Maasstroom aan de beneden-Commewijnerivier

koffieplantage
volksnaam niet bekend
rechteroever bij het afvaren.
volgorde bij het afvaren: Frederiksdorp, Buitenrust, Johanna-Margaretha, Elisabeth's hoop, Berlijn, Maasstroom, Johannesburg, Rust en Werk.

Paardekooper heeft ongetwijfeld veel gebouwd in Suriname. In zijn tijd waren er 500 plantages volop in bedrijf, en elk van deze had onderhoud nodig aan sluizen en suikermolens. Bovendien was er na de grote stadsbrand van 1821 veel bouwactiviteit in Paramaribo.
Thans zijn slechts twee werken van hem bekend:
sluis Maasstroom, 1820
waagcomplex, 1822-1824

chronologie

1748 - Joan Jacob Mauricius (grondwarrand 1748)

De gouverneur Joan Jacob Mauricius was de eerste eigenaar en aanlegger van de plantage Maasstroom. De warrand verkreeg hij op 22 Maart 1748.
In totaal bezat de familie Mauricius 8 plantages. Jan Jacob Mauricius was eigenaar van de plantages Belwaarde, Maasstroom, Zandpunt (ook wel La Simplicité genoemd) en Bersaba.Pieter Mauricius was eigenaar van de plantage Curcabo, Sinirintibo, Cucracabo, en de nieuwe plantage Purmerend.In 1757 scheidde hij van zijn vrouw Anna Magdalena Bleij.Zij behield het grootste gedeelte van het plantagebezit.

Jan Jacob Mauricius was gouverneur van Suriname vanaf 1742 tot 1756.In zijn geschriften komt hij over als een zich altijd verongelijkt voelende, twistzieke man, en hij heeft tijdens zijn bestuur dan ook grote moeilijkheden ondervonden met de planters-elite in de kolonie.Niet dat deze heren (en dames) zelf van hoog moreel gehalte waren, verre van dat.Hun oppositie had uiteindelijk succes. Mauricius werd teruggeroepen, maar is na een onderzoek in Nederland volledig gerehabiliteerd.Hij is echter nooit teruggekeerd in Suriname.

Ook Mauricius had — zoals alle hoge ambtenaren — diverse lucratieve nevenberoepen. Hij was plantage-eigenaar, en voerde de administratie over de allerrijkste plantages der kolonie. Die administraties zal hij echt niet verkregen hebben vanwege zijn boekhoudkundige bekwaamheid. Uit zijn administraties toucheerde hij een jaarinkomen van f 10.000,-, en dat was meer dan zijn gouverneurssalaris van f 9000,- 's jaars. In zijn geschriften rept hij met geen woord over zijn neveninkomsten, maar klaagt daarentegen voortdurend over zijn magere salaris.

Samen met Mauricius kwamen een aantal familieleden mee naar Suriname, die door hem werden ondergebracht in het ambtenarenapparaat.Zijn zoon Pieter werd aangesteld tot venduemeester. Jan Floris was havenmeester.

Mauricius was een verwoed schrijver, en heeft een uitgebreid gouverneursjournaal nagelaten, alsmede uitgebreide aantekeningen over zijn twisten met de bewoners van de kolonie. Deze zijn hem goed van pas gekomen tijdens het onderzoek in Nederland. Hij heeft ze toen uitgegeven onder de titel "recueil van egte stukken". Het is een interessant kijkje in het dagelijks geruzie van de 18e eeuw.
Typerend voor Mauricius' instelling is dat hij geen enkele wetenschappelijke verhandeling over Suriname heeft nagelaten.

1770 - Mr. Sr. Pallak, 500 akkers(kaart Lavaux, 1770)

De gegevens op de 5e editie van de kaart van Lavaux zijn achterhaald. Matheus Sigismund Pallak was in 1770 reeds overleden en de plantage in andere handen overgegaan. Het is niet bekend wanneer hij het eigendom van de plantage had verworven. Pallak was tevens eigenaar van de houtgrond La Prosperité in de Correpina kreek.
Matheus Pallak was in 1747-1750 raadsheer van het Hof van Politie en Criminele Justitie. Hij was gehuwd met Margaretha Neeven. Het echtpaar was lid van de Lutherse kerkgemeente. Over kinderen is niets bekend. Margaretha overleed in 1754. Pallak heeft haar lang overleefd, maar is niet meer hertrouwd. Hij overleed in 1767 in Europa. Zijn dood werd in de kerk van Paramaribo bekendgemaakt:

"... 1767-november 13Debet J: B: S: Ranitz — A 't bekent maaken der overleijden van Matts: Sigisms: Pallakf 9,- ..."

