Marienburg aan de Commewijnerivier
volksnaam "di Hoi" = de Hoylinkeroever in het afvaren.
volgorde bij het afvaren: Zorgvliet, Visserszorg, Leliendal, Ellen (voorheen: Nooitgedacht), Marienburg, Geertruidenberg, Soelen
Dit reservoir is het laatste overblijfsel van het oudste emplacement van Marienburg. Dit emplacement was gelegen aan de rivierzijde. In 1882 werd een nieuw modern emplacement gebouwd in het centrum van de plantage, met in het hart daarvan de grote suikerfabriek, in die tijd de modernste van het caribisch gebied.
chronologie
- 1745 - stichting plantage
- 1770 - I. N. Faesch, I. I. Faesch (kaart Lavaux 1770)
- 1770 - Juriaan Landsknegt (ARA NOT inv. no. 697 p. 637)
- 1793 - boedel Landsknegt (almanak 1793)
- 1821 - J. M. Fraisinet, J. van Oosterwijk, C. Moyet qq. (almanak 1821)
- 1843 - fonds Fraissinet & van Baak ; J. Moyet. (almanak 1843)
- 1863 - emancipatie
- 1881 - Nederlandsche Handels Maatschappij(enc. NederlandschWest Indie, p. 354)
- 1902 - arbeidsconflict
- 1974 - heden-gouvernementsplantage
1745 - stichting plantage
Na de ingebruikname van het fort Nieuw-Amsterdam was de beneden-commewijne beschermd, en werd begonnen met de uitgifte van de gronden langs de oevers.De stichter van de plantage Marienburg is Maria de la Jaille, de weduwe van David de Hoy. Zij noemde de plantage naar zichzelf. De slavenbevolking noemde de plantage echter "di Hoi". David de Hoy was tijdens zijn leven tevens de eigenaar geweest van de grote suikerplantage Hoylandt aan de Commewijne.
David de Hoij moet omstreeks 1715 in Suriname zijn gearriveerd, samen met zijn broer (neef?) Carel de Hoy. Er was vóór die tijd allang een familielid in Suriname geweest: dit was de dominee Aegidius de Hoy, die dienst deed in 1696 en 1697. De familierelatie tot David en Carel is niet bekend, zij kunnen zoons of neven zijn geweest. In ieder geval trad de weduwe van Aegidius op als doopgetuige bij de geboorte van hun kinderen, en het eerste zoontje van Carel de Hoy werd Aegidius genoemd.
In 1716 huwde David met Anna Protters, de weduwe van Henri Van Susteren:
Anna had 4 zoons uit haar vorige huwelijk, het zal een hele drukte zijn geweest in huis. David en Anna kregen geen eigen kinderen. Anna overleed in 1727. In datzelfde jaar 1727 trad David toe als lidmaat van de Gereformeerde kerk. Een jaar later hertrouwdehij met de "jongedochter" Maria de la Jaille :
Een paar maanden later trad David's stiefzoon Jean van Susteren in het huwelijk met een andere dochter de la Jaille. Het was een kleine gemeenschap.
Via Maria was David deels eigenaar geworden van het grote plantagebezit van de familie de la Jaille (zie: plantage Nieuwzorg).Het echtpaar kreeg 4 kinderen: David jr (1729), Adriana Elisabeth, Benine, en Catharina. Het gezin woonde in Paramaribo, in het grote huis Waterkant no. 26. David jr. en Benine zijn waarschijnlijk vroeg gestorven, zij worden althans later niet genoemd als erfgenamen van David de Hoy.
David stierf in 1743, en ligt begraven naast de gereformeerde kerk op het Kerkplein.Een bijzonder grote zerksteen, rijk versierd met wapen, dekt zijn graf. Hij werd 49 jaar oud.Maria de la Jaille overleed veel later dan haar man, in het jaar 1756. Zij werd naast haar man begraven, maar sinds de grote brand van 1821 is haar grafsteen verloren gegaan.
Een andere David de Hoy, een zoon van Carel de Hoy, leefde van 1727 tot 1769. In 1748 huwde hij met Barbara Richter. In 1749 was hij vaandrig, en later luitenant bij de burgerofficieren te Paramaribo. In 1768 was hij raadsheer van het Hof van Civiele Justitie. (gouvernementsjournaal 02-05-1768) Hij werd begraven in de nieuwe oranjetuin. (FOD, herkomst plantagenamen). Zijn dochter Geertruida Wohlfahrt de Hoy erfde zijn bescheiden plantagebezit.
1770 - I. N. Faesch, I. I. Faesch (kaart Lavaux 1770)
Adriana Elisabeth de Hoy, dochter van David de Hoy, was gehuwd met Johannes Faasch, en Catharina Maria de Hoy, een andere dochter, was gehuwd met Jan Jacob Faasch. Beide dochters waren in 1770 reeds overleden, en hun echtgenoten hadden de plantage ge-erfd. De gebroeders Faasch woonden overigens niet in Suriname, zij regelden hun zaken vanuit Amsterdam. Volgens Lavaux bezaten zij in 1770 de plantages Hooyland en Marienburg. Echter is de informatie op de kaart van Lavaux achterhaald. De plantage Marienburg was in 1770 reeds verkocht.1770 - Juriaan Landsknegt (ARA NOT inv. no. 697 p. 637)
Volgens de inventaris van 1770 was de plantage 500 akkers groot, met een slavenmacht van200 slaven. De waarde werd geschat op 403.095,-. In datzelfde jaar 1770 werd de grondaanvraag voor het achterland van de plantage gehonoreerd, zodat het totaal oppervlak werd vergroot tot 1000 akkers.Juriaan Landsknegt had de plantage gekocht van de familie Faesch op 21 october 1769 te Amsterdam. Hij komt niet veel voor in de Surinaamse kerkarchieven. In 1758 zien wij hem als directeur op plantage Constantia aan de Matapicakreek, en blijkbaar heeft hij zich daarna gestadig opgewerkt totdat hij zijn eigen plantage kon kopen. Hij is nooit getrouwd geweest, maar leefde in concubinaat met zijn partner Amimba. Hij was tevens eigenaar van de plantage Nieuw Cuijlenburg aan de Cottica. Hij overleed in 1786:
"... 1786-februari 9Debet Boedel J: Landsknegt Aan kerkegereg: N: O: T:f 59,15 ..."
Na zijn dood werd hij nog vader :
"... 5 Maart 1786 in de kerk een mulatten kind gedoopt, zijnde gebooren den 14. February, genaamd Elisabeth Juliana van Landsknecht. De vader is volgens opgaav den overleden Juriaan Landsknecht ; Moeder: eene neegerin Amimba van Landsknecht, zonder religie. Getuigen: J.L. de Courton en Frederik Landsbergen ...". (doopreg. Luth. gem.)
1793 - boedel Landsknegt (almanak 1793)
De plantage werd geadministreerd door Frouin en Stockel.De directeur was J: Stockel.Ook de plantage Nieuw Cuilenburg aan de Cottica was het in bezit van Landsknegt. Volgens de almanak werd op Marienburg suiker geproduceerd.1821 - J. M. Fraisinet, J. van Oosterwijk, C. Moyet qq. (almanak 1821)
De plantage was 1000 akkers groot. Als product staat koffie vermeld.Fraisinet / oosterwijk was een negociatiefonds. In totaal hadden zij 7 plantages in eigendom.
Enige jaren later, in 1830, bestond slavenmacht uit 102 personen. Ten opzichte van 1770 was de plantage duidelijk op z'n retour.
1843 - fonds Fraissinet & van Baak ; J. Moyet. (almanak 1843)
S. L. Slaterus was de gezagvoerder op de plantage. De administratie werd gevoerd door J. Frouin & H.A. Tirion. Marienburg was een middelgrote koffieplantage met 100 slaven.1863 - emancipatie
De eigenaar was het Fonds van eigendom onder directie van Fraissinet en Van Baak (Amsterdam);vertegenwoordigd door: Charles Marc Fraissinet (koopman te Amsterdam), en Hendrik Johannes van Baak (koopman te Amsterdam). De uitgekeerde emancipatiegelden bedroegen F28.800,? en F600,?, voor in totaal 99 slaven. De bekende Surinaamse familienaam Vinkwolk stamt uit Marienburg.1881 - Nederlandsche Handels Maatschappij(enc. NederlandschWest Indie, p. 354)
De NHM was vanaf 1867 actief in Suriname. Op de plantage de Resolutie had zij de eerste vacuumpaninstallatie opgezet, en ervaring opgedaan met moderne suikerfabricage. Zo ontstond het idee om een grote centrale suikerfabriek op te richten, die zijn riet zou inkopen van de plantages eromheen, de zg. "cane farmers". De voormalige koffieplantage Marienburg werd vanwege de geschikte ligging aangekocht om daar de fabriek op te richten.In 1882 kwam deze moderne centraalfabriek op Marienburg gereed. De kosten bedroegen ca. F 1.650.000,-, een zeer groot bedrag in die tijd.Deze grote fabriek, met een maalcapaciteit van 300 ton per dag, was een ware moloch : er was zeer veel riet nodig om rendabel te kunnen draaien.
Inmiddels had de NHM met 5 omliggende plantages te weten : Alkmaar, Visserszorg, Zoelen, Voorburg, en Susannaasdaal, leveringscontracten afgesloten, en de benodigde spoorlijnen aangelegd voor het riettransport naar de fabriek.
Echter, Alkmaar haakte af, en voor de kleinere plantages bleek de werkwijze niet rendabel. Zodoende was de NHM gedwongen om de betreffende plantages aan te kopen om verzekerd te zijn van voldoende rietaanvoer. Ook de eigen plantage Marienburg werd ingericht voor rietproductie.
Behalve rietverwerker was de NHM dus ook rietproducent geworden. Het aldus ontstane grote landbouwbedrijf bleek redelijk rendabel te kunnen draaien, ondanks tegenslagen in de wereldmarktprijs, en ziekten in de aanplant. In 1922 werd wederom een nieuwe suikerfabriek in gebruik genomen, geleverd door de firma Werkspoor te Amsterdam. Dankzij deze moderne installatie was de NHM in staat de crisisjaren 1929-1935 te overleven.
De grote onderneming werkte vanaf het begin met contractarbeiders uit India en Java. In totaal arriveerden er 3767 hindustaanse contractanten en 7093 javaanse arbeiders. In 1939 arriveerde de laatste groep. De gezagvoerders in die tijd waren:
1889van Lierop / agenten der NHM
1913 M. Welle / agenten NHM
1902 - arbeidsconflict
De plantages van de NHM werden bewerkt door contractanten uit Brits-Indie en Java.De NHM betaalde hen laagste lonen van alle plantageondernemingen in Suriname, en dit gaf regelmatig aanleiding tot arbeidsconflicten. Op 2 juli 1902 legden de arbeiders het werk neer. Directeur Mavor moet de onderhandelingen vervolgens zeer ontactisch hebben gevoerd, want de arbeidersmenigte ontstak in woede, achtervolgde hem vanuit de velden, en nadat zij hem in de fabriek hadden ontdekt, doodden zij hem met hun houwers.Dezelfde dag nog arriveerde een detachement van het koloniaal leger, en de volgende morgen begon men met het verrichten van arrestaties. Dit deed de gemoederen weer verhitten, en een grote arbeidersmenigte trok naar de brug die de kampong scheidde van het kantoor. Toen men de brug wilde opgaan, werd er gericht geschoten. Er vielen die dag 17 doden en 39 gewonden, van wie later nog eens 7 overleden zijn. 8 arbeiders werden veroordeeld tot 12 jaar dwangarbeid.
1974 - heden-gouvernementsplantage
De NHM had in 1964 de plantage verkocht aan de Rubber Cultuur Maatschappij Amsterdam (RCMA). Deze verkocht op zijn beurt de plantage aan de Surinaamse overheid. De plantage was toen al sterk verouderd en zonder forse investeringen niet meer rendabel te draaien. De investeringen zijn er nooit gekomen, misschien maar beter ook. Omstreeks 1985 werd gestopt met de suikerproductie, en in 1999 werd een begin gemaakt met de ontmanteling van het emplacement. Aan de arbeiders is grond ter beschikking gesteld in een nieuw aangelegde woonwijk. Momenteel (2000) wordt daar ijverig gebouwd.bronnen
- Philip Dikland database oud archief der burgerlijke stand in Suriname
- Heinrich Helstone, Okke ten Hove database emancipatieregisters 1863
- Maurits Hassankhan e.a. - database hindustaanse en javaanse immigratie.
- inventarisaties:
- de directeurenbegraafplaats op Marienburg:
- grafschriften:
- het archief van de Dienst der Domeinen te Paramaribo hieruit:
Philip Dikland database oud archief der burgerlijke stand in Suriname
Heinrich Helstone, Okke ten Hove database emancipatieregisters 1863
Maurits Hassankhan e.a. - database hindustaanse en javaanse immigratie.
inventarisaties:
- 1754 - ARA NOT inv. no. 195 p. 375
-
500 akkers, koffie, 123 slaven
eigenaar: wed: David de Hoy - 1758 - ARA NOT inv. no. 203 p. 119
-
500 akkers, koffie, 140 slaven, NF 200.102,-
eigenaar: erven Maria de la Jaille, weduwe David de Hoy - 1758 - ARA NOT inv. no. 204 p. 651
-
500 akkers, koffie, 140 slaven
eigenaar: erven Maria de la Jaille, weduwe David de Hoy - 1762 - ARA NOT inv. no. 212 p. 009
-
500 akkers, koffie, 149 slaven
eigenaar: Johannes Faesch en Jan Jacob Faesch jr, gehuwd met resp. Adriana Elisabeth en Catharina Maria de Hoij, wonende te Amsterdam ; misschien ook de minderjarige kinderen David de Hoij. - 1770 - ARA NOT inv. no. 697 p. 637
-
500 akkers, koffie, 200 slaven, 403.095,-
eigenaar: J: Landsknegt, door koop van de fam. Faesch op 21 october 1769 te Amsterdam. (zie GAA 12389 - 962) - 1770 - ARA NOT inv. no. 699 p. 456
-
1000 akkers, koffie, 272 slaven, NF 608.604,-
eigenaar: Jurian Landsknegt - 1780 - ARA NOT inv. no. 252 p. 373
-
420 akkers koffieculture, 214 slaven
eigenaar: Juriaan Landsknegt - 1769 - GAA 12389 - 962 - datum 1769-10-21
-
Jan Jacob Faesch is de gemachtigde van Adriana Elisabeth de Hoij, weduwe van Johannes Faesch, in leven lid van de Grote Raad te Basel. Hij verkoopt aan Pieter Rijdenius, gemachtigde van Jurriaen Landsknegt (per procuratie verleden te Paramaribo) een koffieplantage gelegen in Suriname genaamd "Marienburg", met de gebouwen, landen, slaven, etc., en dat voor de som van 300.000 gulden
En ook nog 1/32 part in het schip "de vijf gesusters" zijnde een slavenhaler, waarop schipper is Mattheus Freher, en 1/32 part van het cargasoen, tezamen voor 2500 gulden.
Betaling 5/8 parten zijnde 187.500 gulden zes weken na het ondertekenen van het contract. Het resterende deel zijnde 112.500 gulden binnen 6 jaar, jaarlijks 1/6 deel af te betalen. Rente 6 %. Als onderpand dient de plantage. Zie verder diverse voorwaarden. Zie ook volgende acte 963 Conventie en Borgtocht. Voor transport van het 1/32 part van het schip zie acte 964 d.d. 21 october.
de directeurenbegraafplaats op Marienburg:
Deze directiebegraafplaats ligt achter in de plantage langs de voormalige spoorbaan. Vanuit Belwaarde is het een uur lopen. In totaal zijn er 12 graven,daterend tussen 1902 en 1959.De grafplaats wordt thans (2002) niet meer onderhouden en is begroeid met laag wied. De grafschriften zijn merendeels nog goed leesbaar.
Het oudste graf is dat van James Mavor, de directeur die op 29 juli 1902 door opstandige arbeiders werd vermoord. Als represaille werden de dag daarna 56 arbeiders neergeschoten, waarvan 24 zijn overleden. 8 arbeiders werden veroordeeld tot 12 jaar dwangarbeid.
Mavor werd aanvankelijk in de stad was begraven op de Algemene Begraafplaats "Willem Jacobusrust" aan de Rust en Vredestraat. Deze begraafplaats werd in 1911 gesloten en in 1940 ontruimd voor de bouw van woningen voor Joodse vluchtelingen. Mavor's stoffelijke resten en grafsteen werden toen naar Marienburg overgebracht. (bron: 'Tweemaal Marienburg", Cynthia Macleod, pag 268)
grafschriften:
voorste rij, van oost naar west:Sacred to the memory/of/Alex S…edden/who was acc…tly killed/1st july 1918/aged 62/now the labourers task is over.
In loving memory/of/James Mavor/born 8 march 1845 at/Forres, Scotland/who was killed at Marienburg/july 29, 1902
Hier rust/Johannes/Willem Eduard/Juta/in leven/agent/der nederlandsche/Handelmaatschappij/ directeur/der/plantage Marienburg/geb: 2 october 1869/overl: 23 september 1923
bakstenen graf met kleine plaat. Niet leesbaar
H: M: Munsterman / geb: 15 nov: 1900 / overl: 14 oct: 1958
Rust in Vrede/August Leo/v/d Montel/geb: 16 - 5 - 1918/overl: 3 - 4 - 1931
Hier rust/Anthoinette Wilhelmina/Monsanto/geb: 27 aug. 1876/overl: 27 juli 1924
achterste rij, van oost naar west:
Hier rust/K: J: Groenewegen/geb: 2 april 1906/overl: 11 jan: 1959/"er is geen dood"
Hier rust/mijn lieve man/Pieter Johs: Reuvers/geb:/15 november 1894/overl:/24 september 1934/ Rust in Vrede
Hier rust/onze enigste lieveling/Hansje Reuvers/geb: 19 nov: 1926/overl: 3 febr: 1929
Hier rust/kind Cramer/11 april 1930
Hier rust/ons/lief dochtertje/Anneke Luitink/geb: 14 Mei 1924/overl: 16 Febr: 1929
het archief van de Dienst der Domeinen te Paramaribo hieruit:
- meetcertificaat 1745
- Ik ondergeschreeve geswoore landmeeter verklaare gemeten te hebben een stuk land no. 21 groot vijfhondert akkers gelegen in rio Commewine in de regterhand in 't opvaaren tusschen landen no. 20 van de Heer J: F: Tourton en no. 22 van de Heer Dingman Broen.
Uijtkragt van een warrand door Haar Edele Groot Agtbaaren de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeijt van Suriname in dato 18 november 1744 aan mejuffrouw de wed: David De Hooij verleent so als de figuur ABCDA aanwijst.
Actum Paramaribo den 1 october 1745
Pierre Gardin geswooren landmeeter
- meetcertificaat 1770
-
Ingevolge warrand van den WelEdele Gestrenge Heer Jan Nepveu Gouverneur Generaal deser Colonie Rivieren en Districten van dien mitsgaders Colonel over de gezamentlijke Militie dezer landen &&& verleend in dato den 17 augustus 1770.
En ten behoeve van de WelEdele Manhafte Heer Juriaan Landsknegt ingeseetene deser colonie eijgenaar van de plantagie Marienburg gelegen in 't rivier Commewijne aan de regterhand in 't opvaaren tusschen de plantagie Geertruijdenberg en Nooijtgedagt, zo hebbe ik ondergeschreevene geswoore landmeeter deser colonie uijtgemeeten een stuk agter land groot 500 akkers leggende agter gemelde plantagie Marienburg linea regta met eene face van 30 kettingen en diepte zoals de figuur met de letter ABCD gemerkt is exhiberende
zulks verklaare hiermeede
Adriaan Hendk: Helledaij geexam: & gesworen landmeter
Actum Paramaribo den 11 september 1770
