Frederiksburg aan de Commewijnerivier

volksnaam: Spinassie = l'Espinasse
rechteroever in het afvaren
volgorde: Hegt en Sterk, Frederiksburg, Campenburg, het Vertrouwen

auteur: Philip Dikland, 2002

De plantage Frederiksburg is volledig verlaten en kaalgestroopt. Er is nog een ijzeren sluisklep, en tot voor kort een bakstenen waterreservoir. Dit werd onlangs met een graafmachine verwijderd.

chronologie

1747 - aanleg der plantage door Charles Jaubert

in 1747 werd het fort Nieuw Amsterdam opengesteld. Hierdoor werd het moerasgebied aan de beneden-commewijne beschermd tegen vijandelijke invallen, en werd uitgegeven voor de aanleg van plantages.

Charles Jaubert verkreeg een grondbrief om "....erfelijk te moogen besitten 500 akkers land met een face van 30 kettingen aan de rivier, geleegen in de rivier van Commewine aan de linkerhand in 't opvaaren, sijn begin neemende aan de beneden scheid lijn van 't land thans uitgegeeven aan Jacob Mottet ..."
Charles Jaubert heeft geen sporen nagelaten in de archieven. Er is niets over hem bekend. Lang heeft hij de plantage ook niet gehad. In 1752 was deze het eigendom van Pierre Frederik (ook wel: Francois) l'Espinasse. Deze noemde de plantage naar zichzelf: Frederiksburgh

Pierre Frederik overleed in 1757, ook hij heeft dus slechts kort plezier gehad van zijn nieuwe bezit. Overigens woonde hij niet meer in Suriname. Zijn overlijden in het buitenland werd afgeroepen in de kerk van Paramaribo:

"...1757-juli 8Debet Jean Fontane — voor bekentm: van de dood van Pierre Fredk: Lespinassef 9,- ...."

De kerkarchieven tussen 1735 en 1750 zijn verloren gegaan, en er zijn geen gegevens meer te achterhalen over huwelijk of nageslacht.

1770 - Sara l' Espinasse (kaart Lavaux 1770)

In 1770 was het bezit van de familie l'Espinasse al aanzienlijk geslonken. 2 oude plantages aan de Carameca en Cassewinica waren verlaten, er resteerde plantage l'Esperance aan de Commewijne, en de nieuwe plantage Frederiksburgh aan de beneden-Commewijne.
Waarschijnlijk is Sara de jongere zus van Pierre Frederik, gehuwd met Jean Paul Taunay. Zij komt (behalve haar geboorteregistratie) niet voor in de Surinaamse archieven, en woonde mogelijk niet in Suriname.
In 1772 werd de plantage naar achter uitgebreid met 225 akkers achterland.

1793 - Sara l'Espinace (almanak 1793)

de plantage produceerde koffie en katoen. Administrateur was F: C: Stolkert.
Plantage l'Esperance was niet meer in het bezit van de familie ; deze was nu eigendom van het negociatiefonds van Luden en Speciaal.

na 1821 - F. Taunay

Jan Frederik Taunay was de grootste administrateur van Suriname. Hij voerde in 1821 het beheer over 39 plantages, waaronder twee van hemzelf. Daarnaast was hij koopman en assuradeur te Amsterdam. Hij was gehuwd met Anna Maria Scharff.
De plantages in eigendom van Jan Frederik waren Het Vertrouwen en Frederiksburg. Vermoedelijk was ook het tussenliggende chirurgijnsetablissement Kampenburg inmiddels zijn bezit. Aldus had hij een aaneengesloten bezit van bijna twee kilometer rivierbreedte. Ook de nabije plantage La Singularite werd aangekocht.
De kinderen van Jan Frederik en Anna Maria zijn alle opgevoed in Nederland. Eén van hun zonen, Jan Paulus Taunay (1780 - 1859) was plaatsvervangend rechter te Amsterdam in de Napoleontische tijd, en was eigenaar van een landgoed te Velsen.

Jan Frederik Taunay was een onbetrouwbare figuur, die zijn vertrouwensfunctie misbruikte om zichzelf te verrijken. Tijdens het engelse tussenbestuur was het niet meer mogelijk om de inkomsten der plantages over te maken naar de eigenaren in Nederland, en Taunay en andere administrateurs hebben hiervan misbruik gemaakt, door de plantageoogst te verkopen op de engelse markt, en de inkomsten in eigen zak te steken. De engelse gouverneur Bonham kwam hierachter, en onthief Taunay in juni 1813 van alle buitenlandse administraties. Ook moest hij zijn functie van raadsheer van Politie ter beschikking stellen.

Teneinde dergelijke malafide zaken in te dammen, hadBonham reeds in Maart 1813 de engelsman John Bent aangesteld als controleur der administrateurs.Iedere administrateur werd verplicht om maandstaten van zijn administraties te overleggen.Deze maatregel stuitte op zeer veel tegenstand , en werd uiteindelijk na een sterke lobby van de administrateurs bij de engelse regering, teruggedraaid.

Maar Bent's korte administratieve toezicht heeft duidelijk aangetoond, de medogenloze wijze waarop de administrateurs de plantages uitmelkten voor hun persoonlijke rijkdom.Zij deden dit door het zwaar overfactureren van plantage-inkopen en vrachttarieven.Zelfs het geld van erfenissen hielden zij ten onrechte in beheer.

In 1814 kreeg Bonham de opdracht Taunay weder in functie te herstellen.Aldus geschiedde, maar de zich sterk wanende Taunay misdroeg zich op de raadsvergaderingen dermate, dat hij wederom werd geschorst en veroordeeld tot een boete van f 12.750,-

Wolbers (p. 593) beschrijft Bonhams reactie op het vonnis:
".....Bonham vond deze straf bij lange na niet zwaar genoeg, doch daar het Hof dit vonnis als hoogste geregtshof had gewezen, had de gouverneur zich als partij wel buiten beraadslagingen gehouden, maar het als president moeten onderteekenen.Hij beklaagde er zich bij lord Bathurst (zijn superieur in Engeland) erover, dat men te Londen op slechte informatien afging; " want", schrijft hij : ware dit niet het geval geweest, dan zou de heer Taunay nimmer een "gentleman of high respectability" zijn genoemd, daar hij zoiets niet is en daarenbooven over het algemeen als de wreedste man in de kolonie bekend is ...."

1843 - F: Taunay (almanak 1843)

In 1832 wordt de plantage vermeld in het boek van M.D. Teenstra. Deze was toen 725 akkers groot, en vormde samen met de naastliggende plantages Het Vertrouwen en Campenburg één plantagecomplex. De plantages waren geconverteerd van koffie naar suiker. Het riet werd verwerkt met een watermolen, die was opgesteld op Vertrouwen.
In de Surinaamse Almanak van 1843 staat F: Taunay vermeld als de eigenaar ; directeur van het 3-plantagecomplex was H: F: Ritter, en de administrateur J: Zaal.
Is deze Fredrik Taunay nu dezelfde als de Jan Frederik Taunay waarover Bonham schrijft ? Of was het diens zoon ? Het verhaal is nog niet helemaal sluitend. Jan Frederik was gehuwd metAnna Maria Scharff. Fredrik Taunay was gehuwd met Elisabeth Hendrina Limes. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten, maar nader onderzoek is noodzakelijk.
Fredrik Taunay overleed in 1850. Blijkens zijn testament was hij toen eigenaar van het plantagecomplex Vertrouwen — Kampenburg — Frederiksburg, en de stoomsuikerplantage La Singularité.

Fredrik Taunay Fz. (1829- NOT 1880) (CBB 1880 f. 234)

Na de dood van Fredrik Taunay werd de plantage geerfd door 8 erfgenamen Taunay, mogelijk allemaal zoons en dochters van Fredrik. In ieder geval kwam de zoon Fredrik Taunay Frederikszoon naar Suriname en nam het bestuur van de plantage en de overige zaken van zijn vader over. Hij huwde met Maria Geertruida Susanna Wesenhagen (1838 - NOT 1899). Fredrik junior was 1/8 eigenaar van de plantage.

Zijn zoon Daniel Willem Taunay (1857 - NOT 1883) is vrij jong gestorven en heeft nauwelijks de kans gehad de plantage over te nemen. (CBB 1883 f. 614)
Voorts is nog bekend de dochter Elisabeth Taunay (1855 - NOT 1893) (CBB 1893 f. 771)

1863 - emancipatie

Ten tijde van de emancipatie was Frederiksburg samen met het Vertrouwen en Kampenburg een suikerplantage met 377 slaven. De bekende surinaamse familienamen Boreel en Rusland stammen van de plantage. De 8 eigenaren, de erven van Frederik Taunay,ontvingen een "tegemoetkoming" adf 111.900,?? en f 7.500,?? . Deze eigenaren woonden allen in Nederland. Het waren:
Jan Daniel Taunay - 1/8 aandeel Advocaat en commisionair te Amsterdam; geboren op 31-01-1815 te Paramaribo, overleden op 06-07-1888 te Amsterdam op 73-jarige leeftijd, gehuwd in 1845 met Hillegonda Catharina Helena Waller ; jur.dr. Leiden 1840, zoon van Fredrik Taunay en Elisabeth Hendrina Limes.
Charlotte Jacoba Taunay - 1/8 aandeel echtgenote van Balthazar Jan Frederik Marcus (burgemeester Nieuwe Amstel)
Susanna Taunay - 1/8 aandeel wed. van Daniel Willem Croockewit , woonachtig te Sint Anna bij Nijmegen
Sara Frederica Taunay - 1/8 aandeel echtg. van Pieter Johannes Bastiaans, woonachtig teSint Anna bij Nijmegen
Jacoba Taunay - 1/8 aandeel zonder beroep, woonachtig te Amsterdam
Adriana Maria Taunay - 1/8 aandeel echtg. van Louis Diederik Taunay (burgemeester Weespercarspel)
Adriaan Taunay voor 1/8 aandeel
Frederik Taunay voor 1/8 aandeel

De plantage La Singularité wordt in de emancipatieregisters niet genoemd, en was waarschijnlijk al buiten productie gesteld.

In de periode 1868 - 1928 ontving de onderneming 142 hindustaanse contractanten, en 158 immigranten uit Java.
De gezagvoerders in die tijd waren:
1868F. Taunay Fz. (contractanten kwamen uit Barbados)
1884 - 1907 R.H. Leysner
1909J.D. Fernandes en J.S. Swijt, eigenaren van plantage 't Vertrouwen
1910J.S. Swijt, beheerder
1917 - 1925 J.D. Fernandes, beheerder
1928J.J. Bueno de Mesquita

1889 - R. H. Leijsner (almanak 1889)

De onderneming produceerde geen suiker meer. Men verbouwde cacao, en wat bananen. Frederiksburg en Kampenburg worden niet genoemd, maar zijn onder de naam "Vertrouwen" gevoegd. Van de totale oppervlakte van 933 ha. was slechts 84 ha. in cultuur. La Singularité wordt eveneens niet genoemd, en was waarschijnlijk opgehouden te bestaan. Gezagvoerder op Vertrouwen/Kampenburgh/Frederiksburgh was Chs. Elder jr.
Rudolph Hendrik Leijsner (1839 - NOT 1907), zoon van Carel Jacobus Leijsner, was eigenaar van Vertrouwen, Campenburg en Frederiksburg, en daarnaast administrateur van diverse plantages. Hij was gehuwd geweest met Sophia Ringeling (1832 - NOT 1870), vervolgens met Frederika Antoinette Verschuur. Hij woonde in Paramaribo aan de Heilige weg L C N 143.

2002 - ledig en verlaten

top ^

bronnen

oud archief der burgerlijke stand van Suriname, Algemeen Rijks Archief, den Haag

over de familie l' Espinasse:

De familie l'Espinasse had in het begin der 18e eeuw een aanzienlijk fortuin opgebouwd in de planterij. Grondlegger van het fortuin was Francois l' Espinasse (1677-1734 OOT), eigenaar van de plantages Caramawippibo aan de Carameca, Wederhoop aan de Cassewinica, en l'Esperance aan de Commewijne. Vooral suikerplantage l'Esperance was een groot bedrijf, met — in 1750 - 235 slaven en een watermolen.
Francois huwde in 1715 met Anna van Rijn (1688-1748 OOT). Uit dit huwelijk zijn 7 kinderen bekend.
Philipa Johanna (1716 - 1757), gehuwd met Nicolaas Freher
Pierre Frederik (1717-1758)
Sara (1720 - ?), gehuwd met Jean Paul Taunay
Susanna (1722 - ?)
Anna (1723 - 1763), gehuwd met Samuel Paulus Pichot
Jaques (1724 - 1725)
Jacob (1725 - ?)

Heinrich Helstone, Okko ten Hove — database emancipatieregisters 1863

archief dienst der domeinen, Paramaribo, hieruit:

meetcertificaat 1746 (voorland)
Uijtkragte der ordre van den WelEdele Gestrenge Heer Mr: Joan Jacob Mauricius Gouverneur Generaal dezer colonie Suriname Rivieren en Districtien van dien &&& in dato 27 meij 1746 heb ik ondergesz: geswoore landmeeter gemeeten een stuk land no. 7 groot vijfhondert ackers geleegen in de rivier Commewine aan de linkerhand in 't opvaaren tusschen het land no. 6 van de Heer Jacob Mottet en no. 8 van de Heer Otto Fredk: van Alphen, bij looting te beurte gevallen aan de Heer Charles Joubert, alles ingevolge den warrand door de Edele Geoctroijeerde Societeijt van Suriname aan deselve verleent zo als de figuur ABCD aanwijst.
Actum Paramaribo den 29 september 1746
P: Gardin gesworen landmeeter

meetcertificaat 1772 (achterland)
Ingevolge resolutie van Haar Edele Groot AGtbaare de Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeit deser Colonie in dato den 17 julij 1771.
En daarop verleend warrand van den WelEdele Gestrenge Heer Jan Nepveu Gouverneu Generaal deser Colonie &&& in dato den 30 december 1771.
Heb ik ondergeschrevene ten versoeke van den Heer Elie La Coudre qq als procuratie hebbende van mevrouwe Sara Lespinasse te Amsterdam eijgenaresse van de plantagie Fredriksburg geleegen alhier te Colonie aan de rivier Commewijne linkerhand in 't opvaaren tusschen de plantage Campenburg en Hegt en Sterk uijtmeeten seekere 225 akkers land linea recta agter gemelde plantage met een diepte van 75 kettingen en met 30 kettingen face zo en in diervoegen als de neffenstaande figuur gemerkt met de letters ABCD is exhibeerende
Zulks verklaare hiermeede
Paramaribo den 19 februarij 1772
Ad: Hindrk: Helledaij
landmeeter
top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: