Jagtlust aan de Surinamerivier

koffieplantage
volksnaam: niet bekend
beneden-suriname, rechteroever in het afvaren
volgorde bij het afvaren: Meerzorg, Jagtlust, Dordrecht, Rust en Lust, Belwaarde, Clevia

chronologie:

ca. 1735 - aanleg plantages door Frederik Berewout en Willem Gerard van Meel

De gronden aan de beneden-suriname werden in cultuur gebracht nadat met de aanleg van het Fort Nieuw-Amsterdam was begonnen. FrederickBerewout was de aanlegger van Jagtlust. De warrand van de plantage is verloren gegaan, maar tussen Jagtlust en Meerzorg werd eveneens een plantage ingericht, en daarvan is de warrand bewaard gebleven. Deze plantage, op naam van Willem Gerard van Meel, werd later overigens een deel van Jagtlust:

"......Ingevolge Resolutie van de Ed: Groot Agtb: Heeren Directeuren der Geoctroijeerde Societeijt deeser Colonie Surinamen in dato 12 September 1735,
Vergunnen en permitteren mits deesen aan den Heer Mr: Willem Gerard van Meel omme op te nemen en in vryen Erffelijke Eygendom te besitten, een Stuk Land groot Duysend Ackers, geleegen in de Rivire Surinamen aan de Linkerhand in 't opvaaren, sijn begin neemende met de beneden Schijd-lijn van de plantagie Meersorgh, en eijndigende met de booven Schijd-lijn van 't Land van d'Heer Frederik Berewout,
En werd den Landmeeter de Loncour gelast, omme het selve stuk Land behoorlijck uyt te meeten, aan het selve te geeven een facie van veertig kettingen voor aan de Rivier.....
Aldus gedaan en met ons Zeegel bekragtigt, aan Paramaribo den 14e Augusti 1736 (get:) J: Raije........"
(uit: A: J: A: Quintusz Bosch, 3 eeuwen grondpolitiek in Suriname, p: 406)

De plantages van Van Meel en Berewout staan wel ingetekend op de kaart van Alexander de Laveaux uit 1737, maar waren toen nog zo nieuw, dat ze niet staan vermeld in de legenda. Ook de editie uit 1770 geeft de situatie foutief weer. Pas op de kaart van Moseberg uit 1801 staan de plantages correct afgebeeld.

De eigenaar van Jagtlust, Frederik Berewout, was tevens eigenaar van de koffieplantage De Nieuwe Grond in Suriname, en voorts nog 2 1/2 plantage in Berbice. In de Surinaamse archieven is over hem niets bekend. De scheepslijsten en de huurwaardelijsten vermelden hem niet.In de kerkeboeken van de hervormde kerk komt zijn naam niet voor. Dat is ook logisch ; het betreft hier Jan Frederik Berewout (1692-1777), woonachtig te Amsterdam, bewindhebber der West-Indische Compagnie in 1728, directeur van de geoctroyeerde Sociƫteit Suriname in 1743, commissaris van de buitenlandvaarders in 1715, kerkmeester van de Westerkerk in 1719, directeur van de Groenlandsche Visscherij in 1720, koopman op de West, voornaam importeur van West-Indische suiker, reder ter walvisvangst, bankier, eigenaar van plantages in Suriname, Berestein, Nieuw Levant en Berbico. Hij was vanuit Amsterdam op vele wijzen betrokken bij het plantagegebeuren in Suriname, maar hij heeft zelf nooit in Suriname gewoond, is er waarschijnlijk zelfs nooit geweest. Hij was gehuwd met Anna Maria du Peyrou. (geg. http://home.planet.nl/~jboumans/stamouders.htm)

De eigenaar van de later met Jagtlust samengevoegde buurplantage was Willem Gerard van Meel. Hij huwde in 1737 "buyten de kerk" met de weduwe Lansbergen. Het betreffende trouwregister is verloren gegaan, maar voor het trouwen buiten de eigen divisie moest kerkrecht worden betaald, en zodoende staat het huwelijk geregistreerd in het grootboek van de kerk:

"1737......Pr: d' Hr: Wm: G: van Meel weegens het trouwen buijten tijds met wede: wijlen Lansbergen sooveel ontvangen voor kerkregtf 50,-....."

Over kinderen is niets bekend, de doopboeken zijn er niet meer. Maar waarschijnlijk had het echtpaar een zoon Joan Gerard Willem van Meel (1741 - 1771), raad-fiscaal van de kolonie Suriname.

1770 - Berewouts, Heyligen (kaart Lavaux 1770)

De plantages waren samengevoegd, en in totaal 2000 akkers groot. Heyligen is mogelijk de erfgenaam van Van Meel, maar zeker is dit niet.

In 1777 verhypothekeerde Berewout zijn gehele bezit bij het negociatiefonds onder Pieter Biesterbos te Amsterdam. Jagtlust werd in die tijd getaxeerd op F 287.798,-, een overdreven taxatie die in geen verhouding stond tot de netto omzet van de plantage.Ook plantage De Nieuwe Grond werd hoog getaxeerd. Berewout verkreeg op deze wijze een grote hypotheek, maar heeft nooit veel moeite gedaan deze terug te betalen.

Na 10 jaar was deze hypotheek nog bij lange na niet afgelost, en het fonds nam de plantages min of meer gedwongen in eigendom. Het negociatiefonds werd daartoe omgezet in een z.g. Societeit van Eigendom. De directie van het fonds was inmiddels overgegaan op H. van de Poll Harmansz. en H. A. Insinger. (v. Stipriaan, p. 228)

In 1773 werd ene Dirk de Jager op de plantage begraven. Hoewel hij niet de eigenaar is geweest, is de naamsgelijkenis opvallend:

"...... 1773-november 7Debet Boedel Dirk de Jager — Aan kerkegeregtigheid voort begraven van hem zelfs op de pl: Jagtlust in rio Surinamef 20,- ......."

1793 - 't fonds van H. van de Poll en H. A. Insinger

De onderneming verbouwde koffie en katoen. J.W. Seitz was aangesteld als directeur. Deze voerde samen met J.A. Keun de administratie van de plantage.

1821 - G. N. Linck, 1000 akkers

De Societeit van Eigendom onder van de Poll junior & Insinger had Berewouts' vroegere bezittingen in Berbice van de hand gedaan, nadat deze kolonie definitief in Engelse handen was overgegaan. Het eigendom der Societeit bestond toen nog slechts uit de redelijk draaiende koffieplantages Jagtlust en De Nieuwe Grond.

De plantage Jagtlust werd in 1818 verkocht aan de beheerder ervan, de grote administrateur G. N. Linck. De koopsom bedroegslechts F 80.000,-.Linck beheerde 13 plantages, waaronder 6 van hemzelf. (v. Stipriaan, p. 229). In 1830 bestond de slavenmacht van Jagtlust uit 267 mensen. De plantage was toen 2075 akkers groot.

1843 - erven Linck geb. Vogt

Georg Nicolaas Linck was in 1802 gehuwd met Johanna Charlotta Vogt. Na Linck's overlijden erfde Charlotta de plantage. Nicolaas en Charlotte hadden (voor zover bekend) geen kinderen, maar Charlotta had een voordochter Andresa Clemen uit haar eerste huwelijk. Mogelijk was deze Andresa de erfgename van de plantage.

De directeur op de plantage was A. Umgewand ; de administratie werd gevoerd door A. H. F. Kennedy & A. Umgewand & G. F. Henckel

Omstreeks 1860 werd door lt. G.W.C. Voorduin (1830-1910) een riviergezicht van de plantage vervaardigd. Geheel rechts op deze prent is de houten seintoren, in 1817 gebouwd om vlaggesignalen vanaf fort zeelandia naar fort nieuw-amsterdam door te geven.

1863 - emancipatie ; eigenaar Barnet-Lyon

Barnet-Lyon ontving een "tegemoetkoming" van f 57.600,- en f 1.200,- voor 192 slaven.
Hij was tevens (mede)eigenaar van de plantages Alkmaar (1/2 aandeel), Frederiksdorp (1/2 aandeel), en Garciaskamp.
Na de emancipatie heeft Barnet-Lyon vele aziatische contractarbeiders aangeworven om het plantagebedrijf te kunnen voortzetten.

In totaal arriveerden 1061 brits-indische arbeiders, en 793 javaanse. Dat gebeurde in de jaren tussen 1874 en 1929. De arbeiders werden door eigenaar of beheerder ontvangen :
1874 - 1889 mr. G. M. Barnet-Lyon
1893 -H. Boekhoudt
1896 - 1899 L. C. F. Dijkstra
1907 -G. M. Barnet-Lyon
1908 -Jacob F. R. Folmer, beheerder
1914 -T. Folmer, beheerder
1917 -J. F. R. Folmer, beheerder
1920 -Folmer en J. F. Reinders, beheerder
1927 - 1929 F. R. Folmer, beheerder

1889 - erven mr. Barnet-Lyon (almanak 1889)

De beheerder was mr. G: H: Barnet-Lyon. Als gezagvoerder op de plantage was A. J. Lionarions aangesteld.

1929 - 1950nader uit te zoeken

ca. 1950 - heden-familie Karamat Ali

De oude plantage-woning werd door grootvader Karamat-Ali gemoderniseerd, of waarschijnlijk opnieuw gebouwd. Het thans vervallen gebouw heeft de bouwstijl van de vijftiger jaren. Het bedrijfsemplacement is thans (2000) afgebroken, er resteren slechts enige ruines, en een oude gemetselde waterbak.

Aan de andere zijde van de weg, in het weiland, is er nog een graftombe

"....... Hier rust / Louis C: F: Dijkstra / directeur / der plantage Jagtlust / geb: te Amsterdam 4 febr: 1868 / overl: 13 maart 1899 ......."

top ^

bronnen:

oud archief der burgerlijke stand in Suriname, Algemeen Rijks Archief, 's Gravenhage

bekende bronnen over Jagtlust (uit: A: van Stipriaan, Surinaams contrast}

ARA, SONA, 223, 701, 706, 841
GAA: NA, 12721
collectie insinger & co, notulboeken.

database emancipatie

Heinrich Helstone, Okke ten Hove, 2003

inventarisaties:

1749 - ARA NOT inv. no. 188 p. 017
gegevens: koffie & cacao, 58 slaven
eigenaar:mr. Berwouds, oud schepen en Raad der stad Amsterdam, bewindhebber der WIC ; Johannes Heijliger Pietersz., commandeur der eilanden St: Eustatius, Saba, en St: Maarten

1766 - ARA NOT inv. no. 223 p. 412
gegevens: 2000 akkers, koffie, 139 slaven, NF 172.856,-
eigenaar:Fred: Berewoud en erven Johannes Hijliger Pz: te Amsterdam
top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: