de koffieplantage Katwijk aan de Commewijnerivier
volksnaam "Juliaansi" of "van Meeri" = van Meelrechteroever in het afvaren.
volgorde bij het afvaren: Vriendsbeleid en Oudersorg, Wedersorg, Katwijk, Welgelegen,
Mon Tresor, Nijd en Spijt
plantage Katwijk op de kaart van Bakhuys en de Quant uit 1930.
De plantage is anno 2000 nog kleinschalig in gebruik als koffieplantage, en produceert de bekende "Katwijk koffie". De oude plantagestructuur is nog goed herkenbaar.
Vanaf de steiger, waar thans een modern woonhuis staat, loopt een bomenlaan naar de plaats van het vroegere plantagehuis. Dit is verdwenen, maar de fraaie bakstenen waterbak links van het oude huis is er nog. Rondom het huis moet een siertuin zijn geweest, en rechts van het plantagehuis in deze siertuin was de familiegrafplaats van de familie Swaen, eigenaren der plantage omstreeks 1800. Het bedrijfsemplacement was aan de rechterzijde, de oude directeurswoning staat er nog, mooi maar verwaarloosd.
Het plantagehuis is afgebroken en de siertuin is vervangen door een rij arbeiderswoningen. Onder een dezer woningen lagen anno 2000 twee marmeren graven van de familie Swaen :
Johan Alydus Swaen
Vr: Hn: Heer van Poederoyen
geboren den 17 februari 1774
overleden den 21 november 1820
voerende zestien kwartieren
Een "16-kwartierstaat" is een heraldische tabel, waarin de heraldische informatie tot en met de bet-overgrootouders is verwerkt. Het is nog niet duidelijk, waarom Aleydus Swaen deze tabel zó belangrijk vond, dat hij deze op zijn grafplaat heeft vermeld.
Swaen noemt zichzelf "Heer van Poederooyen". Het dorpje Poederoijen ligt in Gelderland aan de afgedamde Maas, tegenover het plaatsje Andel. Het behoort thans bij de gemeente Zaltbommel. De heren van Poederoyen woonden in de burcht Poederoyen, gelegen ten oosten van het dorp aan de dijk van de Maas. Swaen heeft daar echter nooit gewoond, want het kasteel werd in 1672 verwoest en is nooit herbouwd. De heren van Poederoyen woonden sindsdien in een aanzienlijk huis nabij het voormalige kasteel. Dit huis brandde in 1885 af.
(www.vierheerlijkheden.nl/wandpoed.htm)
Nabij Aleydus' steen is er de grafsteen van diens vrouw Margareta Johanna Juliaens:
Rust plaats
van wijle vrouwe Margareta
Johanna Swaen geboren
Juliaens overleden
27 juli 1..3
in den .....
- Chronologie
- Bronnen
- boeken en artikelen
- databases op het internet
- inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag
- archief dienst der domeinen te Paramaribo
- de resolutie van de gouverneur uit 1825
- het request van de eigenaar uit 1825
- het onderzoekscertificaat van de landmeter uit 1825.
- de originele resolutie van uitgifte uit 1744 (bijlage bij het request)
- de warrand van het voorland uit 1746 (bijlage bij het request)
- de uitgiftekaart uit 1746
- de warrand van het achterland uit 1770 (bijlage bij het request)
- de meetkaart van het achterland uit 1770
Chronologie
- 1746 - aanleg plantage ; Alida Maria Wossink
- 1821 - M. A. Wolff, J. den Boer nom. ux., mr. M. J. A. Swaen nom. ux. (almanak 1821)
- 1825- 1843 - fonds W. G. Deutz (almanak 1843)
- 1850 - omschakeling op bananencultuur (v. Stipriaan, Sur: contrast, p. 262)
- 1863 - emancipatie ; J. J. Juda
- 1873 - J. J. Juda
- 1893 - J. J. Juda
- 1895 - G. K. Kramer, beheerder van Wedersorg en Katwijk
- 1906 - P. M. Nahar
- 1914 - J. H. Wijngaarde, beheerder der cultuuronderneming Katwijk
- 1918 - A. M. W. Ter Laag, beheerder
- 1919 - Ter Laag en co., beheerder
- 1928 - H. W. Bens, beheerder
- 1929 - 2000 - nader uit te zoeken
- 2000 - koffieplantage
1746 - aanleg plantage ; Alida Maria Wossink
Het voorland van de plantage Katwijk werd door gouverneur Mauricius in 1746 uitgegeven aan de toen dertienjarige Alida Maria Wossink.
"..... Vergunnen en concedeeren mits dezen, ingevolge en uitkragte der resolutie van haar Ed: Groot Achtbaarhedens de Heeren Directeuren der Edele Societeit deeser colonie de dato 18 november 1744 aan Alida Maria Wossinck om in allodialen eigendom op te neemen en erfelijk te mogen besitten vijf honderd akkers land met een face van dertig kettingen aan de rivier gelegen in de rivier van Commewine aan de regterhand in 't opvaren, sijn begin neemende aan de beneden scheidlijn van 't land, thans uitgegeven aan de wed: Abraham Vereul ..... "
meetkaart van Katwijk uit 1746 door landmeter Pierre Gardin.
Het achterland werd veel later uitgegeven, dit werd in 1770 verleend aan Joan Willem Gerard van Meel, echtgenoot van Alida Wossink.
Meetkaart van het achterland van Katwijk uit 1770,
Alida Wossink werd later tevens eigenaresse van de plantage 's Hage aan de Perica, 's Hagenbosch aan de Cottica, en de suikerplantage Alida eveneens aan de Cottica.
In 1748 huwde zij met de veel oudere Christiaan De Nijs:
".....1748 op heeden den 15 november zijn ten overstaan van de Edele Achtb: heer Hendrick Talbot junior raed in den Ed: Hove van politie en Crimineele Justitie door mij ondergsz: secretaris deeser colonie naar behoorlijke ondervragingh tot den huwelijken staet in en aangetekent,
den Ed: Agtbaren heer Christiaan de Nijs jongman van de gereformeerde religie geboortig van Duijvenvoorde geadsisteert met den Ed: manhaften heer H: Nicolaes van de Schepper en mevrouwe de wed: de Nijs,
& mejuffrouw Alida Maria Wossinck jonge dogter geboortig van Paramaribo van de gereformeerde religie geadsisteert met den Ed: Agtb: heer Abraham Lemmers en vrouwe de wed: wijlen den Ed: Agtb: heer A: Wossinck....."
Christiaan De Nijs was op 6 october 1723 ingeschreven als lidmaat van de gereformeerde kerk. Hij was zelf eigenaar van de oudere plantages Imotapi en Nieuw Ribanika aan de boven-Commewijne. Door zijn huwelijk met Alida Wossink werd hij mede-eigenaar van haar plantages. Vermoedelijk heeft hij de plantage Katwijk ontgonnen.
Christiaan overleed in 1761:
".............1761-oktober 28 - Christian Denijs A kerkegeregtigh: voor 't begraven van hem selfs f 50,- / boete voor 't begraven in de oud oranje thuijn f 600,-..." (registers ger. kerk)
De kaart van Lavaux uit 1770 noemt de Nijs nog steeds als eigenaar, ondanks het feit dat deze toen al 9 jaar gestorven was. Deze kaart uit 1770 bevat wel meer fouten. De drukker in Amsterdam kreeg geen actuele informatie uit Suriname toegespeeld.
Na Christiaan's dood erfde Alida de plantages. De verafgelegen plantages Imotapi en Ribanika werden waarschijnlijk tijdens de Boni-oorlog verlaten, zij worden althans later nergens meer genoemd. Maar Katwijk werd een bloeiende, goed producerende plantage. Alida hertrouwde met de fiscaal Jan Willem Gerard van Meel. Deze vergrootte Katwijk in 1770 met 200 akkers achterland. Hij overleed in 1771.
Alida huwde toen ten derde male, ditmaal met Everhard Coetzee (1743 - 1785).
Het echtpaar woonde in het fraaie familiehuis van de familie Wossink op de hoek van het Plein en de Gravenstraat, het z.g. huis "Duplessis".
Het woonhuis "Duplessis"
Het echtpaar overleed in 1785, vijf dagen na elkaar:
"1785-november 14 - den boedel Alida Wossink huijsvrouw van E: J: Coetse A kerkegeregtigheijd voor 't begraaven van haar selfs op de N: O: T: door haar Ed: man
f 59,15...."
"1785 november 19 - den boedel E: J: Coetse A kerkegeregtigheijd voor 't begraaven van zijn Ed: op de N: O: T: door de Ed: Agtb: heer Juliaans f 59,15....." (registers ger. kerk).
Ten tijde van het huwelijk was Alida al achter in de veertig, en waarschijnlijk was het huwelijk kinderloos gebleven ; de doopregisters vermelden althans geen gegevens over enige kinderen.
Stedman kende het echtpaar, en had geen gunstig oordeel over Alida Wossink (Stedman, p.137):
".............alwaar ik een overdekt vaartuig met agt riemen vond, om my naar de Plantagie Catwyk aan de Commewyne te brengen. De heer Goetzee, een Hollandsch Zee-officier, die eigenaar van deeze fraaiie Plantagie was, had my op dezelve genoodigd. 'Er ontbrak geen vermaak, van welk zoort ook, in dit aangenaam verblyf. Men hield aldaar paarden, rydtuigen, vaartuigen, die altyd gereed lagen; maar hetgeen alle vermaak bedorf, was de Onmenschelykheid van Mevrouw Goetzee, die, om de geringste misslag, haare slaaven deed zweepen....."
"......In zoo veele onmenschelyke wreedheden een weerzin hebbende, verliet ik Catwyk, in het vast voornemen, om het zelve nooit wederom te zien. Niettemin was ik in gezelschap van den heer Goetzee, op verscheide andere Plantagien aan de Rivieren Cottica en Pereca. Op de Plantagie Alia, onder dit getal behoorende, haalde men my op beleefde wyze over, om aan een meisjen, hetwelk geboren wierd, een naam te geven, en ik noemde haar Charlotta; des anderen daags morgens, onder het ontbyt, wierden alhier zeven Negers strengelyk gegeeseld. - Ik begaf my vervolgens naar de Plantagie 's Gravenhage.........."
Na de dood van het echtpaar werd het plantagebezit ge-erfd door W: H: Coetsee, een familielid van Everhard Coetsee, mogelijk een broer of een neef. Deze heeft nooit in Suriname gewoond, en liet zijn bezit beheren door de grote administrateur Wiltens-Andree. In 1793 was F. A. Muller de gezagvoerder van Katwijk.
1821 - M. A. Wolff, J. den Boer nom. ux., mr. M. J. A. Swaen nom. ux. (almanak 1821)
Wolff, de Boer en Swaen waren de erfgenamen van Wossink en Coetzé. Wolf en Swaen woonden in Suriname, en voerden de administratie over het plantagebezit. De directeur op Katwijk was J: F: Stuger.
De deeleigenaar Johannes Aleydus Swaen (1774 - 1820) was tevens eigenaar van de grote suikerplantage Alida aan de Cottica, en 's Gravenhage aan de Perica, beide het voormalig eigendom van Alida Wossink. Swaen was op de een of andere wijze verwant aan Alida Wossink, trouwens, zijn tweede naam geeft dat ook duidelijk aan. Hoe deze familierelatie in elkaar steekt, is nog niet duidelijk.
Hij voelde blijkbaar een grote verbondenheid met de plantage Katwijk, want hij liet zich er samen met zijn vrouw Margaretha Juliaens begraven. Zijn grafsteen, fraai gebeeldhouwd met familiewapen, ligt thans onder een van de arbeiderswoningen.
De familie Swaen heeft meerdere generaties in Suriname gewoond. Bekend is verder Theodora Aleijda Swaen, echtgenote van Cornelis Krayenhoff van Wiekera.
In 1822 overleed de vrije Jan Fredrik Stuger. Hij was blijkens een overlijdensadvertentie directeur op de plantage geweest. (J.F. Sang-jang, overledenen 1800-1828)
1825- 1843 - fonds W. G. Deutz (almanak 1843)
Het plantagebezit van Wossink ging gebukt onder een grote hypotheek, afgesloten bij het fonds van negociatie onder W. Deutz.. Wanneer deze precies is afgesloten is niet bekend, maar in 1825 was de schuld dermate groot geworden, dat de eigenaren deze niet meer konden afbetalen. Het plantagebezit (Katwijk, Alida, 's Gravenhage, Hagenbosch en Charlesbourg) werd daarom voor de som van de schuld ingekocht door het Fonds.Het fonds benoemde J. A. Mertens tot directeur ; de administrateur werd J. Zaal.
De plantage draaide normaal door ; enkele jaren na de overname, in 1830, bezocht M. D. Teenstra de plantage om gegevens te verzamelen voor zijn boek "de landbouw in de kolonie Suriname". Katwijk was toen een redelijk renderende koffieplantage met 146 slaven.
Theodore Bray vervaardigde in 1842 een fraai tafereelte van het dagelijks leven te Katwijk. Hij tekende het naaiatelier van de plantage, op de verdieping van het grote plantagehuis, in een met behangpapier afgewerkte kamer. We zien 3 slavinnen bezig met verstelwerk, en 1 oudere dienstbode die wacht op orders. Maar van wie ? Bray tekende aanvankelijk in het midden van de prent een vrouw, misschien de eigenaresse van de plantage, maar heeft haar later weggegumd.
Bray heeft overigens op Katwijk geen functie bekleed, hij was directeur en mede-eigenaar van het nabijgelegen Spieringshoek.
Naaiwerk op Katwijk. Tekening door Theodore Bray, 1842.
1850 - omschakeling op bananencultuur (v. Stipriaan, Sur: contrast, p. 262)
De koffiecultuur ging snel achteruit op de uitgeputte grond. Katwijk schakelde daarom over op bananencultuur (kost) voor de lokale markt.In 1830 bedroeg de productie 17.000 kg koffie.(opbrengst F 11.000,-).
In 1850 was dit 2300 kg koffie en 5000 bossen banen (opbrengst F 2200,-),
In 1860 werden 35.500 bossen banen geproduceerd.
1863 - emancipatie ; J. J. Juda
De eigenaar J. J. Juda ontving een "tegemoetkoming"groot f 38.400,- en f 1.500,- voor 128 slaven. Op 22-07-1862 had J.J. Juda op een veiling de plantage Katwijk gekocht van de erven wijlen L. Bixby. Bixby had de plantage Katwijk gekocht van het Fonds W.G. Deutz.
Juda beheerde de plantage zelf. Hij heeft vele brits-indische en javaanse contractanten aan-geworven om het plantagebedrijf te kunnen voortzetten.
In totaal arriveerden 364 brits-indische arbeiders, en 196 javaanse. Dat gebeurde in de jaren tussen 1873 en 1928. De arbeiders werden door eigenaar of beheerder ontvangen :
1873 - J. J. Juda
1893 - J. J. Juda
1895 - G. K. Kramer, beheerder van Wedersorg en Katwijk
1906 - P. M. Nahar
1914 - J. H. Wijngaarde, beheerder der cultuuronderneming Katwijk
1918 - A. M. W. Ter Laag, beheerder
1919 - Ter Laag en co., beheerder
1928 - H. W. Bens, beheerder
1929 - 2000 - nader uit te zoeken
2000 - koffieplantage
De plantage produceert op bescheiden schaal koffie, de bekende "Katwijk koffie". De infrastructuur wordt redelijk onderhouden. De sluizen zijn thans modern.
Bronnen
boeken en artikelen
1.1 - Alex van StipriaanSurinaams contrast KITLV, 1993
Stipriaan geeft een overzicht van bronnen over Katwijk :
ARA SONA 265, 283, 291, 692. 707
ARA SOB&W 1828-1876, 926-1
ARA SOB&W 1828-1876, 3031
BHB: KA-37, 10
1.2 - Coen Temminck-Groll, Arthur Tjin-A-Djie e.a.
de architectuur van Suriname 1667-1937 - uitg. de Walburg pers, 1973
p. 334. Summiere beschrijving.
databases op het internet
2.1 - Philip Dikland oud archief der burgerlijke stand in Suriname
2.2 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863
2.3 - Maurits Hassenkhan e.a. - databases Chinese, Hindustaanse en Javaanse immigratie
inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag
1759 - ARA NOT inv.no. 692 p. 878
gegevens: 500 akkers, koffie, 165 slaven, NF 150.660,-eigenaar: Christiaan Denijs
archief dienst der domeinen te Paramaribo
In 1825 werden de plantages van de boedel Wossink verkocht aan het fonds Deutz. Daartoe werden nieuwe bewijzen van eigendom aangevraagd, onder overlegging van de oude bewijzen. Achtereenvolgens :de resolutie van de gouverneur uit 1825
het request van de eigenaar uit 1825
het onderzoekscertificaat van de landmeter uit 1825.
de originele resolutie van uitgifte uit 1744 (bijlage bij het request)
de warrand van het voorland uit 1746 (bijlage bij het request)
de uitgiftekaart uit 1746
de warrand van het achterland uit 1770 (bijlage bij het request)
de meetkaart van het achterland uit 1770
4.1 - resolutie uit 1825:
Gelezen het request van M: A: Wolff van heden, daarbij te kennen gevende, dat hij suppliant als voor een derde aandeel erfgenaam in den boedel van wijlen vrouwe de weduwe J: Mohler eigenaar zijnde:
van een derde aandeel in de plantage Katwijk in Commewijne,
van een zesde aandeel in de plantage 's Gravenhage in Perika
en 's Hagenbosch, Alijda en daaraan behoorenden grond en Charlesbourg in Cottica,
dezelve zijne aandeelen in evengemelde plantagen cum annexis zal overdoen, cederen en transporteren aan Frederik Taunaij, C: L: Weissenbruch en E: J: van den Bergh, in qualiteit als hier te lande agendarissen van J: en Th: van Marselis en J: G: van der Meulen Direkteuren van de negotiatie Deutz en van J: en Th: van Marselis prive en zulks in kwijting van het hypotheek en verdere pretensien, zo van gemelde negotiatie Deutz als van J: en Th: van Marselis prive, ten laste van hem suppliant,
alles zo als blijkt uit de ten requeste overgelegd onderhandsche acte daarvan op den 10 september 1824 tusschen den suppliant en de voornoemde agendarissen opgemaakt.
Dat hij alnu ten behoeve van genoemde agendarissen legaal transport willende passeren, daartoe is behoevende onze explikatie omtrent het regt van naasting.
Mitsdien met overlegging van zes certifikaten, door den landmeter Mabe op heden relatief de voormeld plantage in triplo nafgegeven, en van de daarbij vermelde kaarten en aanwezige waranden verzoekende dat het ons behage:
- Evengemelde certifikaten van den landmeter Mabe, alsmede de kaarten van de plantage 's Gravenhage, 's Hagenbosch en Alijda, te approberen.
- Onder onze gunstige voorschrijving van zijne majesteit te verzoeken nieuwe grondbrieven voor de plantage 's Gravenhage en Charlesbourg.
- Aftezien van het regt van naasting op het voormeld door den suppliant te doen transport, van zijne aandeelen in de voormelde plantage cum annexis.
Gezien de zes certifikaten voormeld en gelet op de bij dezelve gerelateerde bijzonderheden.
Gelet dat voor de plantage 's Gravenhage en Charlesbourg nieuwe waranden vereischt worden, en dat de kaarten van eerstgenoemde plantage, alsmede die van 's Hagenbosch en Alijda, nog niet zijn geapprobeerd.
Aangemerkt de plantage 's Gravenhage in het jaar 1732 is uitgegeven, en dat van de plantage Contentement, waarvan een stuk land aan evengenoemde plantage 's Gravenhage is overgedaan en het welk aan dezelve is behoorende, de warand niet is te vinden.
Aangemerkt de plantage Charlesbourg is een gedeelte van de plantage Naccaraccibo welke in het jaar 1698 is uitgegeven.
Gelet dat van de plantage Katwijk en Alijda, de waranden, alhoewel aanwezig bij den suppliant, echter niet in het archief ter gouvernements secretarij, het welk eerst met het jaar 1743 aanvangt, afwezig zijn.
Aangemerkt uit het voormelde overgelegde kontrakt tusschen den suppliant en de agendarissen voornoemd aangegaan, niet blijkt voor welk geldsbedrag des suppliant aandeelen in de voormelde plantage, aan dezelve agendarissen overgaan.
En gelet dat door den suppliant wegens de voormelde effekten aan de onderscheidene landskantoren niets achterstalligs verschuldigd is.
Hebben goedgevonden en verstaan
- De voormelde zes certifikaten op heden door den landmeter Mabe in triplo afgegeven, alsmede de kaarten van de plantage 's Gravenhage, 's Hagenbosch en Alijda te approberen zoals wij dezelve approberen bij deze:
- Voor de plantage Charlesbourg en 's Gravenhage te verleenen nieuwe waranden en vermits de oudheid dezer concessien aan den suppliant te kennen te geven, zoals wij doen bij deze, dat wij eerlang door intermediair van het ministerie te gemoet zien eene generale approbatie van zijne majesteit op de nog ongeapprobeerde waranden van alle oude concessien en bij ontvangst dezelve aan de belanghebbenden zullen kennelijk maken, wordende de suppliant aldus bij deze ongehouden verklaard eenige verdere demarche tot het verkrijgen van de bedoelde approbatie te doen.
- Kopijen van de waranden van de plantagen Katwijk en Aleijda te doen vervaardigen ter aanvulling van het archief alwaar dezelve ontbreken.
- Aftezien zo als wij afzien bij deze van het regt van naasting op het voormelde door den suppliant ten behoeve der agendarissen voornoemd te doen transport.
- Een extrakt dezer alsmede een afschrift van het tusschen den suppliant en evengenoemde agendarissen in dato 10 september 1824 aangegeaan kontrakt, te doen toekomen aan den Heer Raad Kontrarolleur van Financien tot deszelfs informatie met autorisatie op denzelven tot regeling van het bedrag waarover te deze de 3 percent transport geregtigheid moet worden berekend en die belasting dien overeenkomstig door den bevoegden ontvanger te doen invorderen.
- Vijf extrakten dezer voor de plantage Katwijk, de plantage 's Gravenhage, de plantage 's Hagenbosch, de plantage Alijda en daaraan behoorende grond en de plantage Charlesbourg, aan den suppliant te doen uitreiken tot deszelfs narigt, zullende daaraan respectivelijk worden en blijven geannexeerd de daarbij behoorende kaarten waranden en certifikaten.
- Afschriften der waranden voor de plantage 's Gravenhage en Charlesbourg voromeld, ondergeleide van een extrakt dezer te doen toekomen aan den heer ontvanger der gemeene weide en landtaxen tot deszelfs informatie
ter ordonnantie van zijne excellentie de secretaris van het gouvernement
J: G: Ringeling
4.2 - request uit 1825:
Geeft met verschuldigden eerbied te kennen M: A: Wolff
Dat de suppliant als voor een derde erfgenaam van den boedel van wijlen vrouwe de wed: K: Mohler, eigenaar is
Van een derde aandeel in de plantage Katwijk in Commewijne.
Van een zesde aandeel in de plantage Schravenhagen in Perica
Van een zesde aandeel in de plantage 's Hagenbosch in Cottica
Van een zesde aandeel in de plantage Alijda en daaraan behoorende grond in Cottika en
Van een zesde aandeel in de plantage Charlesbourg in Cottika
Dat hij suppliant zijn aandeel in de voormelde effekten cum annexis, zal overdoen, cederen en transporten aan Frederik Taunaij, C: L: Weissenbruch en E: J: van den Bergh in qualiteit als hier te lande agendarissen van J: en Fh: van Marselis en J: G: van der Meulen, Direkteuren van de negotiatie Deutz en van J: en Th: van Marselis prive, en zulks in kwijting van het hypotheek en verdere pretensien zo van gemelde negotiatie Deutz als van J: en Th: van Marcelis prive ten laste van hem suppliant, alles zoals blijkt uit de reverentelijk hierbij overgelegde onderhandsche akte daarvan op den 10 september 1824 tusschen den suppliant in de voornoemde agendarissen opgemaakt.
Dat de suppliant alnu ten behoeve van voormelde agendarissen legaal transport willende passeren, daartoe is behoevende U: H: E: G: explikatie omtrent het regt van naasting.
Dat hij met betrekking tot de daartoe vereischte bewijzen van eigendom zich heeft gemunieerd van zes certifikaten door den landmeter Mabe relatief de voormelde effekten sub dato heden in triplo afgeven en dewelke hij suppliant, benevens de daarbij vermeld kaarten en aanwezige waranden reverentelijk hierbij is overleggende.
Dat uit dezelve certifikaten consteert dat voor de plantage 's Gravenhage en Charlesbourg nieuwe waranden vereischt worden, dat de kaarten van de plantage 's Gravenhage, 's Hagenbosch en Alijda nog approbatien vereischen en dat overigens alle stukken in vereischte orde zijn.
Dat de suppliant derhalve gaarne nieuwe grondbrieven voor evefngemelde plantagen 's Gravenhage en Charlesbourg wenscht te verkrijgen.
Redenen waaromme hiij zich met verschuldigden eerbied is keerende tot uwe excellentie eerbiediglijk verzoekende dat het U: H: E: H: behage:
- De zes certifikaten van den landmeter Mabe voormeld, alsmede de kaarten van de plantage 's Gravenhage, 's Hagenbosch en Aleijda te approberen.
- Ondergunstige voorschrijving van zijne majesteit te verzoeken nieuwe grondbrieven voor de plantage 's Gravenhage en Charlesbourg voormeld.
- Aftezien van het regt van naasting op het voormeld transport van des suppliant aandeelen in de voormelde plantagien cum annexis
J: G: Ringeling
Paramaribo den 1 april 1825
4.3 - Certifikaat uit 1825
Relatief de plantage Katwijk geleegen aan de rivier Commewijne aan de regterhan in het opvaren tusschen de plantagien Welgeleegen en Wederzorg.
Welke onderwerpelijke plantagie als voor een derde aankomende de wed: J: A: Swaen geb: Juliaans bij den 1e exploicteur onder executie is
- Deze plantage bestaat uit twee concessien te weten het voorland en het agterland
Het voorland is ingevolge en uit kragte der resolutie van hunne Edele Groot Agtbare de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeit van Suriname van den 18 november 1744 door den gouverneur Mauricius bij warand dd 22 januarij 1746 verleend aan Alida Maria Wossing
Het agterland dezer plantage is door den heer gouverneur Jan Nepveu bij warand dd 26 october 1770 verleend aan Joan Willem Gerard van Meel, zijnde deze warand geapprobeerd bij resolutie van H: E: G: A: de heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeit van Suriname dd 17 april 1771
De warand van het voorland was in de prothocollen in het archief ter gouvernements secretarij niet aanwezig, hebbende ik daarnaar tevergeefs gezogt, doch dezelve is door M: A: Wolff als eigenaar van een derde in deze plantage tijdens den verkoop overgelegd, en waarmede als toen het archief is aangevuld geworden zodat alsnu daarvan een copij dient te worden afgegeven
De warand van het agterland egter is te vinden in evengemeld archief en wel in het prothocol no. 5 folio 80
- De kaart van het voorland is geteekend door den landmeeter Gardin den 1 october 1745 en geapprobeerd door den gouverneur Mauricius dd 22 januarij 1746 ; dezelve niet overgelegd zijnde maar zich bevindende in het archief ter gouvernements secretarij en wel in de portefeuille der rivier Commewijne no. 1 folio 51, zo heb ik op heden daarvan twee copijen geformeerd
De kaart van het agterland dezer plantage is geteekend door den landmeter F: Lieftinck den 18 october 1770 en geapprobeerd door den heer gouverneur Jan Nepveu den 17 december 1770 welke aanwezig is in het archief ter gouvernement secretarij in de portefeuille der rivier Commewijne no. 1 folio 157 ; dezelve niet zijnde overgelegd, zo heb ik daarvan op heden twee copijen geformeerd
In dese kaart is in de aantekening van de zijlijnen van het voorland een erreur ingeslopen
- Deze plantage is groot 709 3/10 akkers met een face oost west loopende van dertig kettingen, de oost zijlijn heeft eene lengte van 243 kettingen 61 1/3 voeten, en de west zijlijn eene lengte van 231 kettingen en 13 2/3 voeten volgens meergemelde geapprobeerde kaart van deze landmeter F: Lieftinck
Aldus gedaan en in triplo afgegeven door mij ondergeteekende gesworen landmeter deezer colonie alhier aan Paramaribo den 22 augustus 1825
Esser
geapprobeerd bij resoluite van zijne excellentie den heer generaal majoor gouverneur der kolonie Suriname van maandag den 22 augustus 1825 no. 277 de secretaris van het gouvernement
4.4 - resolutie van uitgifte uit 1744 van de directeuren der geoctrooieerde societeit (afschrift uit 1825)
Mercurie
den 10 november 1744
Bij resumtie gedelibereerd zijnde op de respective request en versoeken aan dese societeit van tijd tot tijd gedaan tot het obtineeren van landt tussen de twee fortressen, is naar voorgaande deleberatie goedgevonden ende verstaan te vergunnen en te concedeeren om in allodialen eijgendom te mogen opnemen en erffelijk te bezitten aan Alida Maria Wossinck, vijf honderd akkers land met een face van dertig kettingen aan de rivier gelegen in de rivier van Commewine aan de regterhand in 't opvaren sijn begin neemende aan de beneden scheijdlijn van 't land thans uijtgegeven aan de wed: Abraham Vereul.
En zulx op conditien en onder restrictien als volgt namenlijk:
dat door haar in cassa van deese societeit bij de warand sal moeten werden gesteld een somma van een hondert guldens en zulx tot verval den consten door den landmeter de Loncour aan deese societeit voor het uijtmeten van dit generale terrain en in teekeningen gebragt
dat zij een terrain van veertig voet breedt tussen de rivier en haar plantage sal moeten ongecultiveert laten ten eijnde altoos, wanneer de societeit zulx soude requireeren hetzelve te moeten applaneeren en tot een bequame land- en rijweg te maken, blijvende nogtans aan de eijgenaars gepermitteerd haare landingplaats op en aan dese gereserveerde veertig voeten te mogen maken en gebruijken,
dat zij wijders binnen ses maanden na dato dat deze societeits aanschrijvinge op dit subject aan den gouverneur in Suriname sal wesen ter hand gekomen, haar verkregen land ten haren kosten door een ander landmeeter als de Loncour te doen uijtmeten en hare kaarten daarvan aan den gouverneur en ter secretarij te furneeren ;
dat al verder na gedaane uijtmetinge, binnen de tijd van agtien maanden zij sal moeten voldoen aan de althans geintroduceerde conditien van daar op te setten een bequaam woonhuijs, en dat bij ieder vijfhonderd akkers bij continuatie altoos zullen moeten sijn en blijven geaffecteert ten minsten tien slaven meerder of minder akkers land na advenant ;
des sal zij ook binnen de tijd van tien jaaren het zelve land niet mogen verkopen, verhandelen, wegschenken of op eenigerleije wijse van meester doen veranderen ten zij bij versterf of insolventie
En sal zij gehouden zijn onder eede solemneel sig te expurgeeren tot het obtineeren dezes geen geld nog geldswaarde aan wien het ook zoude mogen sijn gegeven of belooft te hebben, d' ordinare leges der secretarije daaronder niet begrepen,
dat ten eijnde d' serieuse meening van de heeren deeser tafel te beter werde agtervolgt zal, het den raad fiscaal vrijstaan zig telken op het nakomen deser conditien te informeeren ten welken eijnde copie deses aan hun sal moeten werden ter hand gesteld, en hij acces zal hebben tot het boek der hoofd gelden, en in cas hij mogte bevinden hier tegen te worden gefraudeert, zal het zelve land ipfo facto vervallen wesen aan dese societeijt en ten haaren behoeve aan de meest biedende werden verkogt ten eijnde uijt het netto provenu van dien een vierde werde betaald aan den raad fiscaal, en een vierde aan den aanbrenger, zullende de twee overige vierde aan dezes societeijts omtvanger der inkomende en uijtgaande regten werden te rhand gesteld om aan dese societeit te verantwoorden
J: L: van de Poel
accordeert met het voorsz: register
J: L: (niet leesbaar)
geregist: in 2 prothocol van geregist: grondbrieve en kaarten van de rivier Commewijne en orderhorige creequen no. 69 fo. 13 ter secretarij van Suriname bereiden
Quod Attestor
Joh: Hagen prov gesw: clerq
4.5 - de originele warrand van 1746 (afschrift uit 1825)
Vergunnen en concedeeren mits dezen, ingevolge en uitkragte der resolutie van haar Ed: Groot Achtbaarhedens de Heeren Directeuren der Edele Societeit deeser colonie de dato 18 november 1744 aan Alida Maria Wossinck om in allodialen eigendom op te neemen en erfelijk te mogen besitten vijf honderd akkers land met een face van dertig kettingen aan de rivier gelegen in de rivier van Commewine aan de regterhand in 't opvaren, sijn begin neemende aan de beneden scheidlijn van 't land, thans uitgegeven aan de wed: Abraham Vereul ; en sulx op conditien en onder restrictien als volgd namentlijk dat sij een terrain van veertig voet breed tusschen de rivier en haar plantage zal moeten ongecultiveerd laten ten einde altoos wanneer de Edele Societeits sulx soude requireeren, hetzelve te moeten applaneren en tot een bequaam land en rijweg te maken blijvende nogtans aan haar gepermitteert haar landing plaats op en aan deese gereserveerde veertig voeten te mogen maken en gebruiken mitsdgaders door de selve duikers kookers of dergelijke tot loosinge haarer wateren te mogen steeken ja selfs trensen en slooten daardoor tot in de rivier te graven, mits deselver met suffisante bruggens voorsiende ten einde ten tijde hier voren gemeld altoos te kunnen strekken tot het gerequireerde oogmerk omme daar langs een landen rijweg te kennen maken
Dat sij verder binnen den tijd van agttien maanden, beginnende na de gedane uitmetinge sal daarop zetten een bequaam woonhuis, en dat bij dese vijfhonderd akkers bij continuatie altoos sullen moeten sijn en blijven geaffecteerd ten minsten tien slaven ; des sal sij ook binnen den tijd van tien jaaren van voorgem: resolutie van haar Ed: Groot Agtbaarhedens af te rekenen, het selve land niet mogen verkoopen verhandelen wegschenken of op eenigerlij wijze van meester te doen veranderen, tensij bij versterf of insolventie ; eindelijk zal zij gehouden zijn deese warand, nevens de reeds geapprobeerd caart ter secretarij dezer colonie te laaten registreeren en ons daarvan behoorlijk te doen blijken, alles op poene dat het voorsz vergunde land ipso facto wederom sal vervallen weesen aan de Edele Societeit
Aldus gedaan en met ons zegel bekrachtigd aan Paramaribo den 22 januarij 1746
(getekend) J: J: Mauricius
Ter ordonnantie van den Wel Edelen Gestrengen Heer Gouverneur
/ getekend / Jan Hinckeldaij tweede secretaris
geregistreerde ter secretarij van Suriname en in 't prothocol van geregistreerde grondbrieven en caarten van de rivier Commewijne en onder hoorige creequen no. 53 f0. 101 ter secretarij voornoemd berustende
Actum Paramaribo den 24 februarij 1746
Quo Attestor
/ getekend / L: van der Beets
prov: gesw: clercq
voor eensluidend afschrift de secrretaris van het gouvernement
J: G: Ringeling
4.6 - meetkaart uit 1745
Katwijk
Welgelegen (doorgehaald)
folio 51
Ik ondergeschreeve geswoore landmeeter verklaare gemeten te hebben een stuk land no. 13 groot vijfhondert akkers geleegen in rio Commwine aan de regterhand in 't opvaaren tusschen de landen no. 12 van mejuffrouw de wed: Abm: Vereul en no. 14 van de Heer Pierre Balquerie uijtkragt van een warrand door Haar Edele Groot Agtbaare de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeit van Suriname in dato 18 november 1744 aan de jongevrouwe Alida Maria Wossing verleent zoals de figuur ABCDA aanwijst.
Actum Paramaribo den 1 october 1745
P: Gardin gesworen landmeeter
Gezien de nevenstaande caart der uitmeeting door den geswooren landmeter P: Gardin gedaan approbeeren dezelve in alle sijne leden en deelen.
Actum Paramaribo den 22 januarij 1746
J: J: Mauricius
Ter ordonnantie van den Heer Gouverneur
Jan Hinckeldeij tweede secretaris
4.7 - warrand achterland 1770 (afschrift 1825)
Alzoo Joan Willem Gerard van Meel ons bij requeste heeft te kennen gegeven dat hij suppliant uit 't extrakt resolute van d' Edele Groot Agtbaare Heeren Directeuren der Geoctroijeerde Societeit van Suriname de dato 3 januarij deze jaars 1770 met veel genoegen hadde vernomen dat 't Haar Edele Groot Agtbaare goedgunstiglijk behaagd hadde te disponeeren over de requeste van hem suppliant en diverse eijgenaaren en gevolmagtigden van plantagien gelegen aan de beneden rivier van Commewine aan de regterhand in 't opvaren inhoudende versoek om meerder land agter hunne bijzondere plantagien conform de kaart ten hunnen kosten daarvan gemaakt door den landmeter Gossekij en dat wij door Haar Edele Groot Agtbaare geauthoriseerd en gequalificeerd waren om gem: landen te concederen en te vergunnen en van alle de respective uitgiften te verleenen behoorlijke waranden onder approbatie van Hooggemelde Edele Societeit ten waare wij eenige reedenen ter contraris mogten hebben of eenige speculatie sig mogte opdoen, om die lande in staat te stellen van apart onder cultuure te werden gebragt.
Weshalven den suppliant sig was keerende tot ons ootmoedigst versoekende aan hem suppliant goedgunstiglijk te willen verleenen een concessie of warand van so veel akkers land agter sijn suppliant plantagie genaamd Katwijk conform de bepaling uitgedrukt in de voorsz: resolutie van Haar Edele Groot Agtbaren, en een der landmeters te willen gelasten daarvan te formeren vier evensgelijke kaarten volgens gebruik.
Zo is 't dat wij 't voorsz: overgemerkt ons geen reedenen ter contrarie sijnde voorgekomen, alsmede dat omtrent de aparte cultuure van die lande geen gegronde speculatien sig opdoen, en voorts geposeerde bij de voorn: requeste conform de waarheid, bovendien hebbende qualificatie en authorisatie van Haar Edele Groot Agtbaare de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeit dezer colonie in dato 3 januarij deses jaars hiervoren gemeld
en in naam van Hooggemelde Edele Societeit mitsdien vergunnen en concederen aan Joan Willem Gerard van Meel omme in allodialen eijgendom op te neemen en erffelijk te mogen besitten alsmede aan deszelfs plantagie Katwijk gelegen in de benden rivier Commewine regterhand in 't opvaren tusschen de plantagien Welgelegen en Wedersorg te annexeeren, sodanig stuk agterland als linia recta agter gem: plantagie Katwijk tot aan de benedenschijdlijn van de plantage Janslust in de Hoer Helena Creecq is openleggende, ter groote van twee honderd negen en drie tiende akkers soals 't selve door den gesworen landmeter F: Lieftink is opgemeeten
ende zulks onder conditien en restrictien als volgt.
Zal hij van heeden af aan van dese twee honderd negen en drie tiende akkers land moeten betalen een recognitie of canon van vier stuivers hollands geld per akker aan den ontvanger der in- en uitgaande regten in der tijd, 't sij 't selve land bebouwt werd of niet, en so vervolgens jaarlijks op den eersten dag van 't verleenen van dese warand, en dat op poene dat ingevalle deselve recognitie of canon binnen drie maanden na de vervaldag telkens niet voldaan was sal moeten betaald worden 't dubbeld van dien en also inplaatse van vier stuivers, agt stuivers, en waarvoor hij paratelijk sal mogen en moeten worden geexecuteerd.
Ook zal hij gehouden zijnde approbatie op deze warand binnen ses maanden van Haar Edele Groot Achtbare de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeit dezer Colonie te versoeken, sig reguleerende na den inhoude van de resolutien van Hooggemelde Heeren Directeuren in dato 5 maart en 7 maij 1755 die binnen twaalf andere maanden aan ons sal moeten worden geexhibeerd
alsmede daarvan volgens gedaane uitmeeting te laaten vervaardigen vier evensgelijke kaarten die binnen een jaar na dato dezes aan ons ter approbatie moeten werden gebragt, op poene van te verbeuren ten behoeven van het Edele Societeits Hospitaal alhier voor ieder maand vijftig guldens hollands na expiratie van 't jaar, en van welke kaarten één voor d' Edele Societeit voornoemd, één voor ons, één om neffens dese warand ter secretarij deser colonie te werden geregistreerd, en één voor den eijgenaar sal sijn ; en dat bij deze twee honderd negen en drietiende akkers land bij continuatie altoos sullen moeten zijn en blijven geaffecteerd ten minsten vier stuks slaven.
Gelijk hij ook gehouden sal zijn sig te gedragen aan de resolutie van Hooggemelde Edele Societeit in dato 3 januarij 1770 omme boven en behalven de resolutie van gouverneur en raden in dato 22 februarij 1769, waarbij gestatueerd is dat alle de gronden of plantagien zo buiten Paramaribo als in de rivieren waarop sig boven de 75 koppen slaven klein of groot mogten bevinden sullen moeten worden voorsien van twee blanken aan sodanige grond of plantagie geaffecteerd en aldaar woonagtig, nog te houden een derde blanke wanneer 't getal der slaven welke hij opgemelde plantgie heeft tot de een honderd en twintig beloopt, en sulks bij provisie totdat hieromtrent nader bepaalingen sullen worden gemaakt
en speciaalijk dat ingevalle hij aan de stipulatien in dese vermeld niet en voldoet, hij de facto en buiten form van proces van dese concessie sal sijn vervallen en worden gepriveerd, en dat 't selve land weder sal retourneren in den boesem van d' Edele Societeit om daarmede te handelen so als bevonden sal worden te behoren, ten welkers behoeven ook in cas voor verkoop ten allen tijden 't regt van naasting werd gereserveerd.
Voorts sal hij copie authentiek van dese warand aan den Heer Raad Fiskaal dezer kolonie onder recepisse moeten ter hand stellen en deselve benevens één der daarvan te maken kaarten annexeeren bij 't versoek van approbatie op dese warand aan Hooggemelde Edele Societeit.
Ook zal hij niets vermogen te ondernemen tot nadeel der vrije indianen ofte eenige vorige concessien en so er natuurlijke creequen door dit land mogten loopen deselve niet toe te vullen of te stoppen, maar word verstaan voor een ieder open en vrij te moeten blijven om te kunnen bevaren.
Aldus gedaan en met ons zegel bekragtigd alhier aan Paramaribo desen ses en twintigsten october 's jaars seventien honderd seventig.
getekend: Jan Nepveu
Ter ordonnantie van den heer Gouverneur
Get: Johs: van Gennep gesw: clercq
Voor copie conform
de secretaris van het gouvernement
J: G: Ringeling
De resolutie van Haar Edele Groot Achtbare de Heren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeit dezer colonie in dato 17 april dezes jaars 1771 waarbij dese voorenstaande warand word geapprobeerd is aan ons op heden vertoond.
Actum Paramaribo 12 december 1771
getekend: Jan Nepveu
Ter ordonnantie van der Heer Gouverneur
Johs: van Gennep gesw: clercq
Voor copie conform
de secretaris van het gouvernement
J: G: Ringeling
4.8 - meetkaart van het achterland 1770
Ingevolge resolutie van de Ed: Groot Achtb: Heeren Directeur der Geoctroijeerde Societeit van Suriname en in dato .... 1770.
En op order van de WelEd: Gestr: Heer Jan Nepveu gouverneur generaal deser colonie.
Heb ik onderges: afgemeten agter de plantage Katwijk gelegen in rio Commwine aan de regterhand in 't opvaren tusschen de plantage Welgelegen en de plantage Wedersorg, behoorende aan de Ed: Agtb: Heeren J: W: G: van Meel, de agterlanden met 30 ketting face stuijtende van agteren tegen de beneden scheijdlinie van de plantage Janslust, en 't zelve groot bevonden 209 3/10 akkers.
Alles zo en in dier wegen als de bovenstaande figuur ABCD is exhibeerende.
Actum Pramaribo den 18 october 1770
F: Lieftinck.
Gezien de nevenstaande kaart de uitmeting door den gesworen landmeter F: Lieftinck gedaan approberen deselve in alle sijne leeden en deelen.
Actum Paramaribo den 17 decmeber 1770
Jan Nepveu.
Ter ordonnantie van den heer Gouverneur
Johs: van Gennep
