Mon Tresor aan de Commewijnerivier

koffieplantage
Volksnaam: Pichotoe = Pichot
Commewijnerivier, linkeroever in het afvaren.
volgorde: Wedersorg, Welgelegen, Mon Tresor, Nijd en Spijt, Alkmaar.

Op de plantage Mon Tresor is thans (2003) niets meer te bespeuren van de vroegere plantagebebouwing. Er is enige verkaveling langs de communicatieweg.

chronologie

1745 - Cornelis Leever — l'Union ; de Gescheurde Unie

Cornelis Leever begon zijn carriere in de West in 1728 als secretaris van commandeur E: Raeckx van St: Eustatius. Op het kleine eiland had hij weinig mogelijkheden tot ontplooiing, maar hij was slim genoeg om de meer lucratieve positie te verwerven van eerste commies der slavenhandel in Suriname. Hij arriveerde alhier in april 1730.
De commies der slavenhandel in dienst der West Indische Compagnie moet een machtig man zijn geweest, want slaven waren schaars in de snel groeiende kolonie, en de WIC had het monopolie op dit schaarse goed.
Keer op keer leest men in de geschiedenis dat de WIC een verlieslatende zaak is geweest. Dit moge zo zijn geweest voor de aandeelhouders, maar voor de ambtenaren en bewindvoerders lag de zaak geheel anders. Zij hebben er goed aan verdiend.
De spil waar alles om draaide was natuurlijk de slavenhandel. Planters die onder gunstige voorwaarden en op krediet aan slaven konden komen, konden grote winsten behalen. Uiteraard was men gaarne tot een tegendienst bereid. Vele hoge ambtenaren der WIC hielden er een eigen rederijtje op na, en bevoordeelde planters sloten gaarne transportcontracten met hen af, al was het ook wat duurder — voor wat hoort wat !
De 1e commies van de slavenhandel was de grote man achter de schermen. Hij procedeerde tegen wanbetalers — of juist niet ; hij stelde onderhandse verkoopvoorwaarden vast — of liet dit juist achterwege. Voorts was hij verantwoordelijk voor de slavendepots, de openbare venduen, en de incassering der retributiegelden van de slavenschepen.

Naast zijn normale werk bleek Leever in staat 3 plantages op te richten : Leeverpoel en Nieuw-Clarenbeek aan de Cottica, en later — in 1745 - l'Union aan de Commewijne. Hij bemenste de plantages met voldoende slaven — zonder twijfel op gunstige voorwaarden. De oude bijnaam "Komisi" (= commies) die de slaven hebben gegeven aan één van zijn plantages (Nieuw-Clarenbeek) is veel meer dan zomaar een vriendelijk bijnaampje. Het is een duidelijke referentie aan de machtige positie van de commies, en zijn expliciete macht om de slavenbevolking te manipuleren. In totaal zijn er maar 4 openbare functies geweest die de slaven voldoende belangrijk vonden om te gebruiken als plantagebijnaam: "granman" (gouverneur) ; "fiskarie" (raad-fiscaal, de openbare aanklager), "komisi", en "domini" (dominee).

2 maanden na Leever's komst in Suriname, in het jaar 1730, huwde Cornelis Leever met Geertruijda Clara van Beeck
".... 1730 juni 9 zijn door mij onderschreven in het huis van den heer Nicolaas van Beek in de tegenwoordigheit van twee Here ouderlingen en een diaken, na voorgegane ondertrou en drie huwlijk proclamatiens, getrout Cornelis Leder eerste commis der Slaafhandel alhier en mejuffrou Geertuida Clara van Beek — Emanuel Viera, pastor ......"
Cornelis en Clara trouwden "in huis", en betaalden de verplichte boete van 50 gulden aan de kerk. Het is vreemd dat dit eerste huwelijk — geen van beiden was eerder gehuwd geweest — niet feestelijk in de kerk werd ingezegend.
Over kinderen is niet veel bekend, de doopboeken uit die tijd zijn verloren gegaan. In ieder geval was er een zoon, Cornelis junior, die zijn leven lang in Suriname heeft gewoond, en diverse malen in de archieven voorkomt.

In 1744 verkreeg Leever senior 500 akkers grond aan de beneden-Commewijne. Samen met het benedenstrooms gelegen land van Mattheus Freher werd de grond verenigd tot een gezamenlijke plantage, van toen af"l'Union" geheten.Maar op 9 november 1749 werd de gezamenlijke plantage met de opstallen weer in gelijke parten tussen Leever en Freher verdeeld. Leever hernaamde zijn deel toepasselijk "de gescheurde Unie", en Mattheus Freher koos voor zijn deel de naam "Leijden", naar zijn geboortestad.
Leever's eigendom, "De gescheurde unie" werd op 14 september 1756 verkocht.

Op een gegeven moment, wanneer is niet bekend, repatrieerde Leever naar Nederland. Hij vestigde zich te Amsterdam. Hij bleef zaken doen met Suriname, en richtte daartoe het negociatiefonds Leever & de Bruijne op. Via dit fonds had hij belangen in een groot aantal Surinaamse plantages.

Leever senior is in 1763 gestorven. Zijn overlijden werd door zijn zoon in de kerk van Paramaribo bekend gemaakt.

1756 - Samuel Paulus Pichot(1714 - 1763) - Mon Tresor.

Samuel Paulus Pichot verwierf in 1756 de koffieplantage "de gescheurde Unie" middels koop. Hij hernaamde deze in "Mon Tresor". Hij was tevens eigenaar en aanlegger van de plantage Sorg en Hoop aan de overzijde van de rivier, en voorts was hij eigenaar van de kleine plantage Patience aan de Cottica, een oude plantage die in 1737 nog toebehoorde aan Benjamin Ducelles.

Vanaf ca. 1745 was Samuel Paulus Pichot Raadsheer van Politie.
Zijn vrouw was Anna l'Espinasse. Er is er niets bekend van enige kinderen. Wel bestaan er verhalen dat het een diep ongelukkig huwelijk was, met een vrouw die zich al vreemder en vreemder ging gedragen.

In 1753 stuurde Samuel zijn vrouw uiteindelijk naar Holland. De passagierslijst van het schip Johanna Wilhelmina vermeldt rondborstig: " .... vrouw van S: P: Pichot, zijnde sinds enige tijd gek....". Zij is niet teruggekeerd, en overleed in 1763. Haar overlijden werd netjes in de kerk van Paramaribo afgeroepen.
".........1763-maart 31Debet Van Meel — A doodgravers Emolum: A idem voor de dood van mevrouwde wed S: P: Pichotf 9,- ......"

Samuel overleed enige maanden erna, in october van hetzelfde jaar.
"....... 1763-october 1Debet Boedel S: P: Pichot — A kerkegeregtigheid voort begraven van hem zelfsf 50,- ......"

Hij ligt begraven op de nieuwe oranjetuin. In 1765 werd een "zarksteen" op het graf geplaatst. Het grafschrif leest:
"....Ofschoon de Dood Pichot / die hier nu legt begraaven / verraste en als ontsloeg / van al zijn bezigheyt / nochthans zal zijnen naam / bekend bij veele braaven / steeds in Gedagte zijn / Der afgunst tot een spijt ....."

De erfgenaam van de plantage was Daniel Francois Pichot te Schiedam. Deze verkocht de plantage in 1769 aan Johan Fredrik Ulff. Maar in 1773 was de plantage opnieuw veranderd van eigenaar, namelijk Jean Francois Cellier, de zoon van Jan David Cellier.

1793 -boedel W: J: Klint (almanak 1793)

de directeur was H. Buysen. De plantage werd beheerd door mr. P: C: van Stuyvesant. Ook de plantage Topibo aan de Para behoorde tot de boedel.

1821 - erven klint (almanak 1821)

De administrateurs waren J. H. Menke en H. Klint. Directeur was W: Mayn. De plantage was inmiddels 1000 akkers groot. Enige jaren later, in 1830, werkten er 123 slaven.

De administrateur Hans Klint (1773 - 1842) was ongetwijfeld tevens mede-eigenaar van de plantage. Hij was gehuwd met Andresa Clasina Clemen. Uit hun huwelijk zijn vier kinderen bekend:
Josephus Simon Johan (1805 - ?)
Georg Johan (1807 - ?)
Clasina Josephine (1809 - ?) gehuwd met Joel Hendrich Im Thum
Louisa Charlotta Josina Hansine (1818 - 1844)
Vermoedelijk waren er meer kinderen ; de geboorteregisters na 1809 zijn nog niet ontsloten.

1843 - D. G. Ney (almanak 1843)

De directeur was J. Bletz jr. De administratie werd gevoerd door de eigenaar D. G. Ney en Arnold Friedrich Gerdeman. Mon Tresor was in die tijd een kleine koffieplantage met 75 slaven.

1863 - emancipatie

Ten tijde van de emancipatie telde de plantage 33 slaven die werden vrijverklaard. De eigenares was de weduwe Isaac Bromet, geboren Rebecca David Sanches, te Paramaribo ; de "tegemoet-koming" bedroeg f 8.400,--. Op het terrein van de plantage was in die tijd een chirurgijns-etablissement gevestigd, eigendom vanEduard Ferdinand Cabell.
Cabell is een bekende naam in Suriname. Hij introduceerde de vaccinatie tegen pokken met behulp van koepokstof.

1889 - baron W. H. V. Heerdt tot Eversberg (almanak 1889)

De beheerder in Suriname was E. A. van Romondt ; De gezagvoerder was J. Salvator Ellis. De plantage produceerde in die tijd cacao, bananen, bacoven, en wat koren. Er was slechts 88 hectare in cultuur.

2003 - dorpje

Langs de communicatieweg en rondom het vroegere emplacement is een klein dorpje ontstaan. Het grote plantagehuis en de fabriek zijn reeds lang verdwenen. Alles wat resteert is een oude stoomketel. De sluis is nieuw.

top ^

bronnen

Philip Dikland — database oud archief der burgerlijke stand in Suriname

Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - emancipatieregisters 1863

Maurits Hassankhan e.a. - databases javaanse en hindustaanse immigratie.

inventarisaties

1757 - ARA NOT inv. no. 201 p. 900
gegevens: 500 akkers, koffie, 168 slaven, NF 138.930,-
eigenaar: mr. Samuel Paulus Pichot

1763 - ARA NOT inv. no. 216 p. 041
gegevens: 500 akkers, koffie, cacao, katoen, 184 slaven
eigenaar / erflater: Samuel Paulus Pichot

1766 - ARA NOT inv. no. 224 p. 337
gegevens: 500 akkers, koffie, cacao, 204 slaven
eigenaar: mr. Daniel Francois Pichot te Schiedam

1769 - ARA NOT inv. no. 229 p. 285
gegevens: 500 akkers, koffie, cacao, 189 slaven
eigenaar: Johan Fredrik Ulff koopt de plantage op 5 april 1769 te Schiedam van mr. Daniel Francois Pichot, Raad in de vroedschap en schepen der stad Schiedam

1773 - ARA NOT inv. no. 239 p. 351
gegevens: 1000 akkers, koffie, 214 slaven
eigenaar: mr. J: F: Cellier

archief Dienst der Domeinen, Paramaribo

1745 - meetcertificaat
Ik ondergeschreven geswooren landmeeter verclaare gemeeten te hebben een stuk land no. 15A groot vijfhondert akkers geleegen in rio Commewine aan de regterhand in 't opvaaren tusschen de landen no. 14 van de Heer Pierre Balquerie en no. 15B van de Heer Matthijs Freher.
Uijtkragt van een warrand door Haar Edele Groot Agtbaare de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeijt van Suriname in dato 18 november 1744 aan de Heer Cornelis Lever verleent zoals de figuur ABCDA aanwijst.
Actum Paramaribo den 1 october 1745
Pierre Gardin gesworen landmeeter

1770 - meetcertificaat
Ingevolge resolutie van de Edele Groot Achtbaare Heeren Directeuren deser colonie en op ordre van de WelEdele Gestrenge Heer Jan Nepveu Gouverneur.
Heb ik ondergeschreven afgemeeten agter de plantage Monthresor gelegen ………de plantage Nijd en Spijt en de plantage Welgelegen behoorende aan de ............alles zo en in der voegen als de bovenstaande figuur ABCD.
Actum Paramaribo op 20 october 1770
Gezien de nevenstaande kaart der uijtmeetinge door den geswooren landmeter F: Lieftinck gedaan approbeeren deselve in alle sijne leden en deelen
Actum Paramaribo den 14 januarij 1771
Jan Nepveu
top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: