Nieuwe Grond aan de Commewijnerivier

koffieplantage
volksnaam: njoengron = nieuwegrond
linkeroever in het afvaren
volgorde: Venlo, Beninenburg, Nieuwegrond, Akkerboom, Weltevreden, Beekenhorst, Touronne

Op de plantage is momenteel een klein afkickcentrum voor drugsverslaafden gehuisvest. Van de koloniale tijd dateren nog de fraaie sluis, het bakstenen regenwaterreservoir, een bakstenen put, en een grote kappa. De overige gebouwen (er zijn er niet zo veel) zijn modern.

chronologie

1745 - stichting

De grond voor de plantage werd in 1745 verstrekt aan de heren Frederik Beerenwout en Harman H: van de Poll in compagnie. (archief Dinst der Domeinen)
De eigenaar Frederik Berewout, was tevens eigenaar van de koffieplantage Jagtlust aan de Surinamerivier, en voorts nog 2 1/2 plantage in Berbice. In de Surinaamse archieven is over hem niets bekend. De scheepslijsten en de huurwaardelijsten vermelden hem niet.In de kerkeboeken van de hervormde kerk komt zijn naam niet voor. Dat is ook logisch ; het betreft hier Jan Frederik Berewout (1692-1777), woonachtig te Amsterdam, bewindhebber der West-Indische Compagnie in 1728, directeur van de Sociëteit Suriname in 1743, commissaris van de buitenlandvaarders in 1715, kerkmeester van de Westerkerk in 1719, directeur van de Groenlandsche Visscherij in 1720, koopman op de West, voornaam importeur van West-Indische suiker, reder ter walvisvangst, bankier, eigenaar van plantages in Suriname, Berestein, Nieuw Levant en Berbico. Hij was vanuit Amsterdam op vele wijzen betrokken bij het plantagegebeuren in Suriname, maar hij heeft zelf nooit in Suriname gewoond, is er waarschijnlijk zelfs nooit geweest. Hij was gehuwd met Anna Maria du Peyrou. (geg. http://home.planet.nl/~jboumans/stamouders.htm)
Ook de andere eigenaar, Harman van de Poll, woonde niet in Suriname. Hij was een Amsterdamse zakenman, en investeerde samen met Berewout in de veelbelovende Surinaamse economie. Tekenend voor hun manier van denken is dat de plantage nooit een eigen naam heeft gekregen. De eigenaren beschouwden de plantage enkel en alleen als een instrument om geld te verdienen, en niets anders.

1770 - Berewoud & comp. (kaart Lavaux 1770)

In 1766telde de plantage 73 slaven en werd getaxeerd op F 110.318,70. Niet zo bijzonder veel, de plantage behoorde tot de kleintjes in de kolonie. De absentie van de eigenaren zal hier een rol hebben gespeeld, want andere plantages groeiden in het gunstige economische tij uit tot goed renderende grote bedrijven.

In 1770 keerde het economisch tij, en werd de toekomst van de plantagelandbouw onzeker. In 1777 verhypothekeerde Berewout zijn gehele bezit bij het negociatiefonds onder Pieter Biesterbos te Amsterdam. Dit bezit bestond uit de plantages Jagtlust, de Nieuwe Grond, en de bezittingen in Berbice. Jagtlust werd in die tijd getaxeerd op F 287.798,-, een overdreven taxatie die in geen verhouding stond tot de netto omzet van de plantage.Ook plantage De Nieuwe Grond werd hoog getaxeerd. Berewout verkreeg op deze wijze een grote hypotheek, maar heeft nooit veel moeite gedaan deze terug te betalen.

Na 10 jaar was deze hypotheek nog bij lange na niet afgelost, en het fonds nam de plantages min of meer gedwongen in eigendom. Het negociatiefonds werd daartoe omgezet in een z.g. Societeit van Eigendom. De directie van het fonds was inmiddels overgegaan op H. van de Poll Harmansz. en H. A. Insinger. (v. Stipriaan, p. 228)

1793 - 't fonds van H. van de Poll en Harman Albrecht Insinger (almanak 1793)

J. H. Wittemeyer was de directeur ; samen met A. Keun voerde hij tevens de administratie van de plantage. De plantage was 500 akkers groot, en produceerde koffie en katoen. De plantage Jagtlust behoorde eveneens tot het bezit van Van de Poll / Insinger.

1821 - Insinger en co., J. J. van de Poll (almanak 1821)

De Societeit van Eigendom onder van de Poll junior & Insinger had Berewouts' vroegere bezittingen in Berbice van de hand gedaan, nadat deze kolonie definitief in Engelse handen was overgegaan. Het eigendom der Societeit bestond toen nog slechts uit de redelijk draaiende koffieplantages Jagtlust en De Nieuwe Grond.
De plantage Jagtlust was vervolgens in 1818 verkocht aan de beheerder ervan, de grote administrateur G.N. Linck. De koopsom bedroeg slechts F 80.000,-. Linck beheerde 13 plantages, waaronder 6 van hemzelf. (v. Stipriaan, p. 229).
In 1821 behoorde alleen "de Nieuwe Grond" nog tot het bezit van de societeit. De plantage was 500 akkers groot en produceerde koffie. Enige jaren later, in 1832, waren er 137 slaven. De directeur in 1821 was J.H. Schram. De administrateurs waren G.N. Linck en de directeur Schram.

1843 - J.J. v.d. Poll. & Insinger en co.pr. & qq (almanak 1843)

De plantage omvatte 563 akkers met een slavenmacht van 112 mensen. De directeur was Gaddum Lange, de administratie was in handen van J.F. Roux.

1863 - emancipatie

De plantage komt niet voor in de emancipatieregisters, en was waarschijnlijk op dat moment buiten gebruik.

1885 - Surinaamsche exploitatie maatschappij (inscriptie)

Blijkens een inscriptie op een bakstenen put was in 1885 was de Surinaamsche Exploitatie Maatschappij de eigenaar van de plantage. De hoofddirectie bestond uit de heren Julius E. Muller, en docter M.C. de Leeuw. J. CJ. del Prado was de gezagvoerder. De put werd gemetseld door de meester-metselaar J.G. Vrijland.

1889 - E.B. Bonn (almanak 1889)

Maar lang na de emancipatie was er weer activiteit. In 1889 was de plantage was 242 hectaren groot. J.E. Muller was de beheerder (administrateur). De gezagvoerder op de plantage was J.C. Juda. De plantage produceerde cacao, katoen, en bananen.
In 1908-1909 werden 58 hindustaanse arbeiders aangeworven, en in 1919 10 javanen. Men houde in gedachten dat het hier "immigranten" betreft. Daarnaast heeft de plantage mogelijk gebruik gemaakt van creoolse arbeiders, en hercontractanten. De beheerders in die periode waren:
1908 - Hugo Ahrens (beheerder Pl. de Nieuwe Grond)
1909 - H. Ahrens (beheerder plantage Pl. Mon Trésor en de Nieuwe Grond)
1919 - firma Ter Laag & co.

1920 - 1936 - onbekend.

1937 - 1976 - Hendrik Seluee

Blijkens een grafopschrift op de plantage behoorde deze aan Hendrik Seluee (1899-1984)

circa 1985 - 2004 - Desire Delano Bouterse

Bouterse kocht de plantage en onderhield het voorland netjes, zonder er een duidelijke bestemming aan te geven. Vanaf circa 1998 is er een afkickcentrum voor drugsverslaafden gevestigd. Tussen de 10 en 25 verslaafden worden gedurende enkele maanden behandeld.

top ^

bronnen

internet-databases

Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname

Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

Maurits Hassankhan — database hindustaanse en javaanse immigratie

inventarisaties:

1766 - ARA NOT inv. no. 223 f. 428
gegevens: 500 akkers, 73 slaven, koffie, bananen, katoen, tayer, weidegrond, moestuin, schapen, hoornbeesten, taxatie: Nf 110.318,70
eigenaren: 1/2 Fred: Berewout en erven Heijliger
verzoeker: J: C: Hofman, administrateur der plantage Nieuwe Grond
administrateur: J: C: Hofman
directeur: A: N: Dyhr

archief Dienst der Domeinen te Paramaribo

meetcertificaat 1745
Ik ondergeschreven geswooren landmeeter verclaare gemeeten te hebben een stuk land no. 3 groot vijfhondert akkers geleegen in rio Commewine aan de regterhand in 't opvaaren tusschen de landen no. 2 van de Edele Agtbaare Heer Jb: Dupeijrou en no. 4 van de Heer Dk: Versteegt.
Uijtkragt van een warrand door Haar Edele Groot Agtbaare de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeijt van Suriname in dato 18 november 1744 aan den Edele Groot Agtbaare Heer Fred: Beerenwout en H: H: van de Poll verleent zoals de figuur ABCDEFA aanwijst.
Actum Paramaribo den 1 october 1745
P: Gardin gesworen landmeeter

graven

Op de plantage zijn er 2 vrij recente graven:

Hendrik Seluee
13.X.1899 - 27.I.1984
pro memorie
in Suriname 5.XII.22
padvinderij 29.VII.24
de nw. grond 27.III.37 -
13.VIII.76 groot saluut
(symbool van een pijl)
waakttroep I

Hier Rust
onze onvergetelijke
vader en grootvader
Willem
Hardjoprajitno
geb. 15 9 1916
overl. 12 1 1971
rust zacht

top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: