Suikerplantage Crawassibo aan de boven-Commewijnerivier

volksnaam : niet bekend
op beide oevers ; centrum linkeroever in het afvaren
volgorde: Jukemonbo, Goed-accoord, Blakkreek, Crawassibo, Clarenbeek & Nimmerdorr, Wajampibo.

Chronologie

1686 of eerder — stichting ; Gideon Morris (Labadistenkaart 1686)

Op de kaart van Mogge uit 1671 staat Carewassebo vermeld — maar is dat nu de kreek of de plantage? De Labadistenkaart uit 1686 verschaft duidelijkheid : aan de monding van de Carewassebo kreek lag de plantage van Morris. Uit een wat latere bron, de gereformeerde kerkregisters, blijkt dat de eigenaar Gideon Morris heette. Hij was gehuwd met Maria Jacoba Broen.

Crawassibo op de kaart van Mogge uit 1677.

De Witt vervaardigde in 1688 de eerste plantagekaart waarop de grenzen van de plantages staan ingetekend. De schegvorm van Crawassibo is duidelijk herkenbaar. De vorm is sindsdien niet meer gewijzigd.

1737 - dhr. Van der Marsch (kaart Lavaux 1737)

De stroomafwaartse volgorde der eigenaren was als volgt :
47
Jukemonbo
Erv. Sautijn

45
Goed Accoord
Wed. Treitorens

44
Blakkreek
Grenowoud d' Oude

43
Crawassibo
Dhr. Van der Marsch

42
Nimmerdorr
Erv. J. Municx

40
Wijampobo
Gerrit de Vree

39
Appecappe
Erv. Goedde
Ook wel Nieuw-Appecappe
38
Den Burg
B. van der Meulen
Later: Fauquemberg
37
Vlamenburg
Erv. Landsbergen

Maria Jacoba Broen had de plantage van haar overleden man geerfd. In 1696 hertrouwde zij op de plantage met Jan Pieter Van der Marsche :

"....1696 le 16 d' Octobre jaij beni en particulier sur le plantage de caravassibo en presence de L'ancient & autres personnes, le mariage de Jean Pierre van der Marsche jeune Homme né a Leijde & de Maria Jacoba Broen veuve de mr: Gideon Morris. le troisieme publications des annonces ayant été faites sans oppostion Terson Past: ...."

Via het huwelijk werd Jan Pieter de eigenaar van de plantage. Het was een grote onderneming waarin druk werd geinvesteerd. Dat blijkt uit een inventaris uit 1699 van de plantage. Het productieareaal was groot : 138 akkers waren beplant met riet, en nog 15 met kost. De belangrijkste gebouwen waren net nieuw :
Een woonhuis van 24 x 54 vt ""root en groen geverft""
Een kookhuis met 2 barbecots en 6 suikerketels, gedekt met singels en tas
Een molenhuis met molen ""dat omtrent 2 jaer gemalen heeft""
De slavenbevolking bestond uit 100 mensen ; Ferdinand van Overschelde was de directeur.

In 1703 was Ferdinand van Overschelde nog steeds de plantagedirecteur. Twee van zijn kinderen werden op Crawassibo geboren. Jan van der Maarsche was de peetvader van het tweede, maar uit de doopaantekening blijkt duidelijk dat hij toen niet meer in het land was.

In 1726 was Joan Van der Maarsche nog steeds de eigenaar. Hij had in Holland carriere gemaakt en was burgemeester van Leiden. Hij moet omstreeks 1743 zijn overleden, want in dat jaar werd de plantage geinventariseerd ten behoeve van de erfgenamen. Van der Maarsche was al vanaf 1700 niet meer in Suriname, de plantage werd beheerd door een administrateur. In 1740 was dat Isaac Peneux, in 1743 Jacques Bellier.

In 1735 was er een proces tegen de negerofficier Mingo (Beeldsnijder 1994, p. 142, 156), en even wordt iets van de verhoudingen op de plantage zichtbaar. Mingo werd ervan beschuldigd de suiker te hebben bedorven door verkeerd te handelen bij het koken. Hij ontkende dit, en zei dat het komt doordat de pers en de batterij niet goed werden gereinigd vóór het koken. De suikerkokers hadden alles "altijd vuil gehouden". Hij merkte op dat er op andere plantages heel anders werd gewerkt.
Een tweede beschuldiging was vergiftiging van een slavin, waardoor zij was gestorven. Mingo erkende dat hij haar ziek in het veld had gestuurd, nadat zij meerdere malen ziekte had gesimuleerd. Door deze verkeerde inschatting was zij nog zieker geworden en gestorven, maar niet door vergif. Hij vergoelijkte zijn fout door op te merken dat er vaak op hem werd "geknort" omdat er niet genoeg werk werd gedaan in het veld, maar dat de meester er geen rekening mee wilde houden dat veel slaven zich verborgen hielden en weinig tot geen werk deden. Uiteindelijk werd Mingo van beide aanklachten vrijgesproken. Het is duidelijk dat hij niet geliefd was bij zijn slaven, en weinig invloed op hen had.

1767 - P.D. Gillebert (inventaris 1767)

De plantage had een macht van 138 slaven. Het riet werd met een beestenmolen geperst. In 1767 werd de plantage f 100.752,- getaxeerd. Dat is eigenlijk erg weinig ; plantages van die grootte brachten in die tijd gemakkelijk 2 ton op. Mogelijk was de plantage verwaarloosd.

Eigenaar Paul David Gillebert (1713-1775) (ook wel geschreven : Gibert, Gilbert, Gebert) was een kleine plantage-administrateur, o.a. van plantage Charlottenburg aan de Cottica, en Vreeland te Para. Er is erg weinig over hem bekend. Hij overleed in 1775:

"... 1775-augustus 13 Debet Boedel Paul David Gillbert — Aan kerkegeregtigheid voor 't begraven van hem zelfs door Gerrit Leijsner in de N: O: T: f 50,- ..."

1771 - P.D. Gillebert (verkoper) ; Willem Cormelis Wiel (koper) (inventaris 1771)

Het slavenbestand en de overige zaken waren onveranderd, maar desondanks werd de plantage nu getaxeerd op f 159.600,- en dat zal wel de verkoopprijs zijn geweest. W.C. Wiel heeft de plantage gekocht met een zware hypotheek-lening, en was met handen en voeten aan het negociatiefonds gebonden.

De nieuwe eigenaar Willem Cornelis Wiel was in 1730 in Suriname geboren. Hij huwde in 1754 met Anna Petronella Marosee. Over kinderen is niets bekend ; de doopregisters uit die tijd zijn verloren gegaan. Wiel was tevens eigenaar van de grote plantage Nieuw-Roosebeeck een eindje stroomafwaarts aan de rivier. Daar brak in 1771 een grote opstand uit, waarbij een groot deel van de slaven wegliep. Eigenaar Wiel geraakte daardoor fors in de schulden, en beide plantages werden in 1773 onder sequestratie geplaatst.

1773 W.C. Wiel (vorige) ; fonds Leever & de Bruine (nw. eigenaar) (inventaris 1773)

Ten tijde van de Boni-opstand was op Crawassibo een militaire hoofdpost gevestigd, bemand door de troupen van Fourgeoud. Ook Stedman kwam af en toe op de post :

"...Den 11den (februari 1774), kwamen wy op de Plantagie Crawassibo, alwaar wy den nacht doorbragten. De Opzigter van deeze Plantagie dreef aldaar zyne onbeschoftheid tot die hoogte, dat ik, die reeds tegen al dit zoort van lieden was vooringenomen, hem een frisschen vuistslag in 't aangezicht gaf. Hy rekende zig daar door zoo beledigd, dat, schoon hy vry wat bloedde, hy zig met een enkelen Neger in een kano begaf, en in dien staat te middernacht op 't alleronverwagtst voor den Colonel FOURGEOUD verscheen, die in plaats van zyne klagten te beantwoorden, hem al vloekende wegjoeg..."

1793 - H.M. Wolff

Hendrik Maurits Wolff was in 1774 eigenaar van twee buurplantages Munnikendam en Binsbergen aan de Cottica. Later voegde hij drie aaneengelegen plantages aan de Commewijne aan het bezit toe: Crawassibo, Clarenbeek, en Nimmerdorr. Daarna verkreeg hij nog twee houtgronden stroomopwaarts aan de Mapani-kreek, om voldoende timmer- en kuiperhout voor zijn plantages te kunnen leveren.
In 1788-89 was hij raadsheer van het Hof van Politie en Crimineele Justitie.

1821 - S. de la Parra en S. H. de la Parra (almanak 1821)

Crawassibo was nog een actieve suikerplantage ; Clarenbeek en Nimmerdorr behoorden beide "aan plantage Crawassibo", maar waren verlaten. J. van Eyck was de plantagedirecteur op Crawassibo. Eigenaar Salomon de la Parra voerde zelf de administratie.
De schatrijke planter Salomon de la Parra (1778 - ?) en diens broer(?) Salomon Hananja de la Parra bezaten in 1821 al meer dan 12 plantages: hout, suiker, koffie, en katoen. In 1824 was hij burger-kapitein van de militie. In 1836 was Salomon de eerste joodse surinamer die in een koloniaal bestuurscollege werd gekozen. (van Stipriaan, surinaams contrast, p. 298).
Salomon bewoonde het grote huis "Cura et Vigilantia" aan de Gravenstraat, dat door Jean Nepveu was gebouwd. Een bevolkingsopname uit 1846 registreert maar liefst 52 huisslaven. Salomon was toen 68 jaar oud.

Het huis van Salomon de la Parra aan de Gravenstraat te Paramaribo. Het huis werd gebouwd in 1774, en brandde in 1996 tot de grond toe af.

Circa 1830 - verlaten (Teenstra)

Clarenbeek, Crawassibo en Nimmerdorr waren alledrie opgeheven.

2005 -

De plantage is geheel begroeid met bos.

top ^

Bronnen

top ^

boeken en artikelen

1.1 - Ruud Beeldsnijder
Om werk van jullie te hebben — plantageslaven in Suriname 1730-1750
Uitg. Univ. Utrecht, 1994

1.2 - Alex van Stipriaan
Surinaams contrast — KITLV, 1993

top ^

databases op het internet

2.1 - Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname

top ^

inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag

1699 - ARA NOT inv. no. 152 f. 018 (nummering ARA 8) - plantage Carola...ebo of Kuyfing

Datum : 1699-06-10
Gegevens : inventaris plantage, naam & plaats onbekend (Carawassibo?), 1699

generale grond, grootte niet genoemd
rietgronden: 50 akkers 2e krop, afgemaakt 1698 ; 30 akkers 1e krop april 1699 ; 18 akkers 2e krop; 40 akkers met gebruik niet leesbaar
kostgronden: 15 akkers tayer, cassave, bananen, beplant in 1698

gebouwen:
Een woonhuis 24 x 54 vt ""root en groen geverft"" ; boomgaard
Een kookhuis met 2 barbecots en 6 suikerketels, gedekt met singels en tas
Een molenhuis met molen ""dat omtrent 2 jaer gemalen heeft""
Een eendhuys
Een dramhuijs
Volckshuijsinghe
Veehuijs
Cookroom met een bottelarije
20 negerhuijsen
Een kuipershuijs

vaartuigen:
2 ponten van 36 en 42 voet
een 6-riems tentboot

slaven:
43 man (ongeveer; slecht leesbaar) ; 36 vrouwen, 9 meisjes, 12 jongens

vee:
11 hengsten, 9 merries, 5 veulens
40 koeien
39 schapen, 4 cabrieten

geen prisatie

aldus .... Op den 4en Juny ....... Compareerde voor mijn .......... De heer Jan van de .... Aarsche, den welcke ...... , dat den voorstaende inventaris van sijne plantage Carola...ebo(?) alsoo door hem den .... was gemaakt en opgenomen ..... ende hij alle de goederen op denselven ....... hadde en gewesen en overgeleevert aen Mons: Ferdinandus van Overschelde, in qualiteit als directeur van voornoemde plantagie, die denselven mede compareerende verclaarde, alle de voorsch: goederen & effecten ...... ontvangen te hebben .......
10 juni 1699
B: J: Hiersche(??)
F: v. Overschelde
Quod attestor,
..... de Graaff
(nog 2 onleesbare handtekeningen)

1719, 1721, 1735 - inventarisaties Crawassibo, inhoud niet bekend

1740 - ARA NOT inv. no. 172 f. 40 (no. ara 62)

Locatie : rivier Commewijne belent aen de bovenlijn aen de plantagie ..... en Clarenbeek en aen de beneedenlijn van de plantagie Backcreecq
Datum : 1740-06-30 ; 1740-07-01
Gegevens :

gronden :
generale grond 2600 ackers
134 akkers rietgronden & coffygronden ; 20 akkers poot- en zaaigrond

slaven:
veldslaven: 37 mans en 32 negerinne
huisslavinnen 8
overige slaven: 31
jongens: 14
meisjes 12

bebouwing :
gegevens over bebouwing onleesbaar

vee:
hoornbeesten

niet gepriseerd

verzoeker: ten behoeve van Jacob Bellier
eigenaar : Van der Maas(?)
administr: Isaac Peneux

1743 - ARA NOT inv. no. 689 f. 101

Locatie : Commewijne aan de rechterhand
Datum : 1743-11-21/22/23 / 1744-02-07
Gegevens : 142 slaven, beestenmolen, suiker, kostgronden, paarden, koeien, vee
Verzoeker : Otto Fred: van Alphen, door erven aangesteld als opperadministrateur
Eigenaar : erven wijlen Joan van der Maarschen, oud burgemeester en raad der stad Leiden
Administr.: Otto Fred: van Alphen, door erven aangesteld als opperadministrateur
Directeur : Jacob Pollet
Gebeurtenis: erfenis: plantage Carawassibo ; erflater: Joan van der Maarschen. Overdracht der administratie aan Otto Fred: van Alphen uit handen van wed: Jac: Bellier, die tot die tijd proccuratie van J: v: d: Maarschen had.

1767 - ARA NOT inv. no. 695 f. 98

Locatie : Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Nimmerdor en Goed Accoord, en aan de linkerhand tussen de plantages Claarenbeek en Blackcreecq
Datum : 1767-05-26/27 ; 1767-07-17
Gegevens : 2600 akkers, 138 slaven, beestenmolen, suiker, tayer, bananen, cassave, koren, weidegrond, pluimvee, schapen, paarden, hoornbeesten, moestuin ; taxatie: Nf 100.752,-
Verzoeker : P: D: Gillebert, eigenaar
Eigenaar : P: D: Gillebert
Directeur : J: M: Thiel

1769 - ARA NOT inv. no. 698 f. 81

Locatie : Commewijne aan de rechterhand tussen de plantages Nimmerdor en Goed Accoord, en aan de linkerhand tussen de plantages Claarenbeek en Blackcreek
Datum : 1769-08-18/19/20 ; 1769-10-26
Gegevens : 3000 akkers, 134 slaven, beestenmolen, suiker, koren, bosgrond, kostgronden, weidegrond, paarden, hoornbeesten ; taxatie: Nf 152.043,-
Verzoeker : Paul David Gilbert, thans eigenaar
Eigenaar : Paul David Gilbert
Bijz. heden : volgens opgave van Paul David Gilbert

1770 - ARA NOT inv. no. 699 f. 72

Locatie : Commewinne aan de rechter- en linkerhand tussen de plantages Nimmerdoor en Klaarenbeeck en Goed Accoord
Datum : 1770-04-16/17 ; 1770-03-01
Gegevens : 3000 akkers, 133 slaven, beestenmolen, suiker, bananen, tayer, cassave, duiven, moestuin, paarden, hoornbeesten, weidegrond ; taxatie: Nf 159.600,-
Verzoeker : W: C: Wiel, koper
Eigenaar : Paul David Gilleibert (verkoper) ; W: C: Wiel (koper)
Directeur : B: Rueff
Gebeurtenis : overdracht van eigendom aan W: C: Wiel uit handen C: G: Maummenthaiij, schriftelijk germachtigd door de vorige eigenaar: Paul David Gilleibert om de plantage te verkopen

1771 - ARA NOT inv. no. 234 f. 627

Locatie : Commewine aan de rechterhand tussen de plantages Nimmerdor en Goed Accoord
Datum : 1771-12-13/14
Gegevens : 3000 akkers, 129 slaven,.beestenmolen, suiker, koren, kostgronden, tayer, bananen, duiven, paarden, hoornbeesten, schapen, weidegrond ; taxatie: Nf 182.117,-
Verzoeker : Willem Cormelis Wiel, eigenaar
Eigenaar : Willem Cornelis Wiel

1773 - ARA NOT inv. no. 240 f. 539

Locatie : Commewijne tussen de plantages Warampibo en Goed Accoord
Datum : 1773-09-23/24 ; appendix: 1773-09-24
Gegevens : 3000 akkers, 120 slaven, beestenmolen, suiker, tayer, bananen, cappewerie, cassave, moestuin, paarden, duiven
Verzoeker : B: Texier en W: Kennedy, raden van Hof van Politie en Criminele Justitie
Eigenaar : W: C: Wiel (vorige) ; fonds Leever & de Bruine
Administr: N: O: Pelichet, Philip Stolting en Francois Jan de Raineval worden als curaters aangesteld en in het bezit gesteld van de plantage als agendarissen en gezamemlijke gevolgmachtigden van het Fonds van Negotiatie t.n.v. Leever en de Bruine te Amsterdam, om deze te administreren
Directeur : J: Dahm
Gebeurtenis : overdracht der administratie aan N: O: Pelichet, Philip Stolting en Francois Jan de Raineval als curators en tevens agendarissen en gezamemlijke gevolgmachtigden van het Fonds van Negotiatie t.n.v. Leever en de Bruine te Amsterdam

1774 - ARA NOT inv. no. 241 f. 797

Locatie : Commewine aan de rechterhand tussen de plantages Nimmerdor en Goed Accoord
Datum : 1774-12-12/13
Gegevens : 121 slaven, beestenmolen, suiker, cassave, tayer, bananen, koren, weidegrond, paarden, moestuin
Verzoeker : M: Aubert du Chene, schriftelijk gemachtigd door Francois Jean de Raineval, raad van Hof van Civiele Justitie, en F: J: de Raineval en Philip Stolting sequesters der plantage
Eigenaar : W: C: Wiel
Administr: sequesters F: J: de Raineval en Philips Stolting
Directeur : J: F: de Bruyn
Gebeurtenis : de plantage is onder sequestratie geplaatst. Aangestelde sequesters: F: J: de Rainrval en Philip Stolting. De administratie is inmiddels aan de sequesters overgedragen.

top ^

archief Dienst der Domeinen te Paramaribo

1800 - houtgrond Mapanekreek

Alzoo Hendrik Maurits Wolff zig aan ons bij requeste heeft geaddresseerd en te kennen gegeeven, dat hij suppliant reeds eigenaar zijnde van diverse plantagien bij een dezer dagen aan ons gepresenteerd request gespecificeerd en zo tot onderhoud van dien als wel speciaal tot meerder nieuwe entreprisen in 't aanleggen en meerder uitbreiden zijn der bezittingen heel veel werkhout wat in de beneden landen niet te vinden is benodigd was.
Dat hij suppliant bij 't jousseeren van onze permisse omme voor zijne twee zuijker plantagien Crawassibo en Clarenbeek in 't district van boven Commewine geleegen van tijd tot tijd eenige kuiperhout boven de Post Oranjebo te mogen doen kappen, ontdekt hadde dat aan de Mapane creecq ter regterhand in 't opvaaren een redelijke voorraad was van copie manbarklak en zogenaamd Aratta hout, en dat wel nabij de zogenaamd Philandercreecq.
Dat ook meerder opwaards van de Mapane nabij de zogenaamde Lavacreecq dus meede regterhand in 't opvaaren hij suppliant geinformeerd was dat de staande bosschen vrij wel voorzien waren van bruinhard, groenhard en waana bomen ; mitsdien hij suppliant gaarne een gedeelte van die landerijen in eigendom zig zoude zien vergunnen, ten einden als dan etablissementen door den opbreng van een goed getal beste negers en die quartieren aan te brengen.
Dat hij suppliant in dat uitzigt door den geswoore landmeester A: H: Hiemcke provisioneel hadde doen formeeren eene zogenaamde schetskaart sub dato 10 maart deses jaars over den omtrekt van 4000 akkers land voor houtgronden geleegen aan de Mapane en wel op bijde zijden der Philander creecq houdende in face elk 1000 akkers land de nombre van 60 kettingen en de diepte van 166 2/3 kettingen zodanig als bij de geannexeerde ongemelde kaart te zien is, met alle respect verzogte dat 't ons mogte behagen hem suppliant, zijne erven en nakomelingen, vrij in allodialen eigendom te concedeeren en te vergunnen de nombre van 1000 akkers land geleegen aan de Mapane te regterhand in 't opvaaren met een face van 60 kettingen aan deeze zijde van de Philander creecq op de voorsz: figuratieve kaart in 't rood afgeschetst op zodanige voor den landbouw aanmoedigende conditien of bepaalingen als wij ten meesten voordeele van hem suppliant zullen goedvinden te fixeeren.
Zo is 't dat wij hebben ingezien de hier vooren gementioneerde schetskaart door den geswoore landmeeter :A H: Hiemcke in dato 10 maart deses jaars, goedgevonden te vergunnen en te concedeeren gelijk wij vergunnen en concedeeren aan Hendrik Maurits Wolff omme in allodialen eigendom op te neemen en erffelijk te mogen bezitten de nombre van 1000 akkers aan de Mapane creecq ter regterhand in 't opvaaren aan deese zijde van de Philander creecq met een facade van 60 kettingen en diepte van 166 2/3 kettingen op de projectkaart bekend onder no. 2,
ende zulks onder de navolgende voorwaarden en conditien.
(volgen de standaardvoorwaarden)
Aldus gedaan en met ons zegel bekragtigd alhier aan Paramaribo desen 15 april 1800
/ was getekend / J: F: Friderici
top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: