Killestein-Nova aan de boven-Commewijnerivier

suikerplantage
Volksnaam niet bekend.
linkeroever in 't afvaren
volgorde in 't afvaren: Dageraat, Hazard, Killestein Nova, Oostrust, Berkshoven, Rustveld

chronologie

Circa 1680 - stichting plantage

De plantage ligt juist bovenstrooms van de Carameca kreek, en is op oude kaarten dus eenvoudig herkenbaar. Op de kaart van Mogge uit 1677 zijn er nog geen plantages ; op de kaart van Frederic de Witt uit 1688 is de vorm van de plantage duidelijk herkenbaar ; helaas is de legenda bij die kaart verloren gegaan zodat de eigenaar niet kan worden nagegaan. De z.g. "labadistenkaart" uit 1686 noemt Jan Coderq als de eigenaar. Deze kaart geeft van boven- naar benedenstrooms de volgende informatie :
HazardOtto van Vollenhoven
Killestein NovaJan Coderq
Oostrust en BerkshovenBoddeus en Boonar
Rustveldwed. Hogenkamp

Circa 1690 - Govert de Bruin

Op een gegeven moment werd Govert de Bruyn de eigenaar van de plantage. Hij was in Ameide geboren, een rijke koopman van de V.O.C. en hij kocht het kasteeltje "Killensteijn" nabij Lexmond onder Vianen, waar hij een tijdlang woonde. Daarna vertrok hij naar Suriname. Hij kocht daar de suikerplantage die hij hernaamde tot "Killestein Nova", en woonde met zijn gezin de rest van zijn leven in Suriname. Hij komt bijna niet in de Surinaamse archieven voor, maar deze zijn in de begintijd van de kolonie dan ook erg onvolledig.
Het is een ongebruikelijk verhaal. Rijke Hollanders investeerden graag in Suriname, maar gingen er bijna nooit zelf wonen.
In de Surinaamse archieven komen twee kinderen voor van Govert de Bruyn. Deze zijn niet in Suriname geboren maar kwamen met hun ouders mee naar Suriname :
Jacobus de Bruin Govertszoon
Joanna Maria de Bruyn "geboren van Lexmond onder de landen van Vianen"

Govert de Bruyn was in 1696 reeds overleden. Zijn weduwe Margaretha Coehuis "wonende in de benedendivisie"hertrouwde in dat jaar met Jan Veer. De naam De Bruijn komt op oude kaarten niet voor nabij de Carameca kreek. Jan Veer komt voor op de kaart van Ottens uit 1718 als plantage-eigenaar nabij de Carameca-kreek., zij het niet helemaal op de juiste plaats.

1737 - de Bruin Goversz. (kaart Lavaux 1737)

De zoon van Govert, Jacobus de Bruin Govertszoon huwde in 1717 met Arnoudina Cores :

"… 1717 maart 1 ondertrouwt Jacobus de Bruijn Govertszoon J:M: geb: aan Paramaribo, met Arnoudina Catharina Cores J:D: geb: in Commetouane. Den 23 d: op d' plant: van d' hr: Cores bevestigt in tegenwoordigheijt van veele getuijgen — Abm: Aegid: Engel …"

Jacobus en Arnoudina woonden in Suriname. Dat blijkt uit diverse registers ; Zo trad Jacobus in 1728 nog op als doopgetuige. De geboorteregisters van de gereformeerde kerk zijn volledig tot 1730, en tot dat jaar hebben Jacobus en Arnoudina geen kinderen gehad. Na 1730 is er een zoon geboren met de naam Abraham Jacobus.
In 1744 was Jacobus reeds overleden ; zijn weduwe woonde in Holland op de hofstede Bruijnzigt te Oudshoorn. Zij overleed daar omstreeks 1749 ; na haar overlijden werd de plantage geinventariseerd. De familie de Bruin behield de plantage tot 1770.

In februari 1750 was er grote onrust op de buurplantages Killestein Nova, Berkshoven, en Bethlehem. De eigenaar van Bethlehem, Armand Thoma, werd door zijn slaven vermoord, waarnade plantage enkele dagen bezet gehouden, en daarna geheel verlaten. Ook van Killestein Nova en buurplantage Berkshoven ontvluchtten groepen slaven, waarschijnlijk uit vrees voor represaillemaatregelen, want zij waren op de hoogte van het complot tegen Thoma. 31 slaven (van de 200) van Thoma werden teruggehaald, en 11 gedood. Ook 9 slaven van Killestein Nova konden worden teruggehaald. (Dragtenstein 2002, p. 140).

1770 -J. de Bruyn & comp. ; Pieter Kock (kaart Lavaux 1770 ; ARA NOT inv. No. 699 f. 4 )

In 1770 verkocht Abraham Jacobus de Bruyn de plantage aan Pieter Kock te Amsterdam.
Pieter Hendrikz. Kock was de zoon van de in 1744 overleden raadsheer van justitie Hendrik Kock (1686 - 1744, O.O.T. no. 21).
Pieter was in 1751 tevens eigenaar van de nieuwe plantage "Kocksdam" in de Warraperkreek (later Cliffortkokshooven), en had aandelen in de plantage "Kockswoud" aan de Perica. Verder was hij aanlegger van "Koksburgh" aan de Commewijne (later: Mon Soucci). Deze laatste plantage werd in 1769 verkocht, maar daartegenover stond in 1770 de aankoop van Killestein Nova.

In 1771 werd Pieter's echtgenote Elisabeth Poelman op Killestein Nova begraven:
"... 1771-november 2Debet Pieter Kock — A kerkegerechtigheid voor bekentmaaken der overleijden van des selfs huijsvrouw Elisabeth Poelman op de pl: Killestein Novaf 9,- / Idem vr: 't begre: van deselve op geme: plante:f 20,- ..."

Behalve "Killestein Nova" was er nog de nieuwe grond "Killenstein" aan de beneden-Commewijne, eigendom van P. van der Werff.

In december 1775 was er een grote aanval van de Boni-marrons. (Stedman uitg. 1987 p. 123). Op 5 december werd de plantage aangevallen, en het huis waarin de opzichter Slichter zich had verschanst, verbrand, daarna werd de plantage verwoest en 33 vrouwen meegenomen, en een kind verminkt.

Door deze aanval was de plantage in grote financieele problemen gekomen, zozeer zelfs, dat men besloot ze op te heffen en de slavenmacht te verplaatsen naar Fauquemberg hogerop de rivier. Dit bleek echter onmogelijk vanwege passief verzet door de slaven :
"... De Ontfanger de Vries, oud Raad van civiele justitie van Hout, & advocaat Klad (de procuratie van de plantagie Killestein Nova hebbende) geven kennis aan S:W:E:G: dat se voorneemens waaren geweest de slaaven van die plantagie te transporteeren na de plantagie Faukenberge, dog de slaaven sig daar absolut teegen versetten, seggende nooit gedagt te hebben zoo behandelt te worden voor hunne getrouwigheid in 't jaar 1776 betoond bij de attaque der wegloopers, daar se de plantagie gedefendeert in plaats van met de wegloopers te gaan, daar se de de beste geleegenheid toe hadden ; dat se niet alleen meest op die plantagie gewonnen & gebooren zijn, nu onder andere slaaven gebragt zouden worden , daar de weggeloopen slaaven van die plantagie de wegloopers bij hen hadden gebragt, en dat se met dezelve nimmer zouden kunnen harmonieeren ....
... De heer Morin, burger Capt: van boven Commewijne, van sijne commissie op d: 2:3: & 5 deezer gemeld, geretourneerd zijnde, rapporteerd : dat de slaaven van Killestein Nova hem hebben verzeekert dat sij zouden volharden trouwe slaaven te blijven, en hun werk na als voor met allen ijver zouden waarneemen, dog dat se ook bleven volharden te versoeken van niet getransporteerd maar op haare plantagie mogten gelaaten worden. ..." (gouverneursjournaal 27 jan. en 16 febr. 1778)
Op 24 februari werd besloten dat de administrateurs GEEN bijstand kregen van de politie, en hen werd geadviseerd de slaven te laten op de plantage

1793 - H. de Beranger

De plantage produceerde koffie en katoen. L. Winne was plantagedirecteur. L. de la Rochette en N. Roux voerden gezamentlijk de administratie.

1821 -S. de la Parra, S. H. de la Parra

De oppervlakte bedoeg 1500 akkers. Killenstein Nova was samen met het naastgelegen Oostrust omgezet op suiker.

Maar lang heeft dat niet geduurd. M.D. Teenstra meldt in 1830, dat de plantage is verlaten.

De schatrijke planter Samuel de la Parra (1778 - ?) en diens broer(?) Samuel Hananja de la Parra bezaten in 1821 al meer dan 12 plantages: hout, suiker,koffie, en katoen. In 1824 was hij burger-kapitein van de militie. In 1836 was Samuel de eerste joodse surinamer die in een koloniaal bestuurscollege werd gekozen. (van Stipriaan 1993, p. 298).
Samuel bewoonde het grote huis "Cura et Vigilantia" aan de Gravenstraat, dat door Jean Nepveu was gebouwd. Een bevolkingsopname uit 1846 registreert maar liefst 52 huisslaven. Samuel was toen 68 jaar oud.
In 1843 stonden 23 plantages geregistreerd op naam van De la Parra ; van deze waren er 7 in gebruik als houtgrond, 3 vrij kleine suikerplantages, 1 koffieplantage, en 12 verlaten gronden. In totaal werkten er 734 slaven.

1843 - S. De la Parra & boedel S.H. de la Parra

De verlaten plantage werd geexploiteerd als een houtgrond.

1863 - verlaten

Killestein-Nova wasopgeheven, en komt niet voor in de emancipatieregisters van 1863.

top ^

bronnen

boeken en artikelen

Frank Dragtenstein De ondraaglijke stoutheid der weglopers — uitg. Univ. Utrecht, 2002

John Gabriel Stedman Reize naar Surinamen 1772-1777 - 1e uitg. 1796 ; bij deze studie is gebruik gemaakt van de uitgave 1987 Walburg pers.

Alex van Stipriaan Surinaams contrast — KITLV, 1993

W. van Zijderveld geschiedenis Killestein, 1997 http://home01.wxs.nl/~d.killestein/geschied.html

databases op het internet

Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname

inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag

1744 - ARA NOT inv. No. 689 f. 145
ligging :Commewijne aan de rechterhand tussen de lijnen van de plantages Berkshooven en de plantage van Du Plessis
gegevens :2192 akkers, 122 slaven, koffie, kostgronden , cacao, koeien, schapen, geiten, varkens, taxatie: Nf 119.528,10
eigenaren :weduwe Jacobus de Bruijn Govertzoon, wonende in Holland op de hofstede Bruijnzigt tot Oudshoorn
verzoekers :Andries Grootveld, zaakgelastigde van de weduwe J: de Bruijn Govertzoon
directeur :Reijnier Huijskamp

1749 - ARA NOT inv. No. 187 f. 98
ligging :Commewijne aan de rechterhand tussen de lijnen van de plantages Berkshooven en van de heer Du Plessis
gegevens :2200 akkers, 166 slaven, koffie, kostgronden, weidegrond, hoornbeesten, schapen, geiten, varkens, taxatie: Nf 175.929,-
verzoekers :Tobias Feldtner, gehuwd geweest met wijlen Arnoudina Catharina Cores, en Cornelis Beek, voogd over Abr: de Bruyn, zoon uit eerder huwelijk van A: C: Cores met wijlen Jacobus de Bruyn

1752 - ARA NOT inv. No. 193f. 915
ligging :Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Berkhoven en Bergen op Zoom
gegevens :2200 akkers, 174 slaven, koffie, cacao wordt uitgekapt, kostgronden, hoornbeesten, varkens, schapen, geiten, taxatie: Nf 217.227,20
eigenaren :Tobias Feltner (3/8 deel) ; de minderjarige Abraham Jacobus de Bruin (5/8 deel), voor 4/8 vaders goed en 1/8 moeders goed
verzoekers :Willem Hendrik van Steenberch, raad in Hof van Civiele Justitie, aangesteld voogd over de minderjarige A: J: de Bruin
directeur :Samuel Daniel de Lamaisoneuve (afgaand) ; Tobias Remetius (nieuw aangesteld)

1753 - ARA NOT inv. No. 193 f. 953
directeur :Tobias Remetius
gebeurtenis :Notitie van het geen door Tobias Remetius, directeur der plantage Killestijn Nova onjuist is bevonden en van de prisatie moet worden afgetrokken

1769 - ARA NOT inv. No. 481 f. 679
ligging :Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Berkshoven en Bergen op Zoom
gegevens :2200 akkers, 190 slaven, koffie, verlaten grond, kostgronden, tayer, bananen, cassave, weidegrond, hoornbeesten, varkens, schapen, moestuin, taxatie: Nf 256.486,-
eigenaren :Abraham Jacobus de Bruijn
verzoekers :mrs: Reijsiger en de Vries q.q.
directeur :Johannes Wieman

1770 - ARA NOT inv. No. 699 f. 4
ligging :Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Berkshoven en Bergen op Zoom
gegevens :2200 akkers, 193 slaven, koffie, verlaten grond, weidegrond, bananen, tayer, hoornbeesten, pluimvee, moestuin, kostgronden
eigenaren :A: J: de Bruijn, die de plantage verkoopt aan Pieter Kock te Amsterdam
verzoekers :mr: Reijziger en de Vries q.q.
directeur :Joan Wieman
gebeurtenis :overdracht der plantage aan Louis Boudeweins names Pieter Keck

1771 - ARA NOT inv. No. 234 f. 659
ligging :Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Oost-West en Bergen op Zoom
gegevens :2200 akkers, 176 slaven, koffie, verlaten grond, capewerie, bananen, tayer, schapen, geiten, varkens, hoornbeesten, moestuin, taxatie: Nf 204.220,-
eigenaren :Pieter Kok
verzoekers :Pieter Kok, eigenaar

1772 - ARA NOT inv. No. 235f. 179
ligging :Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Bergen op Zoom en Oostrust
gegevens :ampliatie prisatie van 4 slaven, die tot de plantage behoren, taxatie: Nf 1.800,-
eigenaren :Pieter Kok
verzoekers :Pieter Kok, eigenaar der plantage Killestein Nova en 4 slaven
top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: