Johannesburg aan de beneden-Commewijnerivier

koffieplantage
volksnaam " Halloi" - Halloy
rechteroever bij het afvaren.
volgorde bij het afvaren: Frederiksdorp, Buitenrust, Johanna-Margaretha, Elisabeth's hoop, Berlijn, Maasstroom, Johannesburg, Rust en Werk.

chronologie

1748 - Nicolaas Anthony Kohl

Blijkens warrand van 6 juni 1748 was de eerste eigenaar van de plantage mr. Nicolaas Anthony Kohl. Deze was in Nederland aangesteld als Raad-fiscaal van Suriname, en arriveerde in 1746 in Suriname met het schip "Liesveld" onder schipper Willem van der Kooy. Hij huwde in 1748 met Wilhelmina Hamburgerensis Mauricius, een dochter van gouverneur Mauricius.

"... 1748 op heeden den 26 januarij zijn ten overstaan van de Edele Achtb: heeren Jean Andre Tourton en Louis Chardavoine raadt en den Ed: Hove van Politie en Crimineele Justitie door mij secrets: deeser colonie na behoorlijcke ondervraagingh tot den huwelijcken staat in en aangeteeckent,
den Edelen Achtbaere heer mr: Nicolas Antoni Kohl jongman van de gereformeerde Goddienst geboortigh van Amsterdam geadsisteerd met den Edele Achtb: heer Charles Jeard en desselfs huijsvrouw mevrouw Geertruyda Francoisa Bley,
en Jonkvrouwe Wilhelmina Hamburgensis Mauricius geboortigh van Hamburgh van de gereformeerde Godsdienst geadsisteerd met haar Wel edele vader en moeder den wel edele gestr: heer en mr: Joan Jacob Mauricius beneevens sijn Wel Ed: gemalinne, en beijde woonachtigh alhier aan Param:...."

Maar een paar maanden nadien was Kohl al gestorven. In november werd zijn bezit geïnventariseerd ten behoeve van de erfenis. De executeur van de boedel was schoonvader Mauricius. Wilhelmina hertrouwde met W.C. Strube.
Mauricius was de eigenaar van buurplantage Maasstroom. Mogelijk hebben Kohl en Mauricius de naastliggende gronden verworven met het oogmerk ze gezamenlijk te ontwikkelen, maar daar is door de dood van Kohl niets van gekomen. Beide plantages zijn al snel in andere handen overgegaan.

1751 - Agnetha Maria de Greef, wed. Jan Conrad Retemeijer (ARA NOT inv. no. 191 p. 285)

De nieuwe aanleg werd aangekocht door Johan Conrad Retemeijer en diens echtgenote Agneta Maria de Greeff. Johan noemde de nieuwe grond naar zichzelf: Johannesburg. Retemeijer overleed in 1751, en de plantage werd geïnventariseerd. Er werkten 35 slaven. De nieuwe grond was bijna productierijp, want in de inventarisatie wordt opgemerkt "... de akkers moeten nog met koffie beplant worden ...". Het bezit werd getaxeerd op F. 32.958,80

1770 - dominus Doesburgh, 500 akkers (kaart Lavaux, 1770)

De gereformeerde predikant Lambertus Doesburgh arriveerde in 1748 in Suriname met het schip "de vrouwe Anna Maria" onder schipper Jurriaan Schooneveld. In 1752 huwde hij met Agnetta Maria de Greeff, eigenaresse van de plantage Johannesburg. Hun huwelijksaangifte bij het hof van justitie is bewaard gebleven, zij het moeilijk leesbaar:

".....1752 op huyden den 27 october zijn ten overstaan van de Edele Achtb: heeren Jeane Andre Tourton & E: Coudercq raeden in den Ed: Hove van politie en Crimineele Justitie door mij ondergsz: secretaris deeser colonie naar behoorlijke ondervragingh tot den huwelijken staet in en aangeteeckent,
den Edele Achtb: heer........ Gerhardus Doesburch Predikant van G: Woord in de de gereformeerde ...................... alhier aan Paramaribo .............geboortig van ...... en ..................Edelen Aghtbaren heer E: Comans Scherping en mevrouwe de ..... huisvr: van den Ed: Agtb: heer Jacob van der Werff,en
Agnetha ...............wed: wijlen de heer Jan .............van den gereformeerde religie geboortig en de woonagtig alhier aan Paramaribo geadsisteerd met een Ed: heer Francois de la Swene en mejuff: Adriana de Graaff desselves huisvrouw........"

Over hun kinderen is niet zo veel bekend, omdat de doopregisters uit die tijd verloren zijn gegaan. Agnetta overleed in 1771. Lambertus gaf haar een aandoenlijk grafschrift mee :

"... Hier Rust Mamas sterfelyk deel Van Smart en Pyn Ontbonden. God, hoop ik, Heeft haar beste deel Bevryd Van sorg en Sonden
L. Doesburg V. D. M.
Agnita Maria de Greeff Geboren den 12 September 1723 In den Heere Ontslaapen den 14 October 1771 ..."
(O.O.T.)

Lambertus stierf zelf in 1778 :

"....1778-september 26Debet Boedel Lambertus Doesburg — Aan kerkegeregtigheid voor het begraven van hem zelfs door A: J: Halloy in de N: O: T:f 50,-........"

1793 - wed. A. J. Halloy (almanak 1793)

In 1774 was de plantage voor de helft het eigendom van Lambertus Doesburg, en voor de andere helft van Abraham Johan Halloy (inventarisatie 1774).
Abraham Johan Halloy huwde in 1774 "in huis" met een dochter van De Crepy.In 1782 bezat hij 4 bescheiden huizen in Paramaribo.Hijzelf woonde vermoedelijk in het duurste huis van de vier, aan de Keizerstraat, met een huurwaarde van F 600,-. Zijn echtgenote overleed daar in 1781 en werd op de plantage begraven:

".....1781-september 3 - .Debet Boedel Adriana Lambertine Maria de Crepij — Aan kerkegeregtigheid voor het transporteeren van haar Ed: Lijk na de plantage Johannas burgf 59,15....."
(kerkeboeken 1777-81)

Halloy hertrouwde 5 jaar later met Elisabeth du Maurin :

"... 1786 op heeden den eersten december zijn ten overstaan van de Edele Achtbaare heeren P: Ferrand & J: Rocheteau raeden in den Edele Hove van Politie en Crimineele Justitie der colonie Suriname & & en door mij ondergeteekende secretaris na behoorlijke affvraagingh in den huwelijken staat in en aangeteeckent,
Abraham Johannes Halloij weeduwenaar van de gereformeerde religie geboortig te Schiedam oud 35 jaaren alhier woonagtig,
en Elisabeth Catharina Dumaurin weduwe van F: M: Olingh(??) oud 30 jaaren geboortig in dese colonie van de gereformeerde religie meede alhier woonagtig ..."

Halloy overleed in 1789 in Amsterdam :

"....1789-juli 2 - Debet J: H: Oehlers — A: kerkegeregtigheid voor 't bekendmaaken van het overlijden van Abraham Johan Halloij op den 18 maart o.a te Amsterdamf 7,10...."
(kerkeboeken 1786-89)

In 1793 stond de plantage op naam van zijn weduwe.

1821 - boedel C. C. Weitzel (almanak 1821)

In 1798 huwde Weitzel met de weduwe van Halloy, en verwierf op die wijze het eigenaarschap van de plantage :

"... 1798 op heeden den 20 april zijn ten overstaan van de Edele Achtbaare heer Mr: W: P: Visscher Raed in den Hove van Politie en Crimineele Justitie der colonie Suriname door mij ondergeteekende secretaris na behoorlijke affvraagingh in den huwelijken staat in en aangeteeckent,
Carel Cornelis Constantinus Weitzel jongman van de gereformeerde religie oud 42 jaaren gebooren te Nijmegen en woonagtig alhier,
en Elisabeth Catharina Dumaurin weduwe van wijlen A: J: Halloij mede van de gereformeerde religie geboren & woonagtig alhier ..."

In 1799 werd het areaal vergroot met een stuk achterland groot 150 akkers. De plantage produceerde in dat jaar koffie en katoen. In 1821 was Weitzel overleden en stond de plantage op naam van zijn erfgenamen.

1843 - fonds W.G. Deutz

De vorige eigenaar Weitzel had een hypotheek bij het negociatiefonds van Deutz in Amsterdam, en had deze niet afbetaald, zodat de plantage uiteindelijk in handen kwam van het fonds.
De administrateur in Suriname was J. Zaal. De gezagvoerder op de plantage was N.J. Kelk. Op de plantage werkten 109 slaven.

1863 - emancipatie

De eigenaar was 't fonds W.G. Deutz, onder directie van J. en Th. van Marcelis (Amsterdam); De "tegemoetkoming" voor 226 slaven bedroeg f 65.700,- en f 900,-. De Surinaamse familienaam Haakmat is afkomstig van de plantage Johannisburg.

Het Fonds W.G. Deutz dat werd beheerd door J. en F. van Marselis, werd in 1753 door W.G. Deutz gesticht "ten behoeve van planters in Suriname". Tot dit Fonds behoorden in 1863: Vreeland, La Paix, Johannesburg, en 1/6 deel van de plantage Alyda.
Commissarissen van het Fonds W.G. Deutz waren:
Pieter Constantijn Gulcher, Jan van Eeghen, en Frans van Heukelom
"generale gequalificerden van al de geïnteresseerden inhouders van aandeelen" waren:
Ferdinand Rendorp, jhr. L.M. Rutgers van Rozenburg, Hugo Cornelis Cruijs

1873 - contractarbeid

Na de emancipatie werd het bedrijf voortgezet met vrije arbeiders. Dit ging blijkbaar goed, want de onderneming is pas laat begonnen met het werven van contractarbeiders.
In totaal wierf de plantage Johannesburg 130 Brits-Indische en 286 Javaanse arbeiders. De gezagvoerders / eigenaren in die tijd waren:
1892 - 1903 J.F. Spiering
1907 - 1919 Hugho Ahrens, agent van de Cultuur Maatschappij Johannesburg
1922 -n.v. Cultuur Maatschappij Johannisburg
1928 - 1929 E.A. Brunings
De n.v. cultuurmaatschappij Johannisburg was gevestigd te Rotterdam. In 1908 was Hugo Ahrens de administrateur in Suriname, en G. Th. Philippi de beheerder te Rotterdam. In 1909 werd 5975 kg. cacao geproduceerd, en 6282 kg. koffie. Het arbeidersbestand bestond uit 131 mensen. J. Mastenbroek was de plantagedirecteur.

1929 - 1847 - nader uit te zoeken.

1947 - 1981 - verenigde cultuurmaatschappijen

De firma is opgericht door de 4 gebroeders Jamin, eigenaren van de Nederlandse cacaofabrieken nv. Jamin, de bekende snoepfabrikant uit Rotterdam. Deze firma verwierf het eigendom van de citrusplantage Geyersvlijt-noord en verder 10 aaneengesloten plantages in de Commewijne, te weten:
de Resolutie, Andreas gift, Pieterszorg, Einde Rust, Lust tot Rust, Rust en Werk, Johannisburg, Maasstroom, Berlijn, en Elisabeth's Hoop. De plantages werden voornamelijk gebruikt voor cacaoproductie als grondstof voor chocolade. In 1961 en 63 gaven extreme droogtes de genadeslag aan de cacaocultuur. De plantages werden gesloten. Sinds die tijd leidde de nieuwe nv. een slapend bestaan, totdat ze in 1979 werd opgekocht door de surinaamse industrieel Armand van Alen.

vanaf1979 - Armand van Alen

De industrieel Van Alen heeft 8 aaneengesloten plantages (vanaf Pieterszorg t/m Elisabethshoop) heringericht als veeteeltbedrijf en is een experimentele viskwekerij begonnen; diens echtgenote, Adriana van Alen, heeft een uitgebreide studie van de plantages gemaakt.
Toen het echtpaar begon, waren de plantages secundair bos. Momenteel zijn 5000 hectare in cultuur gebracht, het grootste gedeelte als weiland of graskweek voor de 4000 koeien. Verder zijn de Van Alen's begonnen met het viskweekbedrijf "comfish" voor rode tilapia en garnalen. Momenteel (2000) zijn er 27 kweekvijvers van 0,3 hectare, en iedere droge tijd worden er een aantal bijgegraven. Aan de Commewijnerivier staan de grote pompen om het water in de vijvers te verversen. De kwekerij is gevestigd op de plantage "Einde Rust".

De Van Alens hebben het trenzensysteem en de wegen in de plantages hersteld en verbeterd. De 8 plantages zijn omringd door een dam met ringgracht. De grote plantagesluizen zijn hersteld. Het dorpje Rust-en-Werk, dat op het terrein van de gelijknamige plantage ligt, is de enige dorpsgemeente aan deze oever van de Commewijne die groeit in plaats van uitsterft. De Van Alens hebben de percelen waarop de huizen staan in eigendom aan de bewoners uitgegeven.

top ^

bronnen

internet-databases

Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname

Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

Maurits Hassankhan — database hindustaanse en javaanse immigratie

inventarisaties plantage Johannisburg:

1751 - ARA NOT inv. no. 191 p. 285
gegevens: nieuwe grond, 500 akkers (de akkers moeten nog met koffie beplant worden), 35 slaven, koffie, taxatie: Nf 32.958,80
eigenaar:wed: Agneta Maria de Greeff
verzoeker: wed: Agnetha Maria de Greef, echtgenote van wijlen Jan Conrad Retemeijer

1752 - ARA NOT inv. no. 193 p. 655
gegevens:
  1. Johannesburg:Commewjne aan de rechterhand tussen de plantages Rust en Werk en wed: Jean Conraad Retemeijer ; 500 akkers, 35 slaven, koffie, tayer, bananen, cassave
  2. Huis en erf gelegen in de Keijserstraat tussen de huizen en erven van Paul Noordman en Gerrit Jacobs
  3. Huis en erf aan Wageweg belend door J: S: Brundel en Jan Martin Klein
  4. 13 slaven, goederen, effecten
    eigenaar:wed: Agnita Maria Retemeijer-de Greeff
    verzoeker: wed: A: M: Retemeijer-de Greeff
1758 - ARA NOT inv. no. 203 p. 101
gegevens: 500 akkers, koffie, 72 slaven, NF 77.493,-
eigenaar:ds: Lambertus Doesburg

1765 - ARA NOT inv. no. 222 p. 674
gegevens: 500 akkers, koffie, 110 slaven, NF 121.192,-
eigenaar:ds Lambertus Doesburg, namens zijn vrouw

1771 - ARA NOT inv. no. 234 p. 549
gegevens: 500 akkers, koffie, 134 slaven, NF 184.971,-
eigenaar:Agneta Maria de Greef, erflater, echtgenote ds. Lambertus Doesburg, in gemeenschap van goederen getrouwd.

1774 - ARA NOT inv. no. 241 p. 757
gegevens: 500 akkers, koffie, 151 slaven,
eigenaar:L: Doesburg (1/2 deel) ; A: J: Halloy, gehuwd met A: L: M: de Crepy (1/2 deel)

archief Dienst der Domeinen, Paramaribo

1748 - warrand plantage Johannesburg
Vergunnen en concedeeren bij dezen ingevolge en uit kragte der resolutie van de Ed: Groot Agtb: Heeren Directeuren der Ed: Gecotroijeerde Societeit dezer kolonie in dato den 6 junij 1748, aan den Ed: Achtbaren Heer Mr: Nicolaas Anthonij Kohl raad fiscaal dezer kolonie omme op te nemen en in allodialen eigendom erffelijk te bezitten een stuk land groot vijfhonderd akkers met een face van dertig kettingen aan de rivier, gelegen aan de rivier Commewijne aan de linkerhand in het opvaaren zijn begin nemende met de beneden scheidlijn van het land door de Ed: Societeit aan ons vergund,
en sulx onder de volgende conditien en restricten nam:
dat zijn Edele een terrain van veertig voeten breedt tusschen de rivier en dit geconcedeerde land zal ongecultiveerd moeten laten ten einde altoos wanneer de Ed: Societeijt zulx mogt requireren hetzelve te kunnen maken tot een bekwamen land- en rijweg, blijven nogthans aan zijn Ed: gepermitteerd de landingsplaats op en aan dezen gereserveerde veertig voeten te mogen maken en gebruiken, mitsgaders door dezelve duikers kokers of dergelijke tot losing zijner wateren te mogen steeken, ja zelfs trensen en sloten daardoor tot in de rivier te graaven, mits dezelve behoorlijk met suffisante bruggens voorziende ten einde altoos te kunnen strekken tot het gerequireerde oogsmerk
voorts zal zijn Ed: gehouden zijn binnen den tijd van achttien maanden / beginnende na de gedane uitmeting / daar op te zetten een bekwame woonhuijs en bij deze vijf honderd akkers continueel moeten nemen tien slaven ;
des zal zijn Edele ook binnen den tijd van tien jaren hetzelve land niet mogen verkopen, verhandelen, wegschenken of op eengerleij wijze van meester te doen veranderen tenzij bij versterf of insolventie ; eindelijk zal zijn Ed: gehouden zijn deze warand nevens de geapprobeerde kaart ter secretarij dezer colonie te laten registreren en ons daarvan behoorlijk doen blijken
alles op poene dat het voorn: en vergunde land ipso facto wederom zal vervallen wezen aan de Edele Societeijt
en ingeval 't eeniger tijd nodig zoude werden geoordeeld eenige redout sterkte ofte forteresse aan den mond van de rivier Commewijn en Suriname tegen de fortresse Amsterdam te leggen tot verzekeringe en dekking van dit terrein, zullen alle degeene zo die bereids zedert den 7 april 1745 approbatie op haarlieden warrand hebben geobtineerd ofwel de nova uit krachte van dien land verkregen hebben, of in 't inkomende zoude verkrijgen, gehouden zijn na advenant harer verkregen akkers voor drie vierde parten en de Ed: Sociteit voor een vierde op die voet als de propostie bij de consentie van 1738 is gereguleerd tot de kosten van dien te contribueren
Aldus gedaan en met ons zegel bekrachtigd aan Paramaribo den 12 september een duizend zeven honderd agt en veertig / was getekend / J: J: Mauricius / onderstond / ter ordonnantie van den heer gouverneur / en getekend / Jan Hinkeldeij secret: / langerstond / Accordeert naar collatie met zijn origineel aan mij geexhibeert en geregistreerd den jaars 1751
Accordeert met het prothocol van geregistreerde grondbrieven en kaarten van den rivier Commewijne en onderhorige kreeken no. 56 fol. 155 ter secretarij van Suriname berustende
/ getekend / Reunier Brinkegezw: clercq
voor copij conform de secretaris van het gouvernement

1750 - meetkaart plantage Johannesburg
Ik ondergetekende geswoore landmeeter, verklare gemeten en afgestoken te hebben voor den boedel van wijlen den heer Mr: Nicolaas Anthonij Khol in zijn Ed: Leeven Raad Fiscaal dezer colonie, een stuk land groot vijf hondert akkers gelegen in Commewijne beneden aan de linkerhand in 't opvaren, sijn begin nemende met den beneden scheijdlijn van het land tans besit door den WelEd: Gestr: Heer en Mr: J: J: Mauricius Gouverneur-Generaal dezer colonie, en vandaar zich uitstrekkende westwaarts met eene facit van dertig kettingen, uitkragt van een warand in dato 12 september 1748 door zijn WelEdel Gestr: aan bovengenoemde heer fiscaal verleend, alles conform en als de nevenstaande figuur ABCD aanwijst
Actum Paramaribo den 18 augustus 1750
/ was getekend / P: Gardin

1825 - meetcertificaat plantage Johannesburg
Relatief de plantage Johannesburg gelegen aan de beneden Commewiijne ter linkerhand in het opvaren tusschen de plantage Maasstroom en Rust en Werk
  1. Deze plantage bestaat uit twee consessien : het voorland en agterland ; het voorland is verleend ingevolgen en kragtens resolutie van de Ed: Groot Agtbare Heeren Directeuren der Edelen Geoctroijeerde Societeit dezer kolonie dd 6 junij 1748 aan Mr: Nicolaas Antonij Kohl raad-fiscaal door den heer govuerneur J: J: Mauricius bij warand dd 12 september 1748, copij authentiek dezer warand is overgelegd egter niet te vinden in het archief, hetwelk dus daarmede moet worden aangevuld
  2. Het agterland is verleend door den heer gouverneur J: F: Friderici aan C: Weitzel bij warand dd 1 augustus 1799, copij authentiek dezer warand is overgelegd en dezelve is te vinden in het archief prothocol no. 8 fo. 460, dezelve is tot nog toe niet door de approbatie des landsheers bekragtigd
  3. De kaart van het voorland is overgelegd getekend door den landmeeter P: Gardin dd 18 augustus 1750 geapprobeerd door den heer govuerneur J: J: Mauricius dd 29 januarij 1757, gecopieerd door den landmeeter N: Goetzee dd 8 mei 1792, dezelve is aanwezig in het archief portefeuille no. 1 fo. 126 der gronden aan de Commewijne, van dezelve heb ik een copij voor het archief der civiele secretarij geformeerd
  4. De kaart van het agterland is niet overgelegd en heb ik dezelve tevergeefs tragten op te sporen, waarom door mij een kaart figuratief in duplo daarvan geformeerd is, zullende dit agterland nader moeten worden uitgemeeten en juiste kaarten daarvan ter approbatie worden geformeerd
  5. Her voorland is groot vijfhondert akkers, hebben een face van dertig kettingen, eene diepte aan de oostlijn 171 2/3 kettingen, en de westlijn 161 2/3 kettingen
  6. Het agterland moet eene face hebben gelijk aan het voorland, en zo veel diepte als nodig zal wezen om een hondert en vijftig akkers meer of minder uit te maken, naar luid der warand
    Actum Paramaribo den 8 julij 1825
    de gesworen landmeter
    Esser
1825 - kaart figuratief achterland Johannesburg
Geformeerd door mij ondergeteekende geadmiteerde landmeeter binnen deze colonie ten behoeven der plantage Johannesburg, aanwijzende de legging en strekking van een stuk land zijnde agterland van voornoemde plantage verleend door den heer gouverneur J: F: Friderici aan C: Weitzel volgens warand dd 1 augustus 1779 gelegen agter en in de verlenging der plantage Johannesburg, inhoudende een hondert en vijftig akkers met eene face van dertig kettingen en (naar luid der warand ) zo veel diepte als nodig zijn zal om 150 akkers uit te maken, zoals in nevenstaande figuur gemerkt EFGH word aangewezen
Zullende de uitmeeting nader moeten worden gedaan en nauwkeurige kaarten ter aprobatie daarvan worden geformeerd
Paramaribo den 8 julij 1825
Esser
top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: