Blakkreek aan de boven-Commewijnerivier

de suikerplantage Blakkreek aan de boven-Commewijnerivier
volksnaam: onbekend
rechteroever in het afvaren (klein deel op de linkeroever)
volgorde in het afvaren: Goed-Accoord ; Blakkreek ; Crawassibo ; Clarenbeek

chronologie

circa 1680 - stichting

Het water van de Surinaamse kreken is cola-bruin. Vandaar de bekende Surinaamse namen "Colakreek" en "Blakkawatra". Ook de naam "Blakkreek" refereert aan dit verschijnsel.

De kolonisatie van de Commewijne begon hoog aan de bovenloop ervan. In die tijd waren er nog geen forten om de rivier te beschermen, en men paste daarom een tactiek van "verstoppertje-spelen" toe. De plantages werden gevestigd aan de nauwe bovenloop van de rivier, of aan een kleine zijkreek die moeilijk voor een koloniale vijand toegankelijk was.
Het centrum van de Commewijne-kolonie was in die tijd het "Land van Calis" aan de samenvloeiing van de Commewijne en de Casewinica. Hier was de hervormde kerk gevestigd en werd waarschijnlijk ook markt gehouden. Blakkreek ligt 10 kilometer stroomopwaarts van het Land van Calis, een afstand die met de boot in 1 getij kon worden afgelegd. Verder gelegen plantages waren minder gelukkig, en men was twee of soms drie getijden onderweg om naar de kerk te gaan.

Op de kaart van Mogge uit 1677 is de plaats van de plantage nog niet bezet. Op de z.g. Labadistenkaart uit 1686 lezen wij het volgende rijtje namen langs de Commewijnerivier rechteroever ter plaatse van Blakkreek : Norden — Gores — Greenwood — Verboom. Ook op de kaarten van Walraven uit 1715 en Ottens uit 1718 komt hetzelfde rijtje namen voor. Deze oude kaarten zijn te onnauwkeurig getekend om met zekerheid vast te stellen welke naam bij welke plantage hoort. Uit latere informatie blijkt echter dat Greenwood de eigenaar van Blakkreeck was.

1699 - inventaris (ARA NOT inv. no. 152 f. 108)

In het rijksarchief te Den Haag wordt een deel van het Surinaams notarieel archief bewaard. Dit archief bevat een groot aantal plantageinventarissen, die gewoonlijk werden opgesteld bij hypotheekaanvragen, wisseling van directeur, of het overlijden van de eigenaar.
Van Blakkreek is er slechts 1 inventaris bekend, uit 1699. De inventaris is in een slechte conditie en niet toegankelijk voor onderzoek. Uit de alfabetische naamwijzer blijkt dat Francois Greenwood de eigenaar van de plantage was. Later (in 1747) was hij ook eigenaar van de plantage Cortenduur aan de Perica.
Gegevens over Greenwood zijn nauwelijks voorhanden. Hij heeft nooit een bestuursfunctie bekleed. Ook in de kerkarchieven komt hij niet voor. Tweemaal, in 1703 en 1705, trad hij op als doopgetuige op buurplantage Crawassibo. En dat is het dan.

1735 - meetkaart

In 1735 vervaardigde Alexander de Lavaux en meetkaart van de plantage. Het tekstdeel ervan is verloren gegaan, zodat de eigenaar onbekend blijft.

1737 - Grenowoud de oude (overzichtskaart Lavaux 1737)

De plantage was 1550 akkers groot.
In datzelfde jaar 1737 overleed Cornelis Greenwood, mogelijk een familielid van Francois. Het kerkrecht werd betaald aan de kerkmeester van de divisie beneden-Commewijne:

"....1737 - Aan Jn Martin voor Corn: Greenwood overleden op de plant: Goudmijn f 10,- ..."

1770 - F. Schats & comp. (kaart Lavaux 1770)

Francois Schas was raadsheer van het de hoven van Politie en Civiele en Criminele Justitie geweest. Hij was tevens eigenaar van de plantage Goudmijn en de grond Schatsenburg. Hij was in 1733 naar Nederland gerepatrieerd en daar in 1761 overleden. Zijn erfgenaam was F.W. Schas. Voor verdere gegevens zie bij plantage Goudmijn.

In 1770 was — volgens de (onbetrouwbare) 5e editie van de kaart van Lavaux -de plantage nog in bedrijf, maar lag op de grens van het actieve plantagegebied. De bovenbuurman Goed-Accoord was de laatste actieve plantage. De geisoleerde ligging maakte deze plantages kwetsbaar voor aanvallen van de marrons. Feitelijk lag men midden in een oorlogsgebied en kon elk moment een inval plaats vinden. Op Crawassibo en op Clarenbeek waren militaire posten gevestigd, vanwaar de kolonel Fourgeoud in de jaren 1772 -1777 vruchteloos tegen de marrons ageerde.
Ondanks de nabije posten waren de plantages voor de verdediging toch vooral aangewezen op de eigen bevolking. De opstelling tegenover de slaven was — noodgedwongen — minder hardvochtig dan elders. Bewust trachtte men een goede relatie met de slavenbevolking te onderhouden. Stedman schrijft in 1775 over Goed-Accoord:
"... wierden de plantagien zeldzaamer, en nadat wy die van Goed-Accoord, welke tien of twaalf mylen verder ligt, voorby waren, zagen wy geene bebouwde landen meer. De muitelingen hadden alle de plantagien die hooger op lagen verwoest ....
..... ik begaf mij naar Goed-Accoord, waarvan de eigenaar en eigenaresse, de heer en mevrouw de Lange, ons zeer beleefdelijk ontvingen. Deeze suikerplantagie is de laatste aan de rivier Commewijne, en uit dien hoofde is zy in de nabyheid der muitelingen gelegen, die dikwijls moeite doen om de slaven te verleiden ; maar men behandelt denzelven aldaar met veel toegevendheid en goedheid, om allen muitzucht van hunnen kant voor te komen, en hen aan te zetten de Plantagie niet te verlaten ..."
Vanaf 1777 werden de plantages tot en met Goed-Accoord beschermd door het cordonpad, dat langs de achterzijde van de plantages liep. Desondanks werd omstreeks die tijd het besluit genomen de plantage Blakkreeck te verlaten.

1793 en later — niet vermeld (almanakken)

De plantage was verlaten en wordt niet meer vermeld in de almanakken. In 1832 was Waijampibo de uiterste plantage aan de boven-Commewijne die nog in productie was. Alle gronden stroomopwaarts waren verlaten.

top ^

bronnen

internet-databases

Philip Dikland oud archief der burgerlijke stand in Suriname

archief dienst der domeinen

1735 opmeting De Lavaux

De tekst bij de kaart is grotendeels verloren gegaan.

op de voorzijde staat:
Commewijne (boven)
Blakkreek
uitmeting Blakkreek 20 / 2 / 1735
bij de kaart staat de tekt:
Gezien de nevenstaande caarte der uijtmeetinge door den Landmeeter de Lavaux gedaan begrijpende de nombre van vijftien hondert en vijftig ackers.
Approbeere deselve meetinge in alle sijne leden en deelen.
Actum Paramaribo den 24 januarij 1736.
J: Raije
Ter ordonnantie van deselve
W: H: van Huijden secretaris

top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: