Visserszorg aan de Commewijnerivier

suikerplantage Visserszorg aan de beneden-commewijnerivier
volksnaam "Roe" - Roux
linkeroever bij het afvaren
volgorde bij het afvaren: Alkmaar, Sorgvliet, Visserszorg, Leliendaal, Ellen, Marienburg

chronologie

vanaf 1745 - aanleg plantage

Na het gereedkomen van fort Nieuw-Amsterdam in 1746 was de commewijnerivier volledig beschermd. Vooruitlopend daarop werden de gronden aan de monding van de rivier vanaf 1743 uitgegeven.
In september 1745 verkreeg gouvernementssecretaris Cornelis Graafland Jacobsz: de eigendom van de grond van Visserszorg :

"............Vergunnen en concedeeren mits deesen ingevolge en uit kragte der resolutie van haar Ed: Groot Achtb: de Heeren Directeren der Ed: Societeit deser Colonie in dato 18 november 1744, aan den Heer Cornelis Graafland Jacobsz: secretaris deeser colonie om in allodialen eigendom op te neemen en erfelijk te mogen besitten 500 akkers land met een face van 30 kettingen aan de rivier, geleegen in de rivier van Commewijne aan de rechterhand int opvaaren, sijn begin neemende met de beneeden scheidlijn van 't land thans uitgegeeven aan den heer Raad Fiscaal van Halewijn van Werve ..........." (archief dienst der domeinen, Paramaribo)

Graafland is niet lang eigenaar geweest. In 1747 stond de grond op naam van Anna Catharina Arnaud. Het is niet bekend hoe de overdracht heeft plaatsgevonden. Het eerste begin van de plantage blijft wat in nevelen gehuld. Eveneens onduidelijk blijft, hoe de naam "Visserszorg" tot stand is gekomen. In het begin had de nieuwe aanleg nog geen naam. De naam Visserszorg duikt voor het eerst op in 1752.

1747 - Anna Catharina Arnout (ARA NOT inv. no. 690 p. 461)

De plantage was net ontgonnen. Er werkten pas 30 slaven.
Anna Catharina Arnaud, dochter van Francois Arnout en Helena Jesdorph, werd in december 1723 in Suriname geboren.
Haar vader was de eigenaar van de plantage Picoribo in Para. Zij heeft hem nauwelijks gekend, want hij overleed in 1725 toen zij 2 jaar oud was.
Het is niet bekend, hoe Anna aan het plantagebezit is gekomen, en het is evenmin bekend, waar zij het geld vandaan haalde om de ontginning te financieren.

1752 - Charles Kennedy (ARA NOT inv. no. 691 p. 770)

In 1751 huwde Anna Catharina Arnout met Charles Kennedy:
"......1751 op heeden den ….november zijn ten overstaan van de Edele Achtb: heeren Wiigbolt Crommelin Commandant en Willem Carel Strube raeden in den Ed: Hove van politie en Crimineele Justitie door mij ondergsz: secretaris deeser colonie naar behoorlijke ondervragingh tot den huwelijken staet in en aangeteeckent,
Charles Kennedeij jonkman geboortig tot .... in Schotland woonagtig alhier aan Paramaribo geadsisteerd met de heer Charles Paul Bennelle en mevrouw de weed: Craffort,
en Anna Catharina Arnout jonge dogter van de gereformeerde religie geboortig aan de rivier Suriname woonagtig alhier aan Paramaribo geadsisteert met de heer Nicolas Reijndorp en mevrouw Anna du Four weed: J: P: Visser ..."

Charles, Robert en Walter Kennedy waren 3 broers, afkomstig uit Schotland, die hun geluk in Suriname hebben beproefd.
Walter heeft een lang leven in Suriname doorgebracht. Hij bekleedde de functie van Raadsheer van Civiele Justitie.Robert keerde terug naar Engeland, en Charles Kennedy overleed reeds in 1758 in Suriname :
"..... 1758-mei 15Debet Wedw: Charles Kennedij — A doodgravers Emolum: bij 't begraven van haar Ed: Man op de Fortesse Zeelandiaf 50,- ......"

Anna Arnout hertrouwde twee jaar later met Jaques Roux:
"..... 1759 op heeden den 15 junij zijn ten overstaan van de Edele Achtb: heeren C: O: Creutz en David Francois Dandiran raeden den Edelen Hove van politie en Crimineele Justitie deeser colonie Suriname na behoorlijke afvraaginge door mij ondergeschr: secretaris der voortz colonie tot den huwelijken staat in en aangeteeckent,
d' Edele Agtb: heer Jaques Roux jongman van de gereformeerde religie oud circa 41 jaren geboortig Lausanne in Switserland geadsisteerd met de Wel Edele Gestrenge heere W: Crommelin Gouverneur Generaal over de Colonie van Susinlemen rivieren en districten van dien etca etca etca mits gaders mevrouwe de Gouvernante,
en mevrouwe Anna Catharina Arnaud wed: wijlen den Ed: Agtb: heer Charles Kennedij oud 36 jaren van de gereformeerde religie geboortig in Surinamen geadsisteerd met den Wel Ed: Gestrenge heer Major de Boisguion benevens mevrouw de Baronesse van Wangenheim......."

1770 - Jaques Roux, 500 akkers (kaart A. de Lavaux, 1770)

De eigenaar Jaques Roux bewoonde in 1772 het dure huis gravenstraat 2-4.Hijwas de eigenaar van de koffieplantage Visserszorg, dekatoenplantages Rouxgift en Louisiana, en de houtgrond Beaulieu aan de parakreek. Hij was gehuwd met Anna Catharina Arnaud (1723 - 15-08-1770 O.O.T.).Na haar overlijden hertrouwde hij met Elisabeth Dandiran. Dat was in het jaar 1771. Hij was toen 54 jaar, zij 20.In 1772 werd hun kindje geboren:
"....1772 december 9 jai baptizé en presence de N: T: C: F: Mr: N: Guisan un de nos anciens & Mr: N: Boudouin un de nos diacres, apres la service fait ce jour la, un enfant né un loijal mariage de monsieur Jaques Roux Conseiller de Police & et de madame Elisabeth Maria Magdalena Dandiran son epouse. Né le 19 de novembre 1772. Le nom de L'enfant est Jagues Francois.L'enfant a été presenté par monsieur Jaques Roux son pere & par mademoiselle N: N: Dandiran, Parain etoit Ms. Dandiran son grand Pere, maraine etoit madame N. N. Dandiran née des Loges sa grand mere.(etoit signe) J: H: Grob: Pasteur..."

Het huis Gravenstraat 4. In Roux tijd was het huis minder breed en had slechts 1 bouwlaag. Tot de grond toe afgebrand in 1996. Foto KDV architects 1988.

In 1780 overleed hij in het huis aan de gravenstraat:
"...1780-maart 24 - Debet boedel Jacgues Roux — Aan kerkegeregtigheid voor 't bekentmaken van 't overleijden van hem zelfs alhier door desselfs weeduwef 59,15..."

1793 -N. L. Robatel nom. ux. (sur. almanak 1793)

Nicolaas Laurens Robatel was feitelijk helemaal geen planter of administrateur. Hij was een technicus pur sang. Hij was in de kolonie gearriveerd als luitenant bij de artillerie, en opgeklommen tot luitenant-kolonel, ingenieur en Inspecteur der Fortificatieen. Zijn naam komt regelmatig voor in militaire verslagen tussen 1786 en 1796.
In 1787 huwde hij met de weduwe van Jaques Roux:
"......1787 op heeden den 31 augustus zijn ten overstaan van de Edele Achtbaare heeren Mr: W: P: Visscher raeden in den Edele Hove van Politie en Crimineele Justitie deeser colonie Suriname & & en door mij ondergeteekende secretaris der voorsz: colonie na behoorlijke affvraagingh in den huwelijken staat in en aangeteeckent,
Nicolaas Laurens Robatel jongman van de gereformeerde religie oud 36 jaaren geboortig ....burg in Switerland en alhier woonagtig,
en
Elisabeth Maria Magdalena Dandiran weed: wijlen J: Roux van de gereformeerde religie oud 35 jaaren geboortig en woonagtig in deeze colonie......." (registers ondertrouw Hof van Justitie)

Door zijn huwelijk kreeg Robatel het bestuur over de 4 plantages van zijn echtgenote, en werd waarschijnlijk aangesteld als executeur van de boedel van Roux. In de almamak van 1793 staat hij althans genoemd als ambtelijk eigenaar ("nom: ux") der plantages Visserszorg, Rouxgift, en Louisiana.Elisabeth Dandiran bleef onverdeeld eigenaresse van de houtgrond Beaulieu.

Visserszorg is opgezet als koffieplantage, maar de zaken gingen niet best en in 1792 schakelde men over op suiker (Kolfin, p.161).Dit klopt met de almanak van 1793, want daarin wordt als plantageproduct suiker vermeld.
Al met al betekende deze omschakeling dat er een grote investering moest worden gepleegd. Er werd een suikerfabriek met waterwerk gebouwd, en een grote vaartrens naar achteren gegraven. Ongetwijfeld heeft de ingenieur Robatel een flinke bijdrage geleverd aan deze werkzaamheden. Reeds in 1794 schijnt er een stoomgedreven(?) riettransporteur te zijn aangelegd. (van Stipriaan, p. 173)

Elisabeth Dandiran is vóór 1800 gestorven. Laurens Robatel hertrouwde met Rijnhardina Maria Elisabeth Meurs. De exacte datum is niet bekend, de betreffende huwelijksregisters zijn nog niet ontsloten. Na Robatel's overlijden erfde zij de plantage. Later trad zij — vermoedelijk na remigratie naar Nederland — in het huwelijk met jonkheer Repelaar van Spijkenisse. Een en ander moet nog worden nagezocht.

Gerrit Sckouten, diarama Visserszorg, ca. 1810

1821 - R. M. E. Repelaar van Spykenisse, geb. Meurs (almanak 1821)

De directeur was J. E. Leiner. De administratie werd gevoerd door H. J. Perret-Gentil, J. E. Leiner, en J. Planteau jr. De plantage was 1000 akkers groot. In 1830 bezocht Teenstra de plantage om gegevens te verzamelen voor zijn boek. Er waren in dat jaar 260 slaven.

1850 - innovatie

Visserszorg was een der eerste suikerplantages die een centrifugaaltoestel op stoomkracht gebruikt voor het scheiden van melasse en gekristalliseerde suiker. De totale installatie kostte ca. f 6500,- (van Stipriaan, p. 178).

1859 - erv. R. M. E. Repelaar van Spykenisse, geb. Meurs.

De suikerplantage was 1000 akkers groot. De slavenmacht was 311 mensen groot. Het riet werd met een waterwerk afgemalen. (almanak)
De almanak van 1859 vermeldt het waterwerk, maar het was al omstreeks 1792 gebouwd. De bakstenen molenfundaties zijn thans (1999) nog vrijwel geheel intact.Op het erf van Visserszorg liggen voorts velerlei gietijzeren tandraderen, overblijfselen van een latere stoommolen. Ook zijn er nog een aantal mooie kappa's.
Het diorama van Schouten geeft het molenhuis met bijbehorende suikerfabriek duidelijk weer. (3e gebouw van rechts).

Later werd een stoommolen met dubbel ketelwerk aangelegd. Deze nieuwe suikerfabriek werd ongeveer 50 meter westelijk van de oude geplaatst. De verroeste ketels zijn er nog steeds, thans (1999) is dit de tuin van dhr. Mingoen te Visserszorg. Mingoen vertelt dat alle bakstenen fundaties al in zijn jeugd werden gesloopt(Hij is thans over de 70). In zijn jeugd was de plantage reeds stilgelegd.

1863 - emancipatie

De eigenaren, de Erven wijlen vrouwe R.M.E. Repelaer van Spijkenisse, geb. Meurs, ontvingen een bedrag groot f 84.600,- en f 3900,- voor 287 slaven. De bekende Surinaamse familinaam Caprino stamt van plantage Visserszorg.

Deze eigenaren van de plantage waren:

Johanna Catharina Planteau, echtg. van Herman Jacob de Bie Luden (Nederland), 1/8 aandeel

Charlotte Marie Planteau, echtg. van Hendrik Pieter van Heukelom (Nederland), 1/8 aandeel

Paul Rene Planteau (Paramaribo) voor 1/8 aandeel

1889 - 1890 -mej. J. J. Planteau c.s. (almanakken 1889 - 1890)

De plantage werd geadministreerd door de NHM; de gezagvoerder was R.G. Vervuurt. Het oppervlak dat in cultuur was gebracht bedroeg 133 hectare. De plantage produceerde in 1889 303.174 kg. vacuumpansuiker, en het jaar daarop 213.578 kg. Het riet werd verwerkt in de centraalfabriek te Marienburg.

1891 - Nederlandsche Handels Maatschappij(enc. NederlandschWest Indie, p. 354)

In 1882 kwam de moderne centraalfabriek van de Nederlandsche Handels Maatschappijop Marienburg gereed.
Deze grote fabriek, met een maalcapaciteit van 300 ton per dag, was een ware moloch: er was zeer veel riet nodig om rendabel te kunnen draaien.Daarom had de NHM met de omliggende plantages Alkmaar, Visserszorg, Zoelen, Voorburg, en Susannaasdaal leveringscontracten afgesloten, en de benodigde infrastructuur aangelegd voor het riettransport naar de fabriek. Echter, Alkmaar haakte af, en voor de kleinere plantages bleek de werkwijze niet rendabel. Zodoende was de NHM gedwongen om de betreffende plantages aan te kopen om verzekerd te zijn van voldoende rietaanvoer. In 1891 werd Visserszorg het eigendom der NHM. In 1894 werkten er 116 creoolse arbeiders, maar er was slechts een bescheiden oppervlak van 62,5 ha. in cultuur. (almanak 1895)

1979 - nv. de Ploeg (ir. GerardKoenraadt)

De plantage is sedert lange tijd niet meer in productie. Het voorland aan de rivier wordt thans (1999) verkaveld voor woningbouw.

ir. Gerard Koenraadt vertelt (brief 30-12-1999):

.......Toen ik op 14 dec '79 overnam, nam"De Ploeg N.V."het onroerend en roerend goed over van de Cultuur Mij Sorgvliet.Daarvan was het optierecht in handen van L. Tjin A Djie Sr, thans overleden.Eigenaar was een vrouwenarts aan de Viottastraat 22 te A'dam Nederland, genaamd Dr. van Soest. Die was gehuwd met een dame uit de familie wiens naam me op een andere keer wel te binnen zal schieten.Die familie had dus de eigendom van de Cultuur Mij Sorgvliet ingebracht. Oorspronkelijk behoorden tot die N.V. de plantages Zorgvliet, Visserszorg, Leliendaal en Ellen.Ellen is de vroegere plantage Nooitgedacht.Die is verkocht aan de S.O. Marienburg, en wel zodanig dat de grensdam tussen Leliendaal en Ellen in handen bleef van Sorgvliet over de volle breedte.
Op Visserszorg zijn er voorheen overdrachten geweest in het kader van een soort pensoenregeling, waarbij vooral hindoestaanse kontraktanten stukken land op hun naam kregen. Het betrof hier de O. helft van Visserszorg tot een diepte van ca 600 m. Daarvan zijn later weer stukken teruggekocht door C.M.Sorgvliet, m.a.g. dat ik dat gebied noem "verwarde eigendom". Die oorspronkelijke eigendomsverhoudingen heeft De Ploeg N.V. dus "geerfd" bij de overdracht.Vandaar dat wij die stukken niet hebben kunnen ontwikkelen en met de ontginning na die eerste 600 m zijn begonnen met de aanleg van weilanden, die je dus vanuit de weg niet zien kunt.
Wat wel belangrijk is om gesprekken te hebben met de eigenaren van deze stukken, omdat daaruit misschien gegevens komen van de geschiedenis van Visserszorg. De opsomming op mijn hoofdkaart van Liesdek 1976 is niet geheel korrekt: naderhand bleken er meer stukken van derden te zijn.

Ergens rond 1900 heeft de S.O. Marienburg haar nieuwe suikerfabriek gebouwd en wilde ook het riet verwerken van andere plantages. Er is toen vanuit de fabriek oostwaarts een "Pondo Gotro" (vaartrens voor pontons) gegraven die de loostrenzen van Ellen/Leliendaal, Leliendaal / Visserszorg en Visserszorg / Sorgvliet op ongelijke niveaux moest kruisen. Die lijn heet hier "duiker".Het "akadok": aquaduct Visserszorg / Sorgvliet is intakt, van Leliendaal / Visserszorg is er nog gedeeltelijk. In beide gevallen ging het om lage duikers die het drainagewater afvoerden naar de getijsluis en daaroverheen een hogere betonnen goot met hoger vaarwater, haaks op de loostrenzen. Kennelijk is men na Sorgvliet gestopt.

Visserszorg heeft de indeling van een Engelse suikerriet plantage gebaseerd op vervoer van het riet met pontons. De middentrens van Visserszorg was om de 5 ketting verbonden met een smallere "pondo gotro". De maximale sjouw afstand van het riet was dus 5 ketting, zeg 100 m. Die pondo gotro's liggen er nog tot ruim 2 km z-waarts naar binnen.Verder had geen zin omdat door de helling vh terrein er verder zuidwaarts te weinig vaarwater was.

Maar de Cult Mij Sorgvlet deed alleen koffie, en zij hebben die pondo gotro's gebruikt voor het transport van de koffiebessen naar de fabriek op Sorgvliet bij ons huis. Zij hebben dus de loostrens van Visserszorg verbonden met Sorgvliet om de pontons door te laten naar de koffiefabriek. Zij hebben "steenbok ezels"gebruikt om de pontons voort te trekken, waarvoor zij aan weerszijden van de vaartrenzen schelpenpaadjes hebben aangelegd. Die ezels waren gehuisvest in een gebouwtje naast de droogvloervan Sorgvliet.

Bij de kontrakt arbeiders werd per gezin door de plantage ca 1 ha grond afgestaan voor de rijstteelt. Dus vonden wij in de oude suikerriet velden ook nog allerlei dammetjes om het water vast te houden en nog veel sawah's meer naar het zuiden van zowel Leliendaal als Visserszorg.

top ^

bronnen

boeken en artikelen

  1. diorama Schouten, ca. 1810
  2. interviews: G. P. Koenraadt,dhr. Mingoen, 1999

databases

  1. Philip Dikland — database oud archief der burgerlijke stand in Suriname
  2. Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

archief dienst der domeinen, Paramaribo

warrand 1744
Vergunnen en concedeeren mits deesen ingevolge en uit kragte der resolutie van haar Ed: Groot Achtb: de Heeren Directeren der Ed: Societeit deser Colonie in dato 18 november 1744, aan den Heer Cornelis Graafland Jacobsz: secretaris deeser colonie om in allodialen eigendom op te neemen en erfelijk te mogen besitten 500 akkers land met een face van 30 kettingen aan de rivier, geleegen in de rivier van Commewijne aan de rechterhand int opvaaren, sijn begin neemende met de beneeden scheidlijn van 't land thans uitgegeeven aan den heer Raad Fiscaal van Halewijn van Werve
en sulx onder conditien en onder restrictien als volgt :
namentlijk dat hij een terrain van 40 voeten breed tusschen de rivier en sijn plantagie sal moeten ongecultiveerd laaten ten einde altoos wanneer de Ed: Societeit sulx soude requireeren hetselve te moeten applaneeren en tot een beguaame land- en rijweg te maaken, blijvende nochtans aan hem gepermitteerd sijn landingplaats op en aan deese gereserveerde 40 voeten te mogen maaken en gebruiken, mitsgaders door deselve duikers, kookers, of dergelijke tot loosing sijner wateren te mogen steeken, ja selfs trensen en slooten daardoor tot in de rivier te graaven, mits deselve met suffisante bruggens voorsiende ten einde ten tijde hiervooren gemeld altoos te kunnen strekken tot het gerequireerde oogmerk, omme daarlangs een land- en rijweg te konnen maaken ;
dat hij verder binnen de tijd van achtien maanden beginnende na de gedaane uitmeeting sal daarop setten een bequaam woonhuis, en dat bij deese 500 akkers bij continuatie altoos sullen moeten sijn en blijven geaffecteerd tenminsten tien slaaven ;
des zal hij ook binnen den tijd van tien jaaren van voorgem: resolutie van haar Ed: Groot Achtbaar [van] heedens af te reekenen, hetselve land niet mogen verkopen, verhandelen, wegschenken, of op eenigelij wijze van meester te doen veranderen, tensij bij versterf of insolventie ;
eindelijk sal hij gehouden sijn deese warrand nevens de kaart wanneer deselve geapprobeerd zal zijn ter secretarij deeser colonie te laaten registereeren en ons daar van behoorlijk te doen blijken,
alles op poene dat het voorz: vergunde land ipso facto wederom sal vervallen weesen aan de Ed: Sociteit.
Aldus gedaan en met ons zegel bekragtigd aan Paramaribo den 1 september 1745 / was getekend / J: J: Mauricius / lagerstond / ter ordonnantievan den heer gouverneur / en getekend / Jan Hinckeldeij secretaris .
Nevens appositie van 't zegel van den heer gouverneur in rood lak.
Accordeert met zijn origineele
Jan Hinckeldeij secretaris

meetcertificaat 1745
Ik ondergeschreeve geswoore landmeeter verklaare gemeten te hebben een stuk land no. 18 groot vijfhondert akkers gelegen in rio Commewine in de regterhand in 't opvaaren tusschen landen no. 17 van de Heer Raad Fiscaal Jacobs: van Halewijn van de Werve en no. 19 van mevrouw de wed: Cornelis Denis.
Uijtkragt van een warrand door Haar Edele Groot Agtbaaren de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeijt van Suriname in dato 18 november 1744 aan de Heer Cornelis Grafland Jacobz: verleent so als de figuur ABCDA aanwijst.
Actum Paramaribo den 1 october 1745
Pierre Gardin geswooren landmeeter

inventarisaties:

1747 - ARA NOT inv. no. 690 p. 461
gegevens: 500 akkers, koffie, 30 slaven, NF 36.446,-De aanleg was nog zonder naam, "gelegen tussen de lijnen van de wed: van Halewijn van Werven en de wed: de Nies"
eigenaar:Anna Catharina Arnout

1753 - ARA NOT inv. no. 691 p. 770
gegevens: 500 akkers, koffie, 101 slaven, taxatiewaarde NF 137.997,-
eigenaar:mr. Ch: Kennedy

1758 - ARA NOT inv. no. 202 p. 779
gegevens: 500 akkers, koffie, 150 slaven, taxatiewaarde NF 192.943,-
eigenaar:wed. Anna Catharina Kennedy-Arnoud

1772 - ARA NOT inv. no. 235 p. 583
gegevens: 1000 akkers, koffie, 338 slaven, taxatiewaarde NF 506.069,-
eigenaar:Jaques Roux

1780 - ARA NOT inv. no. 252 p. 434
gegevens: 1000 akkers, koffie & katoen, 328 slaven
eigenaar:wed. E: M: M: Roux-Dandiran "delibererend erfgename"
top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: