Fayerfield aan de Commewijnerivier
volksnaam: Mac Intossoe = MacIntoshBoven-Commewijne, linkeroever in het afvaren
volgorde: Ostage ; Fayerfield ; Vossenburg ; Slootwijk
chronologie:
- 1686 - Makentoft
- 1737 - H. Makentosch (kaart Lavaux 1737)
- 1740 - erven Macintosh (inventaris 1740)
- 1770 - erven Makkentasch (kaart Lavaux 1770)
- circa 1778 - vestiging Evangelische Broeder Gemeente
- 1793 - Th. Palmer (almanak 1793)
- 1821 -familie Palmer
- 1843 - H. Kamerling
- 1863 - emancipatie
- na 1863
1686 - Makentoft
De plantage werd al in de 17e eeuw aangelegd. Hij komt voor de eerste keer voor op de "Labadistenkaart" van 1686. De eigenaar is Makentoft, een verbastering van de naam MacIntosh.Omstreeks 1686 werd het fort Commewijne aangelegd op de samenvloeiing van de boven-Commewijne en Cottica. Later werd het fort Sommelsdijk genoemd. Dit nieuwe fort beschermde de rivieren, en het werd nu mogelijk om de benedenloop van de rivieren te cultiveren. Tot dan toe waren alleen aan de verre bovenlopen plantages aangelegd.
MacIntosh van een van degenen die konden profiteren van de aanleg van het fort. De plantage lag tussen die van de secretaris De Graaff, en Balten Perduyn.
MacIntosh was afkomstig van Inverness in het Noorden van Schotland. Hij was gehuwd met Elisabeth Wijt (White) uit Londen. Uit dit huwelijk zijn twee kinderen bekend, William (1694), en Hendrik (1695). (registers gereformeerde gemeente).
MacIntosh noemde zijn plantage "the fair fields", waarschijnlijk vanwege de vruchtbaarheid van de gronden aan de benedenloop.
Van de plantage ziijn twee meetkaarten bekend, de oudste omstreeks 1715 vervaardigd, en de jongste in 1804. op beide kaarten is de inrichting van de plantage zichtbaar. In het midden van de plantage loopt een kleine kreek, de Sukika kreek. Deze werd naar achter toe verlengd en gebruikt als vaartrens. Het emplacement en de plantagewoning lagen diep naar binnen, op ongeveer 50 ketting (1000 meter) van de rivier.
Philip Dikland en Mchiel Bakker bezochten de plantage in april 2004. De plantage is helmaal begroeid met bos, maar de situatie zoals aangegeven op de kaart van 1715 bleek perfect te kloppen.
"... Wij volgden de Sukika kreek via een redelijk pad langs de kreek. Op een kilometer naar binnen troffen we bamboebossen aan, en cacaobomen. Daar vonden we de restanten van een emplacement, niets spectaculairs, alleen maar een kapotte oude stoomketel en iets dat mogelijk een cacaodroger is geweest. Her en der lagen losse bakstenen, maar complete funderingen hebben we niet aangetroffen. Vreemd genoeg waren er geen kappa's, terwijl het toch een suikerplantage is geweest ..."
1737 - H. Makentosch (kaart Lavaux 1737)
Waarschijnlijk was de eigenaar Henry MacIntosh junior. Hij heeft geen sporen in de Surinaamse archieven nagelaten ; de archieven tussen 1735 en 1750 zijn weliswaar verloren gegaan, maar dat verklaart deze totale afwezigheid van gegevens niet. Het vermoeden bestaat daarom dat Henry al op jonge leeftijd uit Suriname is vertrokken, en zich in Schotland of Engeland heeft gevestigd.In ieder geval had hij twee dochters, Elisabeth en Mary, die na zijn dood de plantage erfden.
1740 - erven Macintosh (inventaris 1740)
Van de plantage is in totaal slechts 1 inventaris bekend, uit 1740. De eigenaren waren toen :"... Isaac Roijall en Thomas Palmer Janis, dien in huwelijks... hebben de juffrouwen Elisabeth en Marie Mackintos, dogters en erfgenaemen van wijlen de Heer Henry Mackintos en uijt die hoofde eijgenaeren van voorgenoemde plantagie ..."
De plantage had een slavenbevolking van 96 personen. Het riet werd geperst met een beestenmolen. De directeur van de plantage was Adolf Carstens.
1770 - erven Makkentasch (kaart Lavaux 1770)
Stedman bezocht in 1776 de plantage, en verhaalt:"... Den 28sten (april 1776) gaf ik een bezoek aan Thomas Palmer, Schildknaap en Raad des Konings in Massachusets-Baay, die zig op zijne Plantagie Fairfield bevond. Zyne slaven leefden daar volmaakt gelukkig en wel te vreden, hetgeen het gevolg was van het verstandig bestuur van den eigenaar. Weinige bezittingen van dit zoort, in de West-Indien, waren in eene zoo gelukkige gesteldheid, zoo ten aanzien der bevolking, als der vruchtbaarheid. De beminnelijke wellevendheid, waarmede de eigenaar deezer Plantagie de vreemdelingen aldaar ontfing, gaf een verheven denkbeeld van zyn character, het welk in de geheele Volksplanting ten gunstigsten bekend was ..."
In zijn gehele boek geeft Stedman hoog op over alle Engelsen die hij ontmoet, en Palmer vormt geen uitzondering.
Palmer had een nauwe binding met Amerika. In 1774 reisden twee van zijn "negers" naar New York ; In 1781 gingen er twee naar Sint Eustatius.
circa 1778 - vestiging Evangelische Broeder Gemeente
Rond 1778 verkreeg de E.B.G. toestemming om haar werk op de plantage te doen. Fayerfield was daarmee de allereerste kerkgemeente op de plantages. In 1791 waren 55 slaven gekerstend. De gemeente was toen niet meer op Fayerfield gevestigd, maar vanaf 1786 op het inmiddels militair buiten gebruik gestelde fort Sommelsdijk. (Onderweg, p.49)1793 - Th. Palmer (almanak 1793)
Directeur en tevens administrateur van de suikerplantage was J. Buckland. De eigenaar Palmer bezat geen andere plantages.In 1799 was George Erving de eigenaar (warrand lot 119-121 Saramacca). Waarschijnlijk was hij een aangetrouwd lid van de familie Palmer.
1821 -familie Palmer
De suikerplantage was 2415 akkers groot. Directeur was F. Rynvis. De administratie was in handen van E.G. Veldwijk. De plantage was niet met de tijd meegegaan. In 1832 werd het riet nog steeds met een beestenmolen geperst, terwijl andere plantages allang waren overgestapt op waterkracht of stoomkracht. In 1832 telde de slavenbevolking 116 mensen.1843 - H. Kamerling
In 1843 was de suikerplantage 2415 akkers groot met een slavenmacht van 91 personen. J.H. Beudeker was de directeur, en de administratie werd gevoerd door de eigenaar.Hendrik Kamerling (1786-1854 NOT) bezat geen andere plantages, maar voerde in 1843 de administratie van 6 plantages, Fairfield meegerekend. Plantage-administrateur was een lucratieve bijbaan, zijn hoofdberoep was ambtenaar. Hij was in 1815 aangesteld als "contrarolleur der Magazijnen", en arriveerde in mei 1816 met vrouw en twee jonge kinderen in Suriname. Voor ambtenaren was het een drukke tijd ; Nederland nam het bestuur over van de Engelsen, en van alle dienstonderdelen moest een inventaris worden opgesteld. Kamerling zal er het zijne aan hebben bijgedragen.
Hij was gehuwd met Henrica Cantzlaar (1788-1866 NOT). Het echtpaar had in 1846 3 kinderen. Zij woonden toen aan de Gravenstraat L.A. no. 6. , en voerden een groot huishouden met 13 slaven. Het huis (Gravenstraat no. 14) bestaat nog steeds.
(NOT = begraafplaats Nieuwe Oranje Tuin, Paramaribo)
1863 - emancipatie
De eigenaren, de erven Kamerling, ontvingen een "tegemoetkoming" van F20.700,- voor de invrijheidstelling van 69 slaven.De erven Kamerling waren:
H. Robles de Medina, wed. C. de Jongh (Paramaribo)
J.M. Robles de Medina (Paramaribo)
na 1863
De plantage heeft nimmer contractanten geworven en is vermoedelijk al snel na de emancipatie buiten gebruik gesteld.bronnen:
- boeken en artikelen
- internet-databases
- inventarisaties:
- archief Dienst der Domeinen te Paramaribo
- kerkarchieven gereformeerde gemeente
boeken en artikelen
A.A. Lutter stamboek West-Indische ambtenaren 1815 - 1844internet-databases
Philip Dikland oud archief der burgerlijke stand in SurinameHeinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863
Maurits Hassankhan database hindustaanse en javaanse immigratie
inventarisaties:
- 1740 - ARA NOT inv. no. 172 f. 38
-
locatie:rivier Commewijne aan de rechterhand in 't opvaren tussen de plantagien Vossenburg en Ostage
gegevens:2415 akkers en 7 kettingen int vierkant ; 169 akkers beplant met riet, 12 akkers koffie, 3 akkers cacao, 18 akkers kostgronden, 12 akkers negerkostgronden, 43 mannegers, 36 wijven, 9 jongens, 8 meisjes,
1 molenhuis, 1 kookhuis met bakkerij, 1 stenen huis, 1 dramhuis, 1 loossluis, 1 stenen loossluis 6 x 18 voet, 1 stenen loods 80 x 32 voet, 1 korenhuis 12 x 20 voet, 1 kuipersloods, 1 paardenloods, 1 timmerloods 10 x 20 voet, 1 gemakhuisje, 1 steengebouw, 1 huijs 12 voet int vierkant, 1 woonhuis 50 x 20 voet met een galderij 12 voet waarin een bottelarij met een kelder van steen, 1 dienaarshuisje 20 x 12 voet, 1 huis om koffie te drogen, 20 negerhuizen,
33 paarden, 55 koebeesten, 13 schapen, 40 cabrieten, 1 varken, pluimvee
taxatie: Nf 60.878,-
eigenaar: gemeenschappelijke plantage van Isaac Roijall en Thomas Palmer Janis, dien in huwelijks... hebben de juffrouwen Elisabeth en Marie Mackintos, dogters en erfgenaemen van wijlen de Heer Henry Mackintos en uijt die hoofde eijgenaeren van voorgenoemde plantagie
directeur:Adolf Carstens
bijzonderheden: inventaris opgemaakt door Benjamin Pouset, administrateur van de plantage Sinabo, en Adolf Carstens, directeur op de plantage, en de Ed: heer Daniel de l'Isle
archief Dienst der Domeinen te Paramaribo
- ongedateerde meetkaart (circa 1715)
-
Er bestaat een 1 oude meetkaart van Fairfield. De bijbehorende tekst is verloren gegaan :
ABCD het land de …….
overige tekst niet leesbaar
de grensaanduidingen op de kaart zijn als volgt:
grens met Vossenburg:
Schijlijn van de Heer Adriaen de Graaff nu aankoomende de Heer Gerrit de Vree
grens met Ostage:
Schijlijn van mons. Francois Bruijning nu aankoomende de heer Elias Chaijne
Op grond van dit kleine beetje informatie is de datum van de kaart enigzins te achterhalen:
- in 1692 trouwde Adriaan de Graaf met Emilia Broen. In 1705 hertrouwde Emilia Broen met Gerard de Vree. De Vree was in 1713 nog in leven ; in dat jaar werd een zoontje van hem geboren.
- omstreeks 1721 overleed Elias Chaijne, en in 1722 hertrouwde zijn weduwe
De kaart is dus vervaardigd tussen 1705 en 1721.- ongedateerde meetkaart Vossenburg
-
Verder bestaat er een oude meetkaart van de buurplantage Vossenburg. Deze is ongedateerd, maar noemt als eigenaar "Adrien de Graaff en Arnoldus ....". Bij de grens met Fairfield staan de eigenaren van die plantagegenoemd : "... linie van Hendrik Makentas en capn. Sas ..."
- 1804 - meetcetificaat grens Fairfield, Goudmijn en Ostage
-
………..ondergeschreven geswooren landmeeter verklaart hiermeede ter requisitie van den WelEdele Gestrenge Heer F: Schas als eijgenaar van de plantage de Goudmijn en Ostage en de WelEdele Heere Thijm en ……..als administrateuren der plantagie Fairfield te hebben geexamineerd de regeling welke te de plantage Ostage & Fairfield ......... plaats gehad en ingevolge kaart de dato 9 december 1780 door der geswooren landmeeter F: Lieftinck is afgemeeten en verdeelt
in teegenswoordigheid der weederzijdse directeuren ......op de plantage Fairfield en Joachim op de plantage de Goudmijn en Ostage te hebben geexamineerd de regeling, welke tusschen de plantagien Ostage en Fairfield heeft ingevolge kaart de dato 9 december 1780 door den geswooren landmeeter F: Lieftinck is afgemeten en verdeelt, heeft plaats gehad.
...................zo dat de oude scheijdlinie op dese kaart gepointeert en gemerkt met de letters BDFG is verandert
En volgens aanwijsing der nog staande posten als ABCD en E is afgemeeten regten conform de gemelde kaart bevonden welke posten daar nog ondergeschreven zijn vernieuwd gevende.............................
Actum Paramaribo den 22 .....1804
J: G: R: Bohm
kerkarchieven gereformeerde gemeente
"... 1694 juni 19 een soon gedoopt genaemt William waar van vader de heer Hendrik Mackintosh en moeder desselfs huijsvrouw. Getuijgen de ouders selfs.Do: Corn: Wachtendorp ...""... 1694 november 9 gedoopt in huijs, Benjamin waar over als peter gestaan heeft om de selve in de Christelijke religie als eijgen op te voeden Hendk: Mackenenthuijs en Elisabeth Wijt beijde ledenmaten. De getuijgen Philip Trevache en Maria Mortijn, Hendrik Gielen en Jochem Duijsinge.D: L: Klay ..."
"... 1694 november 9 getrout in huijs Philip Trevache J: M: geboortigh van Amsterdam met Maria Martin(Bortin?) laast wed: van Fredrick Bomaijer, de getuijgen Henrij Mackinthuijs, Elisabeth Wit, Hendk: Gile, Jochem Duijsingh ...."
"... 1695 april 20 de heer Hendrick Mackintosh en sijn vrouw..." (lidmaatregister kerk Commewijne)
"... 1695 december 11 gedoopt een kint genaemt Hendrik waar van vader de heer Hendrick Mackintosh en moeder sijn Ed: huijsvrouw. Getuijgen Maria Motton en Jan Verman.Do: Corn: Wachtendorp ..."
"... 1696 junij 14 in ondertrouw opgeschreven Willem Pedij junior J: M: van Amsterdam met juffr: Maria Hardebil wed: van de heer Jan Ridderbagh beijde wonende onder de beneden divisie. Het laaste gebodt op den 30 junij alsdoen na de predicatie in huijs getrout, testes Jacob van Wijk, juff: Mackintos en mons: Andries de Haan. ..."
"... 1700 januari 3 Wilhelmus gedoopt wettige soone wijlen de heer Henricus Mackintosh en de juffr: Elisabeth Wijt. Getuijgen de heer Wilhelmus de Bruyn en de juffr: Cornelia Haan.Balthasar Theodorus Moreus ..."
"... 1700 september 20 de heer Henricus Mackintosh geboortigh van Jnvernes in de noort van Schotlandt ende juffr: Elisabeth Wijt sijne huijsvrouw geboortigh van Londen ...." (lidmaatregister kerk Commewijne)
"... 1787-december 1Debet Boedel Abm: de Vries weesmeest: - Aan kerkegeregtigh: voor 't begraaven op de pl: Faijerfield den 30 augustus 1782 Comm:f 16,15 ..."
