koffieplantage Bergen op Zoom aan de Commewijnerivier

Commewijnerivier, linkeroever in het afvaren
volgorde: Knoppemonbo, Esperance, Hazard, Bergen op Zoom, Killesteyn Nova, Berkshoven

Bergen op Zoom op de kaart van Lavaux 5e editie, 1770

Chronologie

1686 - Otto van Vollenhoven (Labadistenkaart, 1686)

De oude Labadistenkaart is niet nauwkeurig genoeg om met zekerheid vast te stellen of het hier de latere plantage Bergen op Zoom betreft. 't Kan net zo goed buurplantage Hasard zijn.

Naarmate men dieper de geschiedenis induikt, worden de archieven schaarser. Otto van Vollenhove staat niet vermeld in de bewaard gebleven archieven der gereformeerde kerk.

1737 - Van der Sande (kaart Lavaux, 1737)

De plantage was 522 akkers groot, en had op Lavaux' kaart van 1737 nog geen naam. Als eigenaar noteerde Lavaux, Van der Sande. In de kerkboeken is 1 vermelding van de naam Van der Sande, n.l. Abraham van der Sanden. Hij overleed in 1736. Verder is niets over hem bekend.

na 1737 - Salomon Duplessis

Omstreeks 1737 hebben de erven Van der Sande de plantage waarschijnlijk verkocht ; wanneer precies is niet bekend. De nieuwe eigenaar was Salomon Duplessis, van hugenootse afkomst, geboren te Bergen op Zoom. Hij hernaamde de plantage naar zijn geboorteplaats.

Mr. Salomon Duplessis was een zeer bekende figuur in zijn tijd. Hij arriveerde in 1734 in Suriname als advocaat van de West-Indische Compagnie, en werd in 1738 benoemd als secretaris van gouverneur Van de Schepper. In 1741 werd hij Raad van civiele justitie, en in 1745 werd hij gekozen tot Raad van politie en crimineele justitie.

Naast zijn ambtelijke carriere bouwde hij een bestaan op als administrateur van plantagieen. Hij beheerde o.a. het plantagebezit der gebroeders Pater, die bekend stonden als de rijkste ingezetenen van het land.

handtekening van Du Plessis onder de jaarverantwoording van de plantage Roosenbeeck aan de Commewijne. Duplessis was administrateur van deze plantage. Voor zijn diensten ontving hij een honorarium van F 2000,- per jaar.

Via zijn huwelijk met de rijke weduwe Johanna Margaretha van Striep (1706 - 1769) verkreeg hij eveneens grote belangen in het plantagebedrijf. Zij had van haar vorige man Daniel Pichot 4 plantages geerfd, te weten: Penoribo, Siparipibo, la Paix, en De Hoop.

Het waren Suriname's gouden jaren, en de 4 plantages, evenals Salomon's eigen plantage, moeten schatten hebben opgebracht. Het echtpaar Duplessis huurde vanaf ca. 1746 in Paramaribo een riant woonhuis aan het gouvernementsplein, dat nog steeds bestaat. Het werd onlangs fraai gerestaureerd. Het staat nog steeds bekend als het huis Duplessis.

Salomon was een opvliegende, ongemanierde man, edoch een der felste behartigers van de belangen der planters. Hij kwam hierbij in scherp conflict met de gouverneur Mauricius, en vertrok in 1747 naar Nederland om de belangen van zijn partij rechtstreeks bij de Staten Generaal te behartigen. Het bleek een verkeerde inschatting. Hij werd daar in 1753 veroordeeld wegens laster, een geringe tijd gevangengezet, en mocht na vrijlating nooit meer naar Suriname terugkeren. Over zijn verdere levensloop is niet veel bekend. Hij werd in 1785 in de Nieuwe kerk te Amsterdam begraven.

Na Salomon's verrtrek naar Holland om daar de belangen der planters te behartigen, snoepten diezelfde heren planters-administrateurs hem geleidelijk zijn administraties af, zonder dat hij er iets aan kon doen. Zelfs gouverneur Mauricius, bepaald geen vriend van Duplessis, viel het op:

"........Vrijdag den 3 April 1750. De oud Raadsheer van Policie, Gerrit Pater, is eindelyk overleeden. Senex triginta annorum. Met zyn levenswyze is 't nog te verwonderen, dat hy 't zoo lang heeft uitgehouden. Hij heeft het Testament, het welk hy in Holland gemaakt had, geconfirmeert, alleen met die verandering, dat hy Du Plessis, die tot Executeur benoemt was, heeft uitgeschrapt en de secretaris Scherping in zyn plaats gesteld, zonder een woord van Du Plessis te melden, in gevalle hy weder kwam. Waarlyk een ondankbaare behandeling ! In alle de uitbroedzels van Du Plessis heeft de naam Pater altyd primo loco gebrilleert. Dus is de absentie van Du Plessis, na Paters systeme voor de gemeene patriotse zaak, en is 't redelyk dat hem zulks nu tot zoo merkelyke schade strekt ? En dat Scherping van zyn vriends absentie op een zoo rude wyze profiteert ? Doch by zielen van die Calibre breekt het minste personeel interest aanstonds alle banden van vriendschap......
.......Pater heeft reeds by zyn leven, enige maanden geleden, de administratie zyner goederen aan Scherping gegeeven. Dit hebben wy alle geweeten, doch 't geen wy niet wisten, is, dat Scherping, in 't vooruitzigt dat Du Plessis stond weeder te komen, en dat Pater als dan de gem: administratie aan denzelve weeder zou overgeeven, of op zyn best hem de helfte laten, de precautie heeft gehad van een formeel Contract te bedingen, waar hy Pater zig verbind, dat al kwam Du Plessis weder, Scherping egter alleen de administratie behouden zou. Dus eeten de wolven in 't bosch malkander ! ....."

Het huis duplessis, situatie 2001. Achterzijde. In de 18e eeuw was het gebouw aan de achterzijde omringd door dienstgebouwen.

Salomon en Johanna kregen 2 kinderen : Reinier, en Maria Susanna (1739-1795).

Maria Susanna Duplessis (1739-1795) woonde tot haar 15e jaar met haar moeder in het huis aan het Plein. Omstreeks die tijd huwde zij met F. L. W. Grand (? - 1762), die de eigenaar was van de plantage Grand Plaisir aan de Commewijne, naast plantage Alkmaar. Na Grand's overlijden verbleef Susanna anderhalf jaar in Nederland, ongetwijfeld bij haar vader. Zij retourneerde in december 1764.

Later hertrouwde zij met Frederic Cornelis Stolkert, een stiefzoon van gouverneur Nepveu, en mede-eigenaar van de plantages Curcabo, Monsouci, Hegt en Sterk, Stolkersvlijt, en Buyslust. Het huwelijk werd zoals gebruikelijk gesloten buiten gemeenschap van goederen, en Susanna behield het volledig bezit van haar plantage, al heeft Stolkert waarschijnlijk haar zaken waargenomen.

In 1785 liet zij zich van Stolkert "separeren". Na haar scheiding verhuisde zij uit Stolkerts hoekhuis aan de waterkant terug naar het huis no. 2. Waarschijnlijk heeft zij daar verder tot haar dood gewoond. Uit haar testament blijkt, dat het huis voor de helft haar eigendom was.

Susanna was uiterst berucht vanwege de wrede behandeling van haar slaven, en tot op heden zijn in de volksmond vele verhalen hieromtrent overgeleverd. Zij overleed in 1795. Voor haar grafsteen in de hervormde kerk, koos zij de tekst: "...eindelyk ben ik tot rust gekomen...". Zelfkennis had zij dus blijkbaar wel. Zij moet een haatdragende, driftige vrouw zijn geweest, met een aantal moorden en verminkingen op haar geweten. De schrijver Stedman kende haar, beschrijft een aantal voorbeelden van haar martelingen, en meed haar als de pest.

1770 - C: F: Schauffeler en E: G: W: Timme (not inv. no. 699 folio 303)

Reinier du Plessis, de zoon van Salomon, verkocht de plantage namens zijn vader aan Schauffeler en Timme. Timme was voordien directeur op de plantage geweest. De koopsom is niet bekend, maar zal niet veel hebben afgeweken van de getaxeerde waarde @ 298.893,- nederlandse guldens. Een hoog bedrag voor een kleine plantage van 250 akkers met maar 119 slaven. Echter, omdat Suriname goed bekend stond, werd er zwaar gespeculeerd met plantages. De prijzen van 1770 stonden in geen enkele verhouding tot het rendement der plantages, en nog in datzelfde jaar barstte de zeepbel, en volgde een lange periode van malaise. Salomon du Plessis heeft zijn schaapjes nog juist op tijd op het droge gehaald. Koper E.G.W. Timme zal weinig plezier van zijn bezit hebben beleefd. Hij overleed in 1781 en werd armelijk begraven op de savanne. Hij liet wat kleren na, dat was alles (ARA NOT inv. No. 225 f. 763 uit 1781).

"... 1781-november 1 Debet Boedel George Timme — Aan kerkegeregtigheid voor het begraven van hem selfs in de savane door heeren weesmeesteren f 59,15 ..."

1793 - 't fonds onder S. van Nooten Jansz. (almanak 1793)

De plantage produceerde koffie. Administrateur was E: van Velsen

1801 - samengevoegd met buurplantage Hasard

top ^

Bronnen

top ^

boeken en artikelen

1.1 - Hilde van der Putten
Susanna Du Plessis, leven en verhaal, 2000 (manuscript)
Met uitgebreide beschrijvingen van de families Pichot, Duplessis, en Stolkert.

1.2 - Alex van Stipriaan
Surinaams contrast — KITLV, 1993

top ^

databases op het internet

2.1 - Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname

2.2 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

top ^

ARA, Notarieel Archief Surimane

inventarisaties van de plantage Bergen op Zoom

1769 - inv. no. 229 folio 530

locatie : Commewijne, aan de rechterhand tussen de plantages Killesteijn Nova en Hazard
gegevens: 500 akkers, 124 slaven, koffie, cappewirie, kostgronden, cacao ; taxatie Nf 227.944,-
verzoeker: R: J: du Plessis, zaakgelastigde van Salomon du Plessis te Amsterdam.
eigenaar: Salomon du Plessis
directeur: G.W. Timme

1770 - inv. no. 699 folio 303

locatie : Commewijne, aan de rechterhand tussen de plantages Killesteijn Nova en Hazard
gegevens: 500 akkers, 119 slaven, koffie, kostgronden, weidegronden ; taxatie Nf 298.893,-
verzoeker: C: F: Schauffeler en E: G: W: Timme, kopers der plantage
eigenaar: Salomon du Plessis (verkoper) ; R: J: du Plessis, zaakgelastigde
directeur: J: B: Nicolaas

top ^

overig

4.1 - begraafplaats Salomon Duplessis
Blijkens de boeken der kerkgerechtigheid werd Salomon du Plessis op 15 juni 1785 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam begraven. (gemeentearchief amsterdam, N.K. 1060/52, grafrechten f 1,-, later nog een keer f 1,50) De vloer van de nieuwe kerk werd in 1959 gerenoveerd voor het plaatsen van riolering en vloerverwarming. De grafstenen zijn toen herplaatst, vele zijn verwijderd. De grafsteen van Salomon du Plessis is thans niet meer te traceren. Salomon is kwijt.

4.2 - Bergenaren in Suriname
Het aantal Bergenaren in de Surinaamse archieven is uiterst beperkt. Salomon Duplessis is van dat selecte gezelschap veruit de bekendste. Toch zijn er met enige regelmaat wel mensen uit Bergen op Zoom in Suriname gearriveerd, bijvoorbeeld in 1671 de pottenbakker Willem Abrahamz. de Bruijn :

Heeden den eersten mey XVI een en seeventig , compareerden voor mij, Adriaen Schippers nots publicq bij de ed: raed van Brabant in 's Gravenhage geadmitteert, tot Bergen op den Zoom resideerende, mette getuijgen naergenoemt,

d'heer Johannes d'Olislager woonende binnen Middelborgh in Zeelant, ter eenre,

ende Willem Abrahamsz. de Bruijn, geassisteert voor soo wel .... met Jan Anthonisse Mr: schoenmaker alhier en Cornelia Frans, sijnen stieffvader en moeder, ter andere zijde,

ende verclaarden met den anderen overcomen ende accordeert te weesen ter saken en in den maniere naervolgende, namentlijck:

dat den laesten comparant met de heer eerste comparant ten alder eersten sal gaen naer Surinamen om deselven aldaer te dienen als meester knegt in eene potterije die den hr: eersten comparant van meeninge is aldaer op te rigten, ende dat voor den tijt van drije eerst comende en achter den andere vervolgende jaren, ingaende soo haest deselve laeste comparant buijten gaets ende ondiepten sal weesen, volgens zeerecht en de conditien van de oost indiensche compagnie,
dat offschoon het schip daer de laesten comparant mede comt wech te varen door onweder ('t welck Godt verhoede) ofte ander ongelegentheijt weder om moeste comen, evenwel sijne gagie ofte heure (huur) sal voortgaen en blijven continueeren,
mits dat de eerste comparant aen selve laeste comparant daervoor sal moeten geven cost en dranck naer behooren en in sijne huisinge laeten woonen en sijn lijnwaet laeten wasschen, ende daerenboven betaelen voor het eerste jaer een hondert gulden voor een Godts penninck alhier contant, ende dan noch daerenboven naer 't retireren van 't voorsz: eerste jaer eene somma van vierhondert gld: en voor de twee andere jaeren eene somma van vijhondert gld: jaerlijcx, makende t'samen voor deselve twee jaeren eene somma van een duijsent gulden, te betaelen alle drije ses maenden ofte andere termijnen, ter obtie van laeste comparant,
des sal deselve schuldich en gehouden wesen den eersten comparant wel en naer behooren te dienen, als een goede trouwe opperknegt in eene potterije behoort.
Ende is meede gestipuleert dat oft het mochte comen te gebeuren dat de laeste comparant wanneer te Surenamen ofte onderwegh gecomen sal wesen, quame sieck te worden, den heer eerste comparant evenwel hem in sijne huisinge sal moeten laten blijven woonen, & versien van eeten en drincken && als voren, ten waere de sieckte te lange mochte dueren,

't welck alles sal staen ter discretie, beloovende partijen dese te houden en doen houden voorgoet vast, bondich en van weerde, onder verbont als naer recht,

Actum binnen Bergen voornt:, ten dage, maende & jaere als boven, ter presentie van d'heer Pieter Basseliers, woonend binnen deser stadt, monsr: Simon Schoppens adelborst onder de compagnie van de Lt: Collonel .... van desz: Guarnisoenen als getuijge hiertoe versocht,

Johannes d'Olijslager
Bij mij Willem Abramsen
Jan Antonijus Bruin
't merck * gestelt bij Cornelia Frans
Pr: Basseliers
Symon Schoppens
quod attestor,
Adr: Schippertz: nots:

bron: notarieel archief, Bergen op Zoom.

top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: