suikerplantage "de dageraat" aan de boven-Commewijnerivier

boven-Commewijne, linkeroever in 't afvaren. De plantage ligt tevens aan de Cassewineca-kreek
volgorde in het afvaren van de Commewijne: Esperance, de Dageraat, Hazard , Killenstein Nova

gedenksteen van de plantage De Dageraat, thans in het museum te Nieuw-Amsterdam.

DE DAGERAAT
Deese plantagie is door den Edelen Gestrengen Heere
G: A: D: de Graaff den 7den Maij 1767 begonnen
en in den jaar 1786 tot een Zuiker plantagie aangelegt

Chronologie

1686 - Ketelaer (Labadistenkaart 1686)

Op de "labadistenkaart" van 1686 woont ene Ketelaer op de plek waar later Knopomombo lag. Waarschijnlijk was dit de dominee Antonius Ketelaar van Commewijne. De data kloppen niet precies, want hij arriveerde pas in 1688, en overleed in 1692. Over Ketelaer is wel het een en ander bekend. Zo behoorde hij in 1688 tot het ontzettingslegertje dat vanuit de Commewijne naar Paramaribo voer na de moord op gouverneur van Aersen. In 1690 was hij voorzitter van het allereerste Conventus Deputatorum, het jaarlijkse congres van de Gereformeerde kerk.

De woonplaats van de dominee lijkt ver en afgelegen. Maar vroeger was de plek juist het oudste centrum van de Commewijne. In de oude tijd waren de Cassewinica en bovenste kreken van de Commewijne druk bewoond. Via de Bottelkreek kon men bovendien vanuit de Perica naar de Commewijne varen. De eerste gereformeerde kerk van Commewijne stond op de "grond van Calis" aan de monding van de Casewinica tegenover de woonplaats van Ketelaer. De dominee kon in tien minuten vanaf zijn woning naar de kerk varen. De kerkgemeente langs de uitgestrekte rivier had meer tijd nodig. Sommigen moesten twee dagen varen om ter kerke te kunnen gaan.

Omstreeks 1690, na het gereedkomen van het fort Sommelsdijk, verplaatste het centrum zich benedenwaarts, en werden de bovenloopse plantages geleidelijk aan verlaten. Desondanks is Knoppemombo nog 150 jaar in gebruik gebleven als suikerplantage.

? - 1737 Knopomombo, eigenaar Fascio (kaart Lavaux, 1737)

De kerk te Calis was allang verlaten. Knopomombo was omgevormd tot een suikerplantage. Deze lag geheel aan de Cassewineca kreek, en door de plantage liep de Knopemombo kreek. Pas later, waarschijnlijk omstreeks 1767, werd een strook aan de Commewijnerivier verkregen.
Over de eigenaar Fascio is niets bekend. Hij bezat geen andere plantages. Mogelijk is hij Jean Baptista Fasio uit Geneve, die op 20 september 1700 lidmaat werd van de kerkgemeente van beneden-Commewijne.

1742-1746 - Isaac Tourton (meetkaart 1746, dienst der domeinen)

De plantage komt nauwelijks voor in de archieven van de Dienst der Domeinen te Paramaribo. De uitgifte-warranden zijn verloren gegaan. Er resteert slechts 1 meetcertificaat van de landmeter Pierre Gardin, vervaardigd in 1746. De bijbehorende kaart is niet meer in het archief.
Het certificaat beschrijft een belangrijke gebeurtenis. Met plantage Hazard aan de Commewijnerivier werd in 1742 een grondruil gepleegd, waardoor Knoppemombo een strook land met 21 ketting facit aan de Commewijne had verkregen. Dit maakte de bereikbaarheid van de plantage een stuk beter.
Blijkens het certificaat was Isaac Tourton de eigenaar (of de administrateur). De plantage was in totaal 4113 akkers groot.

1767 - 1792 - G.A.D. de Graaf

Omstreeks 1767 werd het gedeelte aan de Commewijne afgesplitst van Knoppemombo en hierop werd een aparte suikerplantage aangelegd, genaamd "de Dageraat". De plantage Knoppemombo was weer gereduceerd tot de Casewinica. De Dageraat en Knoppemombo behoorden aan dezelfde eigenaar G.A.D. de Graaff. Knoppemombo werd niet verlaten, zoals blijkt uit een kennisgeving van de Gereformeerde Gemeente:
"..... 1768-october 23 Debet G: A: D: de Graaff — A kerkegerechtigheid voor bekentmaaken van 't overleijden Johannes Denis op de plantagie Cnopemombo f 9,- (idem voor 't begraven op gem: plantagie f 20,-)....."

Gideon Adriaan Diderik de Graaff was een succesvol planter en administrateur. Hij was — blijkens een dure granieten gedenksteen thans te nieuw-amsterdam — aanlegger en eigenaar van suikerplantage "de Dageraat" in 1767. In 1793 was hij verder nog eigenaar van 4 koffieplantages, en voerde de administratie van 27 andere. In 1772 woonde hij aan de Keizerstraat, in 1781 bewoonde hij het grote huis Gravenstraat 2-4, waar veel later de nationale assemblee in was gevestigd.

In 1766 trad hij in het huwelijk met Maria Chardavoine:

"...... 1766 op heeden den 28 april zijn ten overstaan van de Edele Achtb: heeren G: Schilling & Johannes Swenne raeden in den Edele Hove van politie en Crimineele Justitie deeser colonie Suriname & & door mij ondergeschreve secretaris deeser voorsz: colonie naa behoorlijke afvraaginge tot den huwelijken staat in en aangeteeckent,
Gideon Adriaan Diderik de Graaff jongman van de gereformeerde religie oud .....halff jaar geboortig te Salsbommel in Gelderland en woonagtig alhier aan Paramaribo geadsisteert met de Ed: Agtb: heer Etienne Couderc en vrouwe Elisabeth Didereca Baldina de Graaff huysvrouw van de Ed: Agtb: Heer Godfried Schilling,
en Maria Chardavoine (?-zeer moeilijk leesbaar) wed: wijlen den Ed: Agtb: heer Jean Planteau Pietersz: meede van de gereformeerde religie oud een en dertig geboortig en woonagtig alhier aan Paramaribo geadsisteert met de Ed: Agtbaare heer Johannes Swenne en vrouwe Johanna Cornelia Pieterson huijsvrouw van laast gem: heer J: Swenne....... "

In 1792 bood hij zijn — niet geringe — bezit in Paramaribo ter verkoop aan. De annonce in de "surinaamse nieuwsvertelder" dd. 3 mei 1792 leest:
"....G. A. D. de Graaff presenteerd op zeer voordeelige Conditien te Koop de volgende percelen:
No. 1 - EEN HUIS & ERFF, staande in de Graavestraat, bekend onder No. 1, door hem bewoond
No. 2 - Een dito staande in de Keyser-straat... bekend onder no. 123
No. 3 - EEN BLOK HUYZEN...op de hoek Watermoole & Hoffstraaten, bekend onder No. 11, 12, 153
No. 4 - EEN STUK LAND, leggende aan de landsweg over het Hoogduitsche joodse kerkhof, groot 200 akkers
No. 5 - De GRONDE, bekend onder COMBE La. A. B. C. met de gebouwen, meubilaire goederen, vee, zonder slaven
No. 6 - EEN FAMIELJE SLAVEN...................."

De plantages werden niet verkocht. De reden van de verkoop van het overige was waarschijnlijk het overlijden van zijn vrouw. In 1794 trad hij te Paramaribo wederom in het huwelijk, ditmaal met Dina Maria Meurs, weduwe van wijlen Jacob Beudt.

1821 - D. M. de Graaff geboren Meurs, H. L. Perret-Gentil nom. ux.

De directeur was L. E. H. Forberger, de administratie werd gevoerd door H. L. Perret-Gentil. De plantage was nog steeds een suikerplantage. Enige jaren later, omstreeks 1830, bezocht de landbouwkundige Teenstra de plantage om gegevens te verzamelen voor zijn boek. De plantage was 3664 akkers groot, en telde 131 slaven. Het riet werd geperst met een waterwerk.

1843 - de Dageraat / Joekoemombo aan de Commewijnerivier en Casewinica,

3664 akkers, verlaten

De plantage was niet meer in productie. Later, in 1863, komt de plantage ook niet voor in de emancipatieregisters.

1844 - 2001 - nader uit te zoeken

2002 - Johannes Hendrik Kortstam

Johannes Hendrik Kortstam, 81 jaar, is eigenaar van de plantage. Hij woont nog daar, samen met een aantal andere familieleden. Ook op de overliggende plantage Tombesburg wonen drie familieleden. Maar iedereen is al oud, de plantages kunnen niet meer worden onderhouden. De waterlozingen zijn dichtgeslibt, de dammen zijn kapot, en in de regentijd loopt de zaak onder water. De huisjes staan op neutjes boven het water, en zijn onderling verbonden met houten plankieren. Inkopen doet men bij de winkel van Stolkertsijver, een uur varen stroomafwaarts, bij de groene brug.

De naam Kortstam origineert niet van Dageraat (die was in 1863 al verlaten), maar van de nabije houtgrond Copie aan de Casewinica. Ook twee andere bekende Surinaamse namen stammen uit Copie, te weten: Bron en Grootfaam.

Johannes Hendrik Kortstam, eigenaar van de plantage.

Op de plantage zijn weinig restanten uit de plantagetijd. Het steenwerk is reeds lang geleden gesloopt. Er is nog een klein restant van het waterwerk. Verder een paar suikerrollen oud model, en een klein kanon. Dit werd in 2002 door Anthony Hagemeyer gekocht voor 40 Euro, en meegenomen naar zijn plantage Frederiksdorp.

Een oude gietijzeren suikerrol op de plantage.

top ^

Bronnen

top ^

boeken en artikelen

1.1 - J.W.C. Ort
Surinaams verhaal, de vestiging van de hervormde kerk in Suriname, 2000

top ^

databases op het internet

2.1 - Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname

2.2 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

top ^

inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag

In de periode 1700 - 1780 zijn er geen inventarisaties van de plantage bekend.

top ^

interview Johannes Kortstam, 2002-08-10

top ^

archief Dienst der Domeinen te Paramaribo

1746 - meetkaart

(alleen het certificaat is behouden gebleven)

Volgens certificaat van den landmeeter Cornelis Boogart gegeeven den 23 augustus ..........uijtkragt van twee getransporteerde warranden &&& het figuur ABDEFGA is door den selve bevonden groot 1913 akkers.
Volgens certificaat van den landmeeter R: de Meester gegeeven den .....november ......uijtkragt van drie warranden de dato 4 februarij 1690, 15 september 1719, en 27 7ber 1722, sijn de figuur LGFPONML en LKSRIHGL groot 2624 7/10.
Het stuk IRVXI zijnde een gedeelte van de plantage Hazard groot 141 is geruijlt en getransporteert door de de Heer Nicols: Francois Thuijmelair aan de plantage Knopmonbo, volgens transport in dato 23 maart 1742 so dat de gemelde stukken samen sijn 4678 7/10 akkers.
Tegen dit stuk van de plantage Hazard heeft de Heer Jsaak Tourton qq aan gem: Nicols: Francois Thuijmelair getransporteert het stuk QRSKLQ groot 565 5/10.
Het welke afgenoomen zijnde blijft aan de plantage Knopmonbo de nommer van 4113 2/10.
Soals de figuur ABCDEFGA, LGFPONML, LQRIHGL en IRVXI aanwijsen.
Ik ondergeschreven geswooren landmeeter verclaare ter requisitie van de Heer David Flournoy als administrateur van de plantage Knopmonbo geleegen in Cassiwinica creecq aan de regter- en linkerhand in 't opvaaren, gemeeten en afgestooken te hebbe ten behoeven (van) gem: plantage Knopmonbo, een stuk land zijnde een gedeelte van de plantage Hazard geleegen in Commewine aan de regterhand in 't opvaaren, welk stuk op de caart gemerkt is IRVXI groot (is) een hondert een en veertig akkers, hebbende een en twintig ketting facit langs de rivier, hetwelke door de Heer Nicols: Francois Thuijmelair aan de plantage Knopmonbo gecedeert en in eijgendom getransporteert is, tegens een andere stuk land groot vijfhondert vijf en sestig en een halve akkers zijnde een gedeelte van 't land dat de Heer Jsaak Tourton qq verkreegen heeft ten behoeven van de plantage Knopmonbo, soals de figuur QESKLQ aanwijst, alles conform het accoort en transport daarvan gepasseert in dato 23 maart ......
Soo dat alle die gekogte, opgenomen, en geruijlde landen nu aankomende de plantage Knopmonbo hier alle door mij ondergeschreven ten versoeke als boven op een generaale caart overgebragt en met roodt afgezet te samen monteeren een getal van vier duijsent een hondert derthien en twee tiende ackers.
Alles nogthans ongeprejudiceert het litispendent proces Ca de wed: Lespinasse wegens de schijding tusschen de plantage Wederhoop en Knopmonbo
Actum Paramaribo den 1 december 1746
P: Gardin gswooren landmeeter

top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: