Spieringshoek aan de Commewijnerivier
koffieplantagevolksnaam "Spirien" - Spieringh
beneden-commewijne, linkeroever bij het afvaren
volgorde bij het afvaren: spieringshoek, vriendsbeleid en ouderzorg, wederzorg
chronologie
- 1747- gereedkoming fort Nieuw Amsterdam
- 1745 - Gerrit Lemmers
- 1752 - Alteveel,Jacoba Hendrina de Senilhe-Voltelen (ARA, NOT, inv. nr. 193)
- 1758 - Spieringshoek, J. H. C. Spiering (ARA, NOT, inv. nr. 202, p. 345)
- 1770 - S. C. Spieringh (kaart A. de Lavaux 1770) ; later Jean Nepveu. 500 akkers
- 1793 - wed. van der Velden geb. Nepveu (almanak 1793)
- 1821 - J. van de Velden
- 1832 - erven J. S. Nepveu en wed. van de Velden, 500 akkers, koffie (almanak)
- 1842 - erven J. S. Nepveu en wed. van de Velden
- 1859 - J. Frouin en Th. Bray
- 1863 - emancipatie en contractarbeid
- 1910 - erven S. M. Swijt (almanak 1910)
- ca. 1970 - heden familie Bagwat
1747- gereedkoming fort Nieuw Amsterdam
Na de voltooiing van het fort nieuw-amsterdam waren de gronden aan de beneden-commewijne beschermd en werden uitgegeven in min of meer standaard kavels van 500 akkers.1745 - Gerrit Lemmers
Blijkens de meetkaart van de landmeter Gardin uit 1745, werd de grond van Spieringshoek uitgegeven aan Gerrit Lemmers:"... Ik ondergeschreven geswooren landmeeter verclaare gemeeten te hebben een stuk land no. 9 groot vijfhondert akkers geleegen in rio Commewine aan de regterhand in 't opvaaren tusschen de landen no. 8 van de Heer Stephanus Laurens Neale en no. 10 van de Heer Abraham Vereul.
Uijtkragt van een warrand door Haar Edele Groot Agtbaare de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeijt van Suriname in dato 18 november 1745 (sic!) aan de Heer Gerrit Lemmers verleent zoals de figuur ABCDA aanwijst.
Actum Paramaribo den 1 october 1745
Pierre Gardin gesworen landmeeter ..."
1752 - Alteveel,Jacoba Hendrina de Senilhe-Voltelen (ARA, NOT, inv. nr. 193)
Blijkens een inventaris dd. 14 september 1752 was de weduwe Jacoba Hendrina de Senilhe-Voltelen de eigenaresse van de plantage. De naam van de plantage was "Alteveel", gelegen tussen de plantages "Oudersorg" en "Thyronne". Het in cultuur gebrachte areaal bedroeg 78 1/2 akker. De directeur was Ch. Hendrik Neuhe. De slavenmacht bedroeg 37 koppen. De plantage werd getaxeerd op F 52.191,-Jacoba Voltelen (1726 - ?) trouwde een maand na de inventarisatie met J. H. C. Spiering. Hun huwelijks-aangifte staat genoteerd in het ondertrouwregister van het Hof van Politie:
Jacob Henrik Carel Spiering jonkman van de gereformeerde religie geboortig ...Namur(?) in Braband en woonagtig alhier geadsisteerd ..... Ed: Gestr: heer Lieutnt: Collonel de Bruce(?) en van ... WelEd: Gestr: Heer :....Verschuer en mevrouw de Wed: wijlen den Edele Agtbare Heer W........., en
Jacoba Hendrina Voltelen weduwe van wijlen den Ed: heer Willem Francois de Senilho van de gereformeerde religie geboortig en woonagtig alhier aan Paramaribo geadsisteerd met den Edele Agtbare heer Charles Paul Bennelle en mevrouwe Catharina de Lis desselfs huisvrouwe......."
1758 - Spieringshoek, J. H. C. Spiering (ARA, NOT, inv. nr. 202, p. 345)
In de jaren 1753, 55, en 58 werd de plantage "Alteveel" wederom geïnventariseerd; In 1758 bleek de naam te zijn gewijzigd tot "Spieringshoek". Als eigenaar wordt genoemd J. H. C. Spiering, lieutenant-kolonel van de Verenigde Nederlanden, Lieutenant-kolonel commandant der artillerie en directeur-ingenieur der forteressen van Suriname, in dienst van de directeuren der geöctroyeerde societeit van Suriname.De plantage werd beschreven als een koffieplantage met 79 slaven. De taxatie bedroeg F 53995,50.Sinds 1753 was er dus nauwelijks sprake geweest van enige groei.1770 - S. C. Spieringh (kaart A. de Lavaux 1770) ; later Jean Nepveu. 500 akkers
Jacob Hendrik Carel Spiering (1719 - 1766) schijnt vanaf 1745 in Suriname te hebben gewerkt, maar het eerste geschreven bewijs is In 1751, toen hij samen met een detachement soldatenarriveerde met het schip "Vreedenrijk" uit Amsterdam. In die tijd diende hij in de z.g. "Staatse" troepen, maar omstreeks 1756 trad hij in dienst van de geoctroyeerde societeit van Suriname. Spiering bouwde een carriere op alsingenieur en inspecteur der fortificatieen en Commandeur.Hij bouwde o.a. een officiersverblijf op nieuw-amsterdam (1760), de windkorenmolen aldaar (1761), en de directeurswoning op Voorburg (1762). Ook de commandeurswoning werd op Spierings eigen initiatief van een verdieping voorzien. Hoewel niet bij naam genoemd, moet Spiering welhaast de bouwer zijn van het militair hospitaal (aangevangen 1761).
In 1752 huwde hij te Paramaribo met Jacoba Hendrina Voltelen (Paramaribo 1726 - Amsterdam 1764), weduwe van Willem Francois de Senilhe. Het echtpaar kreeg 4 kinderen, maar de twee eersten zijn jong gestorven:
Sara Maria (? - 1755)
Benjamin (? - 1755)
Sara Maria Henriette (1758 - 1798, gehuwd met M. Aubert Duchene)
Frederik Hendrik (1760 - 1813, gehuwd met Elisabeth Philippina Thomas)
Naast zijn militaire taak begon hij een carriere als planter. Via zijn huwelijk kwam hij in het bezit van plantage Alteveel, en voorts begon hij met het opzetten van 3 andere plantages. Twee hiervan lagen aan de matapicakreek, en 1 aan de "gedolve creeck".Deze drie gronden hadden nog geen naam. De twee gronden aan de matapica werden later de koffie- en katoenplantage Spieringszorg (almanak 1793).De aanlegdata zijn niet meer bekend, maar in 1753 stond Spiering geboekt als schuldenaar bij het Amsterdamse handelshuis Deutz.
Het schijnt, dat Spiering grote onenigheid heeft gekregen met gouverneur Crommelin. Hij had zich als commandeur nogal luxueus geÏnstalleerd en liet het zich aan niets ontbreken uiteraard op staatskosten. Ook liet hij regelmatig materialen uit de staatsmagazijnen naar zijn plantages brengen. Dit schoot Crommelin in het verkeerde keelgat, en hij liet een onderzoek instellen, waarbij Spiering huisarrest kreeg opgelegd. Tot een vonnis is het niet gekomen, want Spiering ontvluchtte in november 1761 de kolonie. In datzelfde jaar nog bereikte hij Amsterdam, spoedig gevolgd door vrouw en kinderen.
Op 1 februari 1762 werd hij alsnog bij verstek veroordeeld. Het vonnis was verbanning, wat dus de facto al was geschied. Spiering's desertie, over het algemeen beschouwd als een zwaar misdrijf, werd hem niet aangerekend !
Om de een of andere reden heeft Spiering dit vonnis genegeerd. Hij meende in zijn recht te staan en zocht eerherstel.In 1765 - zijn vrouw was inmiddels overleden retourneerde hij met zijn twee kinderen naar Paramaribo. Hij werd daar echter meteen gearresteerd en in het Fort Zeelandia gevangengezet. Hij heeft er 9 maanden vastgezeten, waarna hij opnieuw werd verbannen. Op 8 April 1766 vertrok hij met het schip de Swaen voor de laatste maal uit Suriname, vergezeld van zijn zoontje. Gegevens over zijn verdere leven zijn niet bekend. Hij schijnt niet lang daarna te zijn gestorven.
Op 10 december 1768 arriveerden zijn kinderen opnieuw in Suriname.In de passagierslijst van het schip "de twee gebroeders" staat de vermelding "..WORDEN GEADOPTEERD /GAAN INWONEN (?) DOOR/BIJ HUN NEEF, DE SECRETARIS BEKKER...". Dit is Francois Ewout Bekker, de latere eigenaar van plantage de Morgenstond en boekhouder-generaal van Suriname.
Toch blijft dat hele proces een rare zaak. Er was natuurlijk geen enkele reden om te deserteren vanwege een simpel onderzoek naar vemiste goederen, dus de echte niet genoemde reden is een geheel andere geweest.
J. A. Spiering, de schrijver van de monografie over J.H.C. Spiering, vermoedt als diepere oorzaak een harde concurrentiestrijd tussen de Commandeur Spiering en de Raad-Fiscaal Nepveu; waarschijnlijk hadden Spiering zowel als Nepveu goede relaties bij de directeuren der Societeit, en kwamen beiden in aanmerking als opvolger van de gouverneur Crommelin. Nepveu heeft zich via het proces ontdaan van zijn concurrent.
Zoals de gewoonte was in die dagen, kwam samen met iedere hoge ambtenaar een aantal familie-leden mee, waarvoor in het ambtelijk apparaat ruimte werd gecreeerd. Samen met J.H.C. Spiering arriveerde zijn broer B. Spiering, maar hij is al spoedig overleden:
".....1757, febry 21 - Debet Boedel B: Spieringh A kerkegeregtigh: voor 't begraven van Zijn Ed: Self in de N: kerkhofff 50,-..." (bron: grootboek herv. kerk 1757-1765)
De grond Spieringshoek werd in 1761, na de vlucht van Spiering, door de overheid geveild om de proceskosten te dekken en werd aangekocht door de genoemde Jan Nepveu. De nazaten van Spiering zijn naar Suriname teruggekeerd, maar zij hebben Spieringshoek nooit meer in eigendom gehad.
Op de kaart van Lavaux uit 1770 wordt Spiering nog steeds genoemd als de eigenaar van de plantage, hoewel dat toen allang niet meer zo was. De editie van 1770 bevat wel meer fouten.
1793 - wed. van der Velden geb. Nepveu (almanak 1793)
Blijkbaar heeft Nepveu de plantage voor zijn dochter gekocht, of anders heeft zij het bezit geerfd. In 1793 staat zij vermeld als eigenaresse van Spieringshoek (koffie en katoen) en Campenburg (katoen), beide aan de commewijne.1821 - J. van de Velden
koffieplantage, 500 akkers groot. De administrateur was F. Beudeker.1832 - erven J. S. Nepveu en wed. van de Velden, 500 akkers, koffie (almanak)
1842 - erven J. S. Nepveu en wed. van de Velden
De koffieplantage was 516 akkers groot, met een slavenmacht van 123 mensen (almanak)1859 - J. Frouin en Th. Bray
De plantage was inmiddels fors uitgebreid tot 1062 akkers. Het product was nog steeds koffie, de slavenmacht telde 163 mensen (almanak 1859).Jean Frouin (1795 - 1867) was de eigenaar van Spieringshoek. Hij was gehuwd met Anthoinette Duurhagen. (1809 - 1859).
Theodore Bray (1818 - ?)voerde de administratie en was directeur. Hij kwam in 1841 naar Suriname, en werkte vermoedelijk een aantal jaren als blankofficier. Hij trouwde in de plantersfamilie Frouin in, en werd uiteindelijk mede-eigenaar van Spieringshoek. In 1868 keerde hij als rijk man naar Nederland terug. Hij is vooral bekend om zijn indringende tekeningen van het plantageleven. (van Slavenzweep en muze, Elmer Kolfin).
Theodore was de oudere broer van Heloise Stephany Bray, gehuwd met Jacob Isaac Spiering, de kleinzoon van kolonel Spiering. Mogelijk heeft Jacob Spiering zijn zwager wat geholpen bij het verwerven der plantage, waardoor indirect Spieringshoek toch weer in de familie kwam.
De familie Bray behield het eigendom tot 1910
1863 - emancipatie en contractarbeid
De eigenaren Jean Frouin (te Paramaribo) en Theodore Bray (te plantage Spieringshoek) ontvingen een "tegemoetkoming" van in totaal f 39.000,- en f 1.200,- voor een slavenmacht van 132 mensen.In de periode 1880 - 1928 arriveerden 325 brits-indische arbeiders en een groot aantal javanen op de plantage.
De eigenaren / beheerders in die tijd waren:
1880 -R. H. Leijsner / J. B. Oever
1889 - 1903R. H. Leysner
1907 - 1928 Jaques. S. Swijt, beheerder v/d naaml.vennootschap Cultuur MIJ Pl. Spieringshoek
Ergens omstreeks 1870 werd het plantagehuis opgezet dat er thans nog staat. De constructie is geheel van gietijzer.
1910 - erven S. M. Swijt (almanak 1910)
ca. 1970 - heden familie Bagwat
Vader Bagwat heeft van de plantage een goed renderend citrusbedrijf gemaakt. Met het achter-uitgaan van de hoofdinfrastructuur in Commewijne is een en ander echter steeds moeizamer geworden. Momenteel wordt het bedrijf gerund door zoon Bagwat, en is één der weinige nog in bedrijf zijnde plantages. Het fraaie plantagehuis wordt met zorg onderhouden.bronnen
- boeken en artikelen
- inventarisaties
- inventarisaties plantage Alteveel :
- inventarisaties plantage Spieringshoek:
- grondbrieven uit het register van de Dienst der Domeinen
- databases:
- graf
boeken en artikelen
J.A. Spiering:Spiering, een familiehistorie, 1999 (manuscript) p. 118-157 Een zeer interessante en uitgebreid gedocumenteerde monografie over de familie Spiering.inventarisaties
bekende bronnen over Spieringshoek (v / h Alteveel) / Spirien (uit: A. van Stipriaan, surinaams contrast) inventarisaties & taxaties: ARA: SONA, 202, 209, 242;EHB: KA-120, 12, 16 negotiatie, hypotheek, schuld, verkoop: GAA: NA, 10514, 12725 productie, inkomsten, uitgaven: EHB: KA-120, 26; SSM, collectie Mamin. overige informatie: EHB: KA-120, 42; SSM, collectie Mamin.inventarisaties plantage Alteveel :
- 1752 - ARA NOT inv. no. 193 p. 631
-
gegevens: 78 1/2 akker in cultuur gebracht, 37 slaven
eigenaar:wed: Jacoba Hendrica de Senilhe-Voltelen - 1753 - ARA NOT inv. no. 194 p. 332
-
gegevens: 74 akker in cultuur gebracht, koffie, 52 slaven
eigenaar :J: J: Spiering - 1755 - ARA NOT inv. no. 197 p. 375
-
gegevens: 500 akkers, koffie, 54 slaven, NF 90.630,-
eigenaar:J: H: C: Spieringh, lieutenant-kolonel in dienst van de Staten-Generaal der verenigde Nederlanden
inventarisaties plantage Spieringshoek:
- 1758 - ARA NOT inv. no. 202 p. 345
-
gegevens: 500 akkers, koffie, 79 slaven, NF 53.995,-
eigenaar:L: H: C: Spiering, lieutenant-kolonel van de Verenigde Nederlanden, lieutenant kolonel der artillerie en directeur ingenieur der fortressen van Suriname, in dienst van de directeuren der Geoctrooijeerde Societeit van Suriname. - 1761 - ARA NOT inv. no. 209 p. 045
-
gegevens: 500 akkers, koffie, 55 slaven
eigenaar:J: H: C: Spiering ; inventarisatie op last van het Hof van Civiele Justitie, ten verzoeke van Jan Nepveu en Johannes Felix, aangestelde sequesters over de effecten van J: H: C: Spiering. - 1772 - ARA NOT inv. no. 242 p. 589
-
gegevens: 500 akkers, koffie, 208 slaven, NF 311.201,-
eig. / erflater:Elisabeth Buijs, echtgenote van Jan Nepveu. De erfgenamen zijn: Jan Nepveu ; Frederic Cornelis Stolkert ; en anderen.
grondbrieven uit het register van de Dienst der Domeinen
- 1745 - meetcertificaat landmeter Pierre Gardin
-
Ik ondergeschreven geswooren landmeeter verclaare gemeeten te hebben een stuk land no. 9 groot vijfhondert akkers geleegen in rio Commewine aan de regterhand in 't opvaaren tusschen de landen no. 8 van de Heer Stephanus Laurens Neale en no. 10 van de Heer Abraham Vereul.
Uijtkragt van een warrand door Haar Edele Groot Agtbaare de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeijt van Suriname in dato 18 november 1745 (sic!) aan de Heer Gerrit Lemmers verleent zoals de figuur ABCDA aanwijst.
Actum Paramaribo den 1 october 1745
Pierre Gardin gesworen landmeeter
databases:
Philip Dikland, database oud archief der burgerlijke stand in SurinameHeinrich Helstone, Okke ten Hove e.a. - database emancipatieregister 1863
Maurits Hassankhan database hindustaanse en javaanse immigratie.
graf
Op de plantage is een 19e-eeuws graf:Oever geb. Tirion
overl. 7 july 1875
