA NOT inv. no. 215 p. 467 - jaar 1763
gegevens: 800 akkers, koffie, 163 slaven
eigenaar: erven Ephraim Comans Scherping, erven Johanna Nuty

ARA NOT inv. no. 226 p. 205 - jaar 1767
gegevens: 800 akkers, koffie, 154 slaven, NF 282.110,-
eigenaar: erven Ephraim Comans Scherping, erven Johanna Nuty. Tot deze erfgenamen behoorden: A: C: Valencijn, en na diens overlijden, zijn dochters Catharina Maria en Martina Maria

ARA NOT inv. no. 229 p. 385 - jaar 1769
gegevens: 800 akkers, koffie, 159 slaven
eigenaar: erven Ephraim Comans Scherping, erven Johanna Nuty

ARA NOT inv. no. 229 p. 787 - jaar 1769
gegevens: 800 akkers, koffie, 156 slaven
eigenaar: erven Ephraim Comans Scherping, erven Johanna Nuty

top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: