Suikerplantage Goed Accoord aan de boven-Commewijnerivier
volksnaam : niet bekendCommewijnerivier, op beide oevers
volgorde in het afvaren : Jukemonbo, Goed-accoord, Blakkreek, Crawassibo
Meetkaart van plantage Goed Accoord door landmeter Alexander de Lavaux, 1735
v.l.n.r.: Clarenbeek (rood), Crawassibo (geel), Blakkreek (blauw), Goed-Accoord (rood), Jukemonbo (blauw), Cipibo (rood), Imotapi (geel), Simirintibo (rood), Cucracabo (bruin) en Nieuw Ribanica (blauw).
De plantage heeft een onlogische en oneconomische vorm, waarvan het niet duidelijk is hoe deze tot stand is gekomen. In 1695 had ze al de naam "Goed accoord". Wat voor een goed accoord ? Met wie ? De tijd heeft de betekenis van de naasm uitgewist.
- Chronologie
- Bronnen
- boeken en artikelen
- databases op het internet
- inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag
- archief Dienst der Domeinen te Paramaribo
Chronologie
- 1686 of eerder stichting ; capt. Cores (Labadistenkaart 1686)
- 1675 warrand door gvnr Pieter Versterre
- 1678 warrand door gvnr Pieter Versterre
- 1683 warrand door gvnr Pieter Versterre
- 1000 akkers "agter 't oude land"
- 1711 warrand door gvnr J. de Goyer
- 1718
- 1723 geappr. door gvnr Temming
- 3516 akkers
- 1737 - wed. Treitorens (kaart Lavaux 1737)
- 1747 - wed Traitorens (verkoopster) ; J. Nuys, C. Muyden en G. Clemens (kopers)
- 1770 - Ja. van Nuys & comp. (kaart Lavaux 1770)
- 1793 - C. Broekman (almanak 1793)
- 1812 - Juriaan Francois de Friderici (database overl. 1800-1828 J.F. Sang-Ajang)
- 1821 - F. C. H. Kuster (almanak 1821)
- 1830 - verlaten (Teenstra)
1686 of eerder stichting ; capt. Cores (Labadistenkaart 1686)
De plantage bestond al in de 17e eeuw. Op de kaart van Mogge uit 1671 staat ze nog niet aangegeven, maar niet veel later, in 1675, bestond ze al wel (zie hieronder). Op de kaart van Frederick de Witt uit 1688 heeft ze al dezelfde vorm als thans, alhoewel het er bij De Witt op lijkt dat het oostelijk en westelijk deel aparte plantages waren. Omdat de legenda van deze kaart verloren is gegaan, is de eigenaar niet bekend. Volgens de "Labadistenkaart" van 1686 zou het Capitein Gores of de heer Norden kunnen zijn ; maar de kaart is te onnauwkeurig om de eigenaar met zekerheid vast te stellen. Uit andere bronnen blijkt echter, dat capt. Cores de eigenaar was. Er is niets over hem bekend. Uit 1693 is de naam Abraham Cores bekend, maar die was in 1675 nog niet in Suriname ; want hij staat niet vermeld op de "lijste van weerbare mannen" van dat jaar. Maar toch ... ? Uit de lidmaatschapsregisters van de gereformeerde kerk van Commewijne blijkt, dat in 1700 Abraham Cores senior en junior toetraden als lidmaten van de gemeente. Abraham senior was gehuwd met Maria Leevaert.Het verloop van de uitgifte van de plantage is bekend uit een meetcertificaat van 1735 opgesteld door landmeter De Lavaux ; in totaal waren er 7 concessies :
concessie no. 1
720 akkers
datum onbekend ; "gecogt land"
no. 2
800 akkers
1675 warrand door gvnr Pieter Versterre
no. 3100 akkers
1678 warrand door gvnr Pieter Versterre
no. 4500 akkers
1683 warrand door gvnr Pieter Versterre
no. 51000 akkers "agter 't oude land"
1711 warrand door gvnr J. de Goyer
no. 6600 akkers
1718
no. 7800 akkers
1723 geappr. door gvnr Temming
-- 804 akkers
no. 7 verkocht aan C. van de Linden
-
- 200 akkers
verkocht aan David Knegt
totaal
3516 akkers
1737 - wed. Treitorens (kaart Lavaux 1737)
In 1695 woonde Quirijn van Tuinhuysen op de plantage van capitein Cores. Mogelijk was hij de administrateur of de directeur. Twee van zijn zoontjes werden er geboren : Michiel (1695) en Quirijn (1700).
Quirijn was in 1702 raadsheer van Politie. Mogelijk heeft hij later de plantage gekocht. In ieder geval blijft de naam Van Tuinhuysen met de plantage verbonden. Want later was ene Sophia van Tuynhuisen de eigenaresse. Zij was ten eerste male gehuwd met Carel Schellekens, en later met Frederik Treitorens uit Bern :
Over kinderen uit dit huwelijk is niets bekend. Sophia had twee voorkinderen uit haar eerste huwelijk, Maria en Carel. Frederik de Treitorens moet vóór 1737 zijn overleden, want op de kaart van Lavaux uit 1737 staat als eigenaar vermeld de "Weduwe Treitorens".
De stroomafwaartse volgorde der eigenaren was in 1737 als volgt :
50
Simirintibo
Charles Godeffroy
49
Imotapi
Swall & Linden
Swallenberg ; Cornelis van der Linden
48
Cipibo
Barth Fuist
Bartholomeus Fuyst
47
Jukemonbo
Erv. Sautijn
Erven Daniel Sautyn
45
Goed Accoord
Wed. Treitorens
Wed. Frederik de Treitorens
44
Blakkreek
Grenowoud d' Oude
Francois Groenewoud
43
Crawassibo
Dhr. Van der Marsch
42
Nimmerdorr
Erv. J. Municx
1747 - wed Traitorens (verkoopster) ; J. Nuys, C. Muyden en G. Clemens (kopers)
(inventaris 1747)
Sophia van Thuynhuyze, weduwe van Frederik de Traitorens verkocht in 1747 de plantage aan de Amsterdamse kooplieden Jacob Nuys, Casparus Muyden, en Gerard Clemens.
De plantage was 3516 akkers groot, met een slavenmacht van 129 mensen. Het riet werd geperst met een beestenmolen.
In februari 1759 onderging de plantage een aanval van een groep van 50 Aukaners (Dragtenstein 2002, p. 180). Zij namen verschillende goederen en gereedschappen mee, maar er is geen vermelding over meegenomen slaven ; blijkbaar bleef de slavenbevolking trouw aan de plantage. De directeur Faust bracht zich in veiligheid door uit het raam van zijn huis te springen en te vluchten. In mei 1759 werd op de plantage een militaire post gevestigd. Later werd de plantage de laatste die beschermd door het Cordonpad, dat langs de zuid- en oostgrens van de plantage liep.
1770 - Ja. van Nuys & comp. (kaart Lavaux 1770)
circa 1774 - De Lange (Stedman)
In 1774 was Goed-Accoord nog in bedrijf, maar lag op de grens van het actieve plantagegebied. Ze was feitelijk de laatste actieve plantage. Bovenbuurman Jukemombo was er allang mee gestopt, en benedenbuurman Blakkreek hield er omstreeks 1780 mee op. De geisoleerde ligging maakte Goed-Accoord kwetsbaar voor aanvallen van de marrons. Feitelijk lag men midden in een oorlogsgebied en kon elk moment een inval plaats vinden. Daarom waren op Crawassibo en op Clarenbeek militaire posten gevestigd, vanwaar de kolonel Fourgeoud in de jaren 1772 -1777 vruchteloos tegen de marrons ageerde.
Maar ondanks de nabije posten, was Goed-Accoord voor de verdediging toch vooral aangewezen op de eigen bevolking. De opstelling tegenover de slaven was noodgedwongen minder hardvochtig dan elders. Bewust trachtte men een goede relatie met de slavenbevolking te onderhouden. Stedman schrijft in 1775 over Goed-Accoord:
" ...en ik begaf my naar Goed-Accord, waar van de eigenaar en eigenaresse, de heer en mevrouw DE LANGE, ons zeer beleefdelyk ontfingen. Deeze Suiker-Plantagie is de laatste aan de Rivier Commewyne, en uit dien hoofde is zy in de nabyheid der muitelingen gelegen, die dikwils moeite doen om de slaven te verleiden; maar men behandelt dezelven aldaar met veel toegevenheid en goedheid, om alle muitzucht van hunnen kant voor te komen, en hen aan te zetten om de Plantagie niet te verlaten.
Ik zag aldaar eene groote nieuwigheid: namelyk eene jonge Negerin, die in den zuiveren natuurstaat de tafel bediende. Ik betoonde my uittermaten verwonderd, toen ik haar zag te voorschyn treden; en dadelyk vernam ik naar de reden van deeze vreemde gewoonte. De vrouw van den huize antwoordde my zediglyk, dat zulks plaats had, overeenkomstig de schikking der moeders en opzigteressen, als een middel ter voorkoming van eenen al te vroegtydigen omgang met manspersoonen, waar door haare kragten verminderd, haare groei belet, en haare gestalte bedolven zouden worden. De slaven op deeze Plantagie, zoo mans als vrouwen, waaren de schoonsten, welken ik immer gezien heb. Hunne schoone gedaante, hunne levendigheid, hunne sterkte en yver konden met die der Europeanen gelyk gesteld worden..."
Het is overigens niet bekend wie "meneer en mevrouw" de Lange zijn. Mogelijk zijn het Jurriaen de Lange en diens echtgenote Catharina Pieters. Zij bezaten tevens plantage "de gekroonde pauw" in Cottica, waar zij de meeste tijd doorbrachten, en ook werden begraven.
1793 - C. Broekman (almanak 1793)
R.K. Pietersen was de plantagedirecteur. Eigenaar Broekman verzorgde zelf de administratie.1812 - Juriaan Francois de Friderici (database overl. 1800-1828 J.F. Sang-Ajang)
De nalatenschap van de in 1812 overleden oud-gouverneur De Friderici omvatte vele plantages, waaronder ook Goed-Accoord aan de boven-Commewijne.1821 - F. C. H. Kuster (almanak 1821)
De administratie was in handen van F. Beudeker en J. E. van Onna. Donagan was de directeur op de plantage. Het areaal was 3516 akkers, en het plantageproduct was suiker.1830 - verlaten (Teenstra)
Bronnen
boeken en artikelen
1.1 - Ruud BeeldsnijderOm werk van jullie te hebben plantageslaven in Suriname 1730-1750
Uitg. Univ. Utrecht, 1994
1.2- John Gabriel Stedman
Reize naar Surinamen 1772-1777 - 1e uitg. 1796. Voor deze studie is gebruik gemaakt van de uitgave 1987 Walburg pers.
1.3 - Alex van Stipriaan
Surinaams contrast KITLV, 1993
databases op het internet
2.1 - Philip Dikland oud archief der burgerlijke stand in Surinameinventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag
1745 - ARA NOT inv. no. 181 f. 228
Locatie : Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Blackreek en JuckemomboDatum : 1745-12-23/24/30
Gegevens : 3516 akkers, 124 slaven, beestenmolen, suiker, hout, kostgronden, weidegrond, paarden, hoornbeesten, schapen, varkens, geiten, pluimvee
Verzoeker : mevrouw Johanna Clifton, wed: van Andries Grootvelt, gew: raad van Civiele Justitie
gebeurtenis : overdracht aan: Thomas Gieske vaandrig van de compagnie burger van boven Commewijne, op last van Jacob van Nuijs, Casparus Muyden en Gerard Clemens te Amsterdam
1747 - ARA NOT inv. no. 184 f. 253
Locatie : Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Blackreek en InckemomboDatum : 1747-11-13/14
Gegevens : 3516 akkers, 129 slaven, beestenmolen, kostgronden, weidegrond, hout, paarden, hoornbeesten, varkens, geiten, schapen, pluimvee
Verzoeker : Thomas Gieske vaandrig van een compagnie burgeren van boven Commewijne op last van Jacob van Nuys, Casparus Muyden en Gerard Clemens wonende te Amsterdam
Eigenaar : Sophia van Thuynhuyze, wed: Fred: de Traitorens (verkoopster) Jacob Nuys ; Casparus Muyden; Gerard Clemens (gedrieen koper)
Directeur : Christoffel Warner
Gebeurtenis : geveild in Heere Logement en gekocht door Jacob Nuys, Casparus Muyden en Gerard Clemens ; zie ook sententie van het Hof van Civiele Justitie dato 4 maart 1745
archief Dienst der Domeinen te Paramaribo
- 1735 - meetkaart
- 1695 Eodem ditto het kint van M: Hendrick van Mulder genaamt Maria. Peters: Mons: Cores en Maria Leevaert sijn huijsvrouw gedoopt door do: Cornelis Wachtendorp
- 1697 den 22 december gedoopt het kint van Abraham Coris en [niet ingevuld] en is genaemt Maria. Getuigen Aernout van Paneel, Davids Le Koey en Maria Cores. A: D: Hoij pastor
- 1716 augustus 2 gedoopt het soontje van Hendrik Talbot en Maria Brugman, genaamt Hendrik geboren den 8 julij. Getuijgen Abraham Cores en Aarnout Dina Catharina Cores. Abm: Agid: Engel
- 1720 augustus 11 gedoopt door den selven het dogtertje van Abraham Cores Junior en Susanna van Outena genaamt Maria Catharina geboren den 5 julij. Peter en meter Abraham en Arnoudina Cores.
- 1721 januari 19 gedoopt het dogtertje van Amand Thomas en Maria Croes egtelieden, genaamt Arnoudina Catharina, geb: den 27 xber 1720. Peter en meter Abraham Cores en Arnoudina Catharina Corres. Abm: Agid: Engel
- 1722 maart 26 gedoopt het dogtertje van Abraham Cores junior en Susanna van Outena egtelieden, genaamt Cornelia geb: den 18 d:. Peter en meter Cornelis en Sara Reygerbosch. Abm: Agid: Engel
- 1727 mars 6 jai baptisé L'enfant de Armand Thomas et de Marie Cores né le [niet ingevuld] de la sus ditte année, presenté par Adriaen Brauw et Susanne van Outena veuve de Abraham Cores, en presence de deux diacres Benjamin Dusselle et Jean Dupeijrou, son nom a été Susanna Adriana. D: Estor
- 1700 september 20 Abraham Cores. (lidm.)
- 1700 september 20 Abraham Cores junior. (lidm.)
- 1716 julij 29 Arnoudina Catharina Cores met Examen. (lidm.)
1735 - meetkaart
Door ordre van WelEdele Excellentie .....................Carel Emilius Henrij de Cheusses en ten versoek van ........de Freijtorens heb ik ondergeschreven de landen van de plantagie ......................uijtgemeeten en afgestooken behelsende vier duijsent vijfhondert ......akkers in seven concessien te wetenno. 1 720 akkers gecogt land met ........
no. 2 ...... no. 3 100 en no. 4 500 t' saame 1400 akkers door een triple warrand verleent door de heer Gouverneur Pieter Versterre den 17 maij 1675 den 10 december 1678 en den 21 october 1683 volgens 't oude gebruik in de eijgenste grondbrief geconcedeerd
no. 5 1000 akkers links in 't opvaaren agter 't oude land vergunt door de heer Gouverneur J: de Goijer den 24 januarij 1711
no. 6 600 akkers door Commandeur en Raaden verleent per interim den 3 julij 1718
no. 7 800 akkers ook vergeeven door gemelde Heeren en geapprobeert den 29 april 1723 door den WelEdele Gestrengen Heer Gouverneur Temming welke nu getransporteert is in getalle van 804 aan de Heer C: van der Linden ; en van gemelde oude landen sijn twee hondert akkers vercogt aan de heer David Knegt, so dat de landen van Goed Acoord gereduceert blijven in het getal van drie duijsent vijfhondert en sestien akkers, grensende met de plantagien Clarenbeek, Crawassibo, Blakkreek, Jukemonbo, en Imotapi, conform de neevenstaande figuur ABCD sig vertoont met rood afgeset.
Paramaribo den 3 maart 1735.
De Lavaux
Gezien nevenstaande caarte der uijtmeetinge door den landmeeter De Lavaux gedaan begrijpende de nombre van drie duijsent vijfhondert en sestien ackers, aprobeere deselver meetinge in alle sijne leden en deelen.
Actum Paramaribo de 19 januarij 1736
J: Raije
Ter ordonnantie van deselve
W: H: van Huijden secretaris
Ruwe gegevens familie Cores (niet voor publicatie) :
