Berlijn aan de beneden-Commewijnerivier

volksnaam "Bareen"
rechteroever bij het afvaren.
volgorde bij het afvaren: frederiksdorp, buitenrust, johanna margaretha, elisabeth's hoop, berlijn, maasstroom, johannesburg, rust en werk

De sluis en het bakstenen waterreservoir zijn de enig overgebleven restanten van de plantagetijd. Het gewelfde reservoir is ongewoon lang met aan weerszijden een inlaatput. foto KDV architects 2001.

De plantage lijkt vanaf de rivier volledig verlaten. Er resteert nog een mooie sluis, die thans wordt gerestaureerd, en er is een bijzonder grote gewelfde waterbak. Het bedrijfsemplacement met alle bebouwing was allang volledig gesloopt, hier en daar liggen nog wat bakstenen.
Verder naar achter beginnen de uitgestrekte weidegronden van het veeteeltbedrijf van de familie Van Alen.
In Temminck-Groll (architectuur, p.342) is nog een afbeelding van het plantagehuis. Het werd ca. 1969 gesloopt.

De plantage Berlijn op de kaart van Bakhuys en De Quant uit 1930.

Chronologie

1748 - aanleg plantage

In 1748 werd aan Michael Gabriel Fredersdorff een warrand verleend om " ........erffelijk te moogen bezitten 500 akkers land met een facit van 30 kettingen aan de rivier geleegen in de rivier van Commewijne aan de linkerhand in 't opvaaren, sijn begin neemende aan de beneede scheid lijn van 't land thans uitgegeven aan Theodorus Knoffel ......"
Michael was afkomstig uit Berlijn, en noemde de grond naar zijn geboorteplaats. Er is bijzonder weinig over hem bekend, hij heeft in de archieven nauwelijks sporen achtergelaten. In 1756 woonde hij weer in Berlijn. Hij schijnt de helft der plantage te hebben verkocht aan de Amsterdamse kooplieden Deutz en Van Son.

Als aanlegger wordt ook wel genoemd Godlieff van Borries, schoonzoon van Crommelin, maar dat is een abuis: Van Borries was de eigenaar van de plantage Berlyn in Para.

De uitgiftekaart van de plantage. Ongedateerd, vermoedelijk 1748. Getekend door de landmeter P. Gardin.

1770 - Schep. Duyts, van Son, 500 akkers (kaart Lavaux 1770)

Johannes Leonardus van Son huwde in 1751 met Maria Anna Pietersen . Er is bijzonder weinig over hem bekend. Hij overleed in 1763, en werd begraven.op zijn plantage Tout Lui Faut. In 1770 stond de plantage Berlijn op naam van zijn erfgenamen.

De kaart van Lavaux uit 1770 vermeldt nog meerdere plantages op naam van Van Son, het is echter niet duidelijk of het hier gaat om één en dezelfde persoon:
Tout Lui Faut aan de Suriname Joh. I. een. van Son
Nieuw Akkenoribo, aan de Cottica, I. A. van Son
Leverpool, aan de Cottica, Cap. van Son & comp.
Berlyn, aan de Commewijne, Schep. Duyts, van Son

De familie Deutz heeft nooit in Suriname gewoond, en komt dan ook nauwelijks voor in de archieven. Het betreft hier Amsterdamse koopmansfamilie die belangen had in de plantage Berlijn.
Daniel Deutz (?-1775), gehuwd met Geertruid van Son (?-1792), was de eigenaar in 1772. Hij was burgemeester van Amsterdam. Hij liet zijn plantage beheren door de administrateur Francois Ewout Becker. In 1772 verwierf Becker 225 akkers land achter de plantage, die daarmee 725 akkers groot werd.

De uitbreiding van 1772. Meetkaart door Helleday uit 1773.

1793 - wed. D. Deutz (almanak 1793)

De plantage werd geadministreerd door mr. F. E. Becker en J. Stockel. De weduwe Deutz had geen andere plantages in bezit. Zij was overigens in 1792 al overleden. Maar de almanak 1793 beschrijft feitelijk de situatie van het jaar daarvoor.

1821 - erv. wed. Deutz (almanak 1821)

De plantage was 725 akkers groot, en produceerde koffie en katoen. In 1832 bestond de slavenmacht uit 158 personen.

ca. 1840 - suikerconversie (v. Stipriaan)

Zoals bij zovele andere koffieplantages, raakte ook de grond van Berlijn volledig uitgeput. Men schakelde daarom over op suiker, dat op deze gronden nog wel kon gedijen. In 1850 werd op de buurplantage Buitenrust een van de allereerste centrale suikerfabrieken opgericht, waar de plantages Johan en Margaretha, Maastroom, en Berlijn, hun suiker lieten verwerken (v. Stipriaan 1993, p. 179)

1843 - erven M.D. Deutz (almanak 1843)

De plantage was 737 akkers groot en produceerde koffie. De directeur was J. Schotteling ; als administrateurs traden op J. Zaal en A. van Meerten. De sklavenmacht bedroeg 135 mensen.

1863 - emancipatie

De eigenaren waren de erven van wijlen Geertruid van Son, weduwe van D. Deutz uit Amsterdam; Deze erven waren de families Fabricius, Kluit, Baggerman, le Chevalier, en Six, alle te Nederland. Zij ontvingen een "tegemoetkoming" groot f 30.600,- + f 1.200,- voor 104 slaven. De bekende Surinaamse familienaam Gorré origineert van de plantage.
De directeur op de plantage was J.W. Matroos.

1874 - 1928 (registers hindoestaanse en javaanse immigratie)

Vanaf 1874 t/m 1928 heeft de plantage regelmatig contractarbeiders aangeworven. In totaal arriveerden 143 brits-indiers en 328 javanen op de plantage.
De gezagvoerders in die tijd waren:

1874 I.G.van Emden

1884 S. van Lierop / agenten der Nederlandse Handels Maatschappij

1895 agenten der Nederlandse Handels Maatschappij

1907 agenten der Nederlandse Handels Maatschappij

1919 agenten NHM

1920 E. Juta en M.C. Welle agenten der NHM als zodanig administr.

1927 J. Wright

1928 J.J. Bueno de Mesquita

1909 - B. Heldring (almanak 1909)

Over eigenaar Heldring zijn er geen gegevens. De plantage werd beheerd door de NHM.
C. Bender was de gezagvoerder. Er waren 113 arbeiders, waaronder 87 immigranten. De plantage produceerde koffie (14123 kg.), cacao (12763 kg.), en wat bananen.

1928 - 1978 - nader uit te zoeken

vanaf 1979 - Armand van Alen

De industrieel Van Alen heeft een aantal naastliggende plantages — waaronder Berlijn — heringericht als veeteeltbedrijf ; diens echtgenote, Adriana van Alen, heeft een uitgebreide studie van de plantages gemaakt.
Toen het echtpaar begon, waren de plantages secundair bos. Momenteel (2001) zijn 5000 hectare in cultuur gebracht, het grootste gedeelte als weiland of graskweek voor de 4000 koeien.
Van Alen heeft het voorland van de plantage niet in gebruik, de weidegronden beginnen verder naar achteren.

top ^

Bronnen

top ^

boeken en artikelen

1.1- Alex van Stipriaan
Surinaams contrast — KITLV, 1993

1.2- Coen Temminck-Groll, Arthur Tjin-A-Djie e.a.
de architectuur van Suriname 1667-1937 - uitg. de Walburg pers, 1973

top ^

databases op het internet

2.1 - Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname

2.2 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

2.3 - Maurits Hassenkhan e.a. - databases Chinese, Hindustaanse en Javaanse immigratie

top ^

inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag

1756 - ARA NOT inv. no. 200 p. 745

gegevens : 500 akker, koffie, 67 slaven, NF 65.971,-
eigenaar: Michael Gabriel Freedersdorff te Berlijn.

1761 - ARA NOT inv. no. 209 p. 303

gegevens : 500 akkers, koffie, 46 slaven
eigenaar: mr. Daniel Deutz, oud president schepen der stad Amsterdam, Hendrick de Wacker van Son, idem, David Godlieb Fredersdorff, meerderjarige jongeman uit Berlijn, en zaakgelastigde van Christiaan Gustaaf Fredersdorff van Berlijn.
Gebeurtenis : de administratie wordt overgedragen aan Johannes Leonardus van Son, zaakgelastigde van Deutz en Wacker van Son.

top ^

archief Dienst der Domeinen te Paramaribo

1746 - resolutie 1e concessie

Vergunnen en concedeeren mits dezen ingevolge en uitkrachten der resolutie van haar Edele Groot Achtbaare de Heeren Directeuren der Ed: Societeit deser colonie de dato 7 september 1746 aan den heer Michael Gabriel Fredersdorff Thesaurier van zijne majesteit den koning van Pruissen om in allodialen eigendom op te nemen en erffelijk te mogen bezitten vijfhondert akkers land met een facit van dertig kettingen aan de rivier gelegen in de rivier van Commewijne aan de linkerhand in 't opvaren, sijn begin neemende aan de benedenscheidlijn van 't land thans uitgegeven aan Theodorus Knoffel
en sulx onder conditien en onder restrictien als volgt
Namentlijk dat hij een terrain van veertig voeten breed tusschen de rivier in dit geconcedeerde land zal moeten laten ongecultiveerd ten einde altoos wanneer de Edele Societeit sulx zoude requireren hetzelve te moeten applaneeren en tot een bequaam land- en rijweg te maken, blijvende nogtans aan hem gepermitteerd zijn landingplaats op en aan deze gereserveerde veertig voeten te mogen maken en gebruiken, mitsgaders door dezelve duikers, kookers of dergelijke, tot losing sijnen wateren te mogen steeken, ja selfs trensen en slooten daardoor tot in de rivier te graaven, mits dezelve behoorlijk met suffisante bruggen voorziende, teneinde ten tijde hier voren gemeld altoos te kunnen strekken tot het gerequireerde oogmerk omme daarlangs een land en rijweg te kunnen maken ; dat sijn Ed verder binnen den tijd van achttien maanden beginnende na de gedane uitmeeting zal daarop setten een bequaam woonhuis ; en dat bij deze vijfhondert akkers bij continuatie altoos sullen moeten sijn en blijven geaffecteerd ten minsten tien slaven ; des zal hij ook binnen den tijd van tien jaren hetzelve land niet mogen verkoopen, verhandelen, wegschenken of op eenigerlei wijze van meester te doen veranderen tensij bij versterf of insolventie
Eindelijk sal sijn Ed gehouden zijn deze warrand nevens de reeds geapprobeerde kaart ter secretarij deeser colonie te laten registreeren en ons daarvan behoorlijk te doen blijken alles op poene dat het voorsz': vergunde land ipso facto wederom sal vervallen weesen aan de Ed: Societeit
En ingeval ter eeniger tijd nodig zoude werden geoordeeld eenige redout, sterkte of forteresse aan de mond van de rivier Commewijne en Suriname tegensover de forteresse Amsterdam te leggen tot versekeringe en dekkinge van dit terrain, sal sijn Ed gehouden sijn nevens degeene zo die bereids bij resolutie van de Ed: Societeit in dato 7 april 1746 approbatie op haarlieden warrand hebben geobtineerd of wel te novo uit kragte van dien land verkregen hebben of in de toekomende souden verkrijgen na advenantie haarer verkreegen akkers land voor de vierde parten en de Ed Societeit van een vierde part op de voet als de proportie bij de conventie van 1733 is gereguleerd tot de kosten van dien te contribueeren
Aldus gedaan en met ons zegel bekragtigd aan Paramaribo deesen een twintigsten maart een duizend seeven hondert acht en veertig
/ was getekend / J: J: Mauricius / onderstond ter ordonnantie van den heer gouverneur / en getekend / Jan Hinckeldeij secretaris nevens appositie van 't zegel van den heer gouverneur in rood lak
Accordeert met zijn origineel
/ getekend / Jan Hickeldeij
voor eensluidend afschrift
de secretaris van het gouvernement

1748 - meetkaart 1e concessie P. Gardin

Uijtkragte der orders van den WelEdelen Gestrengen Heeren mr: Johan Jacob Mauricius Gouverneur Generaal dezer colonie Suriname rivieren en distrikten van dien heb ik onderge: geswooren landmeeter gemeten een stuk land no. 22 groot vijf honderd akkers gelegen in Commewine aan de linkerhand in 't opvaren tusschen het land no. 21 van de heer Theodorus Knoffel en no. 23 van zijne excellentie onzen WelEd: Gestrengen Heer Gouverneur, alles ingevolge den warand door de Edele Geoctroijeerde Societeijt van Suriname in dato 7 september 1746 aan de Heer Maichael Gab: Fredersdorff verleent zoals de figuur ABCD aanwijst
Actum Paramaribo den 8 februarij 1748
(get: ) P: Gardin gesw: landm
Gezien de nevenstaande kaart der uitmeeting door den gesworen landmeter P: Gardin gedaan approbeeren dezelve in alle zijne leden en deelen
Actum Paramaribo den 21 maart 1748
(get:) J: J: Mauricius
ter ordonnatie van den heer gouverneur
(get:) Jan Hinckeldaij
Aldus getrouwelijk gecopieerd naar de origineele berustende ter gouvernements secretarij portefeuille der rivier Commewijne no. 1 fo. 113
aldhier aan Paramaribo den 9 junij 1825
de geadm: landmeter
Mabe

1773 - meetkaart 2e concessie Helledaij

tekst op deze kaart:
Ingevolge warand van WelEdele Gestrenge Heer Jan Nepveu Gouverneur Generaal dezer Colonie gegeven den 20 november 1772
En ten versoeke van den WelEdele Achtbaare heer Walter Kennedij zo voor zich als mr: J: E: Bekker in qualiteijt voor mr: Daniel Deutz regeerende burgemeester der stad Amsterdam, eijgenaar van de plantage Berlijn gelegen alhier te colonie aan de beneden rivier Commewijne linkerhand in het opvaren tusschen de plantage Maasstroom en Belgarde
Heb ik ondergeschrevene uijttgemeten ten behoeve en de voor gemelde plantage Berlijn een stuk Edele Societeijts land leggende linia recta achter meergemelde plantage met eene diepte van vijf en zeventig ketting en dertig kettingen face zoals de plantage is hebbende uitmakende twee honderd vijf en twintig akkers zoals de neffenstaande figuur gemerkt met de roode couleur en de letters ABCD aanwijst
Actum Paramaribo den 25 januarij 1773
Ad: Hendr: Helledaij
Gezien de nevenstaande kaarte der uitmeting door den gesworen landmeeter A: H: Helledaij gedaan approbeeren dezelve in alle zijne leeden en deelen
Actum Paramaribo den 1 februarij 1773
(get:) Jan Nepveu
ter ordonnantie van den heer gouverneur
(get:) Joh: van Gennip gesw: clercq
Aldus getrouwelijk gecopieerd naar de origineele berustende ter gouvernements secretarij portefeuille der rivier Commewijne en odnerhorige kreeken fo. 14
Alhier aan Paramaribo den 9 junij 1825
de geadmitteerde landmeeter
Mabe

1825 - Meetcertifikaat

Relatief de plantagie Berlijn gelegen aan de rivier Commewijne ter linkerhand in het opvaren tusschen de plantagien Maastroom en Belgard
Deze plantagie bestaat uit twee opnamen te weten : het voorland en het agterland
Het voorland is verleend aan M: G: Fredersdorff door den gouverneur J: J: Mauricius en zulks ingevolge en uit krachte der resolutie van haar Ed: Groot Achtbaren de Heeren Directeuren der Edele Societeit dezer Kolonie de dato 7 september 1746 bij eene warand van den 21 maart 1748, welke aanwezig is ter gouvernements secretarij waranden prothocol no. 1 fol. 489
Het agterland dezer plantage is verleend aan W: Kennedij zo voor zich als mr: F: C: Bekker in kwaliteit voor mr Daniel Deutz door den gouverneur Jan Nepveu den 20 november 1772, en zulks ingevolge resolutie van Haar Ed: Groot Achtbaren de Heeren Directeuren der Geoctroijeerde Societeit der Kolonie van den 2 januarij 1772, welke warand nader geapprobeerd is door Haar Ed: Groot Achtbaren voornoemd bij resolutie van den 1 mei 1773
Deze warand is aanwezig ter gouvernements secretarij waranden prothocol no. 5 fo. 484
De kaart van het voorland is getekend door den landmeeter P: Gardin den 8 januarij 1748 en is geapprobeerd door den gouverneur J: J: Mauricius den 21 maart 1748
Dezelve is aanwezig in de portefeuille der Commewijne no. 1 fo. 113 van welke kaart ik op heden twee kopien vervaardigd heb
De kaart van het achterland is getekend door den landmeeter Ad: Hend: Helledaij den 25 januarij 1773 en is geapprobeerd door den gouverneur J: Nepveu den 1 februarij 1773
Dezelve is aanwezig in de portefeuille der rivier Commewijne en onderhorige kreeken fol. 14 enkeld overgelegd zijnde het ik voor dezleve een kopij vervaardigd voor het archief dr civiele secretaris
Deze plantage heeft den inhoud van 725 akkers met eene face van 30 kettingen ten diepte aan de oostzijlijn van 246 3/4 ketting een aan de west zijlijn van 236 3/4 ketting
Aldus gedaan en in triplo afgegeven alhier aan Paramaribo den 9 junij 1825
de geadmitteerde landmeeter
getekend Mabe
voor eensluidend afschrift
de secretaris van het gouvernement
geapprobeerd bij resolutie van zijne excellentie den heer generaal majoor Gouverneur der kolonie Suriname van donderdag den 9 junij 1825 no. 208 de secretaris van het gouvernement
top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: