koffieplantage Hegt en Sterk aan de Commewijnerivier

volksnaam "Storkoe" = Stolkert
beneden-commewijne, rechteroever bij het afvaren
volgorde bij het afvaren: la Singularité, Hegt en Sterk, Kampenburg, Frederiksburgh, het Vertrouwen, Mon souci

plantage Hecht en Sterk op de kaart van Bakhuys en De Quant uit 1930.

Chronologie

ca. 1750 - aanleg plantage

De grond werd in 1747 uitgegeven aan Jacob Mottet:
"... Vergunnen en concederen mits desen ingevolge en uitkragte der resolutie van haar Ed: Groot Achtbaar de Heeren Directeuren der Ed: Societeit deser colonie de dato 1 september 1745 aan Jacob Mottet om in allodialen eigendom op te nemen en erfelijk te moogen besitten 500 akkers land met een face van 30 kettingen aen de revier, gelegen in de rivier van Commewijne aan de linkerhand in 't opvaaren, sijn begin neemende aan de beneden scheidlijn van 't land thans uitgegeeven aan Jan Nepveu...."

Over Mottet is vrijwel niets bekend. Hij overleed in 1761:
".... 1761-januari 16 Debet Boedel Jacob Mottet — A kerkegeregtigheid voort begraven van hem selfs door Dd: de Hooij f 50,- ....."

Op een gegeven moment, wanneer is niet bekend, is de nieuwe plantage in het bezit gekomen van Isaac Stolkert, althans de volksnaam "Storkoe" refereert hieraan.

Over de familie Stolkert is inmiddels aardig wat bekend. In 1737 had ene Stolkert een plantage genaamd "Stolkertsburg", met als buurman Buys van de plantage "Buyswijk". Uit de Wosuna scheepslijsten blijkt dat op 6 sept 1753 drie personen met de naam Stolkert — ongetwijfeld broers — uit Suriname vertrokken: Boudewijn, Isaac en Jan.

Isaac Stolkert was in 1752 burgerkapitein van de divisie Cottica en beneden-Commewijne, en commissaris van kleine zaken. Blijkens plantageinventarissen in het notarieel archief van het ARA, was hij omstreeks die tijd eigenaar van de plantages Stolkwijk aan de Motkreek, Stolkertvlijt aan de hoer-Helenakreek, de Twee Gebroeders aan de Motkreek, en waarschijnlijk de nieuwe plantage Hegt en Sterk.
Na Isaac Stolkert's dood werden diens echtgenote en hun kinderen de erfgenamen.

Elisabeth Buys (1728 - 23 mei 1775), de weduwe van Isaac Stolkert, huwde in 1767 ten tweede male, ditmaal met de latere gouverneur Jean Nepveu. In het ondertrouwregister van het Hof van Politie staat hun aangifte aangetekend:

".....1767 op heeden den 20 augustus zijn ten overstaan van de Edele Achtbaare heeren J: Roux en David de Hoij raeden in den Edele Hove van Politie en Crimineele Justitie der colonie Surinaame & & door mij ondergeschreven secretaris der opgemelde colonie na behoorlijke affvragingh in den huwelijcken staat in en aangeteeckent,
de WelEd: Gestr: heer J: Nepveu weduwenaar van de gereformeerde religie oud sevenen veertig jaaren geboorten te Amsterdam en woonagtig alhier geadsisteert met de heer J: P: H: Muzelius en huijsvrouw,
en Elisabeth Buijs weduwe wijlen J: Stolkert van de gereformeerde religie oud acht en dertig jaaren gebooren en woonagtig alhier geadsisteert met de heer J: G: Clemen en huijsvrouw........"

Elisabeth was toen eigenaresse van een flink aantal plantages: Curcabo, Monsouci, Hegt en Sterk, Stolkersvlijt, en Buyslust. Hoewel deze haar eigen bezit bleven — dergelijke huwelijken werden altijd buiten gemeenschap van goederen gesloten — voerde haar echtgenoot op de plantages vele verbeteringen in.
Uit hun huwelijk is 1 kindje bekend, het jong gestorven dochtertje Johanna Elisabeth (dec.1768 - nov.1769) (geg. gouvernementsjournaal)
Elisabeth overleed in 1775. De dood van de gouverneursvrouwe was een belangrijke gebeurtenis in de kolonie:

"......'s Morgens ten 6 uuren is de vlag op de Forteresse Zeelandia ter halver stok opgehaalt, en een canonschot van de batterij gedaan, dewelke alle halve uur vernieuwd is, zoo als meede van alle de ter rheede leggende scheepen.
Om 7 uuren heeft men begonnen het overlijden bekend te maaken, sittende de geswoorene clercq van de Gouvernements secretarij in diepe rouw in de koets van den heere Gouverneur, gaande aan ieder portier een sergant in haare regiments monteering gekleed, met vloers om den hoed, om het sijd geweer & den arm, en de Aanspreekers vooruijt de bekendmaaking van huijs tot huijs doende.
Na de middags ten 5 uuren is het lijk van wijlen mevrouw de Gouvernante op de Forteresse Zeelandia ter aarde besteld......"
(gouverneursjournaal 23 mei 1775)

Elisabeth's zoon Frederic Cornelis Stolkert werd door het huwelijk een stiefzoon van gouverneur Nepveu. Na haar dood werd hij een der erfgenamen van de plantages van zijn moeder. Hij was gehuwd met Suzanna Duplessis, de eigenaresse van plantage Nijd en Spijt aan de Commewijnerivier.

1770 - innovatie

koffiebreekmolen met beestenwerk, tekening ca. 1770

Omstreeks 1770 werd door Jean Nepveu een nieuwe koffiebreekmolen geinstalleerd op de plantage van zijn vrouw Elisabeth Buys, en op vier andere plantages van hemzelf. De molen werd door paarden voortbewogen. Op plantage Hegt en Sterk was ook een windmolen geinstalleerd. (van Stipriaan 1993, p. 82, 83, 156). Nepveu was een innovatief planter, met grote belangstelling voor nieuwe ontwikkelingen.

Het journaal van gouverneur Nepveu beschrijft de ontwikkeling van deze molen, naar een frans voorbeeld:

"......Dingsdag den 5 Junij 1770
De handmolens die na 't model van die door Mons: Simeon op den 4 Aug: 1769 gemeld, gemaakt zijn om de roode bast van de coffij te separeeren, so dat die bast niet met de boone blijft, alhier niet suffisant gevonden wordende voor de groote quantiteiten die dagelijks op de meeste Plantagien thuijs koomen, heeft Zijn WelEdele Gestrenge op dat model een laaten maaken met eenig raaderwerk, die of met slaaven of met een paard rond gedreeven word, welke heeden, in 't bijzijn van diverse heeren Planters, den Heer Secretaris Bekker en andere, is geprobeert en van volkoomen effect bevonden, zijnde in 50 minuten duijzend ponden Coffij daarmeede ontblood van de Bast, welke ten eersten weg gegooijt word, alzoo er geen boonen inblijven, dat een zeer groot voordeel voor de Coloniers zal oppereeren alzoo er in de reegentijd veel Coffij in die roode bast verstikt, en men in de Voorpluk bij aanhoudende reegens geen weg daar meede weet op de droogereijen, hoe groot men se ook heeft, ook zal het veel plaats op de solders en veel moeijten in 't stampen en bewerken spaaren.

Terzelver tijd is aldaar ook geprobeert een kleijn wrijfmolentje spieraalsch wijze gemaakt loopende in een ton, waarmeede de witte bast zeer wel afgaat, dat ook veel voordeel kan geeven, alzoo anders op de ordinaire wijze door het swaar stampen, om die af te krijgen, veel gebrooken en geplet word........"

Op de plantage Hegt en Sterk stonden twee grote koffieloodsen met dergelijke breekmolens. Ook op andere plantages werden naar Nepveu's voorbeeld deze breekmolens geinstalleerd, onder andere op plantage Nijd en Spijt (blijkens inventaris 1795).

Restant van de meetkaart van Hecht en Sterk door landmeter F. Lieftinck uit 1770.

In 1770 werd de plantage vergroot met 500 akkers achterland. De totale grootte kwam hiermee op 1000 akkers, en de productie was voor vele jaren in de toekomst veilig gesteld. Landmeter Franciscus Lieftinck vervaardigde de meetkaart van het nieuwe gedeelte:

"... Ik ondergeschreven verclaare hiermeede op ordre van WelEdele Gestrenge Heer Jan Nepveu Gouverneur Generaal Ad: Interim deser Colonie &&& te hebben gemeeten geprojecteerd en afgeteekend zodanige 500 akkers land met 30 kettingen facade als agter de plantage Hegt en Sterk geleegen in rio Commewine aan de linkerhand in 't opvaaren tusschen de plantage Frederiksborg en la Singularite nog onbegeeven zijn open leggende.
Alles zo en in diervoegen als de bovenstaande figuur met de letter ABCD is exhibeerende.
Actum Paramaribo den 1 februarij 1770, F: Lieftinck geexam: en gepro: gesw: en landmeeter ..."

1775 - inventarisatie en prisatie (ARA, oud notarieel archief 242 / 227)

Onmiddelijk na de dood van Elisabeth Buijs werd de plantage geinventariseerd en gepriseerd ten behoeve van de erfgenamen. Dit waren Jean Nepveu, Frederic Cornelis Stolkert en diens afwezige broers Hendrick Boudewijn, en Isak Stolkert.
De inventarisatie vond plaats op 6 t/m 8 juni 1775. Uit de inventarisatie blijkt dat het om een grote en moderne koffieplantage gaat, met een totale waarde van F 311.965,- .
De "generaale grond" was 1000 akkers groot. De "coffy-gronden" omvatten 285 akkers met in totaal 141.500 koffiebomen. Verder was er nog 60 akkers kostgrond. De slavenmacht bedroeg 298 personen, waaronder 84 kinderen.
Er was een uitgebreide bebouwing:
woonhuis voor de eigenaar, met dure inrichting, 45 x 40 voet — F 4500,-
koffiedroogvloer 45 x 45 voet — F 300,-
"regenbak houdende naar gissing 500 tonnen" - F 2500,-
zijgebouw 23 x 23 voet — F 475,-
zijgebouw 23 x 23 voet — F 650,-
loods 50 x 42 voet — F 5940,-
timmerloods 60 x 40 voet — F 4500,- in deze loods een stal met 10 paarden
koornhuis — F 350,-
duijve huijs 10 x 10 voet — F 100,-
jaas huijs 23 x 23 voet — F 278,-
nieuw jaas huijs 45 x 23 voet — F 750,-
nieuwe neger huizen 100 x 15 voet, met galderijen — F 435,-
directeurswoning 45 x 21 voet — F 800,-
koffie loods 85 x 42 voet — met een paarde-breekmolen, manarie, koffiematten, etc.- F 13.180,-
opzij van de loods twee drogerijen 115 x 68 voet en 85 x 47 voet, met plavuizenvloer -
F 1600,-
schaapshuis 40 x 20 voet, met 100 schapen — F 600,-
sluis 30 x 10 voet, binnen de sponning 8 1/2 voet, met deur en reservedeur — F 4500,-
30 stuks negerhuizen — F 900,-
koffie loods 95 x 40 voet, met 42 schuifbakken, 2 menaries en een paarde-breekmolen -
F 13.150,-
drogerij 125 x 50 voet, met plavuizen belegd — F 1625,-

1793 - gebroeders Stolkert (almanak 1793)

Isac Stolkert overleed in 1803 en werd op de plantage begraven (J.P. Sang-jang). In 1818 werd Nicolaas Willem de Reus op de plantage begraven. Hij was Raad-Fiscaal van Suriname geweest, en was eigenaar van plantage Mon-Soucci en 1/6 deel van Hegt en Sterk. Vermoedelijk was hij aangetrouwde familie van de Stolkerts ; een en ander moet nog worden nagezocht.

1821 - boedel B. J. Stolkert en F. C. Stolkert (almanak 1821)

De koffieplantage was 1000 akkers groot. De administrateurs waren: F. Taunay, A. A. Halfhide, J. Wondel, en P. Waakhuisen. Enige jaren later, in 1830, telde de plantage 180 slaven.

1843 - Boedel H.B. & J.F. & F.C. Stolkert (almanak 1843)

De directeur op de plantage was J. Schiff. De administratie werd gevoerd door J. Zaal. De slavenbevolking bestond uit 174 mensen.

1863 - emancipatie ; A. T. Kruijthoff

De eigenaar mr. Adolf Tilenius Kruythoff (1817-1864) te Paramaribo ontving een "tegemoetkoming" groot f 41.400,- voor 138 slaven.
Kruythoff was gehuwd met Sarah Anna Bent. Hij overleed in 1864:

"..in het huis aan de Keizerstraat, bekend onder L A N 141, is overleden ...Mr. Adolph Tielenius Kruythoff, echtgenoot van Sarah Anna Bent...grondeigenaar...geboren te St. Martin...zoon van Adolph Tielenius Kruythoff en van Sarah Gumbes..."

De plantage heeft nooit contractanten aangeworven, en is waarschijnlijk al kort na de emancipatie buiten productie gesteld.

begin 20e eeuw — omzetting tot dorpsgemeente "Storkoe"

Zoals zovele, werd ook deze plantage verkaveld ten behoeve van de kleinlandbouw. Temminck-Groll, die de plantage omstreeks 1970 bezocht, spreekt nog van deze dorpsgemeente. Vanaf die tijd is echter het dorpje volledig verdwenen. Thans (2000) woont er slechts 1 wachter, die de zaak namens de nieuwe eigenaar wat bijhoudt en de sluis bedient.

2000 - eigenaar onbekend

De waterlozingen worden in goede conditie gehouden, maar van de plantagebebouwing is vrijwel niets over. Op de plantage is thans (2000) nog aanwezig:

een robuuste sluis met ophanging voor zowel de normale sluisdeur als de reservesluisdeur. De sluis is gemaakt van groot formaat baksteen, waarschijnlijk Surinaams. Nepveu was tevens de bezitter van de steenbakkerij Appecappe, en mogelijk is de sluis gebouwd in Nepveu's tijd met de bakstenen van Appecappe. Echter is ook een latere datering plausibel, want precies dezelfde bakstenen werden gebruikt in de huizen mirandastraat 17 en 19, beide omstreeks 1850 gebouwd.

Een bakstenen waterreservoir, inwendig gewelfd, met een geheel ander baksteenformaat. Ongetwijfeld is dit de regenbak beschreven in de inventaris van 1775.

Verder resteert nog een grote suikerpan.
Links van de sluis is de grafplaats van de vroegere dorpsgemeente, thans verwaarloosd. Er zijn slechts vrij recente 20ste eeuwse graven.

top ^

Bronnen

top ^

boeken en artikelen

1.1 - Alex van Stipriaan
Surinaams contrast — KITLV, 1993

top ^

databases op het internet

2.1 - Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname

2.2 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

top ^

inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag

1775 - ARA NOT inv. no. 242 p. 563

gegevens: 1000 akkers, koffie, 298 slaven, NF 311.965,-
eigenaar / erflater : Elisabeth Buijs, in gemeenschap van goederen getrouwd met Jan Nepveu.

top ^

archief Dienst der Domeinen te Paramaribo

1747 - resolutie 1e concessie

Vergunnen en concederen mits desen ingevolge en uitkragte der resolutie van haar Ed: Groot Achtbaar de Heeren Directeuren der Ed: Societeit deser colonie de dato 1 september 1745 aan Jacob Mottet om in allodialen eigendom op te nemen en erfelijk te moogen besitten 500 akkers land met een face van 30 kettingen aen de revier, gelegen in de rivier van Commewijne aan de linkerhand in 't opvaaren, sijn begin neemende aan de beneden scheidlijn van 't land thans uitgegeeven aan Jan Nepveu.
En zulx onder conditien en onder restrictien als volgt namentlijk:
dat hij een terrain van veertig voeten breed tusschen de rivier en dit geconcedeerd land sal moeten laten ongecultiveerd ten einde altoos wanneer de Ed: Societeit sulx soude requireeren hetselve te moeten applaneeren en tot een bequaam land- en rijweg te maken, blijvende nogtans aan hem gepermitteerd sijn landingplaats op en aan dese gereserveerde veertig voeten te mogen maken en gebruiken, mitsgaders door deselve duikers, kookers of dergelijke, tot loosing sijner wateren te mogen steeken, ja, selfs trensen en slooten daardoor tot in de rivier te graven, mits deselve behoorlijk met suffisante bruggens voorsiende, ten einde ten tijde hiervoren gemeld altoos te kunnen strekken tot het gerequireerde oogmerk omme daarlangs een land- en rijweg te kunnen maken.
Dat hij verders binnen den tijd van achtien maanden beginnende na de gedaane uitmetinge sal daarop setten een bequaam woonhuis, en dat bij dese vijfhonderd akkers bij continuatie altoos sullen moeten sijn en blijven geaffecteerd ten minsten tien slaven.
Des sal hij ook binnen den tijd van tien jaaren hetselve land niet mogen verkoopen, verhandelen, wegschenken, of op eenigerlij wijse van meester te doen veranderen, tensij bij versterf of insolventie.
Eindelijk sal hij gehouden sijn dese warand nevens de reeds geapprobeerde kaart ter secretarij deser colonie te laten registreeren en ons daarvan behoorlijk te doen blijken, alles op poene dat het voorsz: vergunde land ipso facto wederom sal vervallen wesen aan de Ed: Societeit
en in geval ter eeniger tijd nodig soude werden geoordeeld eenige reduit, sterkte, of fortresse, aan de mond vna de rivier Commewine en Suriname tegensover de fortresse Amsterdam te leggen tot versekeringe en dekking van dit terrain, sal hij gehouden sijn nevens degeene so die bereids bij resolutie van de Ed: Societeit in dato 7 april 1745 approbatie op haarlieder warand hebben geobtineerd, ofwel de novo uit kragt van dien land verkregen hebben, of in 't toekomende souden verkrijgen, na advenant harer verkregen akkers land voor drie vierde parten, en de Ed: societeit voor een vierde part, op de voet als de proportie bij de conventie van 1733 is gereguleerd, tot de kosten van dien te contribueeren.
Aldus gedaan den 11 februarij 1747
/ was getekend / J: J: Mauricius
/ onderstond / ter ordonnantie van den heer gouverneur / en getekend / Jan Hinckeldeij secretaris
nevens appositie van 't zegel van den heer gouverneur in rood lak
accordeert met sijn origineel
Jan Hinckeldeij secretaris

1770 - tekstdeel van een meetkaart 2e concessie

Aan de voorzijde staat
Commewijne (beneden)
Achter Hecht en Sterk

Ik ondergeschreven verclaare hiermeede op ordre van WelEdele Gestrenge Heer Jan Nepveu Gouverneur Generaal Ad: Interim deser Colonie &&& te hebben gemeeten geprojecteerd en afgeteekend zodanige 500 akkers land met 30 kettingen facade als agter de plantage Hegt en Sterk geleegen in rio Commewine aan de linkerhand in 't opvaaren tusschen de plantage Frederiksborg en la Singularité nog onbegeeven zijn open leggende.
Alles zo en in diervoegen als de bovenstaande figuur met de letter ABCD is exhibeerende.
Actum Paramaribo den 1 februarij 1770
F: Lieftinck geexam: en gepro: gesw: en landmeeter
Gezien de nevenstaande kaart der uitmeeting door den geswooren landmeeter F: Lieftinck gedaan approbeeren dezelve in alle sijne leden en deelen.
Actum Paramaribo den 20 november 1770
Jan Nepveu
Ter ordonnantie van den Heer Gouverneur
Joh: van Gennep secretaris

top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: