de suikerplantage Dageraad aan de Commetuanekreek
volksnaam: Kakrakoe = Craffort ?linkerhand in het afvaren
volgorde in het afvaren: La Solitude ; Sinabo ; Nieuwsorgh ; Dageraad ; Fortuyn ; Salzhalen
plantage de Dageraat op de kaart van Bakhuys en de Quant uit 1930
Chronologie :
De eerstbekende naam van de plantage was Castanienboom. In 1737 en 1741 werd een deel van de grond verkocht aan buurplantage Nieuwsorg, en de resterende grond werd omstreeks 1750 "Eendragt" genoemd. Omstreeks 1840 werd deze naam gewijzigd in "Dageraad".
- 1710 - 1736 - Marinus Craffort & Christiaan Augustus (meetkaart 1736)
- 1737 - 1741 - Quirijn Willen Craffort & Abraham Augustus ; verkoop westhelft
- 1761 - boedel Andresa Jestdorp ; de gebroeders Rijnsdorp
1710 - 1736 - Marinus Craffort & Christiaan Augustus (meetkaart 1736)
Blijkens een opname uit 1710 waren Marinus Craffort samen met Christiaan Augustus de eigenaren en vermoedelijk de stichters van de plantage. Wanneer de plantage is aangelegd, is niet bekend. Vermoedelijk omstreeks 1700. Tot 1741 worden hun beider namen genoemd als eigenaren van de grond, daarna verdwijnt de naam Augustus en blijft alleen de naam Craffort over.
Marinus Craffort was gehuwd met Sanderina (ook wel: Alexandrina) Mellem. Uit dit huwelijk zijn 4 kinderen bekend :
Angneta (1696-?)
Agneta (1699-?) geh. 1715 Pieter Melon
Willemina (1700-?) geh. 1719 Abraham Aegidius Engel
Quirijn Willem (1705-?) geh. 1728 Andresa Jestdorp (?-1761)
Het is niet bekend wanneer Marinus is overleden. In 1712 was hij nog in leven, en trad op als doopgetuige. Ook Sanderina's overlijden is niet in de kerkregisters terug te vinden.
In 1710 werd de plantage opgemeten door de landmeter A. Maas. De plantage was toen 600 + 400 akkers aan weerszijden van de kreek. In 1711 werd het achterland aangevraagd achter het deel van 400 akkers, zodat het totale areaal 1600 akkers werd. De aanvragers waren Anna Elisabeth Steenhuijsen weduwe van Christiaan Augustus, en Marinus Crafford.
In 1736 werd de situatie door landmeter Van Dijk opnieuw in kaart gebracht, ten behoeve van George Wilhelm Montanus en de Heer Crafford
Castanienburg in 1736. Meetkaart van de landmeter Van Dijk. Noord = Onder. De plantage heeft nog een logische vorm, met een oppervlakte van 1600 akkers.
Boven de plantage (dus zuidelijk) is de grond van "juffr. Lacalie". Dit is de plantage Nieuwsorg. Binnen enkele jaren zou Nieuwsorg het grootste deel van de rechterhelft (westhelft) opkopen. Alleen een smalle en diepe strook werd niet verkocht.
Circa 1725 - Jacob Castaigne ; plantagenaam Castaigneboom
In 1723 hertrouwde Sanderina Mellem, weduwe van Marinus Craffort, met Jacob Castaigne uit Bordeaux. Over kinderen is niets bekend ; de kinderen uit Sanderina's vorige huwelijk waren al volwassen. Castaigne overleed in 1733. Hij heeft de plantage niet gesticht, maar toch is om onbekende reden juist zijn naam ermee verbonden : Castaigneboom.
1737 - 1741 - Quirijn Willen Craffort & Abraham Augustus ; verkoop westhelft
In 1737 waren Quirijn Willem Craffort en Abraham Augustus de eigenaren van de plantage.Deeleigenaar Quirijn Willem Craffort, zoon van Marinus Craffort, huwde in 1728 met Andresa Jestdorp.
Uit dit huwelijk zijn 2 kinderen bekend :
Anna Alexandrina (1728-?) geh. 1746 Nicolaas Reynsdorp
Helena Francina (?-?) geh. 1746 Hermanus Laurens Reynsdorp 1775 Salomon des Borgnes
In 1737 was een eerste stuk van 400 akkers verkocht aan plantage Nieuwsorg. Dit stuk lag ten westen van de kreek. Op dat moment was Castanienboom nog 1200 akkers groot, aan elke zijde 600 akkers. Via de archieven van Nieuwsorg zijn de details van de verkoop bekend :
"... 4/ Een stuk land groot 400 akkers zijnde een gedeelte van het land van ouds genaamd Castagneboom (thans Eendragt) door de Heer Quirenius Wilhem Craffort verkogt aan Mevrouw Sara de La Jaille gebooren Lodge qq volgens transport in dato den 25 april 1737 met 20 3/8 kettingen face hierneffens te zien door den figuur NDLM. ..."
In 1742 werd opnieuw 400 akkers van de westhelft verkocht. Alleen een smalle strook van 200 akkers werd aangehouden als kostgrond voor de slaven. Castanienboom was nu nog 800 akkers groot. Ook deze verkoop staat geregistreerd bij Nieuwsorg :
"... 5/ Een stuk land groot 400 akkers zijnde meede een gedeelte van de plantage Castagneboom of de Eendragt door de Heer Abraham Augustus verkogt aan de Weduwe Sara De La Jaille gebooren Lodge volgens transport in dato den 12 december 1742 met 19 7/8 ketting face uijtgebeeld met de figuur MLEF...."
Een kaart van Nieuwsorg na de aankoop van het land van Castanienboom. Van het westdeel van Castanienboom is alleen een klein strookje onderaan de tekening overgebleven. "200 akkers kostland, behorende aan de pl. D' Eendragt, voor deesen Castagneboom". Had men evengoed meteen erbij kunnen verkopen.
1743 - 1761 - Andresa Jestdorp ; naamswijziging tot "de Eendragt"
In 1743 was Quirijn Craffort reeds overleden. De plantage werd geerfd door zijn echtgenote Andresa. Zij heeft waarschijnlijk de naam gewijzigd tot: de Eendragt. De reden is niet bekend.
Over het reilen en zeilen van de plantage in die tijd is eigenlijk niets bekend ; opstanden of grote marronages hebben er nooit plaatgehad. In 1761 was De Eendracht een grote en moderne suikerplantage met 165 slaven en een watermolen.
1761 - boedel Andresa Jestdorp ; de gebroeders Rijnsdorp
Tot 1761 was Andresa Jestdorp, de weduwe van Quirijn Craffort, de eigenaresse van de plantage. Zij was tevens eigenaresse van de grond Welbedacht hogerop aan de kreek, en een erf met huis te Paramaribo. Zij overleed in 1761.Na haar overlijden ging het eigendom van de Eendragt naar :
- Ns: Reijnsdorp (1/2 deel)
- de gemeenschappelijke boedel van Hermanus Laurens Reijnsdorp en de van hem gescheiden vrouw Helena Francina Craffort (1/2 deel)
- boeken en artikelen
- databases op het internet
- inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag
- archief dienst der domeinen te Paramaribo
Ns: Reijnsdorp (1/2 deel)
de gemeenschappelijke boedel van Hermanus Laurens Reijnsdorp en de van hem gescheiden vrouw Helena Francina Craffort (1/2 deel)
Als de erfgenamen van de boedel Jestdorp-Craffort worden genoemd: Nicolaas en Hermanus Laurens Rijnsdorp. Maar feitelijk zijn hun echtgenotes, de gezusters Craffort, de werkelijke erfgenamen.
De broers (of neven) Nicolaas en Hermanus Laurens Reynsdorp moeten omstreeks 1730 in Suriname zijn gearriveerd. Zij huwden er met de gezusters Craffort. Hoe kwamen ze aan die meisjes ? Eenvoudig: Nicolaas en Hermanus hadden de buurplantage Fortuyn gekocht in de Commetewanekreek, naast de Eendragt, waar Quirijn Craffort met zijn twee aantrekkelijke dochters woonde.
De broers Reynsdorp behoorden tot de Lutherse gemeente, en hun wel en wee is via de registers van deze gemeente enigzins te volgen.
Nicolaas Reynsdorp was gehuwd met Anna Alexandrina Craffort (1728-?). Uit dit huwelijk zijn 2 kinderen bekend, Nicolaas jr. (1743, gedoopt op Fortuyn) en Johanna Maria (geb. 1747). Er zijn meer kinderen geweest, maar daarover zijn geen gegevens bekend.
Nicolaas wordt reeds in 1737 genoemd als de eigenaar van de suikerplantage Fortuin aan de Commetuanekreek. Later was hij aanlegger en eigenaar van de plantage Reynsdorp aan de Matapica, en voor de helft eigenaar van de plantage Castanienboom aan de Commetewanekreek, naast zijn eigen plantage Fortuyn. Zijn broer Hermanus bezat de andere helft. Vanwege deze gemeenschappelijke onderneming veranderden zij de naam van de plantage in "de Eendragt".
Verder is er niet veel over hem bekend. Zijn naam komt na 1747 niet voor in de kerkregisters. In 1752 was hij raadsheer van het Hof van Civiele Justitie. In 1755 reisde hij met 2 zoons naar Amsterdam, als passagiers op het schip "de vrouwe Anne Maria", schipper Jurriaan Schooneveld. Zijn dochter Johanna Maria volgde een jaar later. Waarschijnlijk was het een definitief afscheid van Suriname, en heeft Nicolaas zijn verdere leven in Nederland doorgebracht. Hij overleed in 1774 te Amsterdam. Andreas Reynsdorp maakte het overlijden in de kerk van Paramaribo bekend:
De tweede broer, Hermannus Laurens Reynsdorp, heeft tot zijn dood in Suriname gewoond. Hij huwde in 1746 met Helena Francina Craffort. Uit hun huwelijk zijn 5 kinderen bekend, te weten: Andresa Hendrica (1746-?) geh. I - 1766 Bernhard Texier ; II Frans Gomarus
Anna Francina (1749-?) geh. Carel Wilhelm van Jekel
Willem Carel Hendrik (1752-?)
Frans Laurentz (1754-?)
Jan Lodewijk (1758-?).
Waarschijnlijk waren er meerdere kinderen, maar de doopregisters der lutherse kerk gaan niet verder terug dan het jaar 1743, het stichtingsjaar van de Lutherse kerk in Paramaribo. Mogelijk is Andreas Reynsdorp, die na 1770 veelvuldig in de kerkregisters voorkomt, eveneens een zoon van Hermannus.
Harmanus Lourens Reynsdorp was samen met zijn broer de eigenaar van plantage "de Eendracht". Verder is hij waarschijnlijk de aanlegger van de plantage Reynsfort aan de Warraperkreek, gelegen naast de plantage Reynsdorp van broer Nicolaas. In 1793 stond deze plantage op naam van zijn zoon Willem Carel Hendrik. Waarschijnlijk was Hermanus eveneens betrokken bij het beheer van de plantages van zijn broer Nicolaas. Er zijn te weinig feitelijke gegevens bekend om hierover met zekerheid een uitspraak te doen. Harmanus overleed in 1775:
- 1768 - Helena Francina Craffort (inventaris 1768)
- 1770 - erv. wed. Craffort (kaart Lavaux 1770)
- 1793 - J. S. B. des Borgnes nom. ux. (almanak 1793)
- 1821 - erv. Craffort (almanak 1821)
- 1843 - Societeit van Eigendom onder R. Le Chevalier & H. W. Kuhn (almanak 1843)
- 1863 - emancipatie
- 1864 - 2005 - nader uit te zoeken
- 2005 - verlaten en overwoekerd met bos
1768 - Helena Francina Craffort (inventaris 1768)
In 1768 kocht Helena Craffort het aandeel van haar ex-echtgenoot, en was zodoende voor 50% eigenaresse. Het aandeel van Nicolaas Reijnsdorp kwam op de publieke veiling, en werd eveneens door haar gekocht. Daardoor was zij voor 100% eigenaar geworden.De Eendragt was vanwege de verkoop van het westelijk deel in 1737-41 - nog slechts 800 akkers groot. Economisch gezien was het een grote plantage, met 179 slaven en een moderne watermolen. Johan Heinrich Hoff was de plantagedirecteur. De grond Welbedagt bovenwaarts aan de kreek was een annex van De Eendragt.
1770 - erv. wed. Craffort (kaart Lavaux 1770)
De Eendragt was volgens de kaart 1600 akkers groot. Dat klopt dus niet, de oppervlakte was allang gereduceerd tot 800 akkers. Ook de aanduiding "erven wed. Craffort" is verwarrend ; De boedel van Andresa Jestdorp was reeds afgehandeld, en Helena Craffort was de enige eigenaresse. De 5e editie van de kaart van Lavaux uit 1770 is berucht om z'n foutieve informatie. De Lavaux had overigens niets met die editie te maken ; hij heeft alleen de eerste editie uit 1737 verzorgd, en dat is een zeer goede kaart.1793 - J. S. B. des Borgnes nom. ux. (almanak 1793)
In 1775 hertrouwde Helena Craffort met Salomon des Borgnes, kapitein in het leger van de kolonel Fourgeoud. Dat gebeurde twee weken na de dood van haar eerste echtgenoot Hermanus Laurens Reynsdorp. Toeval of stof voor een detective-roman ? Zij was op dat moment eigenaresse van de suikerplantage De Eendragt aan de Commetewanekreek, de koffiegrond Heimslust aan de Motkreek, en de grote suikerplantage Sardam aan de Cottica.
H. Flato was de plantagedirecteur op de Eendracht ; F. Gomarus en W.H. van Ommeren verzorgden de administratie.
In 1793 had de plantage een volkomen ongeschikte vorm : een breed gedeelte met daarop de fabriek aan de rechteroever, en een uiterst smal stukje aan de linkeroever. Omdat de grond van het brede deel door de langdurige culture was uitgeput, gebruikte men het smalle linkeroeverdeel als productiegrond. Dit was een onhoudbare situatie. In 1797 vroegen de administrateurs daarom achterland aan, maar omdat er achter hun eigen plantage geen land meer aanwezig was, vroegen zij om het achterland achter de verlaten plantage Gelre. Dit werd aan hun toegewezen.
1821 - erv. Craffort (almanak 1821)
Suikerplantage de Eendragt was 945 akkers groot. J. Matheuw was de plantagedirecteur, en J. J. G. Spilker voerde de administratie. Groot was de plantage niet. In 1830 waren er 30 slaven. Het riet werd afgeperst met een beestenmolen. (Teenstra)Ook Heimslust en Sardam behoorden nog tot het bezit.
1843 - Societeit van Eigendom onder R. Le Chevalier & H. W. Kuhn (almanak 1843)
naamswijziging tot: "de Dageraat"
J. P. Weveringh was de plantagedirecteur. J. De Jager ez. En J. Zaal voerden de administratie.
De plantage was hernaamd van "Eendragt" naar "Dageraat", omdat de nieuwe eigenaar al een andere plantage Eendragt bezat, aan de Pericakreek..
De plantage was 1735 akkers groot met 121 slaven. De grond Welbedacht behoorde aan de plantage. En tegenover Dageraat aan de overzijde van de kreek was het "Land van Dageraat".
Heimslust en Sardam waren in andere handen overgegaan.
1863 - emancipatie
De plantage wordt niet genoemd in de emancipatieregisters.1864 - 2005 - nader uit te zoeken
2005 - verlaten en overwoekerd met bos
bronnen :
boeken en artikelen
databases op het internet
2.1 - Philip Dikland oud archief der burgerlijke stand in Surinameinventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag
- 1721 - inventaris Eendragt ; gegevens niet bekend
- 1735 - inventaris Castanienboom ; gegevens niet bekend
- 1761 - ARA NOT inv. no. 209 f. 459
- 1763 - ARA NOT inv. no. 214 f. 404
- 1768 - ARA NOT inv. no. 695 f. 289 - inventaris Eendragt
1721 - inventaris Eendragt ; gegevens niet bekend
1735 - inventaris Castanienboom ; gegevens niet bekend
1761 - ARA NOT inv. no. 209 f. 459
Locatie : Commetewanekreek aan de linkerhand tussen de plantages Fortuijn en SinaboDatum : 1761-04-29/30
Gegevens : 1. Eendragt: 800 akkers, 165 slaven, watermolen, suiker, tayer, bananen, koren, cassave, moestuin, schapen, geiten, pluimvee, taxatie: Nf 153.907,- 2. stuk land in de kreek Commetuane genaamd Welbedagt, meest verlaten en cappewerie grond, groot 257 akkers.
3. huis en erf te Paramaribo
Verzoeker : Herm: Laur: Reijnsdorp, oud raad van Civiele Justitie en zijn broer Nicolas Rijnsdorp wonende te Amsterdam, beiden aangestelde executeurs en voogden, administrateurs over minderjarige erfgenamen over nalatenschap van wijlen schoonmoeder wed: Q: W: Crafforr ; mede erfgename is Helena Francina Craffort, echtgenote van N: Rijnsdorp en dochter van wijlen A: Craffort-Jestdoph
Eigenaar : erven Hendresa Jestdoph weduwe van Quirijn Willem Craffort -
Directeur: Johan Ernst Vogt
Gebeurtenis : erflater: Hendresa Jestdoph wed: van Quirijn Willem Craffort "inventarisatie van 3 objecten:
- Plantage Eendragt
- Grond Webedagt in de Commetuanekreek
- Huis en erf in Paramaribo
1763 - ARA NOT inv. no. 214 f. 404
Locatie : Commetewanekreek aan de linkerhand tussen de plantages de Fortuijn en SinaboDatum : 1763-04-08/09
Gegevens : 1. Eendragt: 800 akkers, 178 slaven, suiker, watermolen, cappewerie, bananen, cassave, koren, tayer,schapen, pluimvee, moestuin, taxatie: Nf 146.171,10. 2. Stuk land genaamd Welbedagt gelegen in de boven Commetuane, groot 257 akkers,
Verzoeker : Hermanus Laurens Reijnsdorp, executeur en mede erfgenaam van nalatenschap
Eigenaar : erven Andresa Jesdorp, wed: O: W: Craffort
Administr: H: L: Reijnsdorp
Directeur: Johan Ernst Vogt
Gebeurtenis: erflater: Andresa Jesdorp, wed: van Q: W: Craffort.
Overdracht der administratie aan: Walter Kennedij en Andreas Reijnsdorp, zaakgelastigden van H: L: Reijnsdorp
inventarisatie van 2 objecten:
- Plantage Eendragt
- Grond Webedagt in de Commetuanekreek
1768 - ARA NOT inv. no. 695 f. 289 - inventaris Eendragt
Locatie: Commetewanekreek aan de linkerhand tussen de plantages Fortuijn en SinaboDatum : 1768-01-28
Gegevens: 800 akkers, 179 slaven, watermolen, suiker, tayer, bananen, cassave, schapen, geiten, pluimvee
Nog een stuk land, groot 257 akkers, genaamd Welbedagt gelegen in boven Commetewane
Verzoeker: Walter Kennedy qq, gemachtigd door Andries Reijnsdorp qq administrateurs der plantage
Eigenaar: Ns: Reijnsdorp (1/2 deel) ; de gemeenschappelijke boedel van Hermanus Laurens Reijnsdorp en de van hem gescheiden vrouw Helena Francina Craffort (1/2 deel)
appendix: van 25 januarij 1768: gescheiden Helena Francina Craffort heeft 3/8 deel overgenomen van haar vroegere echtgenoot. 1/8 deel heeft zij in eigendom vanwege gemeenschappelijke boedel van H: L: Reijnsdorp en wegens haar vaders erfdeel (Ouerijn Willem Craffort) de overige 4/8 deel heeft zij door aankoop (publieke veiling) in handen
administr.: Walter Kennedy qq; Andries Reijnsdorp qq.
Directeur: Johan Henrich Hoff
Gebeurtenis: de 1/2 der plantage behorende aan de gemeenschappelijke boedel wordt verkocht
archief dienst der domeinen te Paramaribo
- 1736 - meetkaart Castanienboom / Dageraat
- 1797 - warrand achterland Eendragt
- 1797 - meetkaart achterland Eendragt
- 1698 den 5 maart ondertrouwt Christiaan Augustus J:M: van Angenburg in Pruijsen woonende in Commewijne, met Anna Elisabeth Steenhuijse J:D: van Amsterdam woonende aen Paramaribo.
- 1700 september 20 Anna Elisabeth Steenhuijsen geboortigh van Amsterdam huijsvrouw van Christiaen Augustus. (wordt lidmaat beneden-Commewijne)
- 1701 27 mars jaij baptisé l'enfant de Christiaan Augustus et de Anna Elisabeth Steenhuijsen on la nommée Abraham, le parrain a éte Jacob Monson et la marraine Anna Margrieta Pimpers. L'enfant étoit ne le 17 de fevrier. Sauvin
- 1703 maart 7 gedoopt het soontje van Christiaan Augustus en Anna Steenhuijze echte lieden genaamt Johan. Gebooren donderdag den 1 februarij sochtens omtrent 10 uuren in Paulus creek op de plantagie de Hoop. Werdende door beijde d' ouders gepresenteert sonder speciale getuijgen. C: Nucella
- 1706 januarij 17 gedoopt het soontje van Christiaan Augustus en Anna Elizabeth Steenhuyze. Genaamt Francois, gebooren den eerste 9ber sondags smorgens omtrent elff uuren. Corn: Voltelen
- 1711 juli 3 ondertrouwt Hendrik Decanus J:M: geb: van Lee int Hertogdom Bremen met Anna Elizabeth Steenhuijse wed: van Christiaan Augustus geb: van Amsterdam. - D: J: Engel
- 1738 - den Eerw: heer Predicant George Willem Montanus
1736 - meetkaart Castanienboom / Dageraat
Ten verzoeke van de Heer George Welhem Montanus en Heer Crafford heb ik ondergeschreven de plantage Castanieboom gelegen in de Commetewane creecq in 't opvaaren aan de linkerhand 600 akkers en aan de regt(erhand) 400 akkers te samen 1000 akkers, is alles gecarteerd door den landmeeter A: Maas den 28 maart 1710 ; daar toe nog 600 akkers leggende agter de 400 aan de regterhand in 't opvaaren op deselfde fasie gelijk de nevenstaande figuur E: F: G: H: aanwijst, is bij request versogt door Anna Elisabeth Steenhuijsen wed: van Christiaan Augustus, ende Marinus Crafford in Compagnie, en vergunt door den WelEdele Gestrenge Heer J: de Goijer Gouverneur General dezer Colonie nevens dere zelver rivieren en districten van dien hooglofferlijker memories dato den 25 januarij 1711 .Actum Paramaribo de 3 augustus 1736
J: V: Dijck gesworen landmeeter en rooijmeester
Gezien de nevenstaande caart der uijtmeetingen en geswooren landmeeter J: V: Dijk gedaan begrijpende een nombre van duijsend akkers approbeere deselve meetinge en leeden en deelen.
Actum Paramaribo den 15 augustus 1736
Raije
Ter ordonnantie van de Heer Gouverneur
W: H: V: Muijden secretaris
OPM: Ten zuiden van Castanjeboom is de plantage Sinabo geprojecteerd. Feitelijk ligt daar de oude plantage Gelre, maar deze werd door Sinabo gekocht.
In 1737 werd de plantage Castanjeboom deels opgekocht door Nieuwsorg ; het restant werd hernaamd "de Eendragt".
De kaart vermeldt ook de noordelijke buren:
Fortuin: Türon (= Thouron)
Slootwijk: Talbot
Saltzhalen: Bossee
De kaart is vrijwel identiek aan kaart Castanjeboom xxxx-01 Commetewane no. xx-11.jpg
1797 - warrand achterland Eendragt
Alzoo F: Gomarus en W: H: van Ommeren in relatie als administreerende de plantagie de Eendragt gelegen in de Commutuane creeq aankomende Jb: Sn: Bs: des Borgnes en den boedel van zijne overledene huijsvrouw Helena Francina Craffort, zig aan ons bij requeste hebben geaddresseerd en te kennen gegeeven, dat de landen van dien plantagie, gelegen aan de linkerhand in 't opvaaren tusschen de plantagie Fortuin en de verlate coffij grond Gelre, op welke de gebouwen gesteld zijn [en] uit meerder aan de nombre van 600 akkers bedragende, door de lange jarige culture van zuiker op deselve ten eenmale uitgeput zijnde, de supplianten veronderstellen dat om die reeden dan ook bij hunne overname van deese haare administratie in den beginne van den jaare 1791 hebben gevonden daar door nu wijlen der suppliant precesseuren S: J: P: Andree de ......& kostgronden van genoemde plantagie de Eendragt waaren aangelegd ofte wel vervolgd op 't strookje land leggende aan de overzijde dier creecq ter rechterhand in 't opvaaren tusschen de landen der plantagien Fortuijn en Nieuwzorg, en welk strookje land geen meerdere facade dan slechts 9 3/4 kettingen heeft niet, meerder is uitmaakende dan de nombre van 393 1/16 akkers land. Dat deese landen reeds meede tot de diepte van circa 180 kettingen bewerkt zijnde, de supplianten alzoo meer en meer komen te ondervinden de inconvenienten die 't overbrengen der planterij op dat smalle strookje land ten gevolge heeft, dewijl in de malinge 't niet dan met ponten na vooren moetende getransporteerd worden, welk transport niet anders geschieden kan dan bijna met hoogwater alzo de loostrens ook tegeliik moet dienen voor de vaartrens en dus veeltijds de slaven verpligt zijn die transporten tot diep in de nagt te doen, 't geene niet dan van de nadeligste gevolgen kan ge.... worden te zijn.En alzoo de supplianten bij een en ander onderzoek en wel bij gelegenheid dat deselve in 't laast der afgelopen maand junij den plantagie de Eendragt hebben doen priseeren, zijn geinformeerd dat er nog een klein gedeelte agterland was leggende agter de hiervoor omschreeven 600 akkers land waarop de gebouwen staan, dewijl bij eerdere begeeving van land aanbehorende plantagie Vossenburg dat nadert begeeven land zig zoverre is uitstrekkende dat 't selve meerder dan de halve facade der landen van die plantagie de Eendragt komt afte snijden, en welk klein gedeelte land op zigzelve niet voldoend is om aan het oogmerk van de suppliant voldoen.
Namentlijk om de gehele beplanting die zig op voorsz: strookje land is bevindende te abandonneeren ende planterij weder over te brengen aan de zijde waarop de gebouwen staan ; waaromme dan deselve nier alleen dat klein gedeelte agterland maar ook de landen leggende agter de verlaten koffij grond Gelre hebben doen projecteeren, en met ons toestemming door den landmeeter J: H: Moseberg doen formeeren behoorlijke schetskaart, welke zij bij requeste annexeerde met nedrig versoek dat wij 't hiervooren geallegueerde met relatio tot den staat en ware gesteldheid der plantagie de Eendragt in consideratie wilden neemen, voorts dat de coffij grond Gelre is verlaten en aan de plantagie Sinabo behoord welke tesamen genoegsaam land possederen en dus de begeeving van die agterlanden geene Prejudici in 't voortzetten en verder uitbreiden van deeze staat kan te weegbrengen, daarin leggende 't toekennen van deese landen aan de plantagie de Eendragt van dat gunstigd vooruitzigt zijn, dat niet alleen de conservatie van dit effect daaruit novir geboren word, maar datzelve de eijgenaaren daardoor in de aangenaame gelegenheid zig zullen gesteld zien van na gelegenheid der zaken deesen staat verder uit te breijden.
Omme alle welke de supplianten allerneedriger waaren versoekende dat aan hun mogte werden verleend warrand van het stuk agterland groot de 800 akkers zodanig als hetzelve op de kaart van den landmeeter Moseberg in 't rood is afgeschermt.
Zo is 't dat wij de redenen bij de supplianten geallequeerd nagegaan en de waarheid conform bevonden hebbende, alsmeede gezien de schetskaart door den geswore landmeeter J: H: Moseberg in dato 5 julij deeser jaars van 't gevraagde stuk land gemaakt, mitsdien vergunnen en concedeeren aan F: Gomarus en W: H: van Ommeren in relatie als administreerende de plantagie N: Eendragt aankomende J: S: B: des Borgnes in den boedel van zijn overledene huijsvrouw Helena Francina Craffort, omme in allodialen eijgendom op te neemen en erffelijk te mogen bezitten alsmeede aan voorz: plantagie die Eendragt gelegen in de Commutuane creecq aan de linkerhand in 't opvaaren tusschende plantagie Fortuijn en de verlaten coffij grond Gelre thans behoorende aan des plantagie Sinabo te annexeeren, een stuk land leggende agter deselve plantagie de Eendragt en de verlaten coffiij grond Gelre groot 800 akkers met een face agter de plantagie de Eendragt van 20 kettingen en agter de grond Gelre van 25 kettingen, ofte zodanig meerder off mindere breete in desselve als bij uitmeeting van dit geconcedeerde land aankomende blijken deselve comperceren,
ende zulks onder de volgende voorwaarden
Zullen zij qq van heeden aff aan van deese acht hondert akkers land moeten betaalen een recognitie off canon van vier stuijvers hollands geld per akkers aan den ontfanger der in- en uijtgaande regten in der tijd, 't sij 't selve land bebouwd werd off niet, en soo vervolgens jaarlijks op den eersten dag van 't verleenen van deese warrand, en dat op poene dat ingevalle deselve recognitie off canon binnen 3 maanden na de vervaldag telkens niet voldoen was, sal moeten betaald worden 't dubbeld van deese en alsoo in plaats van 4 stuijvers 8 stuijvers, en waarvoor sij qq paratelijk sullen moogen en moeten werden geexecuteerd.
Ook zullen sij qq gehouden sijn de approbatie op warrand met bijvoeging van een kaarte figuratief der strekkinge & belendingen binnen 6 maanden van 't Committé tot de zaken der colonien en bezittingen van de Bataafsche Republicq in Amerika en op de kust van Guinea te versoeken, zig reguleerende na den inhoude van de resolutien van de voorige Regeering in dato 5 maart en 7 meij 1755, die binnen 12 andere maanden aan ons sal moeten werden geexhibeert
alsmeede 't selve behoorlijk te doen uitmeeten en daarvan laaten vervaardigen vier eevensgelijke kaarten die binnen 12 andere ofte een jaar na dato deeser aan ons ter approbatie sullen moeten werden gebragt, op poene van te verbeuren ten behoeven van 't hospitaal alhier voor iedere maand 50 guldens hollands na expiratie van 't jaar, en van welke kaarten één voor 't Committe voornoemd, één voor ons, een om neffens deese warrand ter secretarij deeser colonie te werden geregistreert, en één voor de eijgenaaren qq sal sijn,
en dat bij deese een hondert zeven en veertig akkers land bij continuatie zullen moeten sijn en verblijven geaffecteerd ten minsten 3 stucx slaaven, alles op poene dat ingevalle hij qq aan de stipulatien in deese vermeld niet en voldoet hij de facto en buiten form van proces van deese concessie sal sijn vervallen en worden gepriveerd, en dat 't selve land weederom sal retourneeren in den boesem van 't Committe tot de zaaken der colonie en bezittingen van de Bataafsche Republicq in America en op de kust van Guinea om daarmeede te handelen sooals bevinden sullen te behoren, ten welkers behoeven ook in cas van verkoop ten allen tijden 't regt van naasting werd gereserveerd.
Voorts zullen zij qq hij copie authenticq van deese warrand aan den Heer Raad Fiscaal deeser colonie onder recepisie moeten ter hand stellen en deselve beneevens één der daarvan te maakene kaarten annexeeren bij 't versoek van approbatie op deese warrand aan Hooggemelde Committe, en zal meede gehouden zijn bij 't verzoek van approbatie op deeze warrand aan Committe tot de zaken der colonie en bezittingen van de Bataafsche Republicq in America en op de kust van Guinea te annexeeren copie authenticq der bewijzen van eijgendom van voornoemde nieuwe grond ingevolge hoogst derzelver resolutie de dato 2 april 1771.
Ook zullen zij qq niets vermogen te onderneemen tot nadeel der vrije indiaanen offte eenige vorige concessien alsmeede de creecq helpen schoonhouden volgens de placaaten, en soo er natuurlijke creecquen door dit land mogten loopen deselve niet toe te vallen offte stoppen maar word verstaan voor een ieder open & vrij laaten blijven om te kunnen bevaaren.
Aldus gedaan en met ons zegel bekragtigt alhier aan Paramaribo desen 21 juli 1797
/ was getekend / J: F: Friderici
/ onderstond / ter ordonnantie van de heer gouverneur
/ en getekend / A: H: V: Heerdt secretaris
nevens appositie van 't zegel van de heer gouverneur in een roode ouwel met een papiere ruijt overdekt
accordeert met sijn origineel
Levij Davids gesw: clercq
1797 - meetkaart achterland Eendragt
Ten versoeke van den WelEdele Heeren F: Gomarus en W: H: van Ommeren als administreerende de plantagie de Eendragt geleegen in de Commetawana kreek tusschen de plantagie Fortuijn en den verlaaten Coffe grond Gelre dewelke is behoorende aan de plantagie Sinabo, en op speciale authorisatie door den Heere Gouverneur Generaal dezer Colonie, heb ik ondergeschreeven geswooren landmeeter geprojecteerd en afgeschetst de nomero van agthondert akkers agterland geleegen voor een gedeelte agter voormelde plantagie de Eendragt en het overige agter voormelde verlaaten coffijgrond Gelre met zodanige /: meerder of minder / breete en diepte als ingevolge uitmeetinge van gemelde 800 akkers zal komen te compredeeren, nader in nevenstaande figuur in 't roode en tusschen de letters ABCDEFA begreepen.Het welk hiermeede verklaare.
Actum Paramaribo den 5 julij 1797
/ was geteekend / J: H: Moseberg
Door den ondergeteeken den geswooren landmeeter gecopieert.
Paramaribo den 7 augustus 1797
J: G: R: Bohm
De naam Augustus
