Vossenburg aan de Commewijnerivier

suikerplantage Vossenburg aan de boven-Commewijne
linkeroever in het afvaren
volgorde in het afvaren: Osage ; Fayerfield ; Vossenburg ; Slootwijk
volksnaam: Mosika di Vroe = .... de Vree

De plantageadministratie van de plantage Vossenburg is vrij goed bewaard gebleven, en de historie van de plantage is uitgebreid onderzocht door de onderzoekers Humphrey Lamur en Alex van Stipriaan.
Door de geschiedenis van de plantage loopt, als een rode draad, een relatie met de provincie Gelderland in Nederland. De eerste eigenaar, Adriaan de Graaff, kwam uit Gelderland, net zoals de tweede eigenaar Gerrit de Vree, en de derde eigenaar, de familie Brantsen. Toeval ?....

De locatie van het emplacement staat op de meeste kaarten niet aangegeven. Alleen de kaart van Moseberg van 1801 geeft een indicatie. Moseberg tekent het emplacement aan de Commewijnerivier, iets stroomopwaarts van de Mauricteakreek die loopt nabij de benedengrens van de plantage. Het emplacement zou dan ver uit het centrum van de plantage liggen.

Juli 2004 bezochten Philip Dikland en Anthony Hagemeyer de plantage. Deze is volledig verlaten en overgroeid met bos. Inderdaad werden langs de Mauricteakreek enige restanten gevonden, maar veel was het niet. Enige losse bakstenen en dakpannen nabij de rivier, en verder twee grote ijzeren bakken — mogelijk pontons — iets hogerop de kreek.

Zou er dan werkelijk niets meer zijn ? Dikland en Hagemeyer gingen op zoek naar mensen die in de buurt wonen. Dat was niet zo eenvoudig, de streek is geheel verlaten. Uiteindelijk kwamen ze terecht bij Deharmenpersad Debidin, een landbouwer op de plantage Lustrijk aan de monding van de Commetewanekreek. Hij woont er moederziel alleen en kweekt sinaasappels. Hij is op Lustrijk geboren ; "Oranje", zo noemt hij de plaats. Met Debidin als gids kon het centrum van Vossenburg worden opgespoord, stroomopwaarts van de Maurictea kreek. Uitgebreide bamboebossen markeren de plaats waar vroeger bewoning is geweest. Maar van het oude centrum is niets over. De sluizen zijn tot de fundering afgebroken, er resteert alleen wat los baksteenwerk. Voorts is er 1 kappa en 1 wiel van vermoedelijk een stoominstallatie. Dat is alles.

chronologie

1715 - Adriaan de Graef (meetkaart circa 1688)

De Graef was gouvernementssecretaris onder Van Sommelsdijck, en is waarschijnlijk samen met hem in Suriname gearriveerd. Dat was in November 1683. Na de moord op Van Sommelsdijck op 19 juli 1688 werd hij door de muiters gevangengenomen en fungeerde tijdens de navolgende onderhandelingen als hun schrijver. Maar het kan verkeren: bij hun terechtstelling was de Graaff degene die aan hun het vonnis voorlas.
In 1692 huwde hij met Emilia Regina Broen, dochter van Marcus Broen, de secretaris van de Societeit van Suriname.

"... 1692 den 15 juni ondertrout Adriaen de Graaft J:M: geboren in Nederhemert, met Emilia Regina Broen J:D: van Amsterdam, den 29 juni getrouwt ..."

Het echtpaar kreeg 4 kinderen : Nicolaas Marcus (1693) ; Anna Sophia (1694) ; Gideon (1696) ; en Isabella Regina (1697).
Waarschijnlijk is De Graaff de aanlegger van Vossenburg. In 1688 werd het fort Sommelsdijk in gebruik genomen en was de Commewijne beschermd. De gronden stroomopwaarts van het fortkonden nu worden ontgonnen, en Adriaan de Graaff is één der eersten die daar gebruik van heeft gemaakt. Hij legde zijn plantage al aan voordat het fort gereed was ; deze komt al voor op de zognaamde Labadistenkaart uit 1686.
Omstreeks 1700 verhuisde de familie vanuit Paramaribo naar de beneden-Commewijne. Adriaan's overheidstaak was blijkbaar geeindigd en de nieuwe plantage was voldoende ontwikkeld om er permanent te wonen. Het echtpaar schreef zich in als lidmaten van de divisie beneden-Commewijne:

"... 1700 september 20 de heer Adrianus de Graaff geboortigh van Hemert in Gelderlandt en de juffr: Regina Broen sijn huijsvrou geboortigh van Amsterdam..."

De Graaff is omstreeks 1704 gestorven. In augustus van dat jaar staat zijn echtgenote in de kerkboeken vermeld als "veuve d' Adriaan de Graaf, secretaire". In april van het volgende jaar hertrouwde zij met Gerrit de Vree.

"... 1705 april 28 ondertrouwt Gerard de Vree J:M: geboortig van Aarnhem in Gelderland, met Emilia Regina Broen wed: van Adriaan de Graaf geboortig van Amsterdam, beijde hier wonagtig, den 20 maij bevestigt ter presentie van veele getuijgen — Corn: Voltelen ..."

Emilia stierf bij de geboorte van hun eerste kindje :

"... 1707 maart 26 gedoopt aan 't huijs van d' hr: de Vree sijn soontje in 't bij sijn van dh: Lemmers als ouderling. De meter de vrouw Glimmers genaamt Marcus. Sijnde dien selven avond geboren en s'nagts gestorven en den 27 ter aarde bestelt. De moeder s'maandags den 28 omtrent de middag gestorven en den 29 ter aarde bestelt.B: Moda ..."

De plantage werd geerfd door Gerrit de Vree, die ongetwijfeld ook opkwam voor de belangen van Emilia's kinderen uit haar eerste huwelijk. Het leven gaat door, en Gerrit de Vree huwde het jaar daarop met Abigail Agatha van Sandijck, lid van de invloedrijke familie Van Sandick uit Wijk bij Duurstede.

"... 1708 augustus 30 ondertrouwt Gerard de Vree wednr: van Emilia Regina Broun wonagtig in de beneeden Commewijne, met Abigael Agetha van Sandyk J:D: geb: van Wijk bij Duursteede in de provintie van Utrecht meede in de voorsz: divisie wonagtig, den 9 d: in mijn huijs bevestigt ten overstaan van getuijgen — B: Moda ..."

Uit dit huwelijk zijn 2 kinderen bekend : Jacoba Agnes (1710) en Joanna Elisabeth (1713) ; de doopregisters zijn volledig tot 1730, maar meerdere kinderen worden niet vermeld.

Gerrit de Vree was tevens eigenaar van de suikerplantage Wajampibo aan de boven-Commewijne. Aan de Tempati stond de plantage Onverwagt op naam van de erven de Vree.

In 1726 was Gerard de Vree raadsheer van het Hof van Civiele Justitie (index inventarissen). In 1727 werd zijn volledige bezit geïnventariseerd. De reden is niet bekend. Dergelijke inventarisaties werden wel eens gemaakt voorafgaand aan een grote reis. Mogelijk repatrieerde hij met zijn gezin naar Nederland. In ieder geval komt hij na 1727 niet meer in de Surinaamse archieven voor.

1737 - Gerrit de Vree (kaart Lavaux 1737)

1770 - H. W. Crantsen, erv. Brantse (kaart Lavaux 1770)

De naam is op de kaart van Lavaux fout gespeld. De eigenaar was Hendrik Willem Brantsen (1704-1789), woonachtig in Arnhem, en gehuwd met Johanna Elisabeth de Vree, dochter van Gerard de Vree en Abigail van Sandick.. Het echtpaar heeft nooit in Suriname gewoond. Ook hun kinderen, die later de plantages erfden, hebben Suriname nooit gezien.
Hendrik Willem Brantsen was in 1751 raadssecretaris van Arnhem. Zijn vader was burgemeester vn Arnhem. In 1743 kocht Hendrik Willem het uit 1650 daterende kasteeltje "Zypendaal" te Schaarsbergen, thans een deel van Arnhem. In 1762-64 liet hij het ombouwen tot een fraai buiten met koetshuizen en oranjerie. De opbrengsten van Vossenburg zullen niet weinig hebben meegeholpen bij de verbouwing. Het kasteel bleef nog generaties lang in het bezit van de familie Brantsen. Ook op andere wijze heeft het geld van Vossenburg de familie geholpen: Hendrik Willem's nageslacht werd in de adelstand verheven en mocht de titel baron voeren.
(gegevens Brantsen o.a. genealogie homepage Jeroen en Gerdien Nikkels
http://members1.chello.nl/~j.nikkels/gen/papier/families/indexV.html )

Van Stipriaan geeft aan, dat in 1776 zowel op Vossenburg als op Wayampibo een staking uitbrak onder de slaven. De reden is vooralsnog niet bekend.

1793 - H. V. en D. W. Brantzen, v. Engelen (almanak 1793)

J.P. Berre was de directeur. De administratie werd gevoerd door J. Stockel. Ook Wajampibo behoorde nog tot het bezit.

1821 - erv. M. W. Engelen, J. N. Brandsen (almanak 1821)

Th. Plunkett was gezagvoerder op de plantage. C. L. Weissenbruch en S. M. Klein verzorgden de administratie. De oppervlakte van de plantage bedroeg 3000 akkers. Wayampibo behoorde niet meer tot het bezit.
In 1830 bezocht M.D. Teenstra de plantage om gegevens te verzamelen voor zijn boek "de landbouw in de kolonie Suriname". Vossenburg was toen een grote suikerplantage met 244 slaven. Het riet werd geperst met een waterwerk.

Alex van Stipriaan onderzocht de technische vooruitgang van de plantage in de periode 1822 - 1862. De plantage maakte in die periode bijna altijd een fatsoenlijke winst van circa F 20.000,- per jaar. Er was dus financieele ruimte om te moderniseren, maar desondanks gebeurde dit maar met mondjesmaat. Pas in 1822 werd een Jamaica train kooksysteem aangelegd. Als Van Stipriaan's gegevens kloppen, dan is dat onvoorstelbaar laat ; dergelijke systemen waren al in 1750 gemeengoed in Suriname, en spaarden veel brandstof en arbeid uit. In 1839 werd de houten verticale suikerpers vervangen door een gietijzeren met horizontale rollers. In 1840 werd een nieuw (dubbel) scheprad ingehangen. Waarschijnlijk was dit een gietijzeren exemplaar dat het houten rad verving. Maar het werd nog steeds opgesteld op houten stoelen, en die waren onderhevig aan slijtage. In 1851 werden ze vernieuwd:

"... de nieuwe houten stoel voor den molen was geheel gereed en afgewerkt ; dit ... werk was door eigene ambagtsnegers verrigt ; hierdoor ... waaren enige Honderde guldens bespaard, die anders aan eenen baas hadden moeten worden uitbetaald ; als eene belooning voor hun goede werk hadden H.H. Administrateuren aan de Plantagie-timmerlieden f 50 ten geschenke gegeven. De oprigting van den nieuwe stoel (waartoe de molen geheel moest worden losgemaakt en uiteengenomen) zouden H.H. Administrateuren voorzigtigheidshalve door eenen Ingenieur laten doen, daar dit zeer naauw luistert en de minste afwijking van het waterpas, het breken der kammen van de rolders ten gevolge zou kunnen hebben ..." (v. Stipriaan, p. 193)

Van Stipriaan gaat hierna in de fout, want hij stelt dat de houten stoelen dienden ter ondersteuning van de rollers van de pers. Dat klopt natuurlijk niet, want er was inmiddels al een moderne gietijzeren pers in werking. De stoelen vormden waarschijnlijk de ondersteuning van het waterrad. Maar ze voldeden blijkbaar niet, want twee jaar nadien, in 1853 werden ze alsnog vervangen door gietijzeren exemplaren. In 1855 werden de houten kamwielen vervangen door ijzeren wielen. Zouden de gietijzeren pers en het gietijzeren waterrad dan al die jaren zijn verbonden geweest middels houten tandwielen ? Waarschijnlijk is hier toch wat anders aan de hand.

Tenslotte, omstreeks 1860, werd een stoommachine aangeschaft. Dat is erg laat, maar goed verklaarbaar. De Brantsens waren meer dan een eeuw lang eigenaar geweest van een aantal watergedreven papiermolens in de streek rondom Arnhem. Ongetwijfeld hebben zij gedacht: Als watermolens goed genoeg zijn in Arnhem, dan zijn ze ook goed genoeg voor Suriname.

Van Stipriaan beschrijft ook de gehanteerde landbouwmethoden. Er werd streng de hand gehouden aan de wisselverbouw, waarbij om de zoveel jaren de grond lange tijd braak blijft liggen om uitputting tegen te gaan. De slavenmacht van de plantage werd efficient en waarschijnlijk zwaar ingezet bij het dagelijkse werk, maar ze werden niet belast met het aanleggen van nieuwe inpolderingen. Voor dit zware werk werden consequent ingehuurde slaven gebruikt ("delfnegers") ook al moest men daar soms lang op wachten.

1843 - Baron Brantzen v.d. Zyp & Mr. H.J. op ten Noort

D.M. Uhlenkamp was de directeur. J.C. de Freudenberg en J. Zaal waren de plantage-administrateurs. De slavenmacht op de plantage omvatte 260 personen.

1863 - emancipatie

De groep eigenaren bestond uit 46 personen,met de namen Brantsen, Engelen, van Teylingen, van Eck, Wuytiers, Phaff, ten Noort, en Lulofs. Allen woonden in Nederland. De "tegemoetkoming" bedroeg F69.300,- plus F1200,-. De Surinaamse familienamen Eindhoven, Heerenveen, Wormer, en Zaandam, stammen van de plantage.

Na de emancipatie is het bedrijf op bescheiden schaal voortgezet met contractarbeiders. Dit waren geen directe contractanten uit India en Java, maar creoolse arbeiders en hercontractanten.

1909 - F. Varias c.s. (almanak 1909)

De plantage was 1200 hectaren groot, en produceerde koffie, cacao, aardvruchten, koren, rijst, bacoven, en bananen. Echter alle producen in beperkte hoeveelheid. Op het bedrijf waren in totaal 59 arbeiders werkzaam.De eigenaar Varias was tevens de gezagvoerder op de plantage.

na 1909 - nader uit te zoeken.

2004 - ledig en geheel verlaten

top ^

bronnen

boeken en artikelen

  1. Humphrey E. Lamur — De kerstening van de slaven van de Surinaamse plantage Vossenburg 1847 - 1878 - UvA, 1985.
  2. Humphrey E. Lamur — The production of sugar and the reprodruction of slaves at Vossenburg Suriname 1705 - 1863 - centre for caribbean studies, 1987.
  3. Alex van Stipriaan — Surinaams contrast — KITLV, 1993
  4. plantageadministratie in het Surinaams museum (verslagboeken Brantsen)

internet-databases

  1. Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname
  2. Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863
  3. Maurits Hassankhan — database hindustaanse en javaanse immigratie

inventarisaties:

1727 - ARA NOT inv. no. 161 f. 056
inventarisatie Wayampibo (eveneens eigendom de Vree) ; geen nadere gegevens bekend.

1727 - ARA NOT inv. no. 161 f. 146
inventarisatie Vossenburg ; geen nadere gegevens bekend.

1727 - ARA NOT inv. no. 161 f. 130
inventaris van de partie effecten op de plantg: Vossenburg bevonden, aankomende Gerard de Vree

1727 - ARA NOT inv. no. 161 f. 160
inventaris van de goederen van de heer Gerard de Vree aan Paramaribo bevonden

archief Dienst der Domeinen, Paramaribo

meetkaart zonder datum ; eind 17e eeuw
Copij Ik ondergeschreven………..
Landmeter in dese provisie …….
Adrien de Graaf en Arnoldus …….
De Commwine aldaar in…….
Van …
in de beginne aldaar aan de westsijde
seijdwaarts ….
……..van daar weder noord…..
Weder …….deselve linie....

NB: tekst is niet volledig (alleen de helft van het blad aanwezig)
OPM: de grensaanduidingen op de kaart zijn als volgt:
afgescheiden deel van Vossenburg: van Mr. Balten Perduijn aan de wed:(?) van..... Cruik(?)
grens met Fayerfield: linie van Hendrik Makentas en capn. Sas
grens met Slootwijk aan de Commetewanekreek: linie van Janster Jan
grens met Fortuin aan de Commetewanekreek:meester Jasper Jovalt
grens met Carstagneboom (Dageraat) aan de Commetewanekreek: meester van Ruijven
Al deze namen zijn bekend uit de 17e eeuw ; het betreft hier een (gecopieerde) kaart van oude datum.

meetkaart Vossenburg, datum onbekend. Archief dienst der domeinen, Paramaribo.

meetkaart 1732
Ik ondergeteekende verklaare bijdesen gemeeten en afgesteeken te ….. Ingevolge een transport van dato 1 Novemb. 1732 seker stuk Land, … sijn begin nemende met de beneden lijne van het land, van men v…. Door de lijn A: C: en vandaar sig uijtstreckende, conform dese fijgu..... Driehondert Ackers en de fijguur A: C: E: F: is het geheele land .... Cornelis Bogaart, in dato 27 Juni 1684 voor Jacob Douwe aan wie.... in dato 5 decemb: 1680,
actum Paramaribo den 2 febru: 17...
Jan Freuijtenier
gesw: Landmeeter

meetkaart Vossenburg 1732. archief dienst der domeinen, Paramaribo

OPM: op de kaart staat de naam van de plantage niet vermeld. Als enige bijzondere tekst staat nog vermeld: "300 Ackers voor Amand Thomas"
De plantage ligt noord-zuid in de diepte aan de zuidoever van de boven-commewijnerivier. Het moet hier welhaast gaan over een deel van de plantage Vossenburg. Toch is dit niet helemaal zeker, want het krekensysteem dat zo overtuigend op deze kaart wordt getekend, is afwezig op andere kaarten ; en de Maurictea kreek ontbreekt.
Mogelijk ook betreft het hier de 2 gronden hogerop de rivier nabij Berkshoven, op de algemene kaart van Lavaux uit 1737 aangeduid met 32 (300 a. - eig. Van de Sande) en 33 (512 a. - eig. Eevert van Eden — het Hof van Eden). Later werden deze kleine plantages een deel van de grote plantage Hazard. Ook hier geldt, dat het krekensysteem niet overeenkomt met andere kaarten.

begrafenissen van plantagepersoneel.

In de kerkeboeken wordt Vossenburg regelmatig vermeld:
"... 1785-september 22Debet den boedel P: F: H: Kauffman — A voor kerkegeregtigheijd voor 't begraaven van hem selfs op de plantagie Vossenburgf 16,15 ..."
"... 1785-november 29Debet den boedel H: D: Middelman — A voor kerkegeregtigheijd voor 't begraaven van hem selfs op de plantagie Vossenburg door H: W: J: Beeldsnijderf 16,15 ..."
"... 1787-maart 31Debet Boedel F: A: Schumer weesmeest: - Aan kerkegeregtigheijd voor 't begraaven op den 3 maart 1787 op de plant: Vossenburg in Commewijnef 16,15 ..."
"... 1788-september 1Debet Boedel F: A: Schubert — Aan kerkegeregtigheid op de plantage Vossenburg den 2 maart 1787 Nihil ..."
top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: