Frederiksdorp aan de Commewijnerivier
volksnaam "Knofroe"= Knoffelbeneden-Commewijnerivier, rechteroever bij het afvaren.
volgorde bij het afvaren: Marienbosch, Guadaloupe, Frederiksdorp, Buitenrust, Johanna-Margaretha
plantage Frederiksdorp op de kaart van Bakhuys en De Quant uit 1930.
- Chronologie
- Bronnen
- boeken en artikelen
- archief Anthonie Hagemeyer betreffende de plantages Frederiksdorp en Margrita.
- databases op het internet
- inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag
- archief Dienst der Domeinen te Paramaribo
Chronologie
De onderstaande gegevens zijn grotendeels overgenomen uit een plantagegeschiedenis van 1997 van de hand van C. Willemsen, en gegevens uit het plantage-archief van de huidige eigenaar Anthonie Hagemeyer. Zie onder bronnen.
- 1747 - grondwarrand (copie huidige eigenaar)
- 1768 - erven Knoffel (inventaris 1768, ARA Not. nr. 227, fol. 261 ev.)
- 1770 - erven Knoffel (kaart A. de Lavaux, 5e editie 1770)
- 1771 - warrand voor de toekenning van 225 akkers achter de plantage; het totale bezit wordt dan 725 a.
- 1775 - erven Knoffel (plantageinventaris 1775, ARA Not. nr. 242, fol. 506-507)
- 1793 - 1795 - erven Knoffel (sur. almanac 1793)
- 1796 - 1817 - E. J. H. Vernede, mr. F. Schoken (?)
- 1818 - 1840 - jonkvrouwe E. C. Uhl (sur. almanakken)
- 1841 - 1861 - A. Ferrier, T. B. Barry (later boedel T. B. Barry) (almanakken).
- 1863 - emancipatie
- 1864 - 1872 - onbekend
- 1873 - 1928 - contractarbeid
- 1873 - I. G. van Emden ; J. A. Hoeffelman
- 1874 - Hoeffelman
- 1877 - J. P. A. Hoeffelman
- 1881 - S. van Lierop
- 1889 - P. A. Hoeffelman
- 1918 - J. A. Favery, beheerder
- 1920 - J. D. Favery
- 1928 - W. H. L. Moll
- 1873 - politiepost; districtscommissaariaat beneden-commewijne (enyclopedie N.W.I. )
- 1889 - 1927 - J. P. A. Hoeffelman, boedel M. L. W. Hoeffelman (almanakken)
- 1927 - 1943 - Wilhelm Karel Andreas Moll en Gerard Eduard Louis Moll.
- 1943 - 1976 - Kasit Wongsosoeparto en Rene Reeder
- 1976 - heden Antonie Jacobus Hagemeyer.
1747 - grondwarrand (copie huidige eigenaar)
"Wij, Johan Jacob Mauricius, Gouverneur Generaal over de Colonie van Suriname ................ Vergunnen en concederen mits desen ingevolge en uitkragte der resolutie van haar Ed: Groot Achtbaar de Heeren Directeuren der Ed: Societeit deser colonie de dato 7 april 1745 aan Jan Frederik Knoffel ontvanger der oude slaafschulden om in allodialen eigendom op te nemen en erfelijk te mogen bezitten 500 akkers land met een face van 30 kettingen aan de rivier, gelegen in de rivier van Commwine aan de linkerhand in 't opvaaren, sijn begin neemende aan de beneden scheid lijn van 't land thans uitgegeeven aan Henrij de la Croix Desouihes...."
Eigenaar van plantage Frederiksdorp was Johan Friedrich Knoffel (? - 1768) afkomstig uit Pruisen, Duitsland. Hij was tevens de eigenaar van de buurplantage Knoffelsgift, en verder bezat hij een mooi woonhuis in de stad aan de waterkant, op de hoek van de naar hem genoemde Knuffelsgracht. Ook de grond Johan en Margaretha werd aan hem uitgegeven, maar hij heeft deze weggeschonken aan de Lutherse kerk, die er een koffieplantage liet aanleggen.
1768 - erven Knoffel (inventaris 1768, ARA Not. nr. 227, fol. 261 ev.)
Knoffel stelde in 1760 zijn testament op. Daarin liet hij de plantage na aan zijn twee broers met hun nazaten, en mochten deze reeds overleden zijn, aan zijn 3 neven Kusel. In het testament gaf hij de erfgenamen gedetailleerde instructies om de plantage in goede conditie te houden. Blijkbaar lag de plantage hem na aan het hart:
".......zijnde mijne expresse last en begeerte, dat mijne voorn: plantagie Frederiksdorp, geleegen in Rio Commerwijne, zal moeten bleijven in een behoorlijke staat, met zijne slaeven , gebouwen, en verdere Ap-en-de-pendentien, en alzoo onder ten minsten met geen minder getal van slaaven, zoals deeze bij mijn overleijden op dezelven zijn........."
Blijkbaar was reeds in 1760 toen het testament geschreven werd, de koffieproductie op zijn retour, getuige de volgende opmerking in het testament:
".......en voorts op deselven ook aan te leggen en te brengen een Zuijker plantagie, met een beeste werk....."
Knöffel was in 1760 zelf al met deze suikerconversie bezig. Blijkens een inventarisatie uit dat jaar had hij rietvelden en was er een beestenmolen geïnstalleerd. De conversie is echter niet doorgezet, de suikerproductie werd opgegeven.
Knöffel had geen wettige kinderen, maar had in Suriname wel een gezin opgebouwd in concubinaat met zijn slavin Grietje. Dit blijkt uit het testament waarin bijzondere voorzieningen werden getroffen voor hun kinderen, de twee mulatten meisjes, Johanna Cornelia en Anna Dorothea van Frederiksdorff. Voor hen moest manumissie worden aangevraagd, en zij werden erfgenaam van de naastgelegen kostgrond Knoffelsgift, waarop een huis voor hen gebouwd moest worden, en een aantal slaven werd hen toegewezen. Voor hun opleiding werden zij naar Nederland gestuurd. In 1667 werd ter bekostiging hiervan een hypotheek op de grond Knoffelsgift gesteld ad f 24.000,-. Deze werd afgesloten bij Johannes van der Winden en Frederik Valentz te Amsterdam. (GAA 12873 f. 385)
Na Knoffels overlijden in 1768 werd een inventaris opgemaakt (ARA Not. nr. 227, fol. 261 ev)
De inventaris vermeldt als voornaamste bebouwing : woonhuis, directeurswoning (waarschijnlijk de thans nog bestaande woning), morsloods, koffieloods, koffiedroogvloeren. De totale slavenmacht bedroeg 185 "koppen".
1770 - erven Knoffel (kaart A. de Lavaux, 5e editie 1770)
De kaart van Lavaux blijkt hier onnauwkeurig; ten oosten van Frederiksdorp lag vanaf het begin de plantage Guadaloupe (en niet Augsburgh) ; ten westen de plantage Knoffelsgift, later samengevoegd met het naastgelegen Johanna Margaretha. (en niet Belgaerde). De kaart van Moseberg uit 1801 geeft de juiste volgorde en benaming. De plantage Knoffelsgift werd later hernaamd Buitenrust.
1771 - warrand voor de toekenning van 225 akkers achter de plantage; het totale bezit wordt dan 725 a.
meetkaart van het achterland van Frederiksdorp door landmeter A. Helleday, 1772.1775 - erven Knoffel (plantageinventaris 1775, ARA Not. nr. 242, fol. 506-507)
In 1775 werd de plantage geinventariseerd, en getaxeerd op het enorme bedrag van F 370.835,- Overigens dient deze taxatie wel met de nodige reserve worden bezien: Alle taxaties uit die jaren werden overdreven gunstig opgesteld.
De inventarisatie geeft een nauwkeurige beschrijving van de plantage. Deze was 725 akkers (290 ha.) groot, waarvan 231 akkers (ca. 92 ha.) met koffie, en 102 akkers kost. Het merendeel van de koffiebomen (totaal 113.000 stuks) was op gunstig productieve wasdom (ca. 10 jaar). Trenzen en overig waren goed onderhouden. Er wordt geen melding gemaakt van verlaten gronden. De kostgrond was 14% van het totaal areaal, veel groter dan het landelijk gemiddelde van 5%.
Met 92 ha. areaal kan ongeveer 24 ton koffie zijn geproduceerd @ f 0,56 / kg = f 13.440,- / jaar
(N.B.: voor standaardtabellen, zie: Stipriaan 1993, p. 128, p. 331, p. 434).
De slavenmacht bestond uit 74 mannen, 70 vrouwen, 14 jongens en 34 meisjes; dit is 25% meer dan het landelijk gemiddelde. 25% van de slavenbevolking werd gevormd door jongens en meisjes.
De belangrijkste gebouwen waren:
tweelaags woonhuis, 45 x 44 voet, op stenen voet, geheel onderkelderd
eenlaags woonhuis, 45 x 32 voet, op neuten; voor de directeur (dit is de huidige woning)
"bootehuijs" 50 x 30 voet, met twee "koffiematten" en 2 "coffijmaaij"imolens
tweelaagse morsloods, 60 x 40 voet, met een breekmolen van bruinhart; verder de benodigde
menarie en wasbakken; droogzolder voor koffie.
droogvloeren 203 x 92 voet en 105 x 73 voet
timmer& kuiperloods, 65 x 40 voet
overige bijgebouwen: keuken/magazijn, "koornhuijs", duivehuis, logement der huisslaven,
logement der blanke bediendes, schapestal, washuis
een rij negerhuizen 240 x 21 voet, nog niet gereed
negerhuizen 28 stuks, bouwvallig
De beschrijving van de directeurswoning komt overeen met de inventarisatie uit 1768, en is waarschijnlijk het thans nog bestaande huis; de grote koffieloods 105 x 40 voet die in 1768 wordt beschreven, is verdwenen, mogelijk afgebrand; de drogerij was daarom (tijdelijk?) boven de morsloods, en het koffiestampen gebeurde in het botenhuis.
De inventaris werd waarschijnlijk opgemaakt ten behoeve van een af te sluiten hypotheek. Want een jaar later was de plantage voor f 150.000,- verhypothekeert bij het Amsterdamse negociatiefonds Rudolf Hageman. Over het verloop van deze hypotheek is niets bekend. De interest bedroeg 6 %.
(gegevens uit : Voort, Johannes Petrus van de ; de westindische plantages van 1720 tot 1795, proefschrift 1973).
1793 - 1795 - erven Knoffel (sur. almanac 1793)
1796 - 1817 - E. J. H. Vernede, mr. F. Schoken (?)
Frederiksdorp werd verkocht door dhr. C. Duran, die was gehuwd met de efgename Johanna Cornelia van Frederiksdorff. De nieuwe eigenaren waren E. J. H. Vernede en mr. F. Schoken. Over hen is nog helemaal niets bekend.1818 - 1840 - jonkvrouwe E. C. Uhl (sur. almanakken)
Het is niet duidelijk hoe mevrouw Uhl het eigendom heeft verkregen, noch wie zij eigenlijk is. Waarschijnlijk heeft zij nooit in Suriname gewoond.Vanaf omstreeks 1800, werd naast koffie ook het winstgevender cacao geproduceerd. Uiteindelijk werd de plantage geheel overgeschakeld op cacao. De almanak van 1821 geeft als hoofdproducten: "koffij en kakao"; in 1832: "koffie". In 1832 waren er 141 slaven (geg. Teenstra)
1841 - 1861 - A. Ferrier, T. B. Barry (later boedel T. B. Barry) (almanakken).
De plantage had in die tijd weinig eigen slaven. In 1843 bijvoorbeeld waren er maar 6. Aan de overzijde hadden dezelfde eigenaars de bijzonder grote plantage Alkmaar met ruim 500 slaven.1863 - emancipatie
Frederiksdorp wordt vreemd genoeg niet vermeld in het register van aan eigenaren toegekende gelden ; toch waren er 135 slaven die werden vrijverklaard. De eigenaar van 1/2 deel der plantage was de heer Barnet Lyon te Paramaribo, en de erven van Alexander Ferrier te Schotland bezaten de andere helft.1864 - 1872 - onbekend
1873 - 1928 - contractarbeid
Na de emancipatie heeft de plantage enige aziatische werkkrachten aangeworven, maar onbetekenend weinig in vergelijking met andere plantages. In totaal arriveerden 25 brits-indische arbeiders, en 69 javaanse. Toch kon met deze geringe arbeidsmacht nog een goed renderend bedrijf in stand worden gehouden, zoals hieronder zal blijken. De beheerders / eigenaren die de contractanten aanwierven, waren achtereenvolgens :1873 - I. G. van Emden ; J. A. Hoeffelman
1874 - Hoeffelman
1877 - J. P. A. Hoeffelman
1881 - S. van Lierop
1889 - P. A. Hoeffelman
1918 - J. A. Favery, beheerder
1920 - J. D. Favery
1928 - W. H. L. Moll
ca. 1870 - volledige cacaoconversie
Zoals bij zovele andere plantages, werd overgeschakeld op cacao als hoofdproduct. Over de jaren 1861-91 zijn geen gegevens, maar na 1891 wordt als hoofdproduct cacao opgegeven.
1873 - politiepost; districtscommissaariaat beneden-commewijne (enyclopedie N.W.I. )
Op een terrein rechts van de directeurswoning werd omstreeks 1873 een districtcommissariaat met politiepost gevestigd. Het gehele complex bestond waarschijnlijk uit: politiepost, gevangenis, commissariaat, woning districtcommissaris, en 7 ambtenarenwoningen. Foto's ca. 1895 (bron: plantagegeschiedenis) geven een indruk van het geheel. Hoogstwaarschijnlijk is het complex ontworpen en uitgevoerd door het bouwdepartement onder leiding van Cateau van Rosevelt. Het complex wordt thans (2003) volledig gerestaureerd.1889 - 1927 - J. P. A. Hoeffelman, boedel M. L. W. Hoeffelman (almanakken)
Vanaf 1889 tot 1927 was de plantage het eigendom ter familie Hoeffelman. De plantage draaide goed ; J: A: Hoeffelman, kleinzoon van J:P:A: Hoeffelman, schrijft hierover:".....Tijdens het leven van mijn grootvader floreerde de plantage zo goed, dat zes van de zeven zoons met een royaal maandgeld in Holland konden studeren......"
Omstreeks 1895 waren er 100 arbeiders aan het werk, die ongeveer 70 ton cacao produceerden. In de topjaren 1895 - 1900 liep de productie op tot boven de 100 ton. Het personeelsbestand was uitgebreid, er waren toen ongeveer 160 arbeiders aan het werk.
In 1904 werd het bedrijf omgezet in een NV., de "NV landbouwmaatschappij Frederiksdorp"
Omstreeks 1905 kreeg de cacao-aanplant last van de krullotenziekte, en de productie liep dramatisch achteruit. Dit leidde uiteindelijk tot de beslissing de NV. te liquideren en het bezit te verkopen. De verkoop op openbare veiling geschiedde op 7 october 1927. De plantage werd aangekocht door de gebroeders Moll.
1927 - 1943 - Wilhelm Karel Andreas Moll en Gerard Eduard Louis Moll.
De plantage Frederiksdorp werd aangekocht door Wilhelm Karel Andreas Moll, de gezagvoerder van de stroomafwaarts gelegen plantage Berlijn. Het jaar daarop verkocht deze de helft van de plantage aan zijn broer Gerard, woonachtig in Nederlands Indie. De koopsom van deze helft bedroeg F 11.600,-. De koopsom voor de gehele plantage in 1927 zal dus ongeveer F 23.000,- zijn geweest. (register van overschrijvingen C 221 / 1600)De gebroeders hebben het bezit verwaarloosd. In 1938 boden zij de plantage ter verkoop aan het gouvernement, voor de prijs van F 8000,- , maar de Staat ging er gezien de verwaarloosde toestand niet op in. (brief adm. van financieen La D no. 73 dato 9 juli 1938)
Het grote plantagehuis in 1898. Foto C.J. Chapman, fotoarchief Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam. Dit majestueuze huis moet zo omstreeks 1935 zijn afgebroken.
De dokterswoning en daarachter het grote plantagehuis in 1898. Foto C.J. Chapman, fotoarchief Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam
De vergrote dokterswoning in 1931. Foto in het archief van Henk Morroy.
De directeurswoning in 1928. Foto Augusta Curiel, fotoarchief Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam
1943 - 1976 - Kasit Wongsosoeparto en Rene Reeder
De gebroeders Moll verkochten op 11 maart 1943 de plantage aan de heer Kasit Wongsosoeparto, industrieel, woonachtig in Commewijne, "wordende uithoofde van zijn onbekendheid met de nederlandsche taal en bekendheid met de neger-engelsche taal, bijgestaan door den beedigden translateur in de Negerengelsche taal Gerding". De koopsom bedroeg F 8000,- (register van overschrijvingen C 300 / 2297).In 1969 verkocht Kasit de plantage aan zijn schoonzoon Rene Reeder, advocaat. De koopsom bedroeg SF 6000,-. Maar noch Kasit, noch Reeder, hebben iets gedaan aan de verwaarlozing van de plantage.
Enige kleine stukken werden aan kleinlandbouwers verkocht.
1976 - heden Antonie Jacobus Hagemeyer.
Op 3 juli 1976 verkocht Rene Reeder de plantage aan Antonie Jacobus Hagemeyer. De koopsom bedroeg SF 25.000,- (register van inschrijvingen C713 / 8490)Hagemeyer trof een totaal verwaarloosde infrastructuur aan, de plantage liep in de regentijd geheel onder water. Hij herstelde de dammen en sluizen. In een brief gedateerd 12 juli 1982 meldt hij dat een en ander redelijk is gelukt:
".... Zoals ik reeds in mijn vorige brief schreef heb ik de plantage gekocht toen de boel onder water stond. Het eerste wat gedaan moest worden was het herstellen van de ringdammen, het weer opnieuw maken van de beddensystemen, en het opnieuw planten.
Momenteel is 100 ha: volledig ingepolderd waarvan 50 ha: met grasland voor veeteelt en 50 ha: voor landbouw met beddensystemen. Het plan is om de komende grote droge tijd nogmaals 100 ha. in te polderen.
Er is tot op heden 12 ha: citrus, 6 ha: koffie, 10 ha: bananen en vrij veel kokos geplant....."
Hagemeyer heeft de kleinlandbouwers uitgekocht en hun terreinen teruggebracht in de boezem der plantage; en nadat de politiepost in 1981 werd opgeheven werd ook dit terrein weer bij de plantage gevoegd.
Hij houdt de historische plantage in ere, hetgeen bepaald geen sinecure is. In de jaren 2002 en 2003 was hij met financieele steun uit een Nederlands cultuurfonds in staat een grootscheepse renovatie van de historische bebouwing uit te voeren. In de plantagegebouwen werd een klein maar exclusief hotelletje begonnen, dat inmiddels (2004) zich mag verheugen in een steeds groter aantal gasten.
Bronnen
boeken en artikelen
1.1 - Alex van StipriaanSurinaams contrast KITLV, 1993
1.2 - Coen Temminck-Groll, Arthur Tjin-A-Djie e.a.
de architectuur van Suriname 1667-1937 - uitg. de Walburg pers, 1973
1.3 - Willemsen, C.
de geschiedenis van plantage Frederiksdorp in Suriname, 1997. TUD bouwkunde
archief Anthonie Hagemeyer betreffende de plantages Frederiksdorp en Margrita.
Hieruit o.a. een brief van E: G: Hoeffelman, 16 April 1982
".... Zeer geachte heer Hagemeijer,
Mijn brief d.d. 7 maart zult U, naar ik hoop, zeker wel ontvangen hebben.
Thans zal ik proberen U dat mede te delen wat ik van de plantage Frederiksdorp afweet.
Het is juist, dat de plantage voor 2/3 deel eigendom is van mijn grootvader Jan Philippus Albertus Hoeffelman, geboren op 15 november 1831. Mijn grootmoeder heette Martha Frederika Zwiggelt en was geboren op 17 september 1837.
Tijdens het leven van mijn grootvader floreerde de plantage zo goed, dat zes van de zeven zoons met een royaal maandgeld in Holland konden studeren.
Van het feit, dat Frederiksdorp omstreeks 1927 voor een appel en een ei verkocht is, ben ik natuurlijk op de hoogte. Niet alle familieleden waren er toen over eens de plantage te verkopen. En door deze kwestie was er veel stof opgewaaid.
De inkomsten van Frederiksdorp waren ten gevolge van de krullotenschimmel sterk achteruitgegaan. De cacaoplanten hadden al enige jaren de krullotenziekte.
Een van mijn ooms, Alexis Hoeffelman, administrateur van de suikerfabriek Kalimati op Java, was zelfs gewild om naar de West terug te keren om Frederiksdorp nog te redden. Maar door meningsverschillen of ook nog wel door andere oorzaken is hiervan helaas niets terecht gekomen.......
E: G: Hoeffelman ...."
databases op het internet
3.1 - Philip Dikland oud archief der burgerlijke stand in Suriname
3.2 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863
3.3 - Maurits Hassenkhan e.a. - databases Chinese, Hindustaanse en Javaanse immigratie
inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag
1760 - ARA NOT inv. no. 207 p. 655
gegevens: 500 akkers, koffie, suiker, 209 slaven, beestenmolen, Nf 109.191,-eigenaar : Jan Fred: Knoffel
1766 - ARA NOT inv. no. 223 p. 165
gegevens: 500 akkers, koffie, 191 slaven, NF 202.816,-eigenaar / erflater: Johan Frederik Knoffel
1768 - ARA NOT inv. no. 227 p. 261
gegevens: 500 akkers, koffie, 185 slaven, NF 240.160,-eigenaar / erflater : J: F: Knoffel
1775 - ARA NOT inv. no. 242 p. 505
gegevens: 725 akkers, koffie, 192 slaven, F 370.835,-eigenaar / erflater : J: F: Knoffel
archief Dienst der Domeinen te Paramaribo
1745 - resolutie
Vergunnen en concederen mits desen ingevolge en uitkragte der resolutie van haar Ed: Groot Achtbaar de Heeren Directeuren der Ed: Societeit deser colonie de dato 7 april 1745 aan Jan Frederik Knoffel ontvanger der oude slaafschulden om in allodialen eigendom op te nemen en erfelijk te mogen bezitten 500 akkers land met een face van 30 kettingen aan de rivier, gelegen in de rivier van Commwine aan de linkerhand in 't opvaaren, sijn begin neemende aan de beneden scheid lijn van 't land thans uitgegeeven aan Henrij de la Croix Desouihes.En zulx onder conditien en onder restrictien als volgt namentlijk:
dat hij een terrain van veertig voeten breed tusschen de rivier en dit geconcedeerd land sal moeten laten ongecultiveerd, ten einde altoos wanneer de Ed: Societeit sulx soude requireeren hetselve te moeten applaneeren en tot een bequaam land- en rijweg te maken, blijvende nogtans aan hem gepermitteerd sijn landingplaats op en aan dese gereserveerde veertig voeten te mogen maken en gebruiken, mitsgaders door deselve duikers, kookers of dergelijke, tot loosing sijner wateren te mogen steeken, ja, selfs trensen en slooten daardoor tot in de rivier te graven, mits de selve behoorlijk met suffisante bruggens voorsiende ten einde ten tijde hiervoren gemeld altoos te kunnen strekken tot het gerequireerde oogmerk omme daarlangs een land- en rijweg te kunnen maken.
Dat hij verders binnen den tijd van achtien maanden beginnende na de gedaane uitmetinge sal daar op setten een bequaam woonhuis, en dat bij dese vijfhonderd akkers bij continuatie altoos sullen moeten sijn en blijven geaffecteerd ten minsten tien slaven.
Des sal hij ook binnen den tijd van tien jaaren het selve land niet mogen verkoopen, verhandelen, wegschenken, of op eenigerlij wijse van meester te doen veranderen, tensij bij versterf of insolventie.
Eindelijk sal hij gehouden sijn dese warand nevens de reeds geapprobeerde kaart ter secretarij deser colonie te laten registreeren en ons daarvan behoorlijk te doen blijken, alles op poene dat het voorsz: vergunde land ipso facto wederom sal vervallen wesen aan de Ed: Societeit
en in geval ter eeniger tijd nodig soude werden geoordeeld eenige reduit, sterkte, of fortresse, aan de mond van de rivier Commewine en Suriname tegensover de fortresse Amsterdam te leggen tot versekeringe en dekking van dit terrain, sal hij gehouden sijn nevens degeene so die bereids bij resolutie van de Ed: Societeit in dato 7 april 1745 approbatie op haarlieden warand hebben geobtineerd, ofwel de novo uit kragt van dien land verkregen hebben, of in 't toekomende souden verkrijgen, na advenant harer verkregen akkers land voor drie vierde parten, en de Ed: societeit voor een vierde part, op de voet als de proportie bij de conventie van 1733 is gereguleerd, tot de kosten van dien te contribueeren.
Aldus gedaan den 11 februarij 1747
/ was getekend / J: J: Mauricius
1746 - meetkaart
Aan de voorzijde staatCommewijne
Frederiksdorp
Jan Fredrik Knoffel no. 19
Uijtkragte der ordre van den WelEdele Gestrenge Heer Mr: Joan Jacob Mauricius Gouverneur Generaal dezer colonie Suriname Rivieren en Districtien van dien &&& in dato 4e Augustus 1746 heb ik ondergesz: geswoore landmeeter gemeeten een stuk land no. 19 groot vijfhondert ackers geleegen in de rivier Commewine aan de linkerhand in 't opvaaren naast aen het land no. 18 van de Heer Henry delaCroix des Souches, bij lootinge te beurte gevallen aan de Heer Jan Fredrick Knoffel, alles ingevolge den warrand door de Ed' Geoctroijeerde Societeijt van Suriname aan den selven verleent zo als de figuur ABCD aanwijst.
Actum Paramaribo den 29 september 1746
P: Gardin gesw. landm.
Gezien de nevenstaande kaart der uitmeeting door den geswooren landmeeter P: Gardin gedaan approbeeren dezelve in alle sijne leden en deelen.
Actum Paramaribo den 11 februarij 1747
J: J: Mauricius
Ter ordonnantie van den Heer Gouverneur
Jan Hinckeldeij secretaris
1746 - meetkaart
Aan de voorzijde staatCommewijne (beneden)
Frederiksdorp
Ingevolge appoinctement en warrand van den WelEdele Gestrenge Heere Jan Nepveu Gouverneur Generaal deser Colonie &&& in dato 3 februarij 1772.
En ten versoeke van de Heeren C: G: Kusel en N: de Kruijff in qualiteijt als administreerende de plantagie Fredriksdorp alhier ter kolonie leggende aan de beneeden rivier Commewijne linkerhand in 't opvaaren tusschen de plantagie Guadeloupe en Knoffelsgift, heb ik ondergeschreevene uijtgemeeten zeekere tweehondert vijf en twintig akkers agter land leggende linea recta agter gemelde plantagie Fredriksdorp met eene face van dertig en diepte van vijf en seeventig kettingen zoals de neffenstaande figuur gemerkt met de letters ABCD is exhibeerende
Zulks verklaare hiermeede,
Paramaribo den 13 meij 1772
Ad: Hindrk: Helledaij gesworen landmeeter
Gezien de neevenstaande kaart der uijtmeetinge door den geswoore landmeeter Ad: Hindk: Helledaij gedaan, approbeere deselve in allen zijne leeden en deelen.
Actum Paramaribo den 14 meij 1772
Jan Nepveu
Ter ordonnantie van den Heer Gouverneur
Joh: van Gennep gesworen clercq
