Vertrouwen aan de Commewijnerivier
plantage "Het Vertrouwen" aan de Commewijnerivier
volksnaam "Toné" - Taunay
beneden-commewijnerivier, rechteroever bij het afvaren
volgorde bij het afvaren: Frederiksburg, Campenburg, het Vertrouwen, Mon Souci, Killenstein
Plantage Het Vertrouwen is volledig verlaten. Er is nog een deel van de mooie sluis van Campenburg op de grens van de plantage het Vertrouwen, maar het water spoelt thans om de sluis heen. Links van de sluis, aan de rivieroever op het terrein van Het Vertrouwen, ligt nog een batterij van 3 grote suikerketels.
Het markantste restant was tot voor kort het graf van Anna Maria Taunay. Zij werd in 1825 op de familiegrafplaats van de plantage begraven. Door erosie van de rivieroever is de oude grafplaats thans in de rivier, en is alleen bij laag water nog zichtbaar. Binnenkort zal ze verdwenen zijn. Maar de mensen waren sneller dan het water ; In 2002 is het monumentje door stropers zwaar beschadigd.
Het grafschrift luidde:
Anna Maria Taunay
gehuwd geweest aan Isaac van der Smissen, geboren te Amsterdam den 12e February 1777, gestorven te Paramaribo den ……1825;
aan de nagedachtenis eener beminde echtgenoot en zuster gewijd
Achter dit graf, iets meer landinwaarts, was vroeger nog een graf. Dit is thans verdwenen, maar de kleine marmeren herinneringsplaat werd tijdens een bezoek in 2003 gevonden naast het graf van Taunay. Het plaatje werd overgebracht naar plantage Frederiksdorp.
De tekst luidt:
Albertus Anton
Wesenhagen
geb. 17 (of 11?) dec. 1846
verdronken 13 aug.
1872
chronologie
- 1745 - gronduitgifte
- 1793 - I. I. Taunay c.s. (almanak 1793)
- 1821 - F. Taunay, 725 akkers, suiker (almanak 1821)
- 1843 - F: Taunay (almanak 1843)
- 1863 - emancipatie
- 1889 - R. H. Leijsner (almanak 1889)
- 2000 - eigenaar onbekend
1745 - gronduitgifte
De grond werd in 1745 verleend aan Jean Paulus Taunay. De warrand is echter niet bewaard gebleven.
Jean Paul Taunay was de eerste secretaris van gouverneur Raye. Later, in 1740 werd hij ontvanger der modique lasten, en raad van civiele justitie (DWIG, 1941, blz. 271). Naast zijn ambtelijke loopbaan bouwde hij een bescheiden plantagebezit op. Zijn grootste bezit was het halve aandeel in de suikerplantage La Jalousie in de Commewijne.
Vanwege de lacune in de kerkarchieven tussen 1735 en 1750, is er van Taunay's leven en nageslacht niet veel bekend. Feitelijk komt de familie Taunay in 't geheel niet voor in de kerkarchieven tot 1793. Ook in andere archieven is hij opvallend afwezig, bijvoorbeeld de huurwaardelijsten der huizen te Paramaribo van 1772, 80 en 82.
Jean Paul was gehuwd met Sara l'Espinasse (1720-?), dochter van de rijke plantage-eigenaar Francois l'Espinasse. Zij was eigenaresse van de plantage Frederiksburg, de overbuur van Vertrouwen.
De tijden waren goed, en tot 1770 heerste er in Suriname grote welvaart. Plantage Het Vertrouwen moet veel hebben opgebracht in die tijd. Veel is er niet bekend er over het reilen en zeilen der plantage. In 1778 werd het overlijden van een directeur vermeld:
" ..... 1778-januari 29Debet Boedel Elie la Coudre Aan kerkegeregtigheid voor 't bekentm: van hem zelfs door Jean Philippe Morin op de plantagie 'tVertrouwen in rio Commewijnef 9,- (NB: op ditto plantagie begraven) ..."
1793 - I. I. Taunay c.s. (almanak 1793)
De directeur was P. Gunther ; de administratie werd gevoerd door F. C. Stolkert. De overbuur- plantage Frederiksburg stond op naam van Sara L'Espinasse, en stond onder hetzelfde beheer.1821 - F. Taunay, 725 akkers, suiker (almanak 1821)
Jan Frederik Taunay, de zoon van Jean Paul, was de grootste administrateur van Suriname. Hij voerde in 1821 het beheer over 39 plantages, waaronder twee van hemzelf. Daarnaast was hij koopman en assuradeur te Amsterdam. Hij was gehuwd met Anna Maria Scharff.De plantages in eigendom van Jan Frederik waren Het Vertrouwen en Frederiksburg. Vermoedelijk was ook het tussenliggende chirurgijnsetablissement Kampenburg inmiddels zijn bezit. Aldus had hij een aaneengesloten bezit van bijna twee kilometer rivierbreedte.
De kinderen van Jan Frederik en Anna Maria zijn alle opgevoed in Nederland. Eén van hun zonen, Jan Paulus Taunay (1780 - 1859) was plaatsvervangend rechter te Amsterdam in de Napoleontische tijd, en was eigenaar van een landgoed te Velsen.
Jan Frederik Taunay was een onbetrouwbare figuur, die zijn vertrouwensfunctie misbruikte om zichzelf te verrijken. Tijdens het engelse tussenbestuur was het niet meer mogelijk om de inkomsten der plantages over te maken naar de eigenaren in Nederland, en Taunay en andere administrateurs hebben hiervan misbruik gemaakt, door de plantageoogst te verkopen op de engelse markt, en de inkomsten in eigen zak te steken. De engelse gouverneur Bonham kwam hierachter, en onthief Taunay in juni 1813 van alle buitenlandse administraties. Ook moest hij zijn functie van raadsheer van Politie ter beschikking stellen.
Teneinde dergelijke malafide zaken in te dammen, hadBonham reeds in Maart 1813 de engelsman John Bent aangesteld als controleur der administrateurs.Iedere administrateur werd verplicht om maandstaten van zijn administraties te overleggen.Deze maatregel stuitte op zeer veel tegenstand , en werd uiteindelijk na een sterke lobby van de administrateurs bij de engelse regering, teruggedraaid.
Maar Bent's korte administratieve toezicht heeft duidelijk aangetoond, de medogenloze wijze waarop de administrateurs de plantages uitmelkten voor hun persoonlijke rijkdom.Zij deden dit door het zwaar overfactureren van plantage-inkopen en vrachttarieven.Zelfs het geld van erfenissen hielden zij ten onrechte in beheer.
In 1814 kreeg Bonham de opdracht Taunay weder in functie te herstellen.Aldus geschiedde, maar de zich sterk wanende Taunay misdroeg zich op de raadsvergaderingen dermate, dat hij wederom werd geschorst en veroordeeld tot een boete van f 12.750,-
Wolbers (p. 593) beschrijft Bonhams reactie op het vonnis:
".....Bonham vond deze straf bij lange na niet zwaar genoeg, doch daar het Hof dit vonnis als hoogste geregtshof had gewezen, had de gouverneur zich als partij wel buiten beraadslagingen gehouden, maar het als president moeten onderteekenen.Hij beklaagde er zich bij lord Bathurst (zijn superieur in Engeland) erover, dat men te Londen op slechte informatien afging; " want", schrijft hij : ware dit niet het geval geweest, dan zou de heer Taunay nimmer een "gentleman of high respectability" zijn genoemd, daar hij zoiets niet is en daarenbooven over het algemeen als de wreedste man in de kolonie bekend is ...."
1843 - F: Taunay (almanak 1843)
In 1832 wordt de plantage vermeld in het boek van M.D. Teenstra. Deze was toen 725 akkers groot, en vormde samen met de naastliggende plantages Kampenburg en Frederiksburg één plantagecomplex. De plantages waren geconverteerd van koffie naar suiker. Het riet werd verwerkt met een watermolen, die was opgesteld op Vertrouwen.In de Surinaamse Almanak van 1843 staat F: Taunay vermeld als de eigenaar ; directeur van het 3-plantagecomplex was H: F: Ritter, en de administrateur J: Zaal.
Is deze Fredrik Taunay nu dezelfde als de Jan Frederik Taunay waarover Bonham schrijft ? Of was het diens zoon ? Het verhaal is nog niet helemaal sluitend. Jan Frederik was gehuwd metAnna Maria Scharff. Fredrik Taunay was gehuwd met Elisabeth Hendrina Limes. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten, maar nader onderzoek is noodzakelijk.
Fredrik Taunay overleed in 1850. Blijkens zijn testament was hij toen eigenaar van het plantagecomplex Vertrouwen Kampenburg Frederiksburg, en de stoomsuikerplantage La Singularité.
Na de dood van Fredrik Taunay werd de plantage geerfd door 8 erfgenamen Taunay, mogelijk allemaal zoons en dochters van Fredrik. In ieder geval kwam de zoon Fredrik Taunay Frederikszoon naar Suriname en nam het bestuur van de plantage en de overige zaken van zijn vader over. Hij huwde met Maria Geertruida Susanna Wesenhagen (1838 - NOT 1899). Fredrik junior was 1/8 eigenaar van de plantage.
Zijn zoon Daniel Willem Taunay (1857 - NOT 1883) is vrij jong gestorven en heeft nauwelijks de kans gehad de plantage over te nemen. (CBB 1883 f. 614)
Voorts is nog bekend de dochter Elisabeth Taunay (1855 - NOT 1893) (CBB 1893 f. 771)
1863 - emancipatie
Ten tijde van de emancipatie was het Vertrouwen samen met Kampenburg en Frederiksburg een suikerplantage met 377 slaven. De bekende surinaamse familienamen Boreel en Rusland stammen van de plantage. De 8 eigenaren, de erven van Frederik Taunay,ontvingen een "tegemoetkoming" adf 111.900,?? en f 7.500,?? . Deze eigenaren woonden allen in Nederland. Het waren:Jan Daniel Taunay (commissionair; Amsterdam) voor 1/8 aandeel
Mr. Jan Daniel Taunay, geboren op 31-01-1815 te Paramaribo, overleden op 06-07-1888 te Amsterdam op 73-jarige leeftijd, gehuwd in 1845 met Hillegonda Catharina Helena Waller ; jur.dr. Leiden 1840, advocaat en commissionair te Amsterdam, zoon van Fredrik Taunay en Elisabeth Hendrina Limes.
Charlotte Jacoba Taunay, echtg. van Balthazar Jan Frederik Marcus (burgemeester Nieuwe Amstel; Nieuwe Amstel) voor 1/8 aandeel
Susanna Taunay, wed. van Daniel Willem Croockewit (zonder beroep; Sint Anna bij Nijmegen) voor 1/8 aandeel
Sara Frederica Taunay, echtg. van Pieter Johannes Bastiaans (zonder beroep; Sint Anna bij Nijmegen) voor 1/8 aandeel
Jacoba Taunay (zonder beroep; Amsterdam) voor 1/8 aandeel
Adriana Maria Taunay, echtg. van Louis Diederik Taunay (burgemeester Weespercarspel; Weespercarspel) voor 1/8 aandeel
Adriaan Taunay voor 1/8 aandeel
Frederik Taunay voor 1/8 aandeel
De plantage La Singularité wordt in de emancipatieregisters niet genoemd, en was waarschijnlijk al buiten productie gesteld.
In de periode 1868 - 1928 ontving de plantage 142 hindustaanse contractanten, en 158 immigranten uit Java.
De gezagvoerders in die tijd waren:
1868F. Taunay Fz. (contractanten kwamen uit Barbados)
1884 - 1907 R.H. Leysner
1909J.D. Fernandes en J.S. Swijt, eigenaren van plantage 't Vertrouwen
1910J.S. Swijt, beheerder
1917 - 1925 J.D. Fernandes, beheerder
1928J.J. Bueno de Mesquita
1889 - R. H. Leijsner (almanak 1889)
De plantage produceerde geen suiker meer. Men verbouwde cacao, en wat bananen. Kampenburg en Frederiksburg worden niet genoemd, maar zijn onder de naam "Vertrouwen" gevoegd. Van de totale oppervlakte van 933 ha. was slechts 84 ha. in cultuur. La Singularité wordt eveneens niet genoemd, en was waarschijnlijk opgehouden te bestaan. Gezagvoerder op Vertrouwen was Chs. Elder jr.Rudolph Hendrik Leijsner (1839 - NOT 1907), zoon van Carel Jacobus Leijsner, was eigenaar van Vertrouwen, Campenburg en Frederiksburg, en daarnaast administrateur van diverse plantages. Hij was gehuwd geweest met Sophia Ringeling (1832 - NOT 1870), vervolgens met Frederika Antoinette Verschuur. Hij woonde in Paramaribo aan de Heilige weg L C N 143.
2000 - eigenaar onbekend
De plantage is volledig verlaten en begroeid. De waterlozingen zijn wegge-erodeerd.Het markantste kenteken van de plantage was tot voor kort de graftombe van Anna Maria Taunay, die vanwege het eroderen van de oever thans bijna in het water ligt. In 2002 hebben schatzoekers de tombe zwaar beschadigd.
bronnen
boeken en artikelen
- Wolbers, J. - geschiedenis van Suriname, 1861, p. 575 e.v.
- Teenstra, M.D. - De landbouw in de kolonie Suriname, 1832
databases
- Philip Dikland database gereformeerden
- Stichting Oranjetuijn database Oranjetuin, 1995
- Helstone, Heinrich, e.a. - database emancipatieregisters, 2003
- Maurits Hassankhan database hindustaanse en javaanse immigratie
grondarchief dienst der domeinen, Paramaribo
- meetcertificaat 1745 (fragment van document)
-
Uitkragte d...
Mr. Joan Jacob Maur...
Suriname Rivieren en ...
1746 heb ik ondergesch...
Een stuk land no. 9 g...
Rivier Commewine a...
Het land no. 8 van de ...
Van de heer Pieter kocq ....
agtbaare Heer Jean P....
door de Edele Geoctroije....
selven verleent, zoo al....
Actum Paramari...
- meetcertificaat achterland 1772
-
Ingevolge resolutie van Haar Edele Groot Agtbaare Heeren Directeuren der Geoctroijeerde Societeit deser Colonie in dato den 17 julij 1771 en daarop verleend warrand van den WelEdele Gestrenge Heer Jan Nepveu Gouverneur Generaal deser Colonie &&& in dato den 3 januarij 1772.
Heb ik ondergeschreevene ten versoeke van den Heer Elie La Coudre qq als procuratie hebbende van mevrouw de wed: Jan Paul Taunaij te Amsterdam eijgenaresse van de plantagie Het Vertrouwen geleegen alhier te Colonie aan de rivier Commewijne linkerhand in 't opvaaren tusschen de plantagie Monsouci en Campenburg, uijtgemeeten seekere 225 akkers land leggende linea recta agter gemelde plantagie met 75 kettingen diepte en 30 kettingen face zo en in diervoegen als de neffenstaande figuur ABCD is exhibeerende
Paramaribo den 19 februarij 1772
Zulks verklaare hiermeede.
Ad: Hindrk: Helledaij gesworen landmeeter
