suikerplantages Clarenbeek en Nimmerdorr aan de Commewijnerivier
Volksnaam niet bekend.Commewijnerivier, linkeroever in het afvaren
Volgorde in het afvaren: Jukemonbo, Goed-accoord, Blakkreek, Crawassibo, Clarenbeek & Nimmerdorr, Wajampibo.
De overbuurplantages Clarenbeek en Nimmerdorr zijn altijd van 1 eigenaar geweest, maar ze hebben wel onafhankelijk van elkaar gefunctioneerd. Zo was op iedere plantage een suikermolen aanwezig. Dat kan ook moeilijk anders, want de plantages worden van elkaar gescheiden door de rivier.
Chronologie :
- 1671 - Leyll (kaart Mogge, 1671)
- 1726 - Johan Meunicx (inventaris Clarenbeek 1726)
- 1737 - erv. J. Municx (kaart Lavaux, 1737)
- 1751 - mr: Pieter Duvelaer van Campen (inventaris 1751)
- 1768 - Benjamin Treboulon (inventaris 1768)
- 1793 - H.M. Wolff (almanak 1793)
- 1821 - aan pltg. Crawassibo (almanak 1821)
- 1843 - verlaten (almanak 1843)
1671 - Leyll (kaart Mogge, 1671)
In 1671 was de eerste plantage stroomafwaarts van Crawassibo die van Leyll. Hij staat aangegeven op de kaart van de landmeter Mogge. Mogge tekent de naam met schrijfletters, ten teken dat het een kleinere plantage was zonder suikerwerk. Grote plantages duidde hij aan met blokletters.Het is niet duidelijk wie Leyll was. Charles de l'Isle ? Cornelis Loel ? Beide personen worden vermeld in de "lijste van weerbre. mannen der duijtsche natie" van juli 1675 (RAZ 2035 - 262).
Clarenbeek op de kaart van Mogge uit 1677.
1726 - Johan Meunicx (inventaris Clarenbeek 1726)
In 1726 was eigenaar Johan Meunicx overleden, en de plantages Nimmerdor en Clarenbeek werden geinventariseerd ten behoeve van de erfenis. De gegevens van Nimmerdor zijn niet bekend ; Clarenbeek was een middelgrote suikerplantage met 124 slaven. Het riet werd geperst met een watermolen.
De naam Muenix is de alleroudste Nederlandse naam in Suriname. De familie had zich al in de Engelse periode in Suriname gevestigd. Zij hadden in 1667 twee plantages aan de Surinamerivier, voorbij de Cassipora kreek. Op een engelse kaart uit dat jaar worden deze aangeduid met "Minnicks".
Na de overname door de zeeuwen boden zij in 1668 hun diensten aan aan het Zeeuwse bestuur : "... Monsieur Munnick presenteert sijn ootmoedige dienst aen UEd: ..." (RAZ 2035-007). Een Meunicx was lid van de politieke raad onder gouverneur Abraham Crijnssen. In 1669 ondertekende Marcus Munnicx een petitie van de inwoners van Suriname aan de Staten van Zeeland. (RAZ 2035-129). In 1671 ondertekende Barent Munnicx een dito petitie. (RAZ 2035-225). In datzelfde jaar overleed Marcus Munnick. In 1679 werden de plantages van Meunicx tijdens de indiaanse oorlog vernietigd :".. Les Indiens nous font encor fortement la guerre ; ils ont bruslé et destruit entierement des plantages de messrs. Munninc.." (RAZ 2035-332).
Ook Gilles Meunicx (1628-1692) is bekend ; Deze had een carriere in Zeeland achter de rug. Hij was sinds 1653 directeur van de VOC en vanaf 1670 bewindhebber. Hij was raad van Middelburg geweest, en in 1668 en 1770-73 burgemeester, maar werd in 1776 na een conflict uit de magistratuur ontslagen. Hij was gehuwd met Josina le Moine. Hij vertrok in 1682 naar Suriname om zijn bezittingen te inspecteren. In 1684-88 was hij te Suriname raadsheer en fiscaal van de Politieke raad. Hij was een ervaren bestuurder, en gouverneur Van Sommelsdijck, die het in zijn karakter had mensen snel te critiseren, heeft nooit een onvertogen woord over hem gezegd.
Johan Meunicx (1665-1724) was een zoon van Gillis Meunicx en is vermoedelijk samen met zijn vader naar Suriname gekomen. Hij was gehuwd met Anna Elisabeth Meunicx. In 1694 schreven zij zich in als lidmaten van de gereformeerde gemeente van boven-Commewijne. Ongetwijfeld waren Clarenbeek en Nimmerdor toen reeds in hun bezit, en woonden zij op de plantage.
Uit hun huwelijk is 1 kindje bekend, het dochtertje Josina Constantia (1695-?)
In 1700 was Anna reeds overleden. Johan hertrouwde met Alarda Hugonia van Sandick, een telg van de invloedrijke familie Van Sandick uit Wijk bij Duurstede.
"... 1700 den 7 maart volgens attestatie geproclameert, de achtbaar heer Johan Meunicx geboortigh van Middelburgh in Zeelandt wedr: van wijlen mevrouw anna Elisabeth Meunicx
raadt a politie alhier woonende onder dese boven divisie van Commewijne, met juffr: Alarda Hugonia van Sandick J:D: van Wijk te Duurstede in de proventie van Uijtrecht, en de 25 maart door mij [Cornelis Wachtendorp] in huijs getrout, testes Pieter Hendrickse en de heer Sandick...."
Uit dit huwelijk zijn 5 in Suriname geboren kinderen bekend :
Josina Agnieta (1704-?)
Maria Pieternella (1706-?)
Jacoba Gerarda (1709-?)
Anna Elizabeth (1711-1711).
Gillis Johan (1712-?)
In 1702 was hij provisioneel raad-fiscaal, daarna raadsheer van het hof van civiele justitie, en in 1706 was Johan raadsheer van Politie. Meunicx' overlijden op 1 september 1724 wordt niet vermeld in de registers van de gereformeerde gemeente, hoewel er bronnen zijn die aangeven dat hij aldaar is overleden ; maar waarschijnlijk woonde hij toch niet meer in Suriname.
(http://www.vansandick.com/familie/stamboom/genea.htm)
1737 - erv. J. Municx (kaart Lavaux, 1737)
Clarenbeek en Nimmerdorr waren beide het eigendom van de erven J. Municx.De stroomafwaartse volgorde der eigenaren was in 1737 als volgt :
47
Jukemonbo
Erv. Sautijn
Beide oevers
45
Goed Accoord
Wed. Treitorens
Beide oevers
44
Blakkreek
Grenowoud d' Oude
Beide oevers
43
Crawassibo
Van der Marsch
Beide oevers
42
Nimmerdorr
Erv. J. Municx
Linkeroever
41
Clarenbeek
Erv. J. Municx
Rechteroever
40
Wijampobo
Gerrit de Vree
Linkeroever
39
Appecappe
Erv. Goedde
Beide oevers ; Ook wel Nieuw-Appecappe
38
Den Burg
B. van der Meulen
Later: Fauquemberg
37
Vlamenburg
Erv. Landsbergen
Via een onderzoek van Ruud Beeldsnijder is er wat bekend over het dagelijks leven op Clarenbeek in die tijd (Beeldsnijder 1994, 156):
"... Het kwam ook voor dat planters over regelrechte sabotage van de bastiaans (= negerofficieren) klaagden. Volgens Christoffel Meijers, administrateur van de plantage Clarenbeek (Commewijne, 1738) zou de negerofficier Cokje de slaven tot rebellie hebben aangezet in plaats van hen in bedwang te houden. Naar alle waarschijnlijkheid was hij een "verbintenis" met de slaven aangegaan om samen de plantage-leiding te dwarsbomen. De slaven waren daardoor baldadig en brutaal geworden en hadden niet harder gewerkt dan zij zelf wilden. Telkens wanneer de directeur of de blanke officier naar het veld kwam en de bastiaan had opgedragen de slaven wegens hun traagheid en werkverzuim zweepslagen te geven, waren de slaven van het werk weggelopen, hadden zich verspreid in het veld en hadden zelfs de blanken bespot. Toen Cokje werd opgedragen een van die opstandige slaven te pakken en bij de directeur te brengen, had hij gezegd dat hij ze niet kon vangen. Cokje ging zelfs zover een blanke officier te zeggen dat hij niet het hart moest hebben om nog één voet in het veld te zetten. De timmernegers en de blanke officier werden daarna geordonneerd om Cokje te grijpen, wanneer hij rapport zou uitbrengen. Dat gebeurde ook, maar de slaven hadden Cokje weer met een "barbaars" geschreew bevrijd, omdat ze niet wilden dat hun officier geslagen werd. Daarop waren zij met hun gezinnen het bos ingegaan en hadden zij de gehele nacht bij het einde van het afvoerkanaal geschreeuwd en getierd. Hierdoor was de administrateur genoodzaakt geweest om met Cokje tot een "soort accoord" te komen. De administrateur had hem de gevaarlijke gevolgen van zijn handelwijze voorgehouden en hem gezegd dat zijn misdrijven waren vergeven indien hij zich zou onderwerpen. Cokje beloofde inderdaad beterschap, en de slaven waren een paar dagen "redelijk soet" geweest. Na enige tijd waren de slaven weer "baldadig" en brutaal geworden. Daarom had men Cokje gevangen genomen om verdere opschudding op Clarenbeek te voorkomen. Na het overbrengen van Cokje naar het fort Zeelandia, waren de slaven "seer perplex" geweest en hadden zich onderworpen gedragen...."
1751 - mr: Pieter Duvelaer van Campen (inventaris 1751)
Nimmerdor (suiker, 93 slaven) en Clarenbeek (suiker, 98 slaven) waren beide het eigendom van de zeeuwse koopman mr. Pieter Duvelaer van Campen. Beide werden in het jaar 1751 geinventariseerd en "gepriseerd". Dit gebeurde in verband met een huurcontract. De plantages werden in dat jaar verhuurd aan Hermanus Laurens Rynsdorp. Beide plantages werden beheerd door 1 directeur, Jan Dirck Kennema.
1768 - Benjamin Treboulon (inventaris 1768)
Benjamin Treboulon is de geschiedenis ingegaan als een medogenloos plantagedirecteur, die de slavenmachten volkomen uitputte en mishandelde om meer productie te krijgen. Zo weigerden de slaven van de plantage le Mastrouge in 1757 om hem als directeur te erkennen. (Dragtenstein 2002, 178). Op Roosenburg in 1759 werd hij ook geweigerd, maar werd uiteindelijk toch geaccepteerd. Van 1759 t/m 1762 was hij er directeur en administrateur.In 1768 was hij eigenaar van 5 plantages:
De Vrijheid (suiker, beestenmolen, 68 slaven) aan de Parakreek
Nimmerdor (suiker, beestenmolen, 85 slaven) aan de Commewijne
Clarenbeek (suiker, watermolen, 82 slaven) aan de Commewijne
Nieuw-Roosenbeeck (suiker, watermolen, 166 slaven) aan de Commewijne
En Nieuw-Timotibo (suiker, beestenmolen, 126 slaven) aan de Perica
Op zijn eigen plantages behandelde hij zijn slaven met dezelfde wreedheid. Op Nieuw-Timotibo werd hem door het Hof van Justitie zelfs tijdelijk de toegang ontzegd. Uiteindelijk werd hij in 1778 vermoord door marrons, voorheen slaven op Nieuw-Timotibo.
Alle plantages werden in de jaren 1768-69 geinventariseerd en "gepriseerd". Mogelijk was Treboulon bezig met een hypotheek.
In de zeventiger jaren, tijdens de Boni-oorlog, was te Clarenbeek een militaire post met hospitaal gevestigd. Stedman bezocht deze veelvuldig, maar geeft slechts een fragmentarische beschrijving :
"... Een kanon-schoot verder, als men de Rivier opvaart, ligt de Plantagie Klarenbeek alwaar ik, den 22sten, naar toe ging, om den staat van het Hospitaal te onderzoeken ....... De meenigte van zieken, die in het Hospitaal van Klarenbeek op één gestapeld waren, maakte eene elendige vertooning..... Ik voege hier by eene afteekening van het gezicht deezer Plantagie, en van den post Klarenbeek, alwaar ons Hospitaal steeds bleef."
1793 - H.M. Wolff (almanak 1793)
Hendrik Maurits Wolff was in 1774 eigenaar van twee buurplantages Munnikendam en Binsbergen aan de Cottica. Later voegde hij drie aaneengelegen plantages aan de Commewijne aan het bezit toe: Crawassibo, Clarenbeek, en Nimmerdorr. Daarna verkreeg hij nog twee houtgronden stroomopwaarts aan de Mapani-kreek, om voldoende timmer- en kuiperhout voor zijn plantages te kunnen leveren.In 1788-89 was hij raadsheer van het Hof van Politie en Crimineele Justitie.
In 1793 was plantage Clarenbeek nog actief. De plantagedirecteur was A. Einig, en eigenaar Wolff voerde zelf de administratie. De almanak van 1793 vermeldt geen gegevens over Nimmerdorr. Het lijkt erop dat de grond was verlaten.
1821 - aan pltg. Crawassibo (almanak 1821)
De verlaten gronden Clarenbeek en Nimmerdorr behoorden beide aan plantage Crawassibo. Dit was een suikerplantage van de broers S. de la Parra en S. H. de la Parra. Voor meer gegevens, zie aldaar.
1843 - verlaten (almanak 1843)
Clarenbeek, Crawassibo en Nimmerdorr waren alledrie opgeheven.
Bronnen :
- boeken en artikelen
- databases op het internet
- inventarissen in het notarieel archief van het ARA, den Haag
- archief Dienst der Domeinen te Paramaribo
boeken en artikelen
1.1 - Ruud BeeldsnijderOm werk van jullie te hebben plantageslaven in Suriname 1730-1750
Uitg. Univ. Utrecht, 1994
1.2 - Frank Dragtenstein
De ondraaglijke stoutheid der weglopers uitg. Univ. Utrecht, 2002
databases op het internet
2.1 - Philip Dikland oud archief der burgerlijke stand in Surinameinventarissen in het notarieel archief van het ARA, den Haag
- 1726 - inventaris Nimmerdor, gegevens niet bekend
- 1726 - ARA NOT inv. No. 160 f. 126 t/m 160 (nummering ARA 38 t/m 69) - Clarenbeek
- 1737, 1739 - inventarisaties Clarenbeeck, gegevens niet bekend
- 1751 - ARA NOT inv. no. 691 f. 289 - Nimmerdor
- 1751 - ARA NOT inv. No. 691 f. 306 - Clarenbeek
- 1768 - ARA NOT inv. no. 696 f. 30 - Nimmerdor
- 1768 - ARA NOT inv. No. 696 f. 38 - Clarenbeek
- 1772 - ARA NOT inv. no. 238 f 121 - Clarenbeek & Nimmerdor
1726 - inventaris Nimmerdor, gegevens niet bekend
1726 - ARA NOT inv. No. 160 f. 126 t/m 160 (nummering ARA 38 t/m 69) - Clarenbeek
Locatie : gelegen in de boven divisie der rivier van Commewine, aen de linkerhant int opvaren, belendende aan de beneden sijde aen de boven scheijdlinie van wijlen Capn: Philip Bregt, nu de wed: Lourens Nicolaes Goede, en aen de bovensijde aen de beneede scheijdlinie van de plantagie Crawassibo aenkomende de heer Johan van der MarscheDatum : 1726-02-22/23/25/26/27/28 ; met ampliatie
Gegevens : areaal:
generale grond, grootte niet ingevuld
een stuk land ten Oosten van de rivier, groot 1143 akkers
idem 340 akkers
idem 876 akkers, volgens grondbrief dato 3 december 1717
productie:
rietgronden 13 stuks totaal 136 akkers
weide
kostgronden 4 stuks totaal 25 akkers, met tayer
waterhuishouding:
stenen loossluis 24 x 11 voet, met daarachter een hoofd loos sloot lang 89 ketting
gebouwen:
Een watermolen
Een kookhuis 72 x 32 voet, waarin ""een metselwerk met sijn ses inhangende koopere suijker keetels""
Nieuwe stenen sluis voor het waterwerk, ruim 10 voet wijt, binnenwerks lang 38 voeten
Een woonhuis 60 x 48 voet, hout ; in het woonhuis o.a. een serie plantagejournalen geschreven door Meunicx, vanaf Januari 1694.
Een gebouw 78 x 26 voet, verdeeld in vieren, waarin keuken, magazijn, en gereedschapmagazijn
Een gemakshuisje van steen 8 x 6 voet
Een Coornhuis 20 x 15 voet
Een gebouw 77 x 20 voet, waarin: ziekenhuis, washuis, kabrietehok, en hoenderhok
Een varkensstal
Een huis voor de blanke bediendens 32 x 20 voet
Een hoeveelheid houtmaterialen
Een nieuw tentboothuis 42 x 10 voet
20 negerhuizen ""van slegt hout, met tas en pina gedekt, en pallissade omslaegen""
vaartuigen:
1 nieuwe 6-riems tentboot ; 1 pont 40 vt ; dito 30 vt ; 1 oude pont
slaven:
53 mannen, 44 vrouwen, 2 indiaanse vrouwen, 17 jongens waarvan 4 zuigelingen, 8 meisjes
vee:
32 hoornbeesten ; 11 paarden
financieel :
geen prisatie
verzoeker : ten versoeke van de heeren Nicolaes van Sandick, ontvanger generael van de Ed: Societeit, ende Gerard de Vree, Raed in den Ed: Hove van Civile Justitie, executeuren over het testament van gem: hr: Meunicx, en voogden over sijn Wel Edele minderjarige kinderen
eigenaar : Johan Meunicx
1737, 1739 - inventarisaties Clarenbeeck, gegevens niet bekend
1751 - ARA NOT inv. no. 691 f. 289 - Nimmerdor
Locatie : Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Crawassibo en WajampiboDatum : 1751-10-18/19 ; 1751-12-29
Gegevens : 1362 akkers, 93 slaven, suiker, koffie, kostgronden, savanne, beestenmolen, paarden, geiten, taxatie: Nf 54.952,15
Verzoeker : Pieter van de Werff, raad Hof van Politie en Criminele Justitie, in opdracht van mr: Pieter Duvelaer van Campen
Eigenaar : mr: Pieter Duvelaer van Campen, schepen en raad der stad Middelburg en bewindhebber der O: I: C: ter camer Zeeland
Directeur : Dirck Kemmena
Gebeurtenis : plantage in huur overgegeven aan: Hrm: Laurents Rijsdorp., kapitein van een compagnie burgeren vant boven divisie van Commewijne
1751 - ARA NOT inv. No. 691 f. 306 - Clarenbeek
Locatie : Commewijne tussen de plantages Blackcreeq en AppecappenDatum : 1751-10-20/21 / 1751-12-29
Gegevens : 2350 akkers en 8 kettingen, 98 slaven, watermolen, suiker, kostgronden, weide, koeien, geiten, pluimvee, taxatie: Nf 55.322,40
Verzoeker : Pieter van der Werff, raad in het Hof van Politie en criminele Justitie, in opdracht van mr: Pieter Duvelaer van Campen
Eigenaar : mr: Pieter Duvelaer van Campen, schepen en raad der stad Middelburg en bewindhebber der O: I: C: ter camer Zeeland.
Directeur : Jan Dirck Kemmena
Gebeurtenis : overdracht der huur aan Herm: Laurents Rijnsdorp, kapitein van een compagnie burgeren vant boven divisie van Commewijne -
1768 - ARA NOT inv. no. 696 f. 30 - Nimmerdor
Locatie : Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Wajampibo en CarawassiboDatum : 1768-05-14 ; 1768-05-20
Gegevens : 1362 akkers, 85 slaven, beestenmolen, suiker, koffie, kostgronden, varkens, schapen, pluimvee, weidegrond, taxatie: Nf 85.075,-
Verzoeker : Benjamin Freboulon, eigenaar
Eigenaar : Benjamin Freboulon
Directeur : Marie Hazen
1768 - ARA NOT inv. No. 696 f. 38 - Clarenbeek
Locatie : Commewijne aan de linkerhand tussen de plantages Appekape en BlaakcreecqDatum : 1768-05-16 / 1768-05-20
Gegevens : 2350 akkers, 82 slaven, watermolen, suiker, tayer, bananen, cassave, moestuin, weidegrond, hoornbeesten, schapen, taxatie: Nf 95.355,-
Verzoeker : Benjamin Treboulon, eigenaar
Eigenaar : Benjamin Treboulon
Directeur : J: le Roij
1772 - ARA NOT inv. no. 238 f 121 - Clarenbeek & Nimmerdor
locatie : 1. Clarenbeek: linkerhand aan de boven rivier Commewijne 2. Nimmerdor: aan de rechterhand aan de boven rivier Commewijnedatum : 1772-10-27/28/29 ; appendix: 1772-10-29
gegevens : 1. Clarenbeek: 2000 akkers, 140 slaven, watermolen, suiker, bananen, tayer, koren, hoornbeesten, schapen
- Nimmerdor: 1400 akkers, koffie, bananen, cassave, tayer
verzoekers : L: Oostendorp en L: V: L: G: Koenen raden van Hof van Civiele Justitie
eigenaar : Benjamin Treboulon
administr.: aangestelde sequesters: J: P: Morin en G: W: Timme die de plantage moeten administreren
directeur : J: F: Treboullon
gebeurtenis : de plantages zijn onder sequestratie geplaatst. Door het Hof aangestelde sequesters: J: P: Morin en G: W: Timme die de plantage moeten administreren