Na zijn dood werd de plantage geïnventariseerd. De eigenaren waren voor de ene helft de erven van Matheus Sigismundis Pallak, en voor de andere helft de weduwe Archibald Hamilton en Jean Gerard Francois Meijnerts, oud president schepen der stad Rotterdam. Deze twee werkten zakelijk samen onder de firmanaam "weduwe Archibald Hamilton en Meijners".
Overigens deden zich tijdens de inventarisatie van de plantage ernstige ongeregeldheden voor, waarbij 39 slaven wegliepen en twee doden vielen. Een en ander wordt in detail verteld in het journaal van gouverneur Wigbolt Crommelin (bronnen no. 4). De oorzaak van het slavenverzet blijft wat onduidelijk.

1793 - wed:Hamilton, Meyners (almanak 1793)

De plantage produceerde koffie en katoen. De administrateurs waren Wolff en Spiering. De directeur was Breemer.

1821 -Hamilton, Meyners (almanak 1821)

De administrateurs waren C. L. Weissenbruch enF. Taunay. De gezagvoerder op de plantage was F. W. Borgstede.

1843 - wed. Hamilton, Meyners (almanak 1843)

Isaac Monsanto was de directeur van de plantage. De administratie werd gevoerd door de directeur samen met J.C. de Cordua Freudenberg en H.C. Heylidy. Op de plantage werkten 107 slaven.
In 1843 produceerde de plantage al bijna een eeuw lang koffie. Volgens Van Stipriaan (sur. contrast, p. 179) is de plantage omstreeks 1850 samen met de plantages Johan-Margaretha en Berlijn overgeschakeld op suikerverbouw. Het riet werd verwerkt in de allereerste centraalfabriek van Suriname, opgericht op plantage Buitenrust.

1857 - veiling

In 1857 werd de plantage vrijwillig geveild:

Voorloopige Aankondiging
In het jaar 1857, op nader bij tijds te bepalen dag en plaats, zullen te Rotterdam, door Eigenaren in het openbaar worden geveild:
DE PLANTAADJE
Genaamd DE MAASSTROOM gelegen in de kolonie Suriname aan de rivier Commewijne, ter linkerhand in het opvaren tusschen de Plantaadjen Berlijn en Johannisburg, met de GEBOUWEN, SLAVENMAGT, en al hetgene tot dezelve is behoorende; en
De helft in de Plantaadje
Genaamd NIEUW TIMOTIBO, mede gelegen in de kolonie Suriname, aan de rivier Perica, ter regter- en linkerhand in het opvaren tusschen de Plantaadjen Capoerica en Seribo, met de zich daarop bevindende SLAVENMAGT en wat daartoe verder behoort.
Informatien zijn inmiddels te bekomen bij den Heer Mr. A.BAKKER, Advocaat, ten kantore van de Notarissen SCHADEE, KLEY en BARGER te Rotterdam, en bij de Heeren B.C. van den ENDE en D.M. UILENKAMP te Paramaribo.
Par., den 30-12-56
(bron: De Surinaamse Courant no.1: 01-01-1857)

Het resultaat van de veiling is schrijver dezes niet bekend. Maar op 23-06-1758 werd de familie van Hangest eigenaar van de plantage. Omstreeks die tijd verwierf de familie ook de "halve" buurplantages Johan en Margaretha, en Buitenrust.

1863 - emancipatie

De eigenaren ontvingen een "tegemoetkoming" van F 25.500,?? voor 86 slaven. De Surinaamse familienaam Lont origineert van de plantage Maasstroom.
De eigenaren waren:
Cornelia Maria van Hangest baronesse d'Yvoy (meerderjarig, ongehuwd, buiten beroep; Amsterdam)
jhr. Hendrik Maurits van Weede (grondeigenaar, lid van de Provinciale Staten van Gelderland, kamerheer in buitengewone dienst van Z.M. de Koning; Utrecht)
Ook de buurplantages Johan en Margaretha en Buitenrust behoorden tot het bezit.

1873 - contractarbeid

In totaal wierf de plantage 139 brits-indische contractanten en 217 javanen.
De gezagvoerders / eigenaren in die tijd waren:
1874 -I.G.van Emden S van Lierop ; pl.Meerzorg (Ben Sure) pl. de Maasstroom (Ben.Cottica)
1894 -S. van Lierop
1896 - 1900F.C. Curiel
1906 -J.F.van Emden
1908 -J.F. van Enden, gem. van Mw. weduwe J.J. van Enden en erven
1912 -Directeur van Landbouw, beheerder van pl. Slootwijk en de Maasstroom
1914 - 1928 J.F. van Emden, Beheerder van plantage de Maasstroom

vanaf circa 1863 -familie van Emden

De familie van Emden waren op een gegeven moment eigenaar van de drie nabije plantages Johan en Margaretha / Buitenzorg, Maasstroom, en Elisabeth hoop, en verder de grond Kwatta nabij Paramaribo. Bij dit bezit waren verscheidene familieleden betrokken, o.a.

Egbert George van Emden, districtcommissaris van Cottica
Abraham Julius van Emden, president van het Hof van Justitie
Joseph Gustaaf van Emden, administrateur van plantages.
Evert Adolph van Emden, gouvernement-secretaris

De plantages waren niet ondergebracht in één onderneming, het waren onafhankelijke maatschappijtjes. In 1908 bijvoorbeeld was de situatie als volgt:
Maasstroom -erven van Emden -4574 kg. cacao en 917 bossen bacove- 78 arbeiders
Kwatta -erven van Emden -1367 kg. cacao en 1365 bossen bananen,
voorts aardvruchten en koren.
Buitenrust en Elisabeth's hoop behoorden niet tot het bezit. Een jaar later was de cacaoproductie verdubbeld.

De familie van Emden gebruikte de plantages voor de productie van cacao. In Europa was de markt voor chocolade sterk in opkomst :
"...... Na de afschaffing van de slavernij keert de plantersfamilie Van Emden uit Suriname terug. Ze heeft daar de cacao-plantages Maasstroom en Kwatta bestierd. De naam Kwatta is ontleend aan een Zuid-Amerikaanse aapsoort. De Nederlanders noemen het dier bosduivel, de inlanders quatto.
In Breda begint Van Emden in samenwerking met stoomchocolade-, pepermunt- en suikerwerkenfabriek P.A. de Bont (later De Faam) een fabriek, Kwatta genaamd, aan de Middellaan.
In 1889, zes jaar na de oprichting, komt het bedrijf in handen van de gebroeders Stokvis, die de leus "Chocolade als volksvoedsel" voeren. Kwatta produceert als eerste repen chocola. Het leger is lange tijd de enige afnemer van de repen, die in de militaire kantines worden verkocht en al gauw manoeuvre-repen heten. Op de wikkels van Kwatta staat een soldaatje afgebeeld. Het Kwatta-soldaatje wordt zo het handelsmerk van de fabriek, waar het aantal personeelsleden tussen 1900 en 1920 groeit van 39 naar 407. Voor de Tweede Wereldoorlog opent Kwatta vestigingen in België, Duitsland, Frankrijk en Engeland. Maar in de jaren zestig van de vorige eeuw gaat het bergafwaarts en in 1976 valt het doek voorgoed. De naam van het bedrijf is enkele malen doorverkocht en is tegenwoordig in bezit van het Belgische Anco, dat onder meer Kwatta-hagelslag en Kwatta-chocopasta...." (bron onbekend, overgenomen uit het internet)

1947 - 1981 - verenigde cultuurmaatschappijen

De firma was opgericht door de 4 gebroeders Jamin, eigenaren van de Nederlandse cacaofabrieken nv. Jamin, de bekende snoepfabrikant uit Rotterdam. Deze firma verwierf het eigendom van de citrusplantage Geyersvlijt-noord en verder 10 aaneengesloten plantages in de Commewijne, te weten:
de Resolutie, Andreas gift, Pieterszorg, Einde Rust, Lust tot Rust, Rust en Werk, Johannisburg, Maasstroom, Berlijn, en Elisabeth's Hoop. De plantages werden — net zoals ten tijde van de familie van Emden — voornamelijk gebruikt voor cacaoproductie als grondstof voor chocolade. In 1961 en 63 gaven extreme droogtes de genadeslag aan de cacaocultuur. De plantages werden gesloten. Sinds die tijd leidde de nieuwe nv. een slapend bestaan, totdat ze in 1979 werd opgekocht door de surinaamse industrieel Armand van Alen.

vanaf1979 - Armand van Alen

De industrieel Van Alen heeft 8 aaneengesloten plantages (vanaf Pieterszorg t/m Elisabethshoop) heringericht als veeteeltbedrijf en is een experimentele viskwekerij begonnen; diens echtgenote, Adriana van Alen, heeft een uitgebreide studie van de plantages gemaakt.
Toen het echtpaar begon, waren de plantages secundair bos. Momenteel zijn 5000 hectare in cultuur gebracht, het grootste gedeelte als weiland of graskweek voor de 4000 koeien. Verder zijn de Van Alen's begonnen met het viskweekbedrijf "comfish" voor rode tilapia en garnalen. Momenteel (2000) zijn er 27 kweekvijvers van 0,3 hectare, en iedere droge tijd worden er een aantal bijgegraven. Aan de Commewijnerivier staan de grote pompen om het water in de vijvers te verversen. De kwekerij is gevestigd op de plantage "Einde Rust".

De Van Alens hebben het trenzensysteem en de wegen in de plantages hersteld en verbeterd. De 8 plantages zijn omringd door een dam met ringgracht. De grote plantagesluizen zijn hersteld. Het dorpje Rust-en-Werk, dat op het terrein van de gelijknamige plantage ligt, is de enige dorpsgemeente aan deze oever van de Commewijne die groeit in plaats van uitsterft. De Van Alens hebben de percelen waarop de huizen staan in eigendom aan de bewoners uitgegeven.

top ^

bronnen

internet-databases

Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname

Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

Maurits Hassankhan — database hindustaanse en javaanse immigratie

inventarisaties plantage Maasstroom:

1768 - ARA NOT inv. no. 227 p. 785
gegevens: 500 akkers, koffie, 202 slaven, NF 346.201,-
eigenaar:erven Mattheus Sigismudus Pallak, oud raad van Hof van Politie en Criminele Justitie (1/2 deel), andere 1/2 deel: mevr: wed: A: Hamilton en Jean Gerard Francois Meijners, oud resident schepen der stad Rotterdam, tezamen zich schrijvende wed: A: Hamilton en Meijners
verzoeker: Johan Sigismund Ranitz, gemachtigde van mr: J: G: F: Meijnerts en mr: Christoforus Christianus Brander a Brandis, stedehouder van het baljuwschap van Rijnland, aangestelde executeurs over nalatenschap van M: S: Pallak ;
en dan nog ten verzoeke van Hendrik Tekenburgh gemachtigde van wed: A: Hamilton en de heer Meijners
directeur: Jan Christiaen Pallak

1770 - ARA NOT inv. no. 699 p. 203
gegevens: 500 akkers, koffie, 200 slaven, NF 456.599,-
eigenaar:wed. Hamilton, mr. J: G: F: Meijners

archief Dienst der Domeinen, Paramaribo

1748 - warrand plantage Maasstroom
Doen kond en bekennen mits deze, dat wij ingevolge en uit kragt speciale aanschrijvinge van haar Edele Groot Achtbaare de heeren directeuren der Edelen societeit deeser colonie de dato 3 aug: 1747 in allodialen eigendom hebben opgenomen, om erffelijk te bezitten 500 akkers land met een face van 30 kettingen aan de rivier gelegen in de rivier van Commewijne aan de linkerhand in 't opvaaren sijn begin neemende de beneeden scheidlijn van 't land thans uitgegeeven aan den heer Michiel Gabriel Fredersdorff
en sulks onder conditien en onder restricten als volgt namelijk:
Dat wij een terrain van veertig voeten breed tusschen de rivier en dit geconcedeerde sullen moeten laaten ongecultiveerd ten einde altoos wanneer de Ed: sociteit sulx soude requireeren het selve te .... en tot een bequaame land en rijweg te ...... , blijvende nogtans aan ons gepermitteerd, de landplaats op en aan deese 40 voeten te moeten en gebruiken. Mitsgaaders door deselve duiker kokers of dergelijke tot loosing der waateren te mogen steeken, ja selfs trensen en slooten daardoor tot in de rivier te graaven, mits deselve met suffisante bruggens voorsiende, teneinde ten tijde hier vooren gemeld altoos te kunnen strekken tot het gerequireerde oogmerk, omme daarlangs een land en rijweg te kunnen maaken.
Dat wij verder binnen den tijd van achtien maanden, beginnende na de gedaane uitmeeting sullen daar op setten een bequaam woonhuis, en dat bij deese 500akkers bij continuatie altoos sullen moeten sijn en blijven geassiteerd ten minsten 10 slaven.
Des sullen wij ook binnen den tijd van 10 jaaren hetzelve land niet mogen verkoopen, verhandelen, wegschenken of op eenigerlee wijse van meester te doen veranderen, ten sij bij versterf of insolventie. Eindelijk sullen wij deese warrand nevens de geapprobeerde caart ter secretarij deeser colonie laaten registreeren, ten einde altoos kunnen blijken wanneer wij in 't opvolgen der voorgemelde artikelen ingebreeken mogten blijven; het voorsz: opgenomen land ipso facto wederom zal vervallen weesen aan de E: societeit
En ingeval ter eeniger tijd nodig zouden geoordeeld eenige redoute, sterkte of forteresse aan den mond van de rivier commewine en Suriname tegenover de fortresse Amsterdam te leggen tot versekering en dekking van dat terrain, sullen wij gehouden zijn, nevens degeene zo die bereids bij resolutie van de Edele societeit in dato 7 april 1745 approbatie op haarlieden warrand hebben geobtineerd, ofwel de novo uit kragten van dien land verkreegen hebben, of in 't toekomende souden verkrijgen, na advenant haren verkregen akkers land voor drie vierde parten, en de Edele societeit voor een vierde part, op de voet als de proportie bij de conventie van 1733 is gereguleerd, tot de kosten van dien ten contribueeren.
Aldus gedaan en met ons zegel bekragtigd aan Paramaribo desen twee en twintigsten maart een duisend sevenhonderd acht en veertig
/ was getekend / J: J: Mauricius / onderstond / ter ordonnantie van den heer gouverneur
/ en getekend / Jan Hinckeldeij secretaris
nevens appositie van 't zegel van den heer gouverneur in rood lak
Accordeerd met sijn origineel
Jan Hinckeldeij secretaris

1772 - meetkaart achterland plantage Maasstroom
Ingevolge resolutie van Haar Edele Groot Agtbaare Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Societeijt deser Colonie den 17 julij 1771 en daarop verleent warrand van den WelEdele Gestrenge Heer Jan Nepveu Gouverneur Generaal deser Colonie &&& den 13 december 1771.
Heb ik ondergeschreevene ten versoekte van den WelEdele Manhafte Heer J: B: S: Ranitz qq uijtgemeeten zeekere 225 akkers land leggende linea recta agter de plantagie Maastroom aan de rivier Commewijne ter linkerhand in 't opvaaren tusschen de plantagie Johannesburg en Berlijn, met eene diepte van 75 kettingen en 30 kettingen face gelijk de boven staande figuur gemerkt met de letters ABCD is exhibeerende.
Zulks verklaare hiermeede
Paramaribo den 15 maart 1772
Ad: Hindrk: Helledaij geswooren landmeeter
  1. gouverneursjournaal Crommelin
In mei 1768 kwamen de slaven van de plantage Maasstroom in verzet tegen de administrateur Ranitz, en liepen massaal weg. De reden van het een en ander blijft onbekend ; volgens Ranitz ligt het niet aan zijn behandeling van de slaven. Ene Tekenburg zou hen hebben opgehitst.

Maandag den 9 Mei 1768
Heden Avond ontfing Sijn WelEdele Gestrenge per expresse een briev van J: B: Ranitz van de plantage Maasstroom in beneden commewijne, in substantie behelsende, dat zig verpligt vond Sijn WelEdele Gestrenge kennis te geven van de zeer voor hem onaangenaame omstandigheden gepasseerd bij het priseren der plantagien Maasstroom & La Prosperite, laatstgem: was gepriseerd in dato 25 febr: h.a. , zijnde daar als Priseurs praesent de heeren Van der Meij, Fretter, Hoff & de Haan, Tekenburg en gen: Ranitz als gequalificeerdens tot het laten doen dier prisatie, benevens de prov: gesw: Klerk T: W: Pletz.
Sodra de Slaven van laast gem: waren gepriseerd, begonnen eenige man negers veel geraas te maken met te zeggen, dat zij hem Ranitz niet meer als hun Meester wilden hebben, en dat zij hier in de colonie een ander Meester hadden. Waarop hij Ranitz de negers afvraagde wat reeden van klagten zij tegens hem hadden en of hij haer kwalijk handelde ; dog zij bleeven alleen bij hun gezegdens, dat zij hem niet meer voor haer Meester erkenden, geevende eindelijk te kennen Massr: Tekenburg haer Meester was (dog hij Ranitz hadde zulks zelfs niet gehoord maar hem door bovengem: Fretter gezegd en Tekenburg hadde zulks op Maasstroom geanonceerd)waar op hij Tekenburg gezegd hadde dat hij na Holland ging en haer Meester niet konde zijn.
Ranitz deze zaak met zoveel bedaardheid als mogelijk was, getracteerd hebbende, was 's anderen daags van daar vertrokken, met ordres aan den directeur aldaar, dat zo de slaven niet wilden werken of zig opposeerden tegens zijn ordres, hij daar af aan de commanderende Officiers zo der Burgerij als Militie aldaar kennis van moeste geven als mede per expresse aan hem Ranitz ; egter hadde kort daaraan de tijding gekregen dat de slaven weder aan 't werk waren gegaan.
Gen: Ranitz eenige dagen daarna aan Paramaribo zijnde, was hem door een goed vriend gezegd dat de slaven van La Prosperite tegens hem waren opgestookt met de naam van diegeene er bij die zulks hadde gedaan, Dog hij zulks niet hadde geloofd, sustinerende, dat het somwijlen uit haat of nijt mogte voortkomen ; dog gem: goede vriend hadde hem met zware betuiging verzekerd zulks de waarheid was, en dat zelfs de slaven van Maasstroom ook opgestookt waren, om sig bij de prisering insgelijks tegen hem Ranitz souden opponeren. Dog na veel onderzoek niets hadden kunnen uitvorsschen of gewaar worden, egter wel hadde bespeurd, dat de zaak niet wel was met de slaven. Wanneer nu gen: plantagie Maasstroom wierde gepriseerd door Pelichet, Clemen, Fretter en Hoff, zijnde daar ook praesent Tekenburg, hij Ramitz (zijnde aldaar woonagtig) als gequalificeerdens en de gesw: klerk Viera , alsmede de jongeheer Meijners , Capt: Eeg: Pallak (neev van Ramitz) en den chirurgien, en men gekomen was tot het priseeren der slaaven, zo hadde hij Ramitz aan eenige dier Heeren kennis gegeven, dat gewaarschuwt was de slaven tegens hem zouden opkomen, versoekende dat die Heeren attent geliefden te wezen op hetgene de slaven tegen hem zouden inbrengen. De slaven gepriseerd zijnde, hadde Pallak tegen dezelve gezeid dat ze maar heen zouden gaan, dat het wel was, dog hadden daar niet na gehoord hoewel 't verscheiden malen tegens hen hadde gezegd; waarop gem: Pallak haer op een gevoelige wijze de oren willende openen, alle begonnen te roepen, wij willen een ander Meester hebben, wij willen onze Meester hebben, Ramitz, Pallak en ook de chirurgijn moet weg: Ramitz hierop na haer toegaande en hen een weinig in stilstand gebragt hebbende, hadde haer afgevraagd, waarom zij zig zo te buijten gingen & indien zij reden van klagen tegen hem hadden dat zij zulks ordentelijk zouden doen, waarop de slaaven declareerden geen reden van klagten te hebben maar dat zij ze alle drie niet langer op plantagie wilden hebben ; haer toen afvragende wien zij voor haer Meester erkenden, daarop weeder ten antwoord kreeg: wij willen ú niet hebben .
Laastelijk zouden zij gezeid hebben, dat hij in huijs was die zij tot hun Meester wilden hebben. (NB: Tekenburg & Weijners waren in huijs en hadden grote geheime conferentiën in die tusschentijd). Eindelijk na eenige zweep- en stokslagen waren de slaven met grote impertinentie vertrokken. Sij hadden ook gezegd alle na 't bosch te zullen gaan. Gem: Ramitz hadde aan de slaven gezeid, indien ze berouw hadden van hun gepleegde en aan haer werk wilden gaan hij de zaak niet zoude vervolgen wijl hij wiste dat zij tegen hem opgestookt waren, dat zij morgen moesten Coffij plukken en wanneer haer liet roepen bij hem moesten komen en verzoeken om vergiffenis (dog de bastiaan tegen wien hij Ramitz dit gezeid hadde) raporteerde dat zij versogten de dag van morgen voor haer te mogen hebben om Kost te halen, alzo ze die nog niet hadden gehaald, het welke hij haer hadde gepermitteerd of ze daardoor tot enig bedaren mogten komen. Verders geeft nog te kennen, dat twijffelde de zaken wel zullen gaan voor en aleer er enige Criminele justitie geschiede, dewijl, niettegenstaande alle zijne praecatiënhet hoe langer hoe erger wierde ; hij hadde nog gedagt zijn missive wat op te houden, maar niets anders als oproer te verwagten hebbende, dieshalven aan Sijn Wel Edele Gestrenge om Adsistentie versogtte ; welke hem Sijn Wel Edele Gestrenge heeft toegestaan, hebbende nog dezen avond om 10 uuren een missive aan gem: heer Ramitz afgevaardigd, dat zo veel militaires als nodig hadde van de Nieuw Forteres konde krijgen, als ook de adsistentie van Sijn Wel Edele Gestrenge plantagie Rust en Werk konde erlangen.

Woensdag den 11 Maij 1768
Sijn Wel Edele Gestrenge heeft raport van den commanderende officier op de Nieuwe Forteresse ontfangen, dat ter requisitie van de heer Ranitz ingevolge ordres van Sijn Wel Edele Gestrenge, gisteren morgen om 9 uur een onderofficier met 6 gemeenen na de plantagie Maasstroom waren vertrokken, alle voorzien met hunne wapens en 10 scherpe patronen, gelijk ook 's avonds om 6 uur 2 onderofficiers en 10 gemeenen na plantagie Rust en Werk, ten einde om de negers van de heer Ramitz van agteren op te vangen.
Sijn Wel Edele Gestrenge is door de heer Ramitz van plantage Maasstroom per missive gerapporteerd, dat dewijl hij Ranitz met goede niets hadde kunnen winnen op de gemoederen der slaven van gem: plantagie, hij verpligt was geweest te proberen zig van de gehele Magt meester te maken, waartoe de gepasseerde nagt hadde gebruikt, met adsistentie van de militaires, welke hem door Sijn Wel Edele Gestrenge waren geaccordeerd, en de hulpe van de directeurs op de plantagien van zijne buuren, welke zig met enige negers bij hem hadden gevoegd, en dat deze morgen te 3 uuren daar toe was bepaald geweest en dienvolgens ook geprobeerd ; dog dat de slaven (als bij haer zelven overtuigd zijnde van hun kwaad gedrag) niet hadden gemanqueerd alle waaksaamheid te houden, en dus ontdekt hadden, dat de bark van Capt: Jb: Bogman omtrent de plantage ten anker lag, en 't welke zij als een Omen Sinistrum voor haer hielden, hebbende dus de belhamels in tijds het hazenpad weeten te kiezen, want circa drie uur waren de negerhuijsen reeds bezet, maar de meeste der schurken waren toen al weg ; de Overige slaven waren zo in de negerhuijsen als in de savane opgevangen. Zo verre hem Ranitz bewust was, waren weg:1 bastiaan, 2 timmernegers, 1 kuijper, 1 metzelaar, 28 veldnegers, 6 negerinnen waaronder een met een klein kind (zijnde een criool) samen 39 koppen en een kind ; en dat, voorzoverre men wiste, doodgeschoten waren 1 neger en een negerin.
De militaires hadden rond gepattrouilleerd en hadden berigt nog enkele gezien te hebben maar niet konnen krijgen. Meldende verders dat hij een onderofficier en 12 gemeenen bij zig hadde gehouden om met enige negers rondom te spioneren wijl de weggelopene waren in 't bosch gestoken ; de Mans welke gevangen waren , hadde laten binden nevens 2 a 3 meiden die haer best mede hadden gedaan brutaliteiten te pleegen. Verders betuijgd gem: Ranitz het hem zeer smertende zulk een geval niet alleen in zijn divisie maar zelfs onder zijn Directie en administratie exsteerde; versoekende dieshalven dat Sijn Wel Edele Gestrenge en de Raden van Politie hem op zijn woord van eer geliefden te geloven, zulks niet veroorsaakt te zijn door zijne behandelingen maar door de kwade gesprekken van blanke of blanken.
Daarom Sijn Wel Edele Gestrenge en den Hove van Politie met alle reverentie solliciteerde, hem het genoegen te geven om na zijn gehoudene directie zig te informeren ten fine zijn schuld of onschuld aan de Wareld mogte bekend worden, wijl anders gevaar zoude loopen zijn goede naam te verliezen. Laatstelijk verzogte ordres, hoe zig verder in die critique omstandigheden te gedragen.
Waarom Sijn Wel Edele Gestrenge deze avond den Hove van Politie extraordinair aan 't Gouvernement heeft doen convoceren : en is na deliberatie goed gevonden de Heeren P: Ferrand & W: Bedlo te committeren na gem: plantagie Maasstroom om zig aldaar wegens het gepasseerde te informeren.

Donderdag den 12 Maij 1768
Hemelvaart dag
Deze Morgen is Sijn Wel Edele Gestrenge na plantagie Rust en Werk vertrokken (om in cas van nood bij der hand te zijn) geaccompagneerd van de Heeren P: Ferrand en W: Bedlo nevens de geswore Klerk I: E: Viera na de plantagie Maasstroom.
Sodra Sijn Wel Edele Gestrenge en de HeerenRaden op plantagie Rust en Werk waren gekomen, kreeg Sijn Wel Edele Gestrenge van de heer Ranitz berigt, dat zes van de weggelopene slaven weder thuijs waren gekomen, manquerende nu nog 19; de laatst gekomene hadden berigt dat de andere in 't bosch waren.
Onder de manquerende waren nog zes van de haantjes, en onder andere de metzel neger Leiverduren, twee Gentilmans met name Jan Oostindien & Hector waren reeds te huijs ; dog 't was dubieus of de andere wel zo spoedig zouden terug komen. Terwijl gem: Ranitz bezig was dit bovenstaande per missive te raporteren, waren nog 2 negers te huijs gekomen, waaronder een hidde man, dus nog 17 manqueerden. Verders kreeg hij Ranitz moed, om dat ze elkander beginnen te verlaten.
Na den Eeten zijn de Heeren Ferrand, Bedlo en de Klerk Viera over land gegaan na de plantagie Maasstroom en hebben aldaar overnagt.

Vrijdag den 13 Maij 1768
Boven gem: Heeren P: Ferrand & W: Bedlo hebben over de terug gekomene slaven op de plantagie Maasstroom examinatie gehouden en dezelve gecastijd, hebbende Sijn Wel Edele Gestrenge aldaar het middagmaal gehouden, zijnde intussen het restantje op drie na weder terug gekomen.
Na dat gem: Heeren de gehele Magt voor hun hadden ontboden en hen haer ongelijk voor oogen gesteld, aan de Heer Ranitz excus doen vragen en voor hunne Meester te erkennen, sijn met Zijn Wel Edele Gestrenge na plantagie Rust en Werk geretourneerd.
Sijn WelEdele Gestrenge heeft Capt: Hop gelast, op de beurs tot Amsteldam te kunnen kennis geven, dat op plantage Maasstroom alles weder in ruste was.

top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: